Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Ministerraad van de Socialistische Republiek van de Unie van Birma

Type Verdrag
Publication 1980-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Ministerraad van de Socialistische Republiek van de Unie van Birma,

Geleid door de wens de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Unie van Birma, ondertekend te Rangoon op 6 september 1951, te vervangen door een nieuwe Overeenkomst ten einde rechtstreekse luchtverbindingen tussen en via hun onderscheiden grondgebieden te bevorderen,

Hebben dienovereenkomstig daartoe gemachtigde vertegenwoordigers aangewezen die het volgende zijn overeengekomen:

Artikel 1
1.

Tenzij in de tekst van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage anders is bepaald, hebben de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

2.

De Bijlage bij deze Overeenkomst vormt een integrerend deel van de Overeenkomst, en iedere verwijzing naar de Overeenkomst houdt tevens een verwijzing naar de Bijlage in, tenzij anders is bepaald.

Artikel 2
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten voor het instellen van geregelde internationale luchtdiensten op de routes omschreven in de Bijlage. Deze diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd.

2.

Met inachtneming van de bepalingen van deze Overeenkomst, heeft de door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij bij de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes, de volgende rechten:

3.

Geen van de in het tweede lid van dit Artikel genoemde rechten wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers, vracht of post tegen vergoeding of beloning en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 3
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij schriftelijk mededeling te doen van de aanwijzing van één luchtvaartmaatschappij voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2.

Na ontvangst van een dergelijke aanwijzing verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit Artikel, onverwijld de vereiste exploitatievergunning aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij.

3.

De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen eisen, dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij hun aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld bij de wetten en voorschriften die door deze autoriteiten gewoonlijk en redelijkerwijs ten aanzien van de exploitatie van internationale luchtdiensten worden toegepast.

4.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning, als bedoeld in het tweede lid van dit Artikel, te weigeren of aan de uitoefening van de in Artikel 2 genoemde rechten door een aangewezen luchtvaartmaatschappij zodanige voorwaarden te verbinden als door haar noodzakelijk wordt geacht, in alle gevallen waarin niet ten genoegen van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.

5.

Indien een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en haar een machtiging is verleend, kan zij op ieder tijdstip een aanvang maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, mits een overeenkomstig het bepaalde in Artikel 6 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief voor deze dienst van kracht is.

Artikel 4
1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning te herroepen of de uitoefening van de in Artikel 2 van deze Overeenkomst omschreven rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, of ten aanzien van de uitoefening van die rechten de voorwaarden te stellen die zij noodzakelijk acht:

2.

Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke herroeping, opschorting of het stellen van de in het eerste lid van dit Artikel bedoelde voorwaarden noodzakelijk is om hernieuwde inbreuken op de wetten en voorschriften te voorkomen. In dat geval begint het overleg binnen zestig dagen na de datum waarop een van de Overeenkomstsluitende Partijen om overleg heeft verzocht.

Artikel 5
1.

De luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen worden op billijke wijze en gelijkelijk in de gelegenheid gesteld de overeengekomen diensten op de omschreven routes tussen en via hun onderscheiden grondgebieden te exploiteren.

2.

Bij het exploiteren van de overeengekomen diensten houdt de luchtvaartmaatschappij van elk der Overeenkomstsluitende Partijen rekening met het belang van de luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zodat de diensten die de laatstgenoemde maatschappij op dezelfde routes of op delen daarvan onderhoudt, hierdoor niet op onredelijke wijze worden getroffen.

3.

De overeengekomen diensten die worden onderhouden door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de Overeenkomstsluitende Partijen dienen nauwkeurig te worden afgestemd op de vervoersbehoeften op de omschreven routes en hebben als eerste doel de verschaffing, met inachtneming van een redelijke beladingsgraad, van capaciteit die voldoet aan de huidige en redelijkerwijs te verwachten behoefte aan vervoer van passagiers, vracht en post afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen. Het voorzien in vervoer voor passagiers, vracht en post opgenomen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij en afgezet op de punten op de omschreven routes op de grondgebieden van derde landen en vice versa geschiedt overeenkomstig de algemene beginselen dat de capaciteit dient te zijn afgestemd op:

Artikel 6
1.

In de volgende leden wordt onder „tarief” verstaan de prijzen te betalen voor het vervoer van passagiers, bagage en vracht en de voorwaarden waarop deze prijzen van toepassing zijn, met inbegrip van de prijzen en voorwaarden voor bemiddeling en andere bijkomende diensten, doch niet betalingen of voorwaarden voor het vervoer van post.

2.

De tarieven van iedere overeengekomen dienst dienen te worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, kenmerken van de dienst (zoals normen voor snelheid en accommodatie) en de tarieven van de andere luchtvaartmaatschappijen voor een deel of het geheel van de omschreven routes.

3.

Deze tarieven worden vastgesteld overeenkomstig de volgende bepalingen:

Artikel 7

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht om de op haar grondgebied door die luchtvaartmaatschappij verworven netto-inkomsten uit het vervoer van passagiers, bagage. vracht en post over te maken overeenkomstig de (eventueel) geldende voorschriften voor buitenlandse valuta tegen de officiële bankwisselkoers.

Artikel 8

Ten einde bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, komen beide Overeenkomstsluitende Partijen het volgende overeen:

Artikel 9

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij zorgen ervoor dat haar aangewezen luchtvaartmaatschappij aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op hun verzoek verstrekt:

Artikel 10
1.

Ten einde een nauwe samenwerking te verzekeren ten aanzien van alles wat op de uitvoering van deze Overeenkomst betrekking heeft, vindt regelmatig en veelvuldig overleg plaats tussen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

Verzoeken om overleg tussen de luchtvaartautoriteiten kunnen ten allen tijde door elke Overeenkomstsluitende Partij worden gedaan en het overleg begint binnen zestig dagen nadat de ene Overeenkomstsluitende Partij van de andere Overeenkomstsluitende Partij een verzoek heeft ontvangen waarin het onderwerp of de onderwerpen zijn vermeld waarover overleg wordt verlangd.

Artikel 11

Geldige bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid en vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een Overeenkomstsluitende Partij, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend voor de exploitatie van de in de Bijlage omschreven routes en diensten, mits de eisen op grond waarvan deze bewijzen of vergunningen werden uitgereikt of geldig verklaard, gelijk zijn aan of hoger zijn dan de minimumnormen welke krachtens het Verdrag inzake de Internationale Burgerlijke Luchtvaart kunnen worden vastgesteld. Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, om voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van bevoegdheid en vergunningen, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.

Artikel 12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.