Verdrag betreffende tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Bijeengeroepen te Genève door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau, en aldaar bijeengekomen in haar eenenzestigste zitting op 2 juni 1976, en
In herinnering brengend de bepalingen van bestaande internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen - in het bijzonder het Verdrag betreffende de vrijheid van vereniging en bescherming van het vakverenigingsrecht (1948), het Verdrag betreffende het recht tot organiseren en collectief onderhandelen (1949) en de Aanbeveling betreffende het overleg (op bedrijfsniveau en nationaal niveau) (1960) - waarin de rechten van werkgevers en werknemers tot het vormen van vrije en onafhankelijke organisaties zijn vastgelegd en om maatregelen wordt gevraagd ter bevordering van doeltreffend overleg op nationaal niveau tussen overheidslichamen en werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede de bepalingen van talloze internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen die voorzien in raadplegingsprocedures voor werkgevers- en werknemersorganisaties over maatregelen tot uitvoering hiervan, en
Overwegende het vierde punt op de agenda van de zitting getiteld „Instelling van tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen” en besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen, en
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm van een internationaal verdrag zullen aannemen,
aanvaardt heden, de eenentwintigste juni negentienhonderd zesenzeventig, het volgende Verdrag, dat kan worden aangehaald als het Verdrag Tripartite Raadpleging (Internationale Arbeidsnormen), 1976:
Artikel 1
Met de uitdrukking „representatieve organisaties” worden in dit Verdrag bedoeld de meest representatieve organisaties van werkgevers en werknemers, die het recht van vrijheid van vereniging genieten.
Artikel 2
Ieder lid van de Internationale Arbeidsorganisatie dat dit Verdrag bekrachtigt dient procedures te hanteren die een doeltreffende raadpleging waarborgen in zaken betrekking hebbende op de activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie zoals bedoeld in artikel 5, eerste lid, hieronder, tussen vertegenwoordigers van de Overheid, van de werkgevers en van de werknemers.
De aard en de vorm van de procedures als voorzien in het eerste lid van dit artikel worden in ieder land bepaald overeenkomstig het nationaal gebruik, na overleg met de representatieve organisaties, voor zover aanwezig, en voor zover zodanige procedures nog niet tot stand zijn gekomen.
Artikel 3
De vertegenwoordigers van de werkgevers en werknemers worden ten behoeve van de procedures waarin in dit Verdrag wordt voorzien, vrijelijk gekozen door hun representatieve organisaties, voor zover aanwezig.
Werkgevers en werknemers zijn op voet van gelijkheid vertegenwoordigd in alle instellingen binnen welke raadpleging plaatsvindt.
Artikel 4
De bevoegde autoriteit neemt de verantwoordelijkheid op zich voor de administratieve ondersteuning van de procedures waarin in dit Verdrag wordt voorzien.
Passende regelingen worden getroffen tussen de bevoegde autoriteit en de representatieve organisaties, voor zover aanwezig, voor het financieren van de eventueel nodige opleiding van deelnemers aan deze procedures.
Artikel 5
Het doel van de procedures waarin in dit Verdrag wordt voorzien is raadpleging inzake:
- (a). de antwoorden van de regeringen op vragenlijsten betreffende de punten op de agenda van de Internationale Arbeidsconferentie en commentaar van de regeringen op voorgestelde door de Conferentie te bespreken teksten;
- (b). voorstellen, te doen aan de bevoegde autoriteit of autoriteiten in verband met het voorleggen van Verdragen en Aanbevelingen op grond van artikel 19 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie;
- (c). het met passende tussenpozen opnieuw in studie nemen van niet-bekrachtigde Verdragen en Aanbevelingen waaraan nog geen uitvoering is gegeven, ten einde na te gaan welke maatregelen zouden kunnen worden genomen om de bekrachtiging, onderscheidenlijk de uitvoering daarvan, te bevorderen;
- (d). vragen die zijn gerezen naar aanleiding van verslagen voor te leggen aan het Internationaal Arbeidsbureau op grond van artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie;
- (e). voorstellen tot opzegging van bekrachtigde Verdragen.
Om te waarborgen dat voldoende aandacht wordt geschonken aan kwesties vermeld in het eerste lid van dit artikel, dient overleg met passende in gemeenschappelijk overleg vastgestelde tussenpozen, doch ten minste eenmaal per jaar, plaats te vinden.
Artikel 6
Voor zover dit na raadpleging van de representatieve organisaties, voor zover aanwezig, passend wordt geoordeeld, brengt de bevoegde autoriteit jaarlijks verslag uit over de werking van de procedures waarin in dit Verdrag wordt voorzien.
Artikel 7
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
Artikel 8
Dit Verdrag is slechts verbindend voor die Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
Het treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
Artikel 9
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na afloop van een termijn van tien jaren na de datum waarop het Verdrag in werking is getreden, door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar na de datum waarop zij is geregistreerd.
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en niet binnen een jaar na het verloop van de termijn van tien jaren als bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na het verloop van elke termijn van tien jaren op de voorwaarden voorzien in dit artikel.
Artikel 10
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
Bij de kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de registratie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging, vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van deze Leden op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
Artikel 11
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling, ter registratie overeenkomstig het bepaalde van artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen die hij overeenkomstig de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
Artikel 12
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht, brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit inzake de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 13
Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:
- (a). bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 9, onder voorbehoud evenwel dat het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
- (b). met ingang van de datum waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, zal het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden kunnen worden bekrachtigd.
Het onderhavige Verdrag blijft echter naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het hebben bekrachtigd en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.
Artikel 14
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk gezaghebbend.
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève, en aldaar bijeengekomen in haar Eenenzestigste Zitting op 2 juni 1976, en
In herinnering brengend de bepalingen van bestaande internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen - in het bijzonder het Verdrag betreffende de vrijheid van vereniging en bescherming van het vakverenigingsrecht (1948), het Verdrag betreffende het recht tot organiseren en collectief onderhandelen (1949) en de Aanbeveling betreffende het overleg (op bedrijfsniveau en nationaal niveau) (1960) - waarin de rechten van werkgevers en werknemers tot het vormen van vrije en onafhankelijke organisaties zijn vastgelegd en om maatregelen wordt gevraagd ter bevordering van doeltreffend overleg op nationaal niveau tussen overheidsinstanties en werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede de bepalingen van talloze internationale Arbeidsverdragen en Aanbevelingen die voorzien in raadplegingsprocedures voor werkgevers- en werknemersorganisaties over maatregelen tot uitvoering hiervan, en
Overwegende het vierde punt op de agenda van de zitting getiteld „Instelling van tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen” en besloten hebbende tot het aannemen van bepaalde voorstellen met betrekking tot tripartite raadplegingsprocedures ter bevordering van de tenuitvoerlegging van internationale arbeidsnormen en van maatregelen op nationaal niveau verband houdende met de activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie, en
Besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een Aanbeveling,
aanvaardt heden, de eenentwintigste juni negentienhonderd zesenzeventig, de volgende Aanbeveling, die kan worden aangehaald als de Aanbeveling Tripartite Raadpleging (Activiteiten van de Internationale Arbeidsorganisatie), 1976:
The foregoing is the authentic text of the Convention duly adopted by the General Conference of the International Labour Organisation during its Sixty-first Session which was held at Geneva and declared closed the twenty-second day of June 1976.
IN FAITH WHEREOF we have appended our signatures this twenty-third day of June 1976.
The President of the Conference,
(sd.) M. O'LEARY
The Director-General of the International Labour Office,
(sd.) FRANCIS BLANCHARD
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.