Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India

Type Verdrag
Publication 2018-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Republiek India

(hierna te noemen „de verdragsluitende staten”),

Geleid door de wens de betrekkingen tussen beide landen op het gebied van sociale zekerheid te regelen; en

Geleid door de wens het Verdrag op basis van wederkerigheid te sluiten;

Dubbele verzekering en onverzekerdheid onder de stelsels voor sociale zekerheid van beide landen te voorkomen respectievelijk te vermijden voor personen die zich verplaatsen tussen of werken op hun onderscheiden grondgebieden;

Te voorzien in de export van socialezekerheidsuitkeringen;

Te waarborgen dat onderdanen van de ene verdragsluitende staat en onderdanen van de andere verdragsluitende staat op dezelfde wijze worden behandeld uit hoofde van de onderscheiden wetgeving van beide landen; en

De samenwerking tussen de twee verdragsluitende staten te regelen ter waarborging van de handhaving van de wetgeving van het ene land in het andere;

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen
1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

2.

Elke uitdrukking die niet wordt omschreven in het eerste lid van dit artikel heeft de betekenis die eraan wordt gegeven in de van toepassing zijnde wetgeving.

Artikel 2. Materiële werkingssfeer

Dit Verdrag is van toepassing,

Artikel 3. Personele werkingssfeer

Tenzij anders aangegeven is dit Verdrag van toepassing op alle personen die onderworpen zijn of zijn geweest aan de wetgeving van een verdragsluitende staat alsmede op andere personen die rechten ontlenen aan deze personen.

Artikel 4. Gelijkheid van behandeling

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag worden de personen omschreven in artikel 3, die gewoonlijk wonen op het grondgebied van een verdragsluitende staat bij de toepassing van de wetgeving van die verdragsluitende staat op dezelfde wijze behandeld als onderdanen van die verdragsluitende staat.

Artikel 5. Betaling van uitkeringen in het buitenland
1.

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag beperkt of wijzigt een verdragsluitende staat uitkeringen die uit hoofde van zijn wetgeving zijn verworven niet uitsluitend op grond van het feit dat de rechthebbende op het grondgebied van de andere verdragsluitende staat verblijft of woont.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de Nederlandse Toeslagenwet van 6 november 1986 en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten van 24 april 1997.

3.

Uitkeringen die uit hoofde van de wetgeving van een verdragsluitende staat betaalbaar worden gesteld, worden aan onderdanen van de andere verdragsluitende staat die wonen of verblijven op het grondgebied van een derde staat betaalbaar gesteld, onder dezelfde voorwaarden en in dezelfde mate als aan onderdanen van de eerstgenoemde verdragsluitende staat die wonen of verblijven op het grondgebied van een derde staat.

DEEL II. VASTSTELLING VAN DE VAN TOEPASSING ZIJNDE WETGEVING

Artikel 6. Algemene bepalingen

Tenzij anders voorzien in dit Verdrag:

Artikel 7. Bijzondere bepalingen
1.

Indien een persoon, die in dienst is van een werkgever die zijn plaats van bedrijfsuitoefening waaraan hij normaal verbonden is op het grondgebied van een van de verdragsluitende staten heeft en die uit hoofde van de wetgeving van die verdragsluitende staat bijdragen betaalt, door zijn werkgever wordt gezonden naar het grondgebied van de andere verdragsluitende staat om aldaar voor die werkgever werkzaamheden te verrichten, blijft hij onderworpen aan de wetgeving van eerstgenoemde verdragsluitende staat en blijft hij bijdragen betalen uit hoofde van de wetgeving van deze verdragsluitende staat alsof hij nog op het grondgebied hiervan werkzaam was, op voorwaarde dat de desbetreffende werkzaamheden naar verwachting niet langer dan 60 maanden duren. De gezinsleden die de werknemer vergezellen zijn onderworpen aan de wetgeving van deze eerstgenoemde verdragsluitende staat, tenzij zij beroepsactiviteiten uitoefenen.

2.

Indien de in het eerste lid van dit artikel bedoelde detachering langer voortduurt dan 60 maanden, kunnen de bevoegde autoriteiten van de twee verdragsluitende staten of de door deze bevoegde autoriteiten aangewezen bevoegde organen overeenkomen dat de werknemer uitsluitend onderworpen blijft aan de wetgeving van de eerstgenoemde verdragsluitende staat.

3.

Het eerste lid van dit artikel is van toepassing indien een persoon die door zijn werkgever van het grondgebied van een verdragsluitende staat naar het grondgebied van een derde land wordt gezonden en die onderworpen blijft aan de wetgeving van de eerste verdragsluitende staat, vervolgens door deze werkgever van het grondgebied van het derde land naar het grondgebied van de andere verdragsluitende staat wordt gezonden.

Artikel 8. Ambtenaren, leden van diplomatieke vertegenwoordigingen en consulaire posten
1.

Ambtenaren en daarmee vergelijkbaar personeel van een verdragsluitende staat die naar het grondgebied van de andere verdragsluitende staat worden gezonden zijn onderworpen aan de wetgeving van de verdragsluitende staat waarbij zij in dienst zijn.

2.

Indien een persoon uit hoofde van het eerste lid onderworpen blijft aan de wetgeving van de verdragsluitende staat vanuit wiens grondgebied hij gezonden is, is dit lid van overeenkomstige toepassing op de gezinsleden die hem vergezellen, tenzij zij beroepsactiviteiten uitoefenen.

3.

Dit Verdrag laat de bepalingen van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer van 18 april 1961 of van het Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen van 24 april 1963 onverlet.

Artikel 9. Bepaling betreffende wijzigingen

De bevoegde autoriteiten of de bevoegde organen die door de bevoegde autoriteiten van beide verdragsluitende staten zijn aangewezen kunnen ermee instemmen ten behoeve van bepaalde personen of categorieën personen uitzonderingen toe te staan op de toepassing van de artikelen 6 tot en met 8, mits de betreffende personen uitsluitend onderworpen zijn aan de wetgeving van een van de verdragsluitende staten.

Artikel 10. Woonplaats

Een persoon die in overeenstemming met de bepalingen van dit Deel onderworpen is aan de wetgeving van een verdragsluitende staat wordt beschouwd als wonend op het grondgebied van die verdragsluitende staat.

DEEL III. HANDHAVING

Artikel 11. Legitimatie
1.

Teneinde het recht op een uitkering en de rechtmatigheid van betalingen ingevolge een van beide wetgevingen of ingevolge dit Verdrag vast te stellen, legitimeert een aanvrager, een rechthebbende of een gezinslid zich bij het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan deze persoon woont of verblijft door overlegging van een officieel identiteitsbewijs. Een officieel identiteitsbewijs is een paspoort of enig ander geldig identiteitsbewijs dat is afgegeven op het grondgebied waar de betrokken persoon woont of verblijft.

2.

Het bevoegde orgaan identificeert de aanvrager, de rechthebbende of het gezinslid aan de hand van het officiële identiteitsbewijs. Het bevoegde orgaan stelt het bevoegde orgaan van de andere verdragsluitende staat door toezending van een gewaarmerkt afschrift van het officiële identiteitsbewijs ervan in kennis dat de identiteit van de aanvrager, de rechthebbende of het gezinslid is geverifieerd.

Artikel 12. Verificatie van aanvragen en betalingen
1.

Voor de toepassing van dit artikel:

2.

Met betrekking tot een aanvraag om of de rechtmatigheid van betaling van een uitkering, verifieert het bevoegde orgaan van een verdragsluitende staat op verzoek van het bevoegde orgaan van de andere verdragsluitende staat, de informatie met betrekking tot een aanvrager, een rechthebbende of een gezinslid. Indien nodig wordt deze verificatie tezamen met de instanties verricht. Het bevoegde orgaan doet een verklaring inzake verificatie tezamen met gewaarmerkte afschriften van de relevante documenten toekomen aan het bevoegde orgaan van de andere verdragsluitende staat.

3.

Onverminderd het tweede lid stelt het bevoegde orgaan van een verdragsluitende staat, zonder voorafgaand verzoek en voor zover mogelijk, het bevoegde orgaan van de andere verdragsluitende staat in kennis van wijzigingen in de informatie met betrekking tot een aanvrager, een rechthebbende of een gezinslid.

4.

De bevoegde organen en bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen zich zowel rechtstreeks met elkaar als met de aanvragers, de rechthebbenden, de gezinsleden of hun vertegenwoordigers in verbinding stellen.

5.

Onverminderd het tweede lid is het diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers en de bevoegde organen van een verdragsluitende staat toegestaan zich rechtstreeks in verbinding te stellen met de instanties van de andere verdragsluitende staat teneinde het recht op uitkering en de rechtmatigheid van betalingen aan de rechthebbenden te verifiëren.

6.

Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag zijn de instanties elkaar behulpzaam en handelen zij als betrof het de uitvoering van hun eigen wetgeving. De administratieve bijstand die door de instanties wordt verleend, is kosteloos.

Artikel 13. Medisch onderzoek
1.

Op verzoek van het bevoegde orgaan van een verdragsluitende staat wordt het medisch onderzoek van een aanvrager, een rechthebbende of een gezinslid wonend of verblijvend op het grondgebied van de andere verdragsluitende staat, verricht door het bevoegde orgaan van de laatstgenoemde verdragsluitende staat.

2.

Teneinde de arbeidsongeschiktheid van een aanvrager, een rechthebbende of een gezinslid vast te stellen, maakt het bevoegde orgaan van een verdragsluitende staat gebruik van de door het bevoegde orgaan van de andere verdragsluitende staat verstrekte medische rapporten en administratieve gegevens. Het bevoegde orgaan van de eerste verdragsluitende staat kan de aanvrager, de rechthebbende of het gezinslid evenwel verzoeken een medisch onderzoek door een arts naar keuze van het orgaan of op het grondgebied van dat orgaan te ondergaan.

3.

De aanvrager, de rechthebbende of het gezinslid geeft gehoor aan elk verzoek zich te melden voor medisch onderzoek. Indien de aanvrager, de rechthebbende of het gezinslid zich om medische redenen niet in staat acht te reizen naar het grondgebied van de andere verdragsluitende staat, stelt hij het bevoegde orgaan van die verdragsluitende staat daarvan onverwijld in kennis. In dat geval dient hij een medische verklaring over te leggen, afgegeven door een arts die daartoe is aangewezen door het bevoegde orgaan op het grondgebied waarvan hij woont of verblijft. Deze verklaring omvat de medische gronden voor de onmogelijkheid te reizen alsmede de verwachte duur daarvan.

4.

De kosten van de onderzoeken worden gedragen door het bevoegde orgaan op verzoek waarvan het onderzoek wordt verricht.

Artikel 14. Vereffening van onverschuldigde betalingen
1.

Wanneer bij de beoordeling of herziening van een arbeidsongeschiktheids-, ouderdoms- of nabestaandenuitkering ingevolge de bepalingen van dit Verdrag het bevoegde orgaan van een verdragsluitende staat aan een rechthebbende een bedrag heeft betaald dat hoger is dan waarop hij recht heeft, kan het het bevoegde orgaan van de andere verdragsluitende staat dat verantwoordelijk is voor de betaling van de desbetreffende uitkering aan die persoon verzoeken het te veel betaalde bedrag in mindering te brengen op achterstallige bedragen die aan hem verschuldigd zijn. Het laatstgenoemde bevoegde orgaan maakt het aldus in mindering gebrachte bedrag over aan het andere bevoegde orgaan. Indien de vereffening niet op deze wijze kan plaatsvinden, zijn de bepalingen van het volgende lid van toepassing.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.