Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kenya inzake luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden

Type Verdrag
Publication 1981-02-24
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Kenya,

Partijen zijnde bij het op 7 december 1944 te Chicago voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart en

Geleid door de wens een aanvullende overeenkomst bij dat Verdrag te sluiten ten einde luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden in te stellen,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Tenzij uit het zinsverband anders blijkt, hebben in deze Overeenkomst de volgende termen de daaraan hierbij toegekende betekenis:

Artikel 2. Toepasselijkheid van het Verdrag van Chicago

De bepalingen van deze Overeenkomst laten de bepalingen van het Verdrag onverlet voor zover de laatstgenoemde bepalingen op internationale luchtdiensten van toepassing zijn.

Artikel 3. Verlening van rechten

1). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de volgende rechten met betrekking tot haar geregelde internationale luchtdiensten:

2). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent de andere Overeenkomstsluitende Partij de in deze Overeenkomst omschreven rechten met het doel geregelde internationale luchtdiensten in te stellen op de routes omschreven in de desbetreffende afdeling van de tabel die aan deze Overeenkomst is gehecht en ter verdere uitvoering daarvan is opgesteld. Zodanige diensten en routes worden hierna onderscheidenlijk „de overeengekomen diensten” en „de omschreven routes” genoemd.

3). De door elk der Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij heeft, buiten de in het eerste lid van dit artikel omschreven rechten, het recht om, bij de exploitatie van een overeengekomen dienst op een omschreven route, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij te landen op de voor die route in de tabel bij deze Overeenkomst omschreven punten, voor het opnemen en afzetten van passagiers en vracht, post daaronder begrepen.

4). Geen van de bepalingen in het tweede en derde lid van dit artikel wordt geacht de luchtvaartmaatschappij van een Overeenkomstsluitende Partij het recht te geven tot het opnemen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij van passagiers en vracht, post daaronder begrepen, vervoerd tegen beloning of vergoeding en bestemd voor een ander punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 4. Aanwijzing van luchtvaartmaatschappijen

1). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht in een schriftelijke mededeling, gericht aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, één luchtvaartmaatschappij aan te wijzen voor het exploiteren van de overeengekomen diensten op de omschreven routes.

2). Na ontvangst van een zodanige aanwijzing verlenen de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij de overeenkomstig het eerste lid van dit artikel aangewezen luchtvaartmaatschappij onverwijld, met inachtneming van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel, de vereiste exploitatievergunningen.

3). De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij kunnen van de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij verlangen dat deze te hunnen genoegen aantoont dat zij in staat is te voldoen aan de voorwaarden voorgeschreven bij de wetten en voorschriften, die gewoonlijk en redelijkerwijze door zodanige autoriteiten, in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag, worden gesteld aan de exploitatie van internationale luchtdiensten.

4). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht te weigeren de in het tweede lid van dit artikel bedoelde exploitatievergunningen te verlenen of de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden aan de uitoefening door een aangewezen luchtvaartmaatschappij van de in artikel 3 van deze Overeenkomst omschreven rechten, steeds wanneer niet ten genoegen van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van en het daadwerkelijk toezicht op de luchtvaartmaatschappij berusten bij de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen of bij haar onderdanen.

5). Wanneer een luchtvaartmaatschappij aldus is aangewezen en vergunningen heeft verkregen, kan zij de overeengekomen diensten waarvoor zij is aangewezen, exploiteren, mits een overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 van deze Overeenkomst vastgesteld tarief van kracht is met betrekking tot die dienst.

Artikel 5. Intrekking of opschorting van exploitatievergunningen

1). Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een exploitatievergunning in te trekken of de uitoefening van de krachtens deze Overeenkomst verleende rechten door een door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op te schorten, dan wel aan de uitoefening van die rechten de door haar noodzakelijk geachte voorwaarden te verbinden:

2). Dit recht wordt slechts uitgeoefend na overleg met de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij onmiddellijke intrekking, opschorting of oplegging van de in het eerste lid van dit artikel genoemde voorwaarden noodzakelijk is ter voorkoming van verdere inbreuken op de wetten of voorschriften van een van beide Partijen of op de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 6. Vrijstelling van lasten inzake uitrustingsstukken, brandstof, proviand, enz.

1). Luchtvaartuigen die door de door een Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappijen op internationale diensten worden gebruikt, alsook hun normale uitrustingsstukken, voorraden motorbrandstof en smeermiddelen, proviand (met inbegrip van etenswaren, dranken en tabaksartikelen) die zich aan boord bevinden van die luchtvaartuigen, zijn bij binnenkomst op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle douanerechten, inspectiekosten en andere soortgelijke lasten, onder voorwaarde dat die uitrustingsstukken en voorraden aan boord van de luchtvaartuigen blijven totdat zij weer worden uitgevoerd of worden gebruikt op dat deel van de vlucht dat boven dat grondgebied wordt afgelegd.

2). Vrij van dezelfde rechten, kosten en lasten zijn ook, met uitzondering van de lasten ter vergoeding voor geleverde diensten:

3). Er kan worden verlangd dat de in de letters (a), (b) en (c) bedoelde goederen onder douanetoezicht of -controle worden geplaatst.

Artikel 7. Uitladen van uitrustingsstukken, enz.

De normale boorduitrustingsstukken, alsmede het materiaal en de voorraden die zich aan boord van de luchtvaartuigen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bevinden, kunnen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij slechts worden uitgeladen met toestemming van de douaneautoriteiten van die Partij. In dergelijke gevallen kunnen zij onder toezicht van genoemde autoriteiten worden gesteld totdat zij weer worden uitgevoerd of overeenkomstig de douanevoorschriften een andere bestemming hebben gekregen.

Artikel 8. Beginselen inzake de exploitatie van overeengekomen diensten

1). Aan de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen wordt een billijke en gelijke behandeling toegekend opdat zij op gelijke wijze de gelegenheid krijgen tot het exploiteren van overeengekomen diensten. Zij houden rekening met hun wederzijdse belangen zodat hun onderscheiden diensten niet onredelijk worden getroffen.

2). De exploitatie van de overeengekomen diensten tussen de Republiek Kenya en het Koninkrijk der Nederlanden in beide richtingen volgens de aangewezen routes vormt een fundamenteel recht van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

3). In verband met de exploitatie van overeengekomen diensten:

Artikel 9. Tarieven

1). De tarieven te heffen door de luchtvaartmaatschappij van de ene Overeenkomstsluitende Partij voor vervoer naar of uit het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij worden vastgesteld op een redelijk niveau waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met alle in aanmerking komende factoren, daaronder begrepen de exploitatiekosten, een redelijke winst, en de tarieven van andere luchtvaartmaatschappijen.

2). De in het eerste lid van dit artikel bedoelde tarieven worden, indien mogelijk, in onderlinge overeenstemming vastgesteld door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen van de beide Overeenkomstsluitende Partijen, na overleg met de andere luchtvaartmaatschappijen die de gehele route of een gedeelte daarvan exploiteren, en die overeenstemming dient zoveel mogelijk te worden bereikt door gebruikmaking van de procedures van de Internationale Luchtvervoersvereniging voor de opstelling van tarieven.

3). De aldus overeengekomen tarieven worden aan de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen ter goedkeuring voorgelegd ten minste negentig (90) dagen voor de voorgestelde datum van invoering. In bijzondere gevallen kan dit tijdvak worden verkort, behoudens toestemming van de genoemde autoriteiten.

4). De in het derde lid. van dit artikel bedoelde goedkeuring kan uitdrukkelijk worden verleend. Indien geen van de beide luchtvaartautoriteiten binnen dertig (30) dagen, te rekenen van de datum waarop deze tarieven in overeenstemming met het derde lid van dit artikel zijn voorgelegd, te kennen heeft gegeven deze niet goed te keuren, worden zij geacht te zijn goedgekeurd. Ingeval de periode voor voorlegging is verkort, als voorzien in het derde lid, kunnen de luchtvaartautoriteiten onderling overeenkomen dat de periode waarbinnen de kennisgeving moet worden gedaan dat niet tot goedkeuring wordt overgegaan, korter is dan dertig (30) dagen.

5). Indien geen overeenstemming kan worden bereikt overeenkomstig het tweede lid van dit artikel of indien tijdens de overeenkomstig het vierde lid van dit artikel van toepassing zijnde periode de ene luchtvaartautoriteit aan de andere luchtvaartautoriteit te kennen geeft een overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid overeengekomen tarief niet goed te keuren, trachten de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen het tarief in onderlinge overeenstemming vast te stellen.

6). Een overeenkomstig het bepaalde in dit artikel vastgesteld tarief blijft van kracht totdat een nieuw tarief is vastgesteld. Niettemin wordt een tarief niet op grond van dit lid verlengd voor langer dan twaalf (12) maanden na de datum waarop het anders zou zijn vervallen, dan wel na de datum waarop kennis wordt gegeven dat dat tarief niet wordt goedgekeurd krachtens het vijfde lid van dit artikel, naar gelang welke datum de eerste is.

Artikel 10. Verschaffing van statistieken

De luchtvaartautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij verschaffen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op hun verzoek periodieke of andere statistische gegevens die nodig zijn om te kunnen beoordelen of eventueel veranderingen dienen te worden aangebracht in de capaciteit die door de door de in dit artikel als eerste genoemde Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij op de overeengekomen diensten wordt aangeboden. Deze gegevens dienen tevens alle inlichtingen te bevatten die zijn vereist voor het bepalen van de hoeveelheid passagiers, vracht en post, vervoerd door die luchtvaartmaatschappij op de overeengekomen dienst en de herkomst en de bestemming van die passagiers, vracht en post.

Artikel 11. Overmaking van inkomsten

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verleent aan de aangewezen luchtvaartmaatschappij van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht tot het vrijelijk overmaken van het verschil tussen ontvangsten en uitgaven geboekt door elk van de aangewezen luchtvaartmaatschappijen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Zodanige overmakingen geschieden op basis van de officiële wisselkoersen voor lopende betalingen of, bij afwezigheid van officiële wisselkoersen, tegen de gangbare koersen op de markt voor buitenlandse valuta.

Artikel 12. Overleg en wijziging

1). In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen van tijd tot tijd overleg met elkaar ten einde de uitvoering en bevredigende naleving van de bepalingen van deze Overeenkomst en de Tabel daarbij te verzekeren; zij zullen eveneens, indien noodzakelijk, overleg plegen omtrent wijziging daarvan.

2). Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan het verzoek doen tot het plegen van overleg; dit overleg hetwelk mondeling dan wel schriftelijk kan geschieden, moet een aanvang nemen binnen een periode van zestig (60) dagen, te rekenen van de datum van het verzoek, tenzij beide Overeenkomstsluitende Partijen instemmen met verlenging van deze periode.

3). Wijzigingen in deze Overeenkomst waartoe gedurende het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg is besloten, worden schriftelijk tussen de Overeenkomstsluitende Partijen overeengekomen en treden in werking op de datum waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat aan de daartoe in hun onderscheiden landen vereiste constitutionele formaliteiten is voldaan.

4). De onderscheiden luchtvaartautoriteiten zijn bevoegd schriftelijk wijzigingen van de bij deze Overeenkomst gevoegde Tabel overeen te komen tijdens het in het eerste en tweede lid bedoelde overleg. Zodanige wijzigingen treden in werking op een in een diplomatieke notawisseling vast te stellen datum.

Artikel 13. Regeling van geschillen

1). Indien tussen de Overeenkomstsluitende Partijen een geschil mocht ontstaan omtrent de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst, trachten de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen in de eerste plaats dit geschil te regelen door onderling overleg.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.