← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Mali inzake de tewerkstelling van Nederlandse vrijwilligers

Geldende tekst a fecha 1981-05-11

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van de Republiek Mali,

Geleid door de wens door uitwisseling van kennis en vakkennis, de goede verstandhouding en vriendschappelijke betrekkingen tussen de volken der beide landen te verstevigen;

Zijn overeengekomen de deelneming te organiseren van Nederlandse vrijwilligers aan de ontwikkelingstaken die ondernomen worden in de Republiek Mali en wel op de onderstaande voorwaarden.

Artikel I
1.

De Nederlandse Regering zendt binnen de ten dienste staande personele, financiële en materiële mogelijkheden, Nederlandse vrijwilligers naar Mali voor tewerkstelling bij bepaalde ontwikkelingsprojecten die daartoe zijn uitgekozen.

2.

De Nederlandse Regering draagt de uitvoering van deze Overeenkomst op aan de Stichting Nederlandse Vrijwilligers (hierna te noemen: de Stichting).

3.

De bijzonderheden van de uitvoering en de toepassing van deze Overeenkomst worden geregeld tussen de Stichting en de Malinese Regering (hierna te noemen: „de bevoegde Malinese autoriteiten”).

Artikel II

De Nederlandse Regering:

Artikel III
1.

Voor de duur van hun verblijf in Mali zijn de vrijwilligers onderworpen aan de in dat land geldende wetten en voorschriften.

2.

De Regering van Mali:

verleent de vrijwilligers alle steun die zij redelijkerwijs nodig kunnen hebben voor een behoorlijke uitvoering van hun taak en verleent hun hulp en bescherming voor hun handelingen en geschriften, tenzij de rechtbanken van oordeel zijn dat de schade, de verwondingen of de verliezen aan derden met opzet zijn toegebracht of het gevolg zijn van een ernstige fout, van bedrog of van nalatigheid van misdadige aard.

Artikel IV

De Regering van Mali:

Artikel V
1.

Niettegenstaande het bepaalde in artikel 3 van deze Overeenkomst, heeft de Nederlandse Regering het recht na overleg met de bevoegde autoriteiten van de Regering van Mali een vrijwilliger terug te roepen.

Een dergelijke terugroeping mag echter in geen geval de uitvoering van het project waaraan de vrijwilliger is verbonden, belemmeren.

2.

De Regering van Mali heeft het recht de Nederlandse Regering te vragen een vrijwilliger terug te roepen indien zijn persoonlijk gedrag of de wijze waarop hij zijn taak vervult een dergelijke maatregel wettigt.

Artikel VI

De Regering van Mali:

Het bepaalde in dit artikel is op dezelfde wijze van toepassing op de vertegenwoordiger van de Stichting in Mali en op zijn medewerkers.

Artikel VII

Mits vooraf overleg wordt gepleegd en overeenstemming wordt bereikt met de Regering van Mali, kunnen vertegenwoordigers van de Nederlandse Regering of van de Stichting zich op de hoogte komen stellen van de vorderingen die met de projecten, waarbij de vrijwilligers zijn gedetacheerd, worden gemaakt.

Artikel VIII
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de Nederlandse Regering schriftelijk heeft medegedeeld, dat aan de in het Koninkrijk der Nederlanden constitutioneel vereiste formaliteiten is voldaan.

2.

Zij blijft van kracht gedurende drie jaar en wordt van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, tenzij een der beide Regeringen de andere Regering schriftelijk en ten minste drie maanden voor de afloop van het lopende tijdvak in kennis stelt van haar voornemen de Overeenkomst te beëindigen.

3.

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst slechts van toepassing op het Rijk in Europa.

4.

Ieder geschil over de uitlegging van de bepalingen van deze Overeenkomst wordt langs diplomatieke weg geregeld.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet ont signé le présent Accord.

FAIT à Dakar le 11 avril 1979 en double exemplaire en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) E. E. S. DE JONGH

Ambassadeur Extraordinaire et Plénipotentiaire du Royaume des Pays-Bas

Pour le Gouvernement de la République du Mali

(s.) SEYDOU TRAORE

Secrétaire Général du Ministère des Affaires Etrangères et de la Coopération Internationale