Aanvullend Protocol bij de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht

Type Verdrag
Publication 1980-09-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Protocol hebben ondertekend,

Gelet op de bepalingen van de Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht, welke Overeenkomst voor ondertekening is opengesteld te Londen op 7 juni 1968 (hierna te noemen „de Overeenkomst”);

Overwegende dat het wenselijk is om het door deze Overeenkomst ingevoerde stelsel van onderlinge hulp in internationaal verband uit te breiden tot het gebied van het strafrecht en de strafvordering, en wel binnen een multilateraal kader waartoe alle Partijen bij die Overeenkomst kunnen toetreden;

Overwegende dat, ten einde de hindernissen van economische aard die de toegang tot de rechter belemmeren, weg te nemen en de economisch zwakken in staat te stellen hun rechten in de Lid-Staten beter te doen gelden, het tevens wenselijk is om het door de Overeenkomst ingevoerde stelsel uit te breiden tot het gebied van rechtshulp en rechtsbijstand in burgerlijke zaken en in handelszaken;

Overwegende dat in artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst is bepaald dat twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen kunnen overeenkomen in hun onderlinge betrekkingen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst uit te breiden tot andere gebieden dan die welke in de Overeenkomst worden genoemd;

Overwegende dat in artikel 3, derde lid, van de Overeenkomst is bepaald dat twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen kunnen overeenkomen in hun onderlinge betrekkingen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst uit te breiden tot verzoeken die uitgaan van andere dan rechterlijke autoriteiten,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen de verplichting op zich, elkaar, overeenkomstig de bepalingen van de Overeenkomst, inlichtingen te verstrekken over hun materieel strafrecht en hun strafprocesrecht, hun rechterlijke organisatie op het gebied van het strafrecht, met inbegrip van het Openbaar Ministerie, alsmede over het recht betreffende de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties. Deze verplichting is van toepassing op iedere procedure die betrekking heeft op strafbare feiten waarvan de rechterlijke autoriteiten van de verzoekende partij op het tijdstip waarop de inlichtingen worden gevraagd bevoegd zijn kennis te nemen.

Artikel 2

Een verzoek om inlichtingen over punten op de in artikel 1 bedoelde gebieden:

HOOFDSTUK II

Artikel 3

In het kader van de verplichting voortvloeiend uit artikel 1, eerste lid, van de Overeenkomst, komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen dat het verzoek om inlichtingen:

Artikel 4
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij die niet overeenkomstig artikel 2, tweede lid, van de Overeenkomst een of meer verzendende organen in het leven heeft geroepen of heeft aangewezen, moet zo'n orgaan of zulke organen in het leven roepen of aanwijzen wier taak het zal zijn ieder krachtens artikel 3 van dit Protocol gedaan verzoek om inlichtingen door te zenden aan het bevoegde buitenlandse ontvangende orgaan.

2.

ledere Overeenkomstsluitende Partij geeft de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa kennis van de naam en het adres van het verzendend orgaan of de verzendende organen die krachtens het vorige lid in het leven zijn geroepen of zijn aangewezen.

HOOFDSTUK III

Artikel 5
1.

Iedere Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat hij slechts gebonden zal zijn door het bepaalde in hoofdstuk I of door het bepaalde in hoofdstuk II van dit Protocol.

2.

Iedere Staat die een dergelijke verklaring heeft afgelegd kan daarna te allen tijde, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te richten kennisgeving, verklaren dat hij voortaan zal zijn gebonden door het bepaalde in zowel hoofdstuk I als hoofdstuk II. Deze kennisgeving wordt van kracht op de datum van ontvangst.

3.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij die is gebonden door het bepaalde in zowel hoofdstuk I als hoofdstuk II, kan te allen tijde, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te richten kennisgeving, verklaren dat zij voortaan slechts gebonden zal zijn door het bepaalde in hoofdstuk I of door het bepaalde in hoofdstuk II. Deze kennisgeving wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst.

4.

Het bepaalde in hoofdstuk I of het bepaalde in hoofdstuk II is slechts van toepassing tussen die Overeenkomstsluitende Partijen die gebonden zijn door het bepaalde in hetzelfde hoofdstuk.

Artikel 6
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa die de Overeenkomst hebben ondertekend; zij kunnen bij het Protocol partij worden door:

2.

De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

3.

Geen enkele Lid-Staat van de Raad van Europa kan dit Protocol ondertekenen zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of het bekrachtigen, aanvaarden of goedkeuren zonder de Overeenkomst eerder te hebben bekrachtigd of aanvaard of tegelijkertijd te bekrachtigen of te aanvaarden.

Artikel 7
1.

Dit Protocol treedt in werking drie maanden na de datum waarop drie Lid-Staten van de Raad van Europa partij bij het Protocol zijn geworden overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.

2.

Ten aanzien van iedere Lid-Staat die het daarna ondertekent zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring of die het bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, treedt het Protocol in werking drie maanden na de datum van ondertekening of van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 8
1.

Na de inwerkingtreding van dit Protocol kan iedere Staat die is toegetreden tot de Overeenkomst of die hiertoe is uitgenodigd, door het Comité van Ministers worden uitgenodigd tevens toe te treden tot dit Protocol.

2.

De toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding die van kracht wordt drie maanden na de datum van nederlegging.

Artikel 9
1.

Iedere Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, het grondgebied of de grondgebieden aangeven waarop dit Protocol van toepassing is.

2.

Iedere Staat kan bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding of op ieder later tijdstip, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te richten verklaring, de toepassing van dit Protocol uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangegeven grondgebied, voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor hetwelk hij bevoegd is overeenkomsten aan te gaan.

3.

Iedere krachtens het vorige lid afgelegde verklaring kan, wat ieder in die verklaring aangegeven grondgebied betreft, worden ingetrokken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te richten kennisgeving. De intrekking wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 10
1.

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, wat haar betreft, dit Protocol opzeggen door een kennisgeving te richten aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

2.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

3.

De opzegging van de Overeenkomst heeft automatisch de opzegging van dit Protocol ten gevolge.

Artikel 11

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt alle Lid-Staten van de Raad en iedere Staat die tot de Overeenkomst is toegetreden, in kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Strasbourg, this 15th day of March 1978, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.