Overeenkomst tot instelling van het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling
Preambule
Erkennend dat het nog altijd bestaande mondiale voedsel vraagstuk een groot deel van de bevolking der ontwikkelingslanden zwaar treft en de meest fundamentele beginselen en waarden verband houdende met het recht op leven en het recht op menselijke waardigheid aantast;
Overwegend de noodzaak tot verbetering van de levensomstandigheden in de ontwikkelingslanden en tot bevordering van sociaal-economische ontwikkeling binnen het kader van de prioriteiten en doelstellingen van de ontwikkelingslanden, daarbij terdege rekening houdend met zowel economische als sociale voordelen;
Indachtig het feit dat de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties binnen het stelsel van de Verenigde Naties verantwoordelijk is voor het steunen van de pogingen van de ontwikkelingslanden tot verhoging van de voedsel- en landbouwproduktie, alsmede dat die organisatie technische bekwaamheid en ervaring op dit gebied bezit;
Zich bewust van de doelstellingen van de Internationale Ontwikkelingsstrategie voor het Tweede Ontwikkelingsdecennium van de Verenigde Naties en inzonderheid van de noodzaak de voordelen van hulp te doen uitstrekken tot een ieder;
Indachtig Sectie I, deel 2 („Voedsel”), paragraaf (f), van Resolutie 3202 (S-VI) van de Algemene Vergadering betreffende het Actieprogramma inzake de vestiging van een Nieuwe Internationale Economische Orde;
Voorts indachtig de noodzaak van overdracht van technologie voor ontwikkeling op voedsel- en landbouwgebied, en indachtig Sectie V („Voedsel en Landbouw”) van Resolutie 3362 (S-VII) van de Algemene Vergadering inzake ontwikkeling en internationale economische samenwerking, met name paragraaf 6 daarvan betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling;
Herinnerend aan paragraaf 13 van Resolutie 3348 (XXIX) van de Algemene Vergadering en aan Resoluties I en II van de Wereldvoedselconferentie betreffende doelstellingen en strategieën inzake voedselproduktie en betreffende prioriteiten voor de ontwikkeling van de landbouw en het platteland;
Herinnerend aan Resolutie XIII van de Wereldvoedselconferentie, waarin wordt erkend:
de noodzaak van aanzienlijke uitbreiding van de investeringen in de landbouw ter verhoging van de voedsel- en landbouw produktie in de ontwikkelingslanden;
dat alle leden van de internationale gemeenschap gezamenlijk de verantwoordelijkheid dragen voor de totstandbrenging van een toereikende voedselvoorraad, alsook voor het juiste gebruik hiervan; en
dat de vooruitzichten voor de wereldvoedselsituatie nopen tot het met spoed nemen van gecoördineerde maatregelen door alle landen,
en waarin werd besloten:
dat onmiddellijk een Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling dient te worden ingesteld om projecten voor agrarische ontwikkeling die in eerste instantie zijn gericht op de voedselproduktie in de ontwikkelingslanden te financieren;
Zijn de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen een Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling in te stellen, waarvoor de onderstaande bepalingen zullen gelden:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst hebben de onderstaande termen de in dit artikel daaraan gehechte betekenis, tenzij het zinsverband anders vereist:
- (a). „Fonds”: het Internationaal Fonds voor Agrarische Ontwikkeling;
- (b). „voedselproduktie”: de produktie van voedsel, met inbegrip van ontwikkeling van visserij en veeteelt;
- (c). „Staat”: elke Staat of elke groep van Staten die in aanmerking komt voor lidmaatschap van het Fonds overeenkomstig artikel 3, eerste lid, letter (b);
- (d). „vrij inwisselbare valuta”: „Valuta van een Lid”: ten aanzien van een Lid dat een groep van Staten is, de valuta van elk lid van een zodanige groep;
- (i). de valuta van een Lid ten aanzien waarvan het Fonds bepaalt, na overleg met het Internationale Monetaire Fonds, dat deze valuta voldoende inwisselbaar is in de valuta’s van andere Leden ten behoeve van de verrichtingen van het Fonds; of
- (ii). de valuta van een Lid ten aanzien waarvan dat Lid ermede instemt, deze op voor het Fonds bevredigende voorwaarden in te wisselen voor de valuta's van andere Leden ten behoeve van de verrichtingen van het Fonds;
- (e). „Bestuurder”: een persoon die door een Lid is aangewezen als zijn voornaamste vertegenwoordiger op een zitting van de Raad van Bestuur;
- (f). „uitgebrachte stemmen”: stemmen vóór en stemmen tegen.
Artikel 2. Doel en functies
Het doel van het Fonds is aanvullende middelen te mobiliseren, die op concessionele voorwaarden ter beschikking zullen worden gesteld voor agrarische ontwikkeling in Lid-Staten in ontwikkeling. Ter bereiking van dit doel verstrekt het Fonds financiële middelen, in de eerste plaats voor projecten en programma’s die er specifiek op zijn gericht voedselproduktiesystemen in te voeren, uit te breiden of te verbeteren en de daarmede samenhangende beleidslijnen en instellingen te verstevigen binnen het kader van nationale prioriteiten en strategieën, zulks met inachtneming van: de noodzaak tot vergroting van de voedselproduktie in de armste landen met een voedseltekort; de mogelijkheden voor verhoging van de voedselproduktie in andere ontwikkelingslanden; en het belang van verbetering van het voedingspeil en de levensomstandigheden van de armste bevolkingsgroepen in de ontwikkelingslanden.
Artikel 3. Lidmaatschap
- (a). Het lidmaatschap van het Fonds staat open voor elke Staat die lid is van de Verenigde Naties, van een van haar gespecialiseerde organisaties, of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie.
- (b). Het lidmaatschap staat tevens open voor een groep van Staten waarvan de leden aan deze groep bevoegdheden hebben overgedragen op gebieden behorend tot het officiële arbeidsterrein van het Fonds, en welke groep in staat is alle verplichtingen van een Lid van het Fonds na te komen.
- (a). De oorspronkelijke Leden van het Fonds zijn de Staten vermeld in Schema I, dat een integrerend deel van deze Overeenkomst vormt, en die partij bij deze Overeenkomst worden overeenkomstig artikel 13, eerste lid, letter (b).
- (b). De niet-oorspronkelijke Leden van het Fonds zijn de andere Staten die, na goedkeuring van hun lidmaatschap door de Raad van Bestuur, partij bij deze Overeenkomst worden overeenkomstig artikel 13, eerste lid, letter (c).
Een Lid is niet, op grond van zijn lidmaatschap, aansprakelijk wat betreft handelingen of verplichtingen van het Fonds.
Artikel 4. Middelen
De middelen van het Fonds worden gevormd door:
- i. oorspronkelijke bijdragen;
- ii. aanvullende bijdragen;
- iii. bijzondere bijdragen van niet-Lid-Staten en uit andere bronnen;
- iv. gelden verkregen of te verkrijgen uit verrichtingen of gelden die op andere wijze aan het Fonds toekomen, met inbegrip van leningen verstrekt door Leden en uit andere bronnen.
- (a). De oorspronkelijke bijdrage van een oorspronkelijk Lid en een niet-oorspronkelijk Lid is het bedrag in de valuta aangegeven door het Lid in zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, nedergelegd door dat Lid ingevolge artikel 13, eerste lid, letters (b) en (c) van deze Overeenkomst.
- (b). De oorspronkelijke bijdrage van elk Lid is verschuldigd en moet worden betaald zoals bepaald in het vijfde lid, letters (b) en (c), van dit artikel, in een bedrag ineens of, naar keuze van het Lid, in drie gelijke jaarlijkse termijnen. Het bedrag ineens of de eerste jaarlijkse termijn is verschuldigd op de dertigste dag nadat deze Overeenkomst ten aanzien van dat Lid in werking is getreden; de tweede en de derde termijn zijn verschuldigd een jaar, onderscheidenlijk twee jaar na de datum waarop de eerste termijn verschuldigd was.
Ter verzekering van de continuïteit in de verrichtingen van het Fonds onderzoekt de Raad van Bestuur periodiek, met door deze Raad passend geachte tussenpozen, de toereikendheid van de het Fonds ter beschikking staande middelen; het eerste onderzoek vindt plaats uiterlijk drie jaar nadat het Fonds zijn verrichtingen heeft aangevangen.
Indien de Raad van Bestuur het, als resultaat van een zodanig onderzoek, noodzakelijk of wenselijk acht, kan deze de Leden uitnodigen aanvullende bijdragen te verstrekken aan de middelen van het Fonds op voorwaarden die verenigbaar zijn met het vijfde lid van dit artikel. Besluiten krachtens dit lid worden genomen met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen.
De Raad van Bestuur kan te allen tijde een Lid machtigen het bedrag van een van zijn bijdragen te verhogen.
- a. De bijdragen worden verstrekt zonder beperkingen ten aanzien van het gebruik en worden alleen aan de bijdragende Leden terugbetaald overeenkomstig artikel 9, vierde lid.
- b. De bijdragen worden verstrekt in vrij inwisselbare valuta.
- c. De bijdragen aan het Fonds worden verstrekt in contant geld, of, voor zover het Fonds een deel van een zodanige bijdrage niet onmiddellijk nodig heeft voor zijn verrichtingen, in niet-overdraagbare, onherroepbare, niet-rentedragende promessen of schuldbewijzen die op aanvraag aflosbaar zijn. Voor de financiering van zijn verrichtingen wendt het Fonds alle bijdragen (ongeacht de vorm waarin zij zijn verstrekt) aan op de volgende wijze:
- i. de bijdragen worden naar rato aangewend over door het College van Bewindvoerders redelijk geachte tijdvakken;
- ii. wanneer een bijdrage gedeeltelijk in contant geld wordt betaald, wordt het aldus betaalde bedrag overeenkomstig het bepaalde in i. aangewend vóór het restant van de bijdrage. Behalve voor zover het in contant geld betaalde gedeelte aldus wordt aangewend, kan het door het Fonds worden gedeponeerd of belegd om inkomen te produceren ter bestrijding van zijn administratieve en andere uitgaven;
- iii. alle oorspronkelijke bijdragen, alsmede verhogingen daarvan, worden aangewend voordat de aanvullende bijdragen worden aangewend. Dezelfde regel is van toepassing op toekomstige aanvullende bijdragen.
- d. Onverminderd letter (c) kunnen bijdragen aan het Fonds ook worden verstrekt in de vorm van een schenkingselement van een concessionele partnerlening; voor dit doel wordt onder „concessionele partnerlening” verstaan een lening die wordt verstrekt door een Lid of een van zijn door de staat gesteunde instellingen, die een schenkingselement ten behoeve van het Fonds omvat en anderszins in overeenstemming is met het door het College van Bewindvoerders goedgekeurde kader voor concessionele partnerleningen; en wordt onder „door de staat gesteunde instelling” verstaan een onderneming en instelling voor ontwikkelingsfinanciering die eigendom is van of wordt beheerst door de Staat van een Lid, met uitzondering van multilaterale instellingen.
- e. Niettegenstaande de bovenstaande letter c, kunnen bijdragen aan het Fonds tevens gedaan worden in de vorm van de korting die of het krediet dat ontstaat uit de vroegtijdige inning van bijdragen in overeenstemming met het door de Raad van Bestuur goedgekeurde mechanisme.
De middelen van het Fonds kunnen worden uitgebreid door bijzondere bijdragen van niet-Lid-Staten of uit andere bronnen op voorwaarden die verenigbaar zijn met het vijfde lid van dit artikel, en die worden goedgekeurd door de Raad van Bestuur op aanbeveling van het College van Bewindvoerders.
Het Fonds is gemachtigd gelden van Lid-Staten of uit andere bronnen te lenen, waardepapieren die het heeft uitgegeven of gegarandeerd te kopen of te verkopen, en de bevoegdheden uit te oefenen die bijkomstig zijn aan zijn leenactiviteiten voor zover deze noodzakelijk of wenselijk zijn bij het nastreven van zijn doeleinden.
Artikel 5. Valuta’s
- (a). De Leden houden geen beperkingen in stand of leggen deze op ten aanzien van het bezit van of het gebruik door het Fonds van vrij inwisselbare valuta’s.
- (b). De bijdragen in niet inwisselbare valuta van een Lid die voor 26 januari 1995 aan het Fonds zijn betaald uit hoofde van de oorspronkelijke of aanvullende bijdrage van dat Lid, kunnen door het Fonds, in overleg met het betrokken Lid, worden gebruikt voor de betaling van administratieve uitgaven en andere kosten van het Fonds in de grondgebieden van dat Lid, of, met de toestemming van dat Lid, voor de betaling van goederen vervaardigd of diensten verleend in zijn grondgebieden die nodig zijn voor door het Fonds in andere Staten gefinancierde activiteiten.
- (a). De rekeneenheid van het Fonds is het Bijzondere Trekkingsrecht van het Internationale Monetaire Fonds.
- (b). Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt de waarde van een valuta uitgedrukt in het Bijzondere Trekkingsrecht berekend overeenkomstig de methode van waardebepaling toegepast door het Internationale Monetaire Fonds, met dien verstande dat:
- (i). in het geval van de valuta van een lid van het Internationale Monetaire Fonds waarvoor een zodanige waarde niet op lopende basis beschikbaar is, de waarde wordt berekend na overleg met het Internationale Monetaire Fonds;
- (ii). in het geval van de valuta van een Staat die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds, de in het Bijzondere Trekkingsrecht uitgedrukte waarde van de valuta door het Fonds wordt berekend op de basis van een passende wisselkoersverhouding tussen die valuta en de valuta van een lid van het Internationale Monetaire Fonds waarvoor een waarde is berekend zoals hierboven aangegeven.
Artikel 6. Organisatie en beheer
Het Fonds bezit:
- (a). een Raad van Bestuur;
- (b). een College van Bewindvoerders;
- (c). een President en de staf die het Fonds nodig heeft om zijn functies te kunnen vervullen.
- (a). Elk Lid is vertegenwoordigd in de Raad van Bestuur en benoemt een Bestuurder en een plaatsvervanger. Een plaatsvervanger heeft alleen stemrecht bij afwezigheid van de Bestuurder wiens plaatsvervanger hij is.
- (b). Alle bevoegdheden van het Fonds worden gelegd in handen van de Raad van Bestuur.
- (c). De Raad van Bestuur kan al zijn bevoegdheden overdragen aan het College van Bewindvoerders, behalve de bevoegdheid:
- i. wijzigingen op deze Overeenkomst aan te nemen;
- ii. lidmaatschappen goed te keuren;
- iii. een Lid te schorsen;
- iv. de verrichtingen van het Fonds te beëindigen en zijn activa te verdelen;
- v. te beslissen inzake beroepen tegen besluiten van het College van Bewindvoerders betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst;
- vi. de bezoldiging van de President vast te stellen.
- (d). De Raad van Bestuur houdt een jaarlijkse zitting alsmede de bijzondere zittingen waartoe deze besluit of die worden bijeengeroepen door Leden die ten minste een vierde van het aantal stemmen in de Raad van Bestuur bezitten, dan wel op verzoek van het College van Bewindvoerders met een twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
- (e). De Raad van Bestuur kan door middel van een regeling een procedure vaststellen waarbij het College van Bewindvoerders een beslissing van de Raad betreffende een bepaald vraagstuk kan verkrijgen zonder daarvoor een vergadering van de Raad bijeen te roepen.
- (f). De Raad van Bestuur kan met een twee derde meerderheid van het totale aantal stemmen niet met deze Overeenkomst strijdige regelingen en voorschriften aannemen, die dienstig zijn voor de leiding der zaken van het Fonds.
- (g). Het quorum voor een vergadering van de Raad van Bestuur wordt gevormd door de Bestuurders die twee derde van het totale aantal stemmen van alle leden van de Raad bezitten.
- a. Het totale aantal stemmen in de Raad van Bestuur bestaat uit oorspronkelijke stemmen en stemmen op basis van aanvullende bijdragen. Alle Leden hebben in gelijke mate de beschikking over deze stemmen op de volgende basis:
- i. Het aantal oorspronkelijke stemmen bedraagt in totaal achttienhonderd (1800) en bestaat uit stemmen op basis van lidmaatschap en stemmen op basis van bijdrage;
- A. De stemmen op basis van lidmaatschap worden gelijkelijk onder alle Leden verdeeld; en
- B. Destemmen op basis van bijdrage worden onder alle Leden verdeeld evenredig met de verhouding tussen de door elk Lid betaalde cumulatieve bijdragen aan de middelen van het Fonds, goedgekeurd door de Raad van Bestuur voor 26 januari 1995 en door de Leden verstrekt in overeenstemming met artikel 4, tweede, derde en vierde lid van deze Overeenkomst, en het totale bedrag van de desbetreffende door alle Leden betaalde bijdragen;
- ii. Stemmen op basis van aanvullende bijdragen bestaan uit stemmen op basis van lidmaatschap en stemmen op basis van bijdrage, waarbij het totale aantal stemmen wordt bepaald door de Raad van Bestuur telkens wanneer hij verzoekt om aanvullende bijdragen uit hoofde van artikel 4, derde lid, van deze Overeenkomst (een „aanvulling”) te beginnen met de vierde van deze aanvullingen. Tenzij de Raad van Bestuur met een tweederdemeerderheid van het totale aantal stemmen anders beslist, worden de stemmen voor elke aanvulling vastgesteld in de verhouding van honderd (100) stemmen voor het equivalent van elke honderdachtenvijftig miljoen US dollar (USD 158 000 000) dat wordt bijgedragen aan het totale bedrag van die aanvulling, of een deel daarvan;
- A. Stemmen op basis van lidmaatschap worden gelijkelijk onder de Leden verdeeld op dezelfde basis als vervat in de bovenstaande bepaling (i) (A); en
- B. Stemmen op basis van bijdrage worden onder de Leden verdeeld evenredig met de verhouding tussen de door elk Lid betaalde bijdrage aan de middelen die bij elke aanvulling door de Leden aan het Fonds worden bijgedragen en het totale bedrag van de door alle Leden betaalde bijdragen ten behoeve van de betreffende aanvulling; en
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.