Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Europees Octrooiverdrag)

Type Verdrag
Publication 2024-12-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Verdragsluitende Staten,

Geleid door de wens de samenwerking tussen de Europese Staten op het gebied van de bescherming van uitvindingen te bevorderen,

Geleid door de wens een dergelijke bescherming in die Staten te verwezenlijken door een eenvormige procedure voor het verlenen van octrooien en door het opstellen van bepaalde eenvormige regels inzake de aldus verleende octrooien,

Geleid door de wens daartoe een Verdrag te sluiten waarbij een Europese Octrooiorganisatie wordt opgericht en welk Verdrag een bijzondere overeenkomst vormt in de zin van artikel 19 van het Verdrag tot Bescherming van de Industriële Eigendom, ondertekend te Parijs op 20 maart 1883 en laatstelijk herzien op 14 juli 1967, benevens een regionaal octrooiverdrag in de zin van artikel 45, eerste lid, van het Verdrag tot Samenwerking inzake Octrooien van 19 juni 1970,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Europees recht voor de verlening van octrooien

Bij dit Verdrag wordt een voor de Verdragsluitende Staten gemeenschappelijk recht voor de verlening van octrooien voor uitvindingen in het leven geroepen.

Artikel 2. Europees octrooi
1.

De op grond van dit Verdrag verleende octrooien worden Europese octrooien genoemd.

2.

Het Europees octrooi heeft in elk van de Verdragsluitende Staten waarvoor het is verleend, dezelfde werking en is onderworpen aan dezelfde bepalingen als een nationaal octrooi dat door die Staat is verleend, voor zover dit Verdrag niet anders bepaalt.

Artikel 3. Territoriale werking

De verlening van een Europees octrooi kan worden aangevraagd voor één of meer Verdragsluitende Staten.

Artikel 4. Europese Octrooiorganisatie
1.

Bij dit Verdrag wordt een Europese Octrooiorganisatie, hierna te noemen de Organisatie, in het leven geroepen. De Organisatie krijgt administratieve en financiële zelfstandigheid.

2.

De organen van de Organisatie zijn:

3.

De Organisatie heeft tot taak het verlenen van Europese octrooien. Deze taak wordt uitgevoerd door het Europees Octrooibureau onder toezicht van de Raad van Bestuur.

HOOFDSTUK II. DE EUROPESE OCTROOIORGANISATIE

Artikel 5. Rechtspositie
1.

De Organisatie bezit rechtspersoonlijkheid.

2.

In elk van de Verdragsluitende Staten heeft de Organisatie de ruimste wettelijke bevoegdheid die door de nationale wetgeving aan rechtspersonen wordt toegekend; zij kan met name roerende en onroerende goederen verwerven of vervreemden en in rechte optreden.

3.

De President van het Europees Octrooibureau vertegenwoordigt de Organisatie.

Artikel 6. Zetel
1.

De Organisatie heeft haar zetel te München.

2.

Het Europees Octrooibureau is gevestigd te München. Het heeft een onderdeel te Den Haag.

Artikel 7. Bijkantoren van het Europees Octrooibureau

Bij besluit van de Raad van Bestuur kunnen, indien daaraan behoefte bestaat, in de Verdragsluitende Staten of bij intergouvernementele organisaties op het gebied van de industriële eigendom, bijkantoren van het Europees Octrooibureau opgericht worden teneinde als voorlichtings- of verbindingsorgaan te fungeren, onder voorbehoud van de goedkeuring van de betrokken Verdragsluitende Staat of organisatie.

Artikel 8. Voorrechten en immuniteiten

In het bij dit Verdrag gevoegde Protocol inzake voorrechten en immuniteiten worden de voorwaarden omschreven waaronder de Organisatie, de leden van de Raad van Bestuur, het personeel van het Europees Octrooibureau en alle andere in dat Protocol genoemde personen, die deelnemen aan de werkzaamheden van de Organisatie, in elke Verdragsluitende Staat de voorrechten en immuniteiten genieten, die noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taken.

Artikel 9. Aansprakelijkheid
1.

De contractuele aansprakelijkheid van de Organisatie wordt beheerst door het recht dat van toepassing is op de desbetreffende overeenkomst.

2.

De niet-contractuele aansprakelijkheid van de Organisatie voor schade die wordt veroorzaakt door de Organisatie of door het personeel van het Europees Octrooibureau in de uitoefening van hun taken, wordt beheerst door het recht van de Bondsrepubliek Duitsland. Indien de schade is veroorzaakt door het onderdeel te Den Haag of door een bijkantoor, of door het personeel van het onderdeel of van dat bijkantoor, is het recht van de Verdragsluitende Staat waarin het onderdeel of het bijkantoor is gevestigd van toepassing.

3.

De persoonlijke aansprakelijkheid van het personeel van het Europees Octrooibureau jegens de Organisatie wordt beheerst door de voorschriften van hun ambtenarenreglement of door de op hen van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden.

4.

De gerechtelijke instanties die bevoegd zijn tot het beslechten van de in het eerste en tweede lid bedoelde geschillen zijn:

HOOFDSTUK III. HET EUROPEES OCTROOIBUREAU

Artikel 10. Leiding
1.

De leiding van het Europees Octrooibureau berust bij de President die aan de Raad van Bestuur verantwoording verschuldigd is voor de werkzaamheden van het Bureau.

2.

Hiertoe heeft de President met name de volgende taken en bevoegdheden:

3.

De President wordt bijgestaan door een aantal Vicepresidenten. Bij afwezigheid of verhindering van de President, wordt hij vervangen door één van de Vicepresidenten in overeenstemming met de door de Raad van Bestuur vastgestelde procedure.

Artikel 11. Benoeming van hoger personeel
1.

De President van het Europees Octrooibureau wordt benoemd door de Raad van Bestuur.

2.

De Vicepresidenten worden door de Raad van Bestuur benoemd nadat de President van het Europees Octrooibureau is geraadpleegd.

3.

De leden van de kamers van beroep en van de Grote Kamer van beroep, met inbegrip van hun voorzitters, worden benoemd door de Raad van Bestuur op voorstel van de President van het Europees Octrooibureau. Zij kunnen worden herbenoemd door de Raad van Bestuur nadat de President van het Europees Octrooibureau is geraadpleegd.

4.

De Raad van Bestuur oefent tuchtrechtelijk toezicht uit op de in het eerste tot en met het derde lid bedoelde personeelsleden.

5.

Na overleg met de President van het Europees Octrooibureau kan de Raad van Bestuur ook rechtsgeleerde leden van de nationale gerechtelijke instanties of semi-gerechtelijke autoriteiten van de Verdragsluitende Staten benoemen als lid van de Grote Kamer van beroep, die hun gerechtelijke activiteiten op nationaal niveau kunnen voortzetten. Zij worden benoemd voor een termijn van drie jaar en kunnen worden herbenoemd.

Artikel 12. Aan personeelsfuncties verbonden verplichtingen

Het is het personeel van het Europees Octrooibureau verboden, ook na beëindiging van hun dienstverband, om de kennis die naar haar aard onder het beroepsgeheim valt, te verspreiden of te gebruiken.

Artikel 13. Geschillen tussen de Organisatie en het personeel van het Europees Octrooibureau
1.

Personeel of voormalig personeel van het Europees Octrooibureau, of hun rechtsopvolgers, kunnen, in geval van geschillen met de Europese Octrooiorganisatie, deze voorleggen aan het Ambtenarengerecht van de Internationale Arbeidsorganisatie, overeenkomstig het statuut van dit gerecht en binnen de grenzen en onder de voorwaarden vastgesteld in het Ambtenarenreglement, het Pensioenreglement of voortvloeiend uit de arbeidsvoorwaarden voor ander personeel.

2.

Een beroep is slechts ontvankelijk, indien de belanghebbende alle rechtsmiddelen heeft uitgeput die hem ter beschikking staan op grond van het Ambtenarenreglement, het Pensioenreglement of de arbeidsvoorwaarden voor ander personeel.

Artikel 14. Talen van het Europees Octrooibureau, Europese octrooiaanvragen en andere stukken
1.

De officiële talen van het Europees Octrooibureau zijn het Duits, het Engels en het Frans.

2.

Een Europese octrooiaanvrage dient te worden ingediend in een van de officiële talen of, indien zij in een andere taal wordt ingediend, vertaald te worden in een van de officiële talen in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Tijdens de gehele procedure voor het Europees Octrooibureau kan deze vertaling in overeenstemming worden gebracht met de aanvrage zoals die is ingediend. Indien een vereiste vertaling niet tijdig is ingediend, wordt de aanvrage geacht te zijn ingetrokken.

3.

De officiële taal van het Europees Octrooibureau waarin de Europese octrooiaanvrage is ingediend of waarin deze is vertaald, dient als procestaal te worden gebruikt in alle procedures voor het Europees Octrooibureau, tenzij het Uitvoeringsreglement anders bepaalt.

4.

Natuurlijke personen of rechtspersonen die hun woonplaats of hun zetel hebben in een Verdragsluitende Staat, die als officiële taal een andere taal heeft dan het Duits, het Engels of het Frans, en onderdanen van die Staat, die hun woonplaats in het buitenland hebben, kunnen stukken waarvan indiening aan een termijn is gebonden, in een officiële taal van die Staat indienen. Zij dienen echter een vertaling in een officiële taal van het Europees Octrooibureau in te dienen in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement. Indien een stuk, dat geen deel uitmaakt van de tot de Europese octrooiaanvrage behorende stukken, niet is ingediend in de voorschreven taal of indien een vereiste vertaling niet tijdig is ingediend, wordt het stuk geacht niet te zijn ingediend.

5.

Europese octrooiaanvragen worden in de procestaal gepubliceerd.

6.

Europese octrooischriften worden in de procestaal gepubliceerd en bevatten een vertaling van de conclusies in de beide andere officiële talen van het Europees Octrooibureau.

7.

Het volgende wordt in de drie officiële talen van het Europees Octrooibureau gepubliceerd:

8.

Inschrijvingen in het Europees Octrooiregister geschieden in de drie officiële talen van het Europees Octrooibureau. In geval van twijfel geeft de inschrijving in de procestaal de doorslag.

Artikel 15. Met de procedures belaste organen

Voor de uitvoering van de in dit Verdrag voorgeschreven procedures worden bij het Europees Octrooibureau ingesteld:

Artikel 16. Aanvraagafdeling

De aanvraagafdeling is bevoegd tot het onderzoek van Europese octrooiaanvragen bij de indiening en tot het onderzoek op vormvereisten.

Artikel 17. Afdelingen voor het nieuwheidsonderzoek

De afdelingen voor het nieuwheidsonderzoek zijn bevoegd tot het opstellen van de verslagen van het Europees nieuwheidsonderzoek.

Artikel 18. Onderzoeksafdelingen
1.

De onderzoeksafdelingen zijn bevoegd tot het onderzoeken van Europese octrooiaanvragen.

2.

Een onderzoeksafdeling bestaat uit drie technisch geschoolde onderzoekers. De voorbereiding van de beslissing op een Europese octrooiaanvrage wordt echter in het algemeen opgedragen aan een lid van de onderzoeksafdeling. De mondelinge behandeling vindt voor de onderzoeksafdeling zelf plaats. Indien de onderzoeksafdeling meent dat de aard van de beslissing zulks vereist, wordt zij aangevuld met een rechtsgeleerde onderzoeker. Indien de stemmen staken is de stem van de voorzitter van de onderzoeksafdeling doorslaggevend.

Artikel 19. Oppositieafdelingen
1.

De oppositieafdelingen zijn bevoegd tot het onderzoeken van opposities tegen Europese octrooien.

2.

Een oppositieafdeling bestaat uit drie technisch geschoolde onderzoekers, waarvan er ten minste twee niet hebben deelgenomen aan de verleningsprocedure van het octrooi waartegen de oppositie is ingesteld. Een onderzoeker die heeft deelgenomen aan de verleningsprocedure van het Europees octrooi kan geen voorzitter zijn. Alvorens een beslissing op de oppositie te nemen, kan de oppositieafdeling het onderzoek naar de oppositie opdragen aan één van haar leden. De mondelinge behandeling vindt voor de oppositieafdeling zelf plaats. Indien de oppositieafdeling meent dat de aard van de beslissing zulks vereist, wordt zij aangevuld met een rechtsgeleerde onderzoeker die niet heeft deelgenomen aan de verleningsprocedure van het octrooi. Indien de stemmen staken is de stem van de voorzitter van de oppositieafdeling doorslaggevend.

Artikel 20. Juridische afdeling
1.

De juridische afdeling is bevoegd tot beslissingen inzake inschrijvingen in het Europese Octrooiregister en inzake het inschrijven in en het afvoeren van de lijst van de erkende gemachtigden.

2.

Beslissingen van de juridische afdeling worden door een rechtsgeleerd lid genomen.

Artikel 21. Kamers van beroep
1.

De kamers van beroep zijn bevoegd tot het behandelen van beroepen ingesteld tegen de beslissingen van de aanvraagafdeling, de onderzoeksafdelingen, de oppositieafdelingen en de juridische afdeling.

2.

In geval van beroep tegen een beslissing van de aanvraagafdeling of van de juridische afdeling bestaat een kamer van beroep uit drie rechtsgeleerde leden.

3.

In geval van beroep tegen een beslissing van een onderzoeksafdeling bestaat een kamer van beroep uit:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.