Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten

Type Verdrag
Publication 1993-03-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Mexicaanse Staten;

Partijen bij het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart dat op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening werd opengesteld;

Overwegende dat de mogelijkheden van de commerciële luchtvaart als middel van vervoer en als middel tot het bevorderen van vriendschap, begrip en een goede verstandhouding tussen de volkeren dagelijks toenemen;

Geleid door de wens de culturele en economische banden die hun volken verbinden en het begrip en de goede verstandhouding die tussen hen bestaan nog sterker te maken;

Overwegende dat het wenselijk is op grondslagen van billijkheid, gelijkheid en wederkerigheid geregelde luchtdiensten tussen de twee landen tot stand te brengen, ten einde een grotere samenwerking op het gebied van de internationale luchtvaart te verkrijgen;

Geleid door de wens een Overeenkomst te sluiten, die het bereiken van de bovenvermelde doelstellingen zal vergemakkelijken;

Hebben dienovereenkomstig daartoe behoorlijk gevolmachtigden aangewezen, die het volgende zijn overeengekomen:

Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1975/25. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1978/45. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1981/42. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1984/7. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1987/17. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1990/36.

Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1975/25. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1978/45. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1981/42. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1984/7. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1987/17. Voor inwerkingtreding zie ook Trb. 1990/36.

Artikel 1

In deze Overeenkomst betekent:

Artikel 2
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van luchtdiensten op de in de aangehechte Routetabel omschreven routes.

2.

Tenzij in deze Overeenkomst anders overeengekomen, geniet de door elke Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van internationale diensten de volgende rechten:

3.

Het feit dat zulke rechten mogelijk niet onmiddellijk worden uitgeoefend sluit niet uit dat later luchtdiensten worden geopend door de luchtvaartmaatschappijen van de Partij aan wie zodanige rechten zijn verleend op de in de genoemde Routetabel omschreven routes.

4.

Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat voor de toepassing van deze Overeenkomst vrachtvervoer slechts een aanvulling vormt op passagiersvervoer; over de exploitatie van diensten uitsluitend voor vrachtvervoer dienen derhalve tussen beide Partijen onderhandelingen te worden gevoerd.

Artikel 3
1.

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst delen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar zo spoedig mogelijk de ter zake dienende gegevens mede over de vergunningen verleend tot exploitatie van de in de Routetabel omschreven routes.

2.

Op een omschreven route mogen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Partij aan wie de rechten worden verleend, luchtdiensten worden ingesteld, nadat die Partij voor die route een luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en de andere Partij de passende exploitatievergunning heeft verleend.

Deze andere Partij is verplicht deze vergunning te verlenen en kan daarbij van de aangewezen luchtvaartmaatschappij verlangen dat deze ten genoege van de bevoegde luchtvaartautoriteiten van die Partij aantoont te voldoen aan de door die autoriteiten gewoonlijk toegepaste wetten en voorschriften.

Artikel 4

Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor de exploitatievergunning toegekend aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij niet te verlenen, of deze in te trekken, indien niet te haren genoege is aangetoond, dat de meerderheid van de eigendom en het daadwerkelijk toezicht op genoemde luchtvaartmaatschappij berusten bij onderdanen van die andere Partij overeenkomstig haar onderscheiden wetten, of indien die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de in deze Overeenkomst bedoelde wetten en voorschriften na te leven, of indien de luchtvaartmaatschappij of de Regering die haar aanwijst, in gebreke blijft de voorwaarden na te komen, waaronder de rechten in overeenstemming met deze Overeenkomst worden verleend.

Artikel 5
1.

De wetten en voorschriften van een Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van in de internationale luchtvaart gebezigde luchtvaartuigen, of betreffende de exploitatie van en het vliegen met zulke luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de door de andere Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij en dienen door deze luchtvaartuigen te worden nagekomen bij het binnenkomen of verlaten van, en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij.

2.

De wetten en voorschriften van een Partij betreffende de toelating tot of het vertrek uit haar grondgebied van passagiers, bemanning, vracht en post, zoals voorschriften betreffende binnenkomst, in- en uitklaring, immigratie, paspoorten, douane en quarantaine dienen door de passagiers en bemanning, en met betrekking tot vracht en post vervoerd in het luchtvaartuig van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij te worden nageleefd bij het binnenkomen of verlaten van en gedurende het verblijf binnen het grondgebied van eerstgenoemde Partij.

Artikel 5 bis

1). Overeenkomstig de rechten en verplichtingen, hun opgelegd door het internationaal recht, bevestigen de Overeenkomstsluitende Partijen dat hun wederzijdse verplichting de veiligheid van de burgerluchtvaart te beschermen tegen wederrechtelijke storende gedragingen, deel uitmaakt van de onderhavige Overeenkomst. Onverminderd de algemene geldigheid van hun uit het internationaal recht voortvloeiende rechten en verplichtingen, handelen de Overeenkomstsluitende Partijen in het bijzonder in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen, begaan aan boord van luchtvaartuigen, ondertekend te Tokio op 14 september 1963, het Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, ondertekend te ’s-Gravenhage op 16 december 1970 en het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen, gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart, ondertekend te Montreal op 23 september 1971.

2). De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkander alle noodzakelijke bijstand waarom verzocht wordt ter verhindering van handelingen, gericht op het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen; van andere wederrechtelijke handelingen, gericht tegen de veiligheid van die luchtvaartuigen, de passagiers en de bemanning daarvan, luchthavens en luchtvaartinstallaties en van alle andere bedreigingen van de veiligheid van de burgerluchtvaart.

3). De Overeenkomstsluitende Partijen handelen in hun wederzijdse betrekkingen overeenkomstig de door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie vastgestelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart, bekend onder de naam van Bijlagen tot het Verdrag inzake internationale burgerluchtvaart, en wel in de mate waarin deze beveiligingsbepalingen voor Partijen gelden; zij eisen van de hun eigen nationaliteit bezittende exploitanten, van de exploitanten met hoofdkantoor of vaste woonplaats op hun grondgebied en van de exploitanten van op hun grondgebied gelegen luchthavens dat zij overeenkomstig genoemde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart handelen.

4). Elke Overeenkomstsluitende Partij gaat ermee akkoord dat van genoemde exploitanten van luchtvaartuigen kan worden gevorderd dat zij de in het voorafgaande lid 3 vermelde beveiligingsbepalingen voor de luchtvaart nakomen, zulks overeenkomstig de eisen van de andere Overeenkomstsluitende Partij met betrekking tot de binnenkomst op, het verlaten van of het verblijf op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij. Elke Overeenkomstsluitende Partij vergewist zich ervan dat op haar grondgebied inderdaad doeltreffende maatregelen worden genomen met het oog op de bescherming van het luchtvaartuig en de controle van de passagiers, de bemanning, de handbagage, de overige bagage, de vracht en de voorraden van het luchtvaartuig vóór en gedurende het aan boord gaan of het laden. Ook toont elk der Overeenkomstsluitende Partijen haar bereidwilligheid om gevolg te geven aan enig verzoek van de andere Overeenkomstsluitende Partij om in redelijkheid veiligheidsmaatregelen te nemen met het doel om een specifieke bedreiging het hoofd te bieden.

5). Wanneer zich een voorval voordoet of dreigt voor te doen van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van burgerluchtvaartuigen of van andere wederrechtelijke gedragingen, gericht tegen de veiligheid van dergelijke luchtvaartuigen, de passagiers en de bemanning daarvan, luchthavens of luchtvaartinstallaties, verlenen de Overeenkomstsluitende Partijen elkander bijstand door het verschaffen van communicatiefaciliteiten en het nemen van andere geëigende maatregelen, bedoeld om op snelle en veilige wijze aan vermeld voorval of dreiging een einde te maken.

Artikel 6

Bewijzen van luchtwaardigheid, bewijzen van bevoegdheid en vergunningen die zijn uitgereikt of geldig verklaard door een Partij en die nog van kracht zijn, zullen door de andere Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de in deze Overeenkomst vermelde routes en diensten, mits de eisen op grond waarvan deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard gelijk zijn aan of hoger dan de minimum-normen die in overeenstemming met het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart zijn gesteld. Elke Partij behoudt zich evenwel het recht voor, de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en van vergunningen die door een andere Staat aan haar eigen onderdanen zijn uitgereikt te weigeren voor vluchten boven haar eigen grondgebied.

Artikel 7
1.

Elk van de Partijen kan billijke en redelijke heffingen voor het gebruik van openbare luchthavens en andere onder haar toezicht staande voorzieningen opleggen of toestaan dat deze worden opgelegd. Elk van de Partijen komt echter overeen, dat deze heffingen niet hoger mogen zijn dan die welke voor het gebruik van zodanige luchthavens en voorzieningen door haar eigen luchtvaartuigen, in gebruik op soortgelijke internationale diensten, worden betaald.

2.

Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, boordproviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere heffingen en belastingen, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

3.

Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en boordproviand, ingevoerd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door of namens een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of aan boord genomen van de luchtvaartuigen van die aangewezen luchtvaartmaatschappij en uitsluitend bestemd voor gebruik bij de exploitatie van internationale diensten zijn vrijgesteld van alle nationale heffingen en lasten, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, geheven op het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, zelfs indien deze voorraden gebruikt worden op delen van de vlucht afgelegd boven het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij aan boord zijn genomen. Bovenbedoelde goederen kunnen op verzoek onder toezicht of controle van de douane worden gehouden.

4.

De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, boordproviand en voorraden motorbrandstof en smeermiddelen die zich aan boord bevinden van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen verlangen dat deze goederen onder hun toezicht worden gesteld totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 8

Beide Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen dat de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van elke Partij op eerlijke en gelijke wijze in de gelegenheid worden gesteld de overeengekomen luchtdiensten tussen hun grondgebieden te exploiteren.

Artikel 9

Bij de exploitatie door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de in deze Overeenkomst vermelde luchtdiensten, zal rekening worden gehouden met de belangen van de luchtvaartmaatschappijen van de andere Overeenkomstsluitende Partij, opdat de diensten die laatstgenoemde luchtvaartmaatschappijen op het geheel of een gedeelte van dezelfde routes verschaffen niet onredelijk worden getroffen.

Artikel 10
1.

Tussen beide Overeenkomstsluitende Partijen wordt overeengekomen dat de diensten die volgens deze Overeenkomst en haar Routetabel door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen worden aangeboden, als eerste doel zullen hebben het verschaffen van een vervoerscapaciteit die beantwoordt aan de vraag naar vervoer tussen het land waartoe de maatschappij behoort, en de landen van bestemming.

2.

De luchtdiensten die het publiek ter beschikking worden gesteld door de luchtvaartmaatschappijen die op grond van deze Overeenkomst luchtdiensten exploiteren, dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de behoeften van het publiek aan deze diensten.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.