Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Spaanse Staat

Type Verdrag
Publication 1974-12-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden, en

De Spaanse Staat,

Wensende de bestaande betrekkingen tussen Nederland en Spanje op het gebied van de sociale zekerheid aan te passen aan de ontwikkelingen welke sedert de ondertekening van het Verdrag inzake sociale zekerheid op 17 december 1962 te Madrid, in hun beider wetgevingen hebben plaatsgevonden;

Besloten hebbende een verdrag te sluiten ter vervanging van dat Verdrag;

Zijn het volgende overeengekomen:

TITEL I. Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing:

2.

Dit Verdrag is eveneens van toepassing op alle wetten of regelingen, welke de wettelijke regelingen, genoemd in het eerste lid van dit artikel, wijzigen of aanvullen of kunnen wijzigen of aanvullen.

Dit Verdrag is gelijkelijk van toepassing:

Artikel 3
1.

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op Nederlandse en Spaanse werknemers, op wie de wetgeving van één der Verdragsluitende Partijen van toepassing is of geweest is, alsmede op hun gezinsleden en hun nagelaten betrekkingen.

2.

De bepalingen van dit Verdrag zijn niet van toepassing op de leden van de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen en evenmin, in voorkomend geval op de kanselarij beambten, indien deze onderdaan zijn van de vertegenwoordigde Staat.

Artikel 4

De onderdanen van één der Verdragsluitende Partijen, op wie de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn, zijn onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van de andere Partij onderworpen aan de verplichtingen en gerechtigd tot de voordelen, voortvloeiende uit de in artikel 2 genoemde wettelijke regelingen.

Artikel 5

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, kunnen uitkeringen bij invaliditeit en ouderdom en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, renten ter zake van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, kinderbijslagen en uitkeringen bij overlijden, verkregen krachtens de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende niet op het grondgebied van deze Partij woont.

Artikel 6
1.

Behalve ten aanzien van ouderdomsuitkeringen en uitkeringen aan nagelaten betrekkingen, kan krachtens dit Verdrag geen enkel recht worden uitgeoefend of gehandhaafd om meer dan één uitkering van dezelfde aard of meer dan één uitkering, welke betrekking heeft op eenzelfde tijdvak van verplichte verzekering, te genieten.

2.

De bepalingen inzake vermindering, schorsing of intrekking, voorzien bij de wettelijke regeling van een Verdragsluitende Partij, in geval van samenloop van een uitkering met andere uitkeringen of andere inkomsten of wegens het verrichten van beroepsarbeid, zijn op de rechthebbende van toepassing, zelfs indien het uitkeringen betreft, welke verkregen zijn krachtens de wettelijke regeling van de andere Verdragsluitende Partij of indien het gaat om inkomsten, verkregen of werkzaamheden, uitgeoefend op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Deze regel is evenwel niet van toepassing indien de belanghebbende uitkeringen bij ouderdom of overlijden geniet, welke overeenkomstig het bepaalde in de afdelingen 1 of 2 van Hoofdstuk 3 worden vastgesteld.

3.

Indien de toepassing van het tweede lid tot gevolg heeft, dat de uitkeringen, verschuldigd krachtens de wettelijke regeling van beide Verdragsluitende Partijen, beide worden verminderd of geschorst, dan kan geen van deze uitkeringen verminderd of geschorst worden met een bedrag, dat hoger is dan de helft van het bedrag, dat niet uitbetaald zou worden.

TITEL II. Bepalingen ter vaststelling van de van toepassing zijnde wetgeving

Artikel 7

Onverminderd de bepalingen van deze titel is op werknemers die werkzaam zijn op het grondgebied van één der Verdragsluitende Partijen de wetgeving van deze Partij van toepassing, zelfs indien zij op het grondgebied van de andere Partij wonen of indien hun werkgever of de zetel van de onderneming, waarbij zij werkzaam zijn, zich op het grondgebied van de andere Partij bevindt.

Artikel 8

Op het beginsel, neergelegd in artikel 7, gelden de volgende uitzonderingen:

Artikel 9
1.

Onverminderd het bepaalde in het tweede lid van artikel 3, is artikel 7 van toepassing op werknemers die op de diplomatieke consulaire posten van de Verdragsluitende Partijen tewerkgesteld zijn of in persoonlijke dienst van de ambtenaren van die posten zijn.

2.

De in het eerste lid van dit artikel bedoelde werknemers, die onderdaan zijn van de Verdragsluitende Partij, welke door de betreffende diplomatieke of consulaire post wordt vertegenwoordigd, mogen evenwel binnen een termijn van drie maanden na de aanvang van hun werkzaamheden kiezen voor toepassing van de wetgeving van de vertegenwoordigde Staat.

Artikel 10

De bevoegde autoriteiten van de Verdragsluitende Partijen kunnen voor bepaalde werknemers of groepen werknemers met betrekking tot de toepasselijke wetgeving in gemeen overleg uitzonderingen vaststellen op de bepalingen van de artikelen 7 tot en met 9 van dit Verdrag.

TITEL III. Bijzondere bepalingen omtrent de verschillende soorten uitkeringen

HOOFDSTUK 1. Ziekte en moederschap

Artikel 11

Wanneer een werknemer achtereenvolgens of afwisselend aan de wettelijke regelingen van beide Verdragsluitende Partijen onderworpen is geweest, worden met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op prestaties, de tijdvakken van verzekering vervuld krachtens de wettelijke regeling van elk der Verdragsluitende Partijen, voor zover zij niet samenvallen, samengeteld.

Artikel 12
1.

De werknemer, die tijdvakken van verzekering heeft vervuld krachtens de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen en die zich naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij begeeft, heeft voor zichzelf en voor zijn gezinsleden, die zich op dat grondgebied bevinden, recht op de prestaties, als voorzien in de wettelijke regeling van laatstbedoelde Verdragsluitende Partij, mits hij:

2.

Indien in de in het vorige lid bedoelde gevallen de werknemer niet aan de onder a, b en c van dit lid vermelde voorwaarden voldoet en wanneer deze werknemer nog recht zou hebben op prestaties ingevolge de wettelijke regeling van de Verdragsluitende Partij op het grondgebied waarvan hij laatstelijk voordat hij van woonplaats veranderde verzekerd is geweest, indien hij zich op dit grondgebied zou bevinden, behoudt hij dit recht op prestaties. Het bevoegde orgaan van deze Partij kan het orgaan van de woonplaats verzoeken de verstrekkingen te verlenen overeenkomstig de wettelijke regeling, toegepast door laatstbedoeld orgaan.

Artikel 13
1.

Een werknemer die voldoet aan de door de wettelijke regeling van één der Verdragsluitende Partijen voor het recht op prestaties gestelde voorwaarden, heeft recht op prestaties gedurende een tijdelijk verblijf op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij, wanneer zijn gezondheidstoestand onmiddellijke geneeskundige behandeling, met inbegrip van opname in een ziekenhuis, noodzakelijk maakt.

2.

Een werknemer die, nadat hij recht op prestaties ten laste van een orgaan van één der Verdragsluitende Partijen heeft verkregen, met toestemming van dit orgaan zijn woonplaats naar het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij overbrengt, behoudt dat recht.

3.

Wanneer een werknemer overeenkomstig de bepalingen van de vorige leden recht op prestaties heeft, worden de verstrekkingen ten laste van het bevoegde orgaan verleend door het orgaan van zijn verblijfplaats of van zijn nieuwe woonplaats overeenkomstig de bepalingen van de wettelijke regeling, welke door dat orgaan wordt toegepast, in het bijzonder wat de omvang en de wijze van het verlenen van verstrekkingen betreft; de periode gedurende welke deze verstrekkingen worden verleend is echter gelijk aan die voorzien in de wettelijke regeling van het bevoegde land.

4.

In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden prothesen, kunstmiddelen van grotere omvang (orthopedische) en andere belangrijke verstrekkingen slechts verschaft, behalve in onmiskenbare spoedgevallen, als het bevoegde orgaan daartoe machtiging verleent.

5.

In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel, worden de uitkeringen overeenkomstig de wettelijke regeling van het bevoegde land verleend. Deze uitkeringen mogen voor rekening van het bevoegde orgaan door het orgaan van het andere land worden verleend volgens in een administratief akkoord te stellen regelen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.