Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek Bangladesh betreffende luchtdiensten

Type Verdrag
Publication 1980-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Bangladesh, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen, geleid door de wens het burgerluchtvervoer tussen en via hun onderscheiden grondgebieden te stimuleren en te bevorderen, sluiten hierbij de volgende Overeenkomst:

Artikel 1

Tenzij uit de inhoud van deze Overeenkomst anders mocht blijken, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

Artikel 2
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes omschreven in de bijlage hierbij, opgesteld in toepassing van deze Overeenkomst. Deze diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd.

2.

De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen hebben bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route de volgende rechten:

3.

Geen van de in het tweede lid van dit artikel genoemde rechten wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van een luchtvaartmaatschappij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen, dat een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en de voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten en overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag worden toegepast.

4.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning als bedoeld in het tweede lid van dit artikel te weigeren of aan de uitoefening van de in artikel 2 genoemde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij zodanige voorwaarden te verbinden als door haar noodzakelijk wordt geacht, in alle gevallen waarin niet ten genoegen van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.

5.

Indien een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en haar een machtiging is verleend, kan zij op ieder tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits een overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief voor deze dienst van kracht is.

Artikel 4
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning te herroepen of de uitoefening van de in artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, of ten aanzien van de uitoefening van die rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht:

2.

Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijk herroeping, opschorting of het stellen van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten of voorschriften te voorkomen.

Artikel 5
1.

Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op overeengekomen diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, reservedelen, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere rechten of heffingen, op voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd.

2.

Voorraden motorbrandstof, smeermiddelen, reservedelen, normale uitrustingsstukken en proviand, ingevoerd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij door of namens een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of aan boord genomen van de luchtvaartuigen van die aangewezen luchtvaartmaatschappij en uitsluitend bestemd voor gebruik bij de exploitatie van overeengekomen diensten zijn vrijgesteld van alle rechten, belastingen en soortgelijke heffingen, met inbegrip van douanerechten en inspectiekosten, geheven op het grondgebied van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij. Bovenbedoelde goederen kunnen op verzoek onder toezicht of controle van de douane worden gehouden.

3.

De normale boorduitrustingsstukken, reservedelen, boordproviand en voorraden motorbrandstof en smeermiddelen die zich aan boord bevinden van luchtvaartuigen van de ene Overeenkomstsluitende Partij kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij, die kunnen verlangen dat deze goederen onder hun toezicht worden gesteld totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 6

Passagiers, bagage en vracht, in rechtstreekse doortocht via het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, die het douane-, immigratie- en quarantainegebied van het vliegveld niet verlaten, zijn slechts onderworpen aan een sterk vereenvoudigde controle. Bagage en vracht in rechtstreekse doortocht zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Artikel 7
1.

In de volgende leden wordt onder „tarief” verstaan de prijzen te betalen voor het vervoer van passagiers, bagage en vracht en de voorwaarden waarop deze prijzen van toepassing zijn, met inbegrip van prijzen en voorwaarden voor bemiddeling en andere bijkomende diensten, doch niet betalingen of voorwaarden voor het vervoer van post.

2.

De tarieven geheven door de luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij voor vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij dienen te worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, verschillen in de kenmerken van de dienst (met inbegrip van normen voor snelheid en accommodatie) en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

3.

De in het tweede lid van dit artikel bedoelde tarieven dienen, indien mogelijk, tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen te worden overeengekomen. Deze overeenstemming dient, indien mogelijk, te worden bereikt door middel van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging voor de vaststelling van tarieven.

4.

De aldus overeengekomen tarieven worden zo tijdig mogelijk voorafgaande aan de voorgestelde datum van invoering ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen. Deze goedkeuring kan uitdrukkelijk worden gegeven. Indien geen der luchtvaartautoriteiten binnen vijfenveertig dagen vanaf de datum van ontvangst van genoemde tarieven blijk heeft gegeven van haar afkeuring, worden deze tarieven als goedgekeurd beschouwd.

5.

Ingeval de tarieven niet kunnen worden vastgesteld overeenkomstig het derde lid van dit artikel of de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen de aldus overeengekomen tarieven afkeuren, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg de tarieven vast te stellen. Mochten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen een zodanige overeenstemming niet kunnen bereiken, dan wordt het geschil geregeld overeenkomstig artikel 13 van deze Overeenkomst. Hangende de oplossing van het geschil blijven de betrokken luchtvaartmaatschappijen de reeds vastgestelde tarieven heffen, tenzij anderszins overeengekomen door de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

6.

Een tarief, vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit artikel, blijft van kracht tot een nieuw tarief is vastgesteld. De geldigheidsduur van een tarief wordt echter krachtens dit lid niet verlengd met meer dan twaalf maanden na de datum waarop anders het tarief zou zijn vervallen, tenzij het opnieuw wordt vastgesteld door de betrokken luchtvaartautoriteiten.

Artikel 8
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen stellen de door beide Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappijen op billijke wijze en gelijkelijk in de gelegenheid de overeengekomen diensten op de omschreven routes te exploiteren.

2.

Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten houdt de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk der Overeenkomstsluitende Partijen rekening met de belangen van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de diensten die de laatstgenoemde maatschappij op dezelfde routes of delen daarvan onderhoudt hierdoor niet op onredelijke wijze worden getroffen.

3.

De overeengekomen diensten die worden onderhouden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoeften op de omschreven routes en hebben als eerste doel de verschaffing, met inachtneming van een redelijke beladingsgraad, van capaciteit die voldoet aan de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers, vracht en post tussen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst en het land van uiteindelijke bestemming van het vervoer.

4.

De verschaffing van vervoer voor passagiers, vracht en post opgenomen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en afgezet op de punten op de omschreven routes op de grondgebieden van derde landen en vice versa geschiedt overeenkomstig de algemene beginselen dat de capaciteit dient te zijn afgestemd op:

Artikel 9
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt er zorg voor dat haar aangewezen luchtvaartmaatschappij zo vroeg mogelijk, doch niet minder dan 30 dagen voor de aanvang van de overeengekomen diensten, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij gegevens verstrekt betreffende de aard van de dienst, het type en de configuratie van het te gebruiken vliegtuig en de dienstregelingen. Op verzoek van de luchtvaartautoriteiten van elk der Overeenkomstsluitende Partijen verschaft de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij tevens alle andere van belang zijnde gegevens, die redelijkerwijze kunnen worden gevraagd betreffende de exploitatie van de overeengekomen diensten en zodanige andere gegevens, die redelijkerwijze kunnen worden verlangd, ten einde ten genoegen van de genoemde luchtvaartautoriteiten aan te tonen dat de vereisten van deze Overeenkomst naar behoren worden nageleefd. De vereisten van dit lid zijn eveneens van toepassing op elke verandering betreffende de overeengekomen diensten.

2.

Indien daarom wordt verzocht, verschaffen de luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij statistische gegevens betreffende het door de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij verrichte vervoer op haar overeengekomen diensten naar en van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, met vermelding van de punten van opneming en afzetting van zodanig vervoer.

Artikel 10

De aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen kunnen onderling de door hen verlangde overeenkomsten sluiten inzake commerciële, technische en met de exploitatie verband houdende aangelegenheden.

Artikel 11

In een geest van nauwe samenwerking raadplegen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen elkaar van tijd tot tijd ten einde de uitvoering en de bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de bijlage te verzekeren.

Artikel 12
1.

Indien een der Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk acht enige bepaling van deze Overeenkomst en/of de bijlage daarbij te wijzigen, kan zij de andere Overeenkomstsluitende Partij om overleg verzoeken. Dit overleg, dat kan plaatshebben tussen de luchtvaartautoriteiten, kan zowel mondeling als schriftelijk geschieden, en vangt aan binnen een termijn van zestig (60) dagen te rekenen van de datum van het verzoek.

2.

Wijzigingen van deze Overeenkomst waartoe wordt besloten tijdens het in het eerste lid van dit artikel bedoelde overleg, worden schriftelijk tussen de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen en treden in werking op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkander schriftelijk hebben medegedeeld dat aan de in hun onderscheiden landen constitutioneel vereiste procedures is voldaan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.