Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten
De Overeenkomstsluitende Staten,
Erkennende dat de in het wild levende dier- en plantesoorten door hun schoonheid en verscheidenheid een onvervangbaar onderdeel vormen van de natuurlijke stelsels, dat moet worden beschermd ten behoeve van de huidige en komende generaties;
Zich bewust van de steeds toenemende waarde van in het wild levende dier- en plantesoorten, uit een esthetisch, wetenschappelijk, cultureel, recreatief en economisch oogpunt;
Erkennende dat de volken en Staten de beste beschermers van hun in het wild levende dier- en plantesoorten zijn en behoren te zijn;
Bovendien erkennende dat internationale samenwerking van wezenlijk belang is voor de bescherming van bepaalde in het wild levende dier- en plantesoorten tegen overmatige exploitatie ten gevolge van de internationale handel;
Overtuigd van de dringende noodzaak hiertoe passende maatregelen te nemen;
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent, tenzij uit het zinsverband duidelijk anders blijkt:
- a). „soort”: elke soort, ondersoort of een van hun geografisch geïsoleerde populaties;
- b). „specimen”:
- i). elke dier of elke plant, levend of dood;
- ii). in geval van een dier: ten aanzien van de in Bijlagen I en II opgenomen soorten, elk gemakkelijk herkenbaar deel van een dier of elk daaruit verkregen produkt, en ten aanzien van de in Bijlage III opgenomen soorten, elk gemakkelijk herkenbaar deel van een dier of elk daaruit verkregen produkt dat in deze Bijlage is genoemd;
- iii). in geval van een plant: ten aanzien van de in Bijlage I opgenomen soorten, elk gemakkelijk herkenbaar deel van de plant of elk daaruit verkregen produkt en ten aanzien van de in Bijlagen II en III opgenomen soorten, elk gemakkelijk herkenbaar deel van de plant of elk daaruit verkregen produkt dat in deze Bijlage is genoemd;
- c). „handel”: de uitvoer, de wederuitvoer, de invoer en het inbrengen van uit de zee voortkomende dieren en planten;
- d). „wederuitvoer”: de uitvoer van elk tevoren ingevoerd specimen;
- e). „aanvoer van uit de zee voortkomende planten en dieren”: het tot binnen de grenzen van een Staat vervoeren van specimens van soorten die zijn gehaald uit zeegebied dat niet tot het rechtsgebied van een Staat behoort;
- f). „wetenschappelijke autoriteit”: een overeenkomstig artikel IX aangewezen nationale wetenschappelijke autoriteit;
- g). „administratieve instantie”: een overeenkomstig artikel IX aangewezen nationale administratieve instantie;
- h). „partij”: een Staat ten aanzien van wie dit Verdrag in werking is getreden.
Artikel II. Grondbeginselen
Bijlage I omvat alle met uitsterven bedreigde soorten die door de handel worden of zouden kunnen worden getroffen. De handel in specimens van deze soorten moet aan bijzonder strenge voorschriften worden onderworpen ten einde hun voortbestaan niet verder in gevaar te brengen en zij moet slechts in buitengewone gevallen worden toegestaan.
Bijlage II omvat
- a). alle soorten die weliswaar niet noodzakelijkerwijze thans worden bedreigd met uitsterven, maar die hieraan zouden kunnen worden blootgesteld indien de handel in specimens van deze soorten niet zou worden onderworpen aan strenge voorschriften die ten doel hebben de hun voortbestaan bedreigende exploitatie te vermijden;
- b). andere soorten die aan voorschriften moeten worden onderworpen ten einde de in alinea a) bedoelde controle op de handel in specimens van de in Bijlage II opgenomen soorten doeltreffend te maken.
Bijlage III omvat alle soorten waarvan een Partij verklaart dat deze, binnen de grenzen van haar rechtsbevoegdheid, zijn onderworpen aan een verordening die ten doel heeft hun exploitatie te verhinderen of te beperken en waarvoor de samenwerking met de andere Partijen bij de controle op de handel noodzakelijk is.
De Partijen staan de handel in specimens van de in Bijlagen I, II en III opgenomen soorten slechts toe indien deze in overeenstemming is met de bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel III. Reglementering van de handel in specimens van in Bijlage I opgenomen soorten
Alle handel in specimens van in Bijlage I opgenomen soorten moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit artikel.
Voor het uitvoeren van een specimen van een in Bijlage I opgenomen soort is de voorafgaande verlening en overlegging van een uitvoervergunning vereist. Een uitvoervergunning kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). een wetenschappelijke autoriteit van de Staat van uitvoer heeft verklaard dat deze uitvoer het voortbestaan van de betrokken soort niet schaadt;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat de verkrijging van het specimen niet in strijd is geweest met de in die Staat van kracht zijnde wetten inzake het behoud van dier- en plantesoorten;
- c). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat elk levend specimen op zodanige wijze wordt gereedgemaakt voor verzending en vervoerd dat risico's van verwondingen, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt;
- d). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat een invoervergunning voor genoemd specimen is uitgereikt.
Voor het invoeren van een specimen van een in Bijlage I opgenomen soort is de voorafgaande verlening en overlegging van een invoervergunning en van hetzij een uitvoervergunning, hetzij een certificaat van wederuitvoer nodig. Een invoervergunning kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). een wetenschappelijke autoriteit van de Staat van invoer heeft verklaard dat de invoer doeleinden dient welke het voortbestaan van genoemde soort niet schaden;
- b). ten genoege van een wetenschappelijke autoriteit van de Staat van invoer is aangetoond, dat degene voor wie een levend specimen is bestemd, voldoende is uitgerust om het te huisvesten en te verzorgen;
- c). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van invoer is aangetoond dat het specimen niet zal worden gebruikt voor overwegend commerciële doeleinden.
Voor de wederuitvoer van een specimen van een in Bijlage I opgenomen soort is de voorafgaande verlening en overlegging van een certificaat van wederuitvoer vereist. Een certificaat van wederuitvoer kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van wederuitvoer is aangetoond dat het specimen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in die Staat is ingevoerd;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van wederuitvoer is aangetoond dat elk levend specimen op zodanige wijze wordt gereedgemaakt voor verzending en vervoerd dat risico's van verwondingen, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt;
- c). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van wederuitvoer is aangetoond dat een invoervergunning voor elk levend specimen is verleend.
Voor aanvoer vanuit zee van een specimen van een in Bijlage I opgenomen soort is een certificaat vereist dat tevoren is uitgereikt door de administratieve instantie van de Staat waar het specimen is aangevoerd. Genoemd certificaat kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). een wetenschappelijke autoriteit van de Staat waar het specimen is aangevoerd heeft verklaard dat deze aanvoer het voortbestaan van de betrokken soort niet schaadt;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat waar het specimen is aangevoerd, is aangetoond dat degene voor wie een levend specimen is bestemd, voldoende is uitgerust om het te huisvesten en te verzorgen;
- c). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat waar het specimen is aangevoerd, is aangetoond dat het specimen niet zal worden gebruikt voor overwegend commerciële doeleinden.
Artikel IV. Reglementering van de handel in specimens van in Bijlage II opgenomen soorten
Alle handel in specimens van in Bijlage II opgenomen soorten moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit artikel.
Voor de uitvoer van een specimen van een in Bijlage II opgenomen soort is de voorafgaande verlening en overlegging van een uitvoervergunning vereist. Een uitvoervergunning kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). een wetenschappelijke autoriteit van de Staat van uitvoer heeft verklaard dat deze uitvoer het voortbestaan van de betrokken soort niet schaadt;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat de verkrijging van het specimen niet in strijd is geweest met de in die Staat van kracht zijnde wetten inzake het behoud van dier- en plantesoorten;
- c). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat elk levend specimen op zodanige wijze wordt gereedgemaakt voor verzending en vervoerd dat risico's van verwondingen, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt.
Een wetenschappelijke autoriteit van elke Partij dient voortdurend toezicht te houden zowel op de verlening door genoemde Partij van uitvoervergunningen voor de specimens van in Bijlage II opgenomen soorten als op de feitelijke uitvoer van die specimens. Wanneer een wetenschappelijke autoriteit vaststelt dat de uitvoer van specimens van een van deze soorten zou moeten worden beperkt, ten einde deze soort in zijn gehele verspreidingsgebied te behouden op een niveau, dat overeenkomt met zijn rol in de ecosystemen waarin hij voorkomt, en dat tevens duidelijk hoger ligt dan het peil dat aanleiding zou geven tot opname van die soort in Bijlage I, dan stelt zij de bevoegde administratieve instantie in kennis van de geëigende maatregelen die moeten worden genomen om de verlening van uitvoervergunningen voor specimens van genoemde soort te beperken.
Voor het invoeren van een specimen van een in Bijlage II opgenomen soort is de voorafgaande overlegging vereist van hetzij een uitvoervergunning hetzij een certificaat van wederuitvoer.
Voor de wederuitvoer van een specimen van een in Bijlage II opgenomen soort is de voorafgaande uitreiking en overlegging van een certificaat van wederuitvoer vereist. Een certificaat van wederuitvoer kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van wederuitvoer is aangetoond dat het specimen overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in deze Staat is ingevoerd;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van wederuitvoer is aangetoond dat elk levend specimen op zodanige wijze wordt gereedgemaakt voor verzending en vervoerd dat risico's van verwondingen, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt.
Voor aanvoer vanuit zee van een specimen van een in Bijlage II opgenomen soort is een certificaat vereist dat tevoren is uitgereikt door een administratieve instantie van de Staat waar dit specimen is aangevoerd. Dit certificaat kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). een wetenschappelijke autoriteit van de Staat waar het specimen is aangevoerd heeft verklaard dat de aanvoer het voortbestaan van genoemde soort niet schaadt;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat waar het specimen is aangevoerd, is aangetoond dat elk levend specimen op zodanige wijze zal worden behandeld dat risico's van verwondingen, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt.
De in het zesde lid van dit artikel bedoelde certificaten kunnen worden uitgereikt op advies van een wetenschappelijke autoriteit, nadat deze overleg heeft gepleegd met andere nationale of eventueel internationale wetenschappelijke autoriteiten over de totale aantallen specimens die mogen worden aangevoerd gedurende perioden van niet langer dan een jaar.
Artikel V. Reglementering van de handel in specimens van in Bijlage III opgenomen soorten
Alle handel in specimens van in Bijlage III opgenomen soorten moet in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit artikel.
Voor het uitvoeren van een specimen van een in Bijlage III opgenomen soort vanuit elke Staat die genoemde soort in Bijlage III heeft laten opnemen is de voorafgaande uitreiking en overlegging vereist van een uitvoervergunning. Een uitvoervergunning kan slechts worden verleend indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat het verkrijgen van het betreffende specimen niet in strijd is geweest met de in die Staat van kracht zijnde wetten inzake het behoud van dier- en plantesoorten;
- b). ten genoege van een administratieve instantie van de Staat van uitvoer is aangetoond dat elk levend specimen op zodanige wijze wordt gereedgemaakt voor verzending en vervoerd dat risico's van verwondingen, schade aan de gezondheid of ruwe behandeling tot een minimum worden beperkt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.