Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mali betreffende samenwerking bij de opleiding van leraren voor het hoger landbouwonderwijs in Mali

Type Verdrag
Publication 1977-05-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van de Republiek Mali

(hierna te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen”),

Verlangend de vriendschapsbanden die hun volken verenigen aan te halen en in het algemeen de goede betrekkingen tussen hun landen uit te breiden;

Verlangend samen te werken in het kader van een project voor de opleiding van leraren voor het hoger landbouwonderwijs in Mali;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I. Doelstellingen en duur van het project
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich samen te werken in het kader van een project voor de opleiding van leraren voor het hoger landbouwonderwijs in Mali (hierna te noemen „het project”).

2.

De algemene doelstellingen van het project zijn:

3.

De doelstellingen worden verwezenlijkt door de werkzaamheden zoals aangegeven in het Werkplan bedoeld in artikel VIII.

4.

De duur van het project is voorshands bepaald op drie jaar.

Artikel II. Bijdragen van iedere Overeenkomstsluitende Partij
1.

De Nederlandse Regering verbindt zich ertoe:

De waarde van de Nederlandse bijdrage beloopt 2,5 miljoen gulden. Deze bijdrage kan op grond van inflatie worden aangepast.

2.

De Regering van Mali verbindt zich ertoe:

Artikel III. Maatregelen te nemen door de Regering van Mali ten behoeve van het Nederlandse personeel
1.

In het kader van dit project zal de Regering van Mali:

2.

Bij een arbeidsongeval dat de dood van derden of schade aan goederen van derden ten gevolge heeft, verleent de Regering van Mali de administratieve en juridische bijstand nodig voor een bevredigende regeling van de problemen overeenkomstig de in de Republiek Mali van kracht zijnde wetgeving.

In het kader van dit artikel zijn de Nederlandse personeelsleden en hun gezinsleden evenwel verplicht de Malinese instellingen alsmede de in Mali van kracht zijnde wetten en reglementen te eerbiedigen.

Artikel IV. Maatregelen te nemen door de Regering van Mali ten behoeve van de Nederlandse uitrusting

De Regering van Mali stelt de door de Nederlandse Regering in het kader van het project verschafte uitrusting (met inbegrip van motorvoertuigen) en andere goederen vrij van alle in- en uitvoerrechten en andere fiscale heffingen.

Artikel V. Rechtspositie van het Nederlandse personeel
1.

De Nederlandse autoriteiten wijzen een teamleider aan, die aan de Nederlandse autoriteiten verantwoording verschuldigd is voor de Nederlandse bijstand aan het project.

2.

Voor de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van het project overlegt de teamleider regelmatig met de Regering van Mali of met de door die Regering aangewezen autoriteiten en houdt zich aan de door de Regering of door de bevoegde autoriteiten gegeven operationele instructies, voor zover deze te verenigen zijn met de doelstellingen van het project.

3.

De Regering van Mali verstrekt het Nederlandse personeel alle inlichtingen die dit personeel noodzakelijk acht voor de doeltreffende uitvoering van de werkzaamheden van het project.

4.

De Regering van Mali kan de Nederlandse Regering verzoeken één of meer leden van het Nederlandse personeel terug te roepen indien het gedrag bij de beroepsuitoefening of het persoonlijk gedrag van de betrokken persoon of personen een zodanige maatregel rechtvaardigt.

Artikel VI. Nederlandse uitrusting

De gehele uitrusting en alle materialen die door de Nederlandse Regering worden verschaft in het kader van het project, worden aan het einde van het project overgedragen aan de Regering van Mali.

Artikel VII. Bevoegde en uitvoerende autoriteiten
1.

De Nederlandse autoriteit is de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking.

De Malinese bevoegde autoriteit is de Minister van Onderwijs.

2.

Iedere bevoegde autoriteit heeft het recht de verantwoordelijkheden in het kader van dit project geheel of gedeeltelijk over te dragen.

3.

De Nederlandse bevoegde autoriteit wijst de Directie Internationale Technische Hulp van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken aan als de Nederlandse uitvoerende autoriteit.

De Malinese bevoegde autoriteit wijst de Algemene Directie van Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek aan als de Malinese uitvoerende autoriteit.

Artikel VIII. Werkplan
1.

De bevoegde autoriteiten van beide Partijen stellen een Werkplan op waarin nauwkeurig zijn aangegeven de bijdrage van iedere Partij, de taken van de deskundigen, de omschrijving van hun werkzaamheden, de duur van hun uitzending en de omschrijving van de uitrusting en de materialen die ten behoeve van het project beschikbaar moeten worden gesteld. Het Werkplan omvat een uitvoerige begroting van de bijdrage van iedere Partij, een prioriteitenprogramma, een tijdschema en lijsten met de uitrusting en de materialen die door iedere Partij beschikbaar moeten worden gesteld.

2.

Het Werkplan wordt beschouwd als integrerend deel van deze Overeenkomst.

3.

Het Werkplan kan worden gewijzigd in overleg tussen de uitvoerende autoriteiten.

Artikel IX. Verslaggeving

De teamleider en zijn Malinese counterpart leggen ieder kwartaal aan beide uitvoerende autoriteiten een in het Frans gesteld verslag voor over de voortgang van de werkzaamheden in het kader van het project.

Aan het eind van het project leggen zij aan alle betrokken Partijen een in het Frans gesteld eindverslag voor over alle aspecten van de werkzaamheden die zijn uitgevoerd in het kader van het project.

Artikel X. Evaluatie

De Overeenkomstsluitende Partijen maken ieder jaar een evaluaties van de resultaten van het project.

Artikel XI. Geschillen

Ieder geschil met betrekking tot de uitlegging of de uitvoering van deze Overeenkomst wordt langs diplomatieke weg geregeld.

Artikel XII. Slotbepalingen
1.

Deze Overeenkomst treedt, met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1977, in werking op de datum waarop beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de door de grondwetten van beide landen vereiste procedures is voldaan.

2.

Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een periode van drie jaar en wordt stilzwijgend verlengd met een periode van één jaar, tenzij de Overeenkomst drie maanden voor het einde van de periode van drie jaar is opgezegd.

Iedere Regering heeft evenwel het recht de Overeenkomst te allen tijde op te zeggen met een opzegtermijn van drie maanden.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het Rijk in Europa.

EN FOI DE QUOI les plénipotentiaires soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.

FAIT à Bamako, le 31 mai 1977 en deux exemplaires en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) E. E. S. DE JONGH

Pour le Gouvernement de la République du Mali

(s.) Ch. S. SISSIKO

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.