Europese Overeenkomst inzake internationale hoofdverkeerswegen
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Zich bewust van de noodzaak het internationale wegverkeer in Europa te vergemakkelijken en te verbeteren,
Overwegende dat het voor de versteviging van de betrekkingen tussen Europese landen van groot belang is een gecoördineerd plan op te stellen voor het aanleggen van wegen die voldoen aan de eisen van het toekomstige internationale wegverkeer, alsmede voor het aanpassen van wegen aan deze eisen,
Zijn overeengekomen als volgt:
Omschrijving en aanvaarding van het internationale E-wegennet
Artikel 1
De Overeenkomstsluitende Partijen aanvaarden het voorgestelde wegennet, hierna te noemen „het internationale E-wegennet” en omschreven in bijlage I bij deze Overeenkomst, als een gecoördineerd plan voor het aanleggen en aanpassen van wegen van internationaal belang, dat zij voornemens zijn uit te voeren binnen het kader van hun nationale programma’s.
Artikel 2
Het internationale E-wegennet bestaat uit een netwerk van referentiewegen die in het algemeen van noord naar zuid of van west naar oost lopen; het omvat ook de tussenliggende wegen en de zij- en verbindingswegen.
Aanleg en ontwikkeling van wegen van het internationale E-wegennet
Artikel 3
De wegen van het internationale E-wegennet, als bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst, worden in overeenstemming gebracht met de bepalingen van bijlage II bij deze Overeenkomst.
Aanduiding van de wegen van het internationale E-wegennet
Artikel 4
De wegen van het internationale E-wegennet worden aangeduid door en voorzien van het verkeersteken, beschreven in bijlage III bij deze Overeenkomst.
Alle tekens die worden gebruikt om E-wegen aan te geven en die niet in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze Overeenkomst en haar bijlagen, worden overeenkomstig artikel 6 verwijderd binnen drie jaar na de datum waarop deze Overeenkomst voor de betrokken Staat in werking treedt.
Nieuwe verkeerstekens die voldoen aan het bepaalde in bijlage III bij deze Overeenkomst, worden overeenkomstig artikel 6 aangebracht op alle wegen van het internationale E-wegennet binnen 4 jaar na de datum waarop deze Overeenkomst voor de betrokken Staat in werking treedt.
De bepalingen van dit artikel zijn niet onderworpen aan beperkingen die kunnen voortvloeien uit de nationale programma’s waarnaar in artikel 1 van deze Overeenkomst wordt verwezen.
Wijze van ondertekening en wijze van Partij worden bij deze Overeenkomst
Artikel 5
Deze Overeenkomst staat tot 31 december 1976 open voor ondertekening door Staten die lid zijn van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties dan wel in een adviserende hoedanigheid tot de Commissie zijn toegelaten overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat van de Commissie.
Bedoelde Staten kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden door
- (a). ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring;
- (b). ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- (c). toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een akte, in de vereiste vorm, bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Inwerkingtreding van deze Overeenkomst
Artikel 6
Deze Overeenkomst treedt in werking 90 dagen na de datum waarop de Regeringen van acht Staten deze hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, dan wel een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd, mits één of meer wegen van het internationale E-wegennet als doorlopende weg het grondgebied verbinden van ten minste vier van de Staten die de Overeenkomst op die wijze hebben ondertekend of zulk een akte hebben nedergelegd. Indien aan deze voorwaarde niet wordt voldaan, treedt de Overeenkomst in werking 90 dagen na de datum van ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring dan wel de nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, waardoor aan genoemde voorwaarde zal zijn voldaan.
Voor elke Staat die zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nederlegt na het begin van de in het eerste lid van dit Artikel vermelde periode van 90 dagen, treedt de Overeenkomst in werking 90 dagen na de datum van nederlegging van genoemde akte.
Bij haar inwerkingtreding beëindigt en vervangt deze Overeenkomst in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen de Verklaring nopens de aanleg van internationale hoofdverkeerswegen, ondertekend te Genève op 16 september 1950.
Procedures voor de wijziging van de tekst van de Overeenkomst zelf
Artikel 7
De tekst van de Overeenkomst zelf kan door een van de in dit artikel genoemde procedures worden gewijzigd.
- (a). Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt elke door haar voorgestelde wijziging in de tekst van de Overeenkomst zelf bestudeerd in de Werkgroep voor Wegvervoer van de Economische Commissie voor Europa (ECE).
- (b). Indien de wijziging met een tweederde meerderheid door de hun stem uitbrengende aanwezigen wordt aangenomen en indien deze meerderheid een tweederde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Partijen welke aanwezig zijn en hun stem uitbrengen, omvat, wordt door de Secretaris-Generaal mededeling van de wijziging gedaan aan alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.
- (c). Indien de wijziging door tweederde van de Overeenkomstsluitende Partijen wordt aanvaard, stelt de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen daarvan in kennis en treedt de wijziging in werking twaalf maanden na de datum van deze kennisgeving. De wijziging treedt in werking voor alle Overeenkomstsluitende Partijen, met uitzondering van die welke, vóórdat zij van kracht wordt, mededeling doen van het feit dat zij de wijziging niet aanvaarden.
Op verzoek van ten minste éénderde van de Overeenkomstsluitende Partijen wordt door de Secretaris-Generaal een conferentie bijeengeroepen waartoe de in artikel 5 bedoelde Staten worden uitgenodigd. De in de letters (a) en (b) van het tweede lid van dit artikel vermelde procedure is van toepassing op elke wijziging die aan zulk een Conferentie wordt voorgelegd.
Procedure voor de wijziging van Bijlage I bij deze Overeenkomst
Artikel 8
Bijlage I bij deze Overeenkomst kan door de in dit artikel omschreven procedure worden gewijzigd.
Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt elke door haar voorgestelde wijziging van Bijlage I bij deze Overeenkomst bestudeerd in de Werkgroep voor Wegvervoer van de Economische Commissie voor Europa (ECE).
Indien de wijziging door een meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen wordt aangenomen en indien deze meerderheid de meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen omvat, wordt deze door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van de bevoegde beleidsinstanties van de direct betrokken Overeenkomstsluitende Partijen. Als direct betrokken Overeenkomstsluitende Partijen worden beschouwd:
- (a). in het geval van een nieuwe, of de wijziging van een bestaande internationale A-weg, elke Overeenkomstsluitende Partij over wier grondgebied deze weg loopt;
- (b). in het geval van een nieuwe, of de wijziging van een bestaande internationale B-weg, elke Overeenkomstsluitende Partij wier grondgebied grenst aan dat van het verzoekende land en over wier grondgebied de internationale A-weg of A-wegen loopt of lopen waarmede de nieuwe of te wijzigen internationale B-weg wordt verbonden.
De grondgebieden van twee Overeenkomstsluitende Partijen waarop zich de onderscheiden eindpunten bevinden van een zeeverbinding als onderdeel van de internationale A-weg of A-wegen zoals hierboven omschreven, worden voor de toepassing van het bepaalde in dit lid eveneens geacht aan elkaar te grenzen.
Elke voorgestelde wijziging waarvan overeenkomstig het derde lid van dit artikel kennis is gegeven, is aanvaard, indien binnen een tijdvak van zes maanden na de datum van kennisgeving geen van de bevoegde beleidsinstanties van de direct betrokken Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal van haar bezwaar tegen de wijziging in kennis heeft gesteld. Indien de beleidsinstantie van een Overeenkomstsluitende Partij verklaart, dat haar nationale wetgeving haar verplicht haar instemming afhankelijk te stellen van de verlening van een bijzondere machtiging of van de goedkeuring van een wetgevend lichaam, wordt de bevoegde beleidsinstantie geacht niet te hebben ingestemd met de wijziging van Bijlage I bij deze Overeenkomst, en wordt de voorgestelde wijziging eerst aanvaard op het tijdstip waarop de genoemde bevoegde beleidsinstantie de Secretaris-Generaal ervan in kennis stelt, dat zij de vereiste machtiging of goedkeuring heeft verkregen. Indien deze kennisgeving niet wordt gedaan binnen een tijdvak van achttien maanden na de datum waarop de voorgestelde wijziging ter kennis werd gebracht van de bevoegde beleidsinstantie, of indien de bevoegde beleidsinstantie van een direct betrokken Overeenkomstsluitende Partij binnen het hierboven aangegeven tijdvak van zes maanden bezwaar aantekent tegen de voorgestelde wijziging, wordt de wijziging niet aanvaard.
Elke aanvaarde wijziging wordt door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Overeenkomstsluitende Partijen en treedt voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking drie maanden na de datum van kennisgeving.
Procedure voor de wijziging van de Bijlagen II en III bij deze Overeenkomst
Artikel 9
Bijlagen II en III bij deze Overeenkomst kunnen door de in dit artikel omschreven procedure worden gewijzigd.
Op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij wordt elke door haar voorgestelde wijziging van de Bijlagen II en III bij deze Overeenkomst bestudeerd in de Werkgroep voor Wegvervoer van de Economische Commissie voor Europa (ECE).
Indien de wijziging door een meerderheid van de hun stem uitbrengende aanwezigen wordt aangenomen en indien deze meerderheid de meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Overeenkomstsluitende Partijen omvat, wordt door de Secretaris-Generaal mededeling van de wijziging gedaan aan de bevoegde beleidsinstanties van alle Overeenkomstsluitende Partijen ter fine van aanvaarding.
Deze wijziging zal zijn aanvaard indien gedurende een tijdvak van zes maanden na de datum van kennisgeving minder dan één derde van de bevoegde beleidsinstanties van de Overeenkomstsluitende Partijen de Secretaris-Generaal in kennis stelt van hun bezwaar tegen de wijziging.
Elke aanvaarde wijziging wordt door de Secretaris-Generaal ter kennis gebracht van alle Overeenkomstsluitende Partijen en treedt drie maanden na de datum van kennisgeving in werking voor alle Overeenkomstsluitende Partijen behalve voor degene die, gedurende het tijdvak van zes maanden bedoeld in artikel 9, vierde lid, een verklaring afleggen dat zij de gehele of een deel van de wijziging niet aanvaarden.
Kennisgeving van het adres van de beleidsinstantie waaraan de voorstellen tot wijziging van de Bijlagen bij deze Overeenkomst dienen te worden medegedeeld
Artikel 10
Elke Staat deelt op het tijdstip van ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot deze Overeenkomst de Secretaris-Generaal de naam en het adres van zijn beleidsinstantie mede die overeenkomstig de artikelen 8 en 9 van deze Overeenkomst in kennis dient te worden gesteld van de voorgestelde wijzigingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst.
Opzegging en het ophouden van kracht te zijn van deze Overeenkomst
Artikel 11
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst opzeggen door middel van een tot de Secretaris-Generaal gerichte schriftelijke kennisgeving. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van deze kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Artikel 12
Deze Overeenkomst houdt op van kracht te zijn, indien het aantal Overeenkomstsluitende Partijen gedurende een tijdvak van twaalf achtereenvolgende maanden minder is dan acht.
Beslechting van geschillen
Artikel 13
Elk geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen, dat betrekking heeft op de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst en dat door de partijen bij het geschil niet door onderhandelingen of door andere middelen tot regeling van een geschil kan worden opgelost, wordt onderworpen aan arbitrage, indien één der bij het geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen zulks verzoekt, en wordt hiertoe voorgelegd aan één of meer scheidsmannen die in onderlinge overeenstemming tussen de partijen bij het geschil wordt of worden gekozen. Indien de partijen bij het geschil niet binnen drie maanden na het verzoek om arbitrage tot overeenstemming kunnen komen over de keuze van een scheidsman of scheidsmannen, kan elk van die partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken een enkele scheidsman te benoemen aan wie het geschil ter beslissing zal worden voorgelegd.
De uitspraak van de overeenkomstig het eerste lid van dit artikel benoemde scheidsman of scheidsmannen is bindend voor de bij een geschil betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.
Beperking van de toepassing van deze Overeenkomst
Artikel 14
Niets in deze Overeenkomst mag zo worden uitgelegd, dat een Overeenkomstsluitende Partij daardoor zou worden belet de maatregelen te nemen die deze Partij noodzakelijk acht voor haar buitenlandse of binnenlandse veiligheid en die verenigbaar zijn met de bepalingen van het Handvest der Verenigde Naties en beperkt blijven tot de vereisten der gegeven omstandigheden.
Verklaring betreffende artikel 13 van deze Overeenkomst
Artikel 15
Elke Staat kan bij de ondertekening van deze Overeenkomst of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren, dat hij zich niet gebonden acht aan artikel 13 van deze Overeenkomst. Andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden aan artikel 13 ten opzichte van een Overeenkomstsluitende Partij die een zodanige verklaring heeft afgelegd.
Kennisgeving aan de Overeenkomstsluitende Partijen
Artikel 16
Behalve de verklaringen, kennisgevingen en mededelingen, bedoeld in de artikelen 7, 8, 9 en 15 van deze Overeenkomst, stelt de Secretaris-Generaal de Overeenkomstsluitende Partijen en de andere Staten, bedoeld in artikel 5 van deze Overeenkomst, in kennis van:
- (a). ondertekeningen, bekrachtigingen, aanvaardingen, goedkeuringen en toetredingen ingevolge artikel 5;
- (b). de data waarop deze Overeenkomst in werking treedt overeenkomstig artikel 6;
- (c). de datum waarop de wijzigingen van deze Overeenkomst in werking treden overeenkomstig artikel 7, tweede lid, letter (c), artikel 8, vierde en vijfde lid, en artikel 9;
- (d). opzeggingen ingevolge artikel 11;
- (e). de beëindiging van deze Overeenkomst ingevolge artikel 12.
Nederlegging van de tekst van deze Overeenkomst bij de Secretaris-Generaal
Artikel 17
Na 31 december 1976 wordt het origineel van deze Overeenkomst nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan toezendt aan alle Staten, bedoeld in artikel 5 van deze Overeenkomst.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Agreement.
DONE at Geneva, this fifteenth day of November one thousand nine hundred and seventy-five, in a single copy in the English, French and Russian languages, the three texts being equally authentic.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.