Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal inzake het luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1978-09-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Senegal, hierna te noemen de Overeenkomstsluitende Partijen;

verlangende de ontwikkeling van het luchtvervoer tussen en via hun grondgebieden te bevorderen en zoveel mogelijk te streven naar internationale samenwerking op dit gebied;

verlangende met betrekking tot dit vervoer de beginselen en bepalingen toe te passen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, voor ondertekening opengesteld te Chicago op 7 december 1944;

zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. Algemene bepalingen

Artikel 1

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het oog op de vestiging van de internationale burgerlijke luchtverbindingen, vermeld in de hierbij gevoegde Bijlage die is opgesteld in toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst en de daarbij behorende Bijlage,

Artikel 3
1.
  • De wetten en voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij betrekking hebbende op de binnenkomst in en het vertrek uit haar grondgebied van de luchtvaartuigen, gebruikt in de internationale luchtvaart of betrekking hebbende op de exploitatie van en het vliegen met deze luchtvaartuigen gedurende hun verblijf binnen de grenzen van haar grondgebied, zijn van toepassing op de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
2.
  • De passagiers, de bemanningsleden en de verladers van goederen en postzendingen dienen, hetzij persoonlijk hetzij door tussenkomst van een derde handelende in hun naam en voor hun rekening, zich te houden aan de wetten en voorschriften die op het grondgebied van elke Overeenkomstsluitende Partij het binnenkomen, het verblijf en het vertrek regelen van de passagiers, bemanningsleden, goederen en postzendingen, zoals bijvoorbeeld die welke betrekking hebben op het binnenkomen, de uitreisformaliteiten, de immigratie, de douane, de uit de gezondheidsvoorschriften voortvloeiende maatregelen en het deviezenstelsel.
Artikel 4

De bewijzen van luchtwaardigheid en de bewijzen van bevoegdheid uitgereikt of geldig verklaard door een der Overeenkomstsluitende Partijen en welke niet zijn verlopen, worden door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig erkend wat betreft de exploitatie van de luchtroutes vermeld in de hierbij behorende Bijlage. Niettemin behoudt elke Overeenkomstsluitende Partij zich het recht voor om, wat betreft het vliegen boven haar eigen grondgebied, de aan haar eigen onderdanen door de andere Overeenkomstsluitende Partij verleende bewijzen van bevoegdheid niet als geldig te erkennen.

Artikel 5
1.
  • De luchtvaartuigen die in internationaal verkeer door de aangewezen maatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij worden gebruikt, alsmede hun normale uitrusting (met inbegrip van reserveonderdelen), hun reserves aan motorbrandstoffen en smeermiddelen en hun boordvoorraden (met inbegrip van proviand, dranken en tabak) zijn bij binnenkomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke rechten of heffingen, op voorwaarde dat deze uitrustingsstukken en voorraden aan boord blijven van de luchtvaartuigen totdat zij weer worden uitgevoerd.
2.
  • Van dezelfde rechten of heffingen zijn eveneens vrijgesteld, met uitzondering van rechten of heffingen voor bewezen diensten:
3.
  • De boorduitrusting, evenals de materialen en voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van de aangewezen maatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij bevinden, mogen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij niet worden uitgeladen dan met toestemming van de douaneautoriteiten van dat grondgebied. In dit geval kunnen zij onder toezicht van de genoemde autoriteiten worden geplaatst totdat ze weer worden uitgevoerd of totdat daarvan aangifte bij de douane is gedaan.

HOOFDSTUK II. Overeengekomen diensten

Artikel 6

De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar het recht om door de aangewezen maatschappij van ieder van hen de luchtdiensten te doen exploiteren welke zijn omschreven in deze Overeenkomst en de hierbij behorende Bijlage. Deze diensten zullen verder worden aangeduid met de uitdrukking „overeengekomen diensten”.

Artikel 7
1.
  • Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor de exploitatie van de overeengekomen diensten op de in de Bijlage van deze Overeenkomst aangegeven routes en doet hiervan schriftelijk mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij.
2.
  • Na ontvangst van deze aanwijzing, dient de andere Overeenkomstsluitende Partij, behoudens de bepalingen van het derde lid van dit artikel en die van artikel 9 van deze Overeenkomst, onverwijld aan de aldus aangewezen maatschappij de passende exploitatievergunningen te verlenen.
3.

-De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen kunnen verlangen dat de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij het bewijs levert, dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden welke op het gebied van de exploitatie van de internationale nachtdiensten worden voorgeschreven door de wetten en voorschriften die gewoonlijk en redelijkerwijze, overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, door de genoemde autoriteiten worden toegepast.

Artikel 8

In toepassing van de artikelen 77 en 79 van het Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, die voorzien in het instellen door twee of meer Staten van gemeenschappelijke exploitatieorganisaties of van internationale exploitatieorganen, aanvaardt de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden dat de Regering van de Republiek Senegal, overeenkomstig de artikelen 2en 4 en de bijlagen bij het Verdrag inzake Luchtvervoer, dat op 28 maart 1961 te Yaoundé is ondertekend en waartoe de Republiek Senegal is toegetreden, zich het recht voorbehoudt de maatschappij AIR-AFRIQUE aan te wijzen als de door haar gekozen organisatie voor het exploiteren van de overeengekomen diensten.

Artikel 9
1.
  • Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunningen bedoeld in het tweede lid van artikel 7 niet te verlenen, indien bedoelde Overeenkomstsluitende Partij er niet van overtuigd is dat een aanzienlijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op die maatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij welke de maatschappij heeft aangewezen of bij onderdanen van deze Overeenkomstsluitende Partij.
2.
  • Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening door de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij van de rechten omschreven in artikel 6 van deze Overeenkomst te beperken of te schorsen indien:
3.
  • Tenzij de beperking, de schorsing of de intrekking noodzakelijk is om nieuwe bijzonder ernstige inbreuken op de bedoelde wetten en voorschriften te voorkomen, kan een zodanig recht niet worden uitgeoefend dan na overleg met de andere Overeenkomstsluitende Partij, zoals voorzien in artikel 17. Ingeval dit overleg faalt, wordt overgegaan tot een scheidsrechterlijke uitspraak overeenkomstig artikel 18.
Artikel 10
1.
  • De exploitatie van de overeengekomen diensten tussen de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen vormt voor hen een fundamenteel en primair recht.
2.
  • Beide Overeenkomstsluitende Partijen zijn het eens om het beginsel van gelijkheid en wederkerigheid van toepassing te doen zijn op alle terreinen die betrekking hebben op de uitoefening van de rechten voortvloeiende uit deze Overeenkomst.

De aangewezen maatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen verzekerd zijn van een billijke en rechtvaardige behandeling; zij dienen gelijke mogelijkheden en gelijke rechten te genieten en het beginsel van een gelijke verdeling van de aan te bieden vervoerscapaciteit voor de exploitatie van de overeengekomen diensten te eerbiedigen.

3.
  • Zij dienen op de gemeenschappelijke trajecten rekening te houden met hun wederzijdse belangen ten einde hun onderscheiden diensten niet onredelijk te treffen.
Artikel 11

De door iedere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen maatschappij geniet bij het exploiteren van een overeengekomen dienst de volgende rechten:

Artikel 12
1.
  • Op elk van de routes voorkomende in de Bijlage bij deze Overeenkomst hebben de overeengekomen diensten als primair doel, bij een redelijk te achten beladingsgraad, te voorzien in een vervoerscapaciteit welke aangepast is aan de normale en redelijkerwijze te voorziene behoeften van het internationale luchtverkeer, afkomstig van of bestemd voor het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de maatschappij welke de genoemde diensten exploiteert, heeft aangewezen.
2.
  • De aangewezen maatschappij van elke Overeenkomstsluitende Partij kan binnen de grenzen van de totale vervoerscapaciteit als voorzien in het eerste lid van dit artikel, voldoen aan de verkeersbehoeften tussen de grondgebieden van derde Staten gelegen op de in de Bijlage omschreven routes en het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, daarbij rekening houdende met de plaatselijke en regionale diensten.
3.
  • Ten einde te kunnen voldoen aan onvoorziene of tijdelijke vraag naar verkeer op diezelfde routes, dienen de aangewezen maatschappijen onderling te beslissen over passende maatregelen om aan deze tijdelijke toeneming van het verkeer tegemoet te komen. Zij brengen hiervan onmiddellijk verslag uit aan de luchtvaartautoriteiten van hun onderscheiden landen, die met elkaar overleg kunnen plegen indien zij zulks nuttig achten.
4.
  • Ingeval de aangewezen maatschappij van een der Overeenkomstsluitende Partijen op een of meer routes, hetzij een gedeelte, hetzij het totaal van de vervoerscapaciteit welke zij, rekening houdende met haar rechten, mag aanbieden, niet wenst te gebruiken, verstaat zij zich met de aangewezen maatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij ten einde aan haar voor een bepaalde tijd het totaal of een gedeelte van de betrokken vervoerscapaciteit over te dragen.

De aangewezen maatschappij die alle of een gedeelte van haar rechten heeft overgedragen, kan deze aan het einde van de genoemde periode hernemen.

Artikel 13
1.
  • De aangewezen maatschappijen leggen minstens zestig (60) dagen voordat zij een begin maken met de exploitatie van de overeengekomen diensten, hun exploitatieprogramma ter goedkeuring voor aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen; deze termijn kan in geval van latere wijzigingen met toestemming van deze autoriteiten worden verkort.
2.
  • De luchtvaartautoriteiten van een der Overeenkomstsluitende Partijen verschaffen, op verzoek, aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, alle gangbare statistieken en andere statistische gegevens betreffende het luchtvervoer, welke redelijkerwijze kunnen worden verlangd voor de controle van de door de aangewezen maatschappij van eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangeboden vervoerscapaciteit. Die statistieken omvatten alle gegevens welke benodigd zijn om de omvang, de herkomst en de bestemming van het verkeer op de overeengekomen diensten vast te stellen.
Artikel 14
1.
  • De tarieven die zullen worden toegepast door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van een van de Overeenkomstsluitende Partijen voor het vervoer naar of van het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, worden vastgesteld op een redelijk niveau, waarbij behoorlijk rekening wordt gehouden met alle daarvoor in aanmerking komende factoren, met name de exploitatiekosten, een redelijke winst alsmede de tarieven die worden toegepast door de andere luchtvaartmaatschappijen.
2.
  • De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van beide Overeenkomstsluitende Partijen, na overleg met de andere maatschappijen die de gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren; de maatschappijen dienen voor het bereiken van deze overeenkomst zoveel mogelijk gebruik te maken van de procedure van de Internationale Luchtvaartorganisatie (IATA) voor het vaststellen van tarieven.
3.
  • De aldus vastgestelde tarieven dienen ter goedkeuring te worden voorgelegd aan de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen, ten minste zestig (60) dagen voor de voorziene datum van inwerkingtreding. Deze termijn kan in bijzondere gevallen, met goedkeuring van die autoriteiten, worden verkort.
4.
  • Deze goedkeuring kan uitdrukkelijk worden gegeven. Indien de luchtvaartautoriteiten noch van de ene Partij noch van de andere Partij de tarieven uitdrukkelijk hebben afgewezen binnen een termijn van dertig (30) dagen te rekenen vanaf de datum waarop de tarieven ter goedkeuring zijn voorgelegd overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel, worden die tarieven beschouwd als te zijn goedgekeurd. Indien de termijn waarbinnen de tarieven ter goedkeuring moeten worden voorgelegd, is verkort overeenkomstig het bepaalde in het derde lid, kunnen de luchtvaartautoriteiten een termijn overeenkomen die korter is dan dertig (30) dagen voor het mededelen van een eventuele afwijzing.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.