Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Ministerraad van de Socialistische Republiek van de Unie van Birma
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Ministerraad van de Socialistische Republiek van de Unie van Birma,
Geleid door de wens de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Birma, ondertekend te Rangoon op 6 september 1951, te vervangen door een nieuwe Overeenkomst ten einde rechtstreekse luchtverbindingen tussen en via hun onderscheiden grondgebieden te bevorderen,
Hebben dienovereenkomstig daartoe gemachtigde vertegenwoordigers aangewezen die het volgende zijn overeengekomen:
Artikel 1
Tenzij in de tekst van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage anders is bepaald, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:
- (a). Onder „luchtvaartautoriteiten” wordt wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, verstaan de Directeur-Generaal van de Burgerluchtvaart in Nederland of elke persoon of instelling die bevoegd is enige functie te vervullen die thans door voornoemde luchtvaartautoriteit wordt vervuld, en wat de Unie van Birma betreft, het Departement van de Burgerluchtvaart van het Ministerie van Verkeer en Verbindingen of elke persoon of instelling die bevoegd is enige functie te vervullen die thans door het voornoemde Ministerie van Verkeer en Verbindingen wordt vervuld.
- (b). Onder „aangewezen luchtvaartmaatschappij” wordt verstaan een luchtvaartmaatschappij die door een Overeenkomstsluitende Partij wordt aangewezen door middel van een schriftelijke mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig het bepaalde in Artikel 3 van deze Overeenkomst, voor de exploitatie van luchtdiensten op de in een dergelijke mededeling omschreven routes.
- (c). Onder „grondgebied” wordt verstaan de betekenis die daaraan wordt gegeven in Artikel 2 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944.
- (d). De begripsomschrijvingen vervat onder de letters (a), (b), (c) en (d) van Artikel 96 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart, ondertekend te Chicago op 7 december 1944, zullen van toepassing zijn op deze Overeenkomst.
De Bijlage bij deze Overeenkomst vormt een integrerend deel van de Overeenkomst, en iedere verwijzing naar de Overeenkomst houdt tevens een verwijzing naar de Bijlage in, tenzij anders is bepaald.
Artikel 2
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes omschreven in de Bijlage. Deze diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd.
Met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst, heeft de door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, de volgende rechten:
- (a). om zonder te landen over het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te vliegen;
- (b). om op dat grondgebied te landen voor andere dan verkeersdoeleinden; en
- (c). om op dat grondgebied te landen op de punten, voor die route aangegeven in de Bijlage, voor het opnemen en/of het afzetten van passagiers en/of vracht en/of post in internationaal verkeer.
Geen van de in het tweede lid van dit Artikel genoemde rechten wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 3
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van één luchtvaartmaatschappij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.
Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit Artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.
De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen, dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning, als bedoeld in het tweede lid van dit Artikel, te weigeren of aan de uitoefening van de in Artikel 2 genoemde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij zodanige voorwaarden te verbinden als door haar noodzakelijk wordt geacht, in alle gevallen waarin niet ten genoegen van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.
Indien een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en haar een machtiging is verleend, kan zij op ieder tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits een overeenkomstig het bepaalde in Artikel 6 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief voor deze dienst van kracht is.
Artikel 4
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning te herroepen of de uitoefening van de in Artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, of ten aanzien van de uitoefening van die rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht:
- (a). in alle gevallen waarin niet tot haar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom en van het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij aanwijst of bij haar onderdanen; of
- (b). ingeval die luchtvaartmaatschappij in gebreke blijft de wetten en voorschriften van de Overeenkomstsluitende Partij die deze rechten verleent, na te komen; of
- (c). ingeval de luchtvaartmaatschappij anderszins in gebreke blijft de exploitatie te voeren in overeenstemming met de in deze Overeenkomst gestelde voorwaarden.
Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke herroeping, opschorting of het stellen van de in het eerste lid van dit Artikel bedoelde voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten en voorschriften te voorkomen. In dat geval begint het overleg binnen zestig dagen na de datum waarop een van de Overeenkomstsluitende Partijen om overleg heeft verzocht.
Artikel 5
De luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden op billijke wijze en gelijkelijk in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen en via hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren.
Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten houdt de luchtvaartmaatschappij van elk der Overeenkomstsluitende Partijen rekening met het belang van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de diensten die de laatstgenoemde maatschappij op dezelfde routes of op delen daarvan onderhoudt, hierdoor niet op onredelijke wijze worden getroffen.
De overeengekomen diensten die worden onderhouden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoeften op de omschreven routes en hebben als eerste doel de verschaffing, met inachtneming van een redelijke beladingsgraad, van capaciteit die voldoet aan de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers, vracht en post afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen. Het voorzien in vervoer voor passagiers, vracht en post opgenomen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en afgezet op de punten op de omschreven routes op de grondgebieden van derde landen en vice versa geschiedt overeenkomstig de algemene beginselen dat de capaciteit dient te zijn afgestemd op:
- (a). de vervoersbehoeften tussen het land van oorsprong en de landen van bestemming;
- (b). de vervoersbehoeften van het gebied via hetwelk de overeengekomen dienst gaat, nadat rekening is gehouden met de lokale en regionale diensten; en
- (c). de vereisten en de economische betekenis van de lange afstandsdiensten.
Artikel 6
In de volgende leden wordt onder „tarief” verstaan de prijzen te betalen voor het vervoer van passagiers, bagage en vracht en de voorwaarden waarop deze prijzen van toepassing zijn, met inbegrip van de prijzen en voorwaarden voor bemiddeling en andere bijkomende diensten, doch niet betalingen of voorwaarden voor het vervoer van post.
De tarieven van iedere overeengekomen dienst dienen te worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, kenmerken van de dienst (zoals normen voor snelheid en accommodatie) en de tarieven van de andere luchtvaartmaatschappijen voor een deel of het geheel van de omschreven routes.
Deze tarieven worden vastgesteld overeenkomstig de volgende bepalingen:
- (a). de tarieven bedoeld in het eerste lid van dit Artikel dienen, indien mogelijk, tussen de betrokken aangewezen luchtvaartmaatschappijen te worden overeengekomen met betrekking tot elk van de omschreven routes en de gedeelten daarvan. Bij het vaststellen van de hierboven bedoelde tarieven, wordt, waar mogelijk, gebruik gemaakt van het daarvoor bestaande mechanisme van de Internationale Luchtvervoersvereniging. De aldus overeengekomen tarieven worden ter goedkeuring voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen. Deze goedkeuring kan uitdrukkelijk worden gegeven. Indien geen der luchtvaartautoriteiten binnen dertig dagen vanaf de datum van voorlegging blijk heeft gegeven van haar afkeuring, worden deze tarieven overeenkomstig het bepaalde in dit lid als goedgekeurd beschouwd.
- (b). Indien de desbetreffende aangewezen luchtvaartmaatschappijen niet tot overeenstemming kunnen komen omtrent de tarieven, of indien de luchtvaartautoriteiten van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen de voorgelegde tarieven niet goedkeuren overeenkomstig het bepaalde in lid 3, letter (a) van dit Artikel, trachten de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen overeenstemming te bereiken over de passende tarieven.
- (c). Indien de overeenstemming bedoeld in lid 3, letter (b) van dit Artikel niet kan worden bereikt, wordt het geschil opgelost overeenkomstig de bepalingen van Artikel 17 van deze Overeenkomst.
- (d). Geen tarief zal van kracht worden indien de luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen daarmede niet tevreden zijn, behoudens op grond van de bepalingen van Artikel 17 van deze Overeenkomst. Zolang de tarieven niet zijn vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in dit Artikel, zijn de reeds geldende tarieven van kracht.
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht om de op haar grondgebied door die luchtvaartmaatschappij verworven netto-inkomsten uit het vervoer van passagiers, bagage. vracht en post over te maken overeenkomstig de (eventueel) geldende voorschriften voor buitenlandse valuta tegen de officiële bankwisselkoers.
Artikel 8
Ten einde bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, komen beide Overeenkomstsluitende Partijen het volgende overeen:
- (a). Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij billijke en redelijke lasten opleggen of doen opleggen voor het gebruik van openbare luchthavens en andere onder haar toezicht staande faciliteiten. Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen stemt er echter mee in, dat deze lasten niet hoger zullen zijn dan die welke zouden worden betaald voor het gebruik van zodanige luchthavens en andere faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen, in gebruik op soortgelijke internationale diensten.
- (b). Op motorbrandstof, smeeroliën, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) ingevoerd op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij of op dat grondgebied aan boord van een luchtvaartuig genomen door of namens de andere Overeenkomstsluitende Partij of haar aangewezen luchtvaartmaatschappij en uitsluitend bestemd voor het gebruik door of in het luchtvaartuig van die luchtvaartmaatschappij, wordt door de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, wat betreft de douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke nationale of lokale rechten en heffingen, een niet minder gunstige behandeling toegepast dan die welke van toepassing is op haar nationale luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van internationale luchtdiensten. In ieder geval is de behandeling van de aangewezen luchtvaartmaatschappij van elk der Overeenkomstsluitende Partijen niet minder gunstig dan die welke wordt verleend aan de luchtvaartmaatschappijen van derde landen die zijn betrokken bij de exploitatie van internationale luchtdiensten niar en vanuit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
- (c). De luchtvaartuigen, alsook de motorbrandstof, smeeroliën, reserveonderdelen, normale uitrustingsstukken en proviand, welke aan boord blijven van de luchtvaartuigen van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partij aan welke vergunning is verleend om de in de Bijlage omschreven routes en diensten te exploiteren, zijn bij aankomst in of vertrek uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke rechten en heffingen, zelfs indien zodanige voorraden worden gebruikt of verbruikt door deze luchtvaartuigen bij vluchten binnen dat grondgebied. De aldus vrijgestelde voorraden mogen slechts worden uitgeladen met toestemming van de douane-autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij en blijven, wanneer zij zijn uitgeladen, onder toezicht van de douane-autoriteiten totdat zij weer worden ingeladen.
Artikel 9
De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij zorgen ervoor dat haar aangewezen luchtvaartmaatschappij aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op hun verzoek verstrekt:
- (a). statistische gegevens inzake het luchtvervoer die geëigend zijn voor het beoordelen van de frequentie en de capaciteit van de overeengekomen diensten; en
- (b). periodieke gegevens welke redelijkerwijze kunnen worden verlangd met betrekking tot het door haar aangewezen luchtvaartmaatschappij verrichte vervoer op de overeengekomen diensten naar, vanaf of via de grondgebieden van die andere Overeenkomstsluitende Partij met inbegrip van informatie betreffende de punten van opneming en afzetting van zodanig vervoer.
Artikel 10
Ten einde een nauwe samenwerking te verzekeren ten aanzien van alles wat op de uitvoering van deze Overeenkomst betrekking heeft, vindt regelmatig en veelvuldig overleg plaats tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.
Verzoeken om overleg tussen de luchtvaartautoriteiten kunnen ten allen tijde door elke Overeenkomstsluitende Partij worden gedaan en het overleg begint binnen zestig dagen nadat de ene Overeenkomstsluitende Partij van de andere Overeenkomstsluitende Partij een verzoek heeft ontvangen waarin het onderwerp of de onderwerpen zijn vermeld waarover overleg wordt verlangd.
Artikel 11
Geldige bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid en vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een Overeenkomstsluitende Partij, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de in de Bijlage omschreven routes en diensten, mits de eisen op grond waarvan deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard, gelijk zijn aan of hoger zijn dan de minimumnormen welke krachtens het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart kunnen worden vastgesteld. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, om voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.
Artikel 12
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.