Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling

Type Verdrag
Publication 2021-02-18
State In force
Source BWB
artikelen 13
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

Erkennend dat het nog altijd bestaande mondiale voedsel vraagstuk een groot deel van de bevolking der ontwikkelingslanden zwaar treft en de meest fundamentele beginselen en waarden verband houdende met het recht op leven en het recht op menselijke waardigheid aantast;

Overwegend de noodzaak tot verbetering van de levensomstandigheden in de ontwikkelingslanden en tot bevordering van sociaal-economische ontwikkeling binnen het kader van de prioriteiten en doelstellingen van de ontwikkelingslanden, daarbij terdege rekening houdend met zowel economische als sociale voordelen;

Indachtig het feit dat de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties binnen het stelsel van de Verenigde Naties verantwoordelijk is voor het steunen van de pogingen van de ontwikkelingslanden tot verhoging van de voedsel- en landbouwproduktie, alsmede dat die organisatie technische bekwaamheid en ervaring op dit gebied bezit;

Zich bewust van de doelstellingen van de Internationale Ontwikkelingsstrategie voor het Tweede Ontwikkelingsdecennium van de Verenigde Naties en inzonderheid van de noodzaak de voordelen van hulp te doen uitstrekken tot een ieder;

Indachtig Sectie I, deel 2 („Voedsel”), paragraaf (f), van Resolutie 3202 (S-VI) van de Algemene Vergadering betreffende het Actieprogramma inzake de vestiging van een Nieuwe Internationale Economische Orde;

Voorts indachtig de noodzaak van overdracht van technologie voor ontwikkeling op voedsel- en landbouwgebied, en indachtig Sectie V („Voedsel en Landbouw”) van Resolutie 3362 (S-VII) van de Algemene Vergadering inzake ontwikkeling en internationale economische samenwerking, met name paragraaf 6 daarvan betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling;

Herinnerend aan paragraaf 13 van Resolutie 3348 (XXIX) van de Algemene Vergadering en aan Resoluties I en II van de Wereldvoedselconferentie betreffende doelstellingen en strategieën inzake voedselproduktie en betreffende prioriteiten voor de ontwikkeling van de landbouw en het platteland;

Herinnerend aan Resolutie XIII van de Wereldvoedselconferentie, waarin wordt erkend:

de noodzaak van aanzienlijke uitbreiding van de investeringen in de landbouw ter verhoging van de voedsel- en landbouw produktie in de ontwikkelingslanden;

dat alle leden van de internationale gemeenschap gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de totstandbrenging van een toereikende voedselvoorraad, alsook voor het juiste gebruik hiervan; en

dat de vooruitzichten voor de wereldvoedselsituatie nopen tot het met spoed nemen van gecoördineerde maatregelen door alle landen,

en waarin werd besloten:

dat onmiddellijk een Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling dient te worden ingesteld om projecten voor agrarische ontwikkeling die in eerste instantie zijn gericht op de voedselproduktie in de ontwikkelingslanden te financieren;

Zijn de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen een Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling in te stellen, waarvoor de onderstaande bepalingen zullen gelden:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst hebben de onderstaande termen de in dit artikel daaraan gehechte betekenis, tenzij het zinsverband anders vereist:

Artikel 2. Doel en functies

Het doel van het Fonds is aanvullende middelen te mobiliseren, die op concessionele voorwaarden ter beschikking zullen worden gesteld voor agrarische ontwikkeling in Lid-Staten in ontwikkeling. Ter bereiking van dit doel verstrekt het Fonds financiële middelen, in de eerste plaats voor projecten en programma’s die er specifiek op zijn gericht voedselproduktiesystemen in te voeren, uit te breiden of te verbeteren en de daarmede samenhangende beleidslijnen en instellingen te verstevigen binnen het kader van nationale prioriteiten en strategieën, zulks met inachtneming van: de noodzaak tot vergroting van de voedselproduktie in de armste landen met een voedseltekort; de mogelijkheden voor verhoging van de voedselproduktie in andere ontwikkelingslanden; en het belang van verbetering van het voedingspeil en de levensomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen in de ontwikkelingslanden.

Artikel 3. Lidmaatschap

Een Lid is niet, op grond van zijn lidmaatschap, aansprakelijk wat betreft handelingen of verplichtingen van het Fonds.

Artikel 4. Middelen

De middelen van het Fonds worden gevormd door:

Ter verzekering van de continuïteit in de verrichtingen van het Fonds onderzoekt de Raad van Bestuur periodiek, met door deze Raad passend geachte tussenpozen, de toereikendheid van de het Fonds ter beschikking staande middelen; het eerste onderzoek vindt plaats uiterlijk drie jaar nadat het Fonds zijn verrichtingen heeft aangevangen.

Indien de Raad van Bestuur het, als resultaat van een zodanig onderzoek, noodzakelijk of wenselijk acht, kan deze de Leden uitnodigen aanvullende bijdragen te verstrekken aan de middelen van het Fonds op voorwaarden die verenigbaar zijn met het vijfde lid van dit artikel. Besluiten krachtens dit lid worden genomen met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen.

De Raad van Bestuur kan te allen tijde een Lid machtigen het bedrag van een van zijn bijdragen te verhogen.

De middelen van het Fonds kunnen worden uitgebreid door bijzondere bijdragen van niet-Lid-Staten of uit andere bronnen op voorwaarden die verenigbaar zijn met het vijfde lid van dit artikel, en die worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het College van Bewindvoerders.

Het Fonds is gemachtigd gelden van Lid-Staten of uit andere bronnen te lenen, waardepapieren die het heeft uitgegeven of gegarandeerd te kopen of te verkopen, en de bevoegdheden uit te oefenen die bijkomstig zijn aan zijn leenactiviteiten voor zover deze noodzakelijk of wenselijk zijn bij het nastreven van zijn doeleinden.

Artikel 5. Valuta’s

Artikel 6. Organisatie en beheer

Het Fonds bezit:

De Raad van Bestuur kiest uit zijn midden een Voorzitter met een ambtstermijn van twee jaar.

De President van het Fonds is de Voorzitter van het College van Bewindvoerders en neemt zonder stemrecht deel aan de vergaderingen.

De Raad van Bestuur bepaalt met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen de permanente zetel van het Fonds. De voorlopige zetel van het Fonds is te Rome gevestigd.

De President stelt een jaarlijkse administratieve begroting op, die hij voorlegt aan het College van Bewindvoerders voor toezending aan de Raad van Bestuur ter goedkeuring met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen.

Het Fonds publiceert een jaarverslag dat een door accountants gecontroleerd overzicht van zijn boekhouding omvat en, met passende tussenpozen, een beknopt overzicht van zijn financiële positie en van de resultaten van zijn verrichtingen. Exemplaren van deze verslagen, overzichten en andere daarmede samenhangende publikaties worden verstrekt aan alle Leden.

Artikel 7. Verrichtingen

Behalve de elders in deze Overeenkomst aangegeven verrichtingen kan het Fonds bijkomende activiteiten ondernemen en in het kader van zijn verrichtingen alle bevoegdheden uitoefenen die noodzakelijk zijn ter verwezenlijking van zijn doel.

Artikel 8. Betrekkingen met de Verenigde Naties en met andere organisaties, instellingen en organen

Het Fonds knoopt onderhandelingen aan met de Verenigde Naties om een overeenkomst te sluiten ten einde betrekkingen aan te gaan met de Verenigde Naties als een van de gespecialiseerde organisaties bedoeld in artikel 57 van het Handvest der Verenigde Naties. Voor overeenkomsten gesloten ingevolge artikel 63 van het Handvest is de goedkeuring vereist, met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen, van de Raad van Bestuur, op aanbeveling van het College van Bewindvoerders.

Het Fonds werkt nauw samen met de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en met andere organisaties binnen het stelsel der Verenigde Naties. Het werkt eveneens nauw samen met andere intergouvernementele organisaties, internationale financiële instellingen, niet-gouvernementele organisaties en overheidsinstanties die zich bezighouden met agrarische ontwikkeling. Hiertoe zal het Fonds streven naar medewerking bij zijn activiteiten van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en van de andere hierboven bedoelde organen, en kan het overeenkomsten sluiten of regelingen inzake werkzaamheden treffen met deze organen, al naar gelang het College van Bewindvoerders besluit.

Artikel 9. Terugtrekking, schorsing, beëindiging der verrichtingen

Wanneer een Staat ophoudt Lid te zijn, door terugtrekking dan wel als gevolg van de toepassing van het tweede lid van dit artikel, heeft hij geen rechten krachtens deze Overeenkomst behalve zoals bepaald in dit lid of in het tweede lid van artikel 11, maar blijft hij aansprakelijk voor alle door dit Lid aangegane financiële verplichtingen jegens het Fonds, als Lid, leningnemer of anderszins.

Artikel 10. Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten

Het Fonds bezit internationale rechtspersoonlijkheid.

Artikel 11. Uitlegging en arbitrage

In geval van een geschil tussen het Fonds en een Staat die is opgehouden Lid te zijn, of tussen het Fonds en een Lid bij de beëindiging van de verrichtingen van het Fonds, wordt een zodanig geschil onderworpen aan arbitrage door een tribunaal van drie scheidsmannen. Een van de scheidsmannen wordt benoemd door het Fonds, een andere door het betrokken Lid of betrokken voormalige Lid en de beide partijen benoemen de derde scheidsman, die als voorzitter optreedt. Indien binnen 45 dagen na ontvangst van het verzoek om arbitrage een der partijen geen scheidsman heeft benoemd, of indien binnen 30 dagen na de benoeming van twee scheidsmannen de derde scheidsman niet is benoemd, kan een der partijen de President van het Internationale Gerechtshof, of een andere autoriteit voorgeschreven bij verordeningen vastgesteld door de Raad van Bestuur, verzoeken een scheidsman te benoemen. De arbitrageprocedure wordt vastgesteld door de scheidsmannen, maar de voorzitter is volledig bevoegd alle vragen betreffende de procedure te regelen in geval van meningsverschil daaromtrent. Een meerderheid van stemmen van de scheidsmannen is voldoende om een uitspraak te doen die definitief en bindend is voor de partijen.

Artikel 12. Wijzigingen

(a). Behalve ten aanzien van Schema II:

niet in werking treden totdat de schriftelijke aanvaarding van een zodanige wijziging door alle Leden is ontvangen door de President.

(b). Ten aanzien van de verschillende onderdelen van Schema II worden wijzigingen voorgesteld en aanvaard zoals in deze delen bepaald.

(c). De President stelt alle Leden en de depositaris onverwijld in kennis van wijzigingen die zijn aanvaard en van de datum van inwerkingtreding van deze wijzigingen.

Artikel 13. Slotbepalingen

Er kunnen alleen voorbehouden worden gemaakt ten aanzien van artikel 11, tweede lid, van deze Overeenkomst.

De teksten van deze Overeenkomst in de Arabische, de Engelse, de Franse en de Spaanse taal zijn gelijkelijk gezaghebbend.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned being duly authorized thereto, have signed this Agreement in a single original in the Arabic, English, French and Spanish languages.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)