Overeenkomst inzake de registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen
De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst,
Erkennende het gemeenschappelijk belang voor de gehele mensheid het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte voor vreedzame doeleinden te bevorderen,
In herinnering brengend dat in het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, van 27 januari 1967, wordt bevestigd dat de Staten internationale verantwoordelijkheid dragen voor nationale activiteiten in de kosmische ruimte en wordt verwezen naar de Staat bij wie een in de kosmische ruimte gelanceerd voorwerp is geregistreerd,
Eveneens in herinnering brengend dat in de Overeenkomst inzake de redding van ruimtevaarders, de terugkeer van ruimtevaarders en de teruggave van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen, van 22 april 1968, wordt bepaald dat de lancerende autoriteit op verzoek gegevens ter identificatie verstrekt voordat een voorwerp dat zij in de kosmische ruimte heeft gebracht en dat wordt aangetroffen buiten haar territoriale grenzen, aan haar wordt teruggezonden,
Voorts in herinnering brengend dat in de Overeenkomst inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door ruimtevoorwerpen, van 29 maart 1972, internationale regels en procedures worden vastgesteld betreffende de aansprakelijkheid van de lancerende Staten voor schade veroorzaakt door hun ruimtevoorwerpen,
Verlangend, gezien het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, te voorzien in de nationale registratie door de lancerende Staten van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen,
Voorts verlangend een centraal register in te stellen waarin de in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen moeten worden ingeschreven en dat wordt bijgehouden door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties,
Eveneens verlangend de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, aanvullende middelen en procedures te verschaffen ten einde de identificatie van ruimtevoorwerpen te vergemakkelijken,
Van oordeel zijnde dat een verplicht systeem voor registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen in het bijzonder de identificatie van deze voorwerpen zou vergemakkelijken en zou bijdragen tot de toepassing en de ontwikkeling van het volkenrecht betreffende het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder:
- a). „lancerende Staat” verstaan:
- i). een Staat die een ruimtevoorwerp lanceert of doet lanceren;
- ii). een Staat van welks grondgebied of installatie een ruimtevoorwerp wordt gelanceerd;
- b). „Ruimtevoorwerp” mede begrepen de samenstellende delen van een dergelijk ruimtevoorwerp alsmede zijn drager en de delen daarvan;
- c). „Staat van registratie” verstaan: een lancerende Staat in welks register een ruimtevoorwerp is ingeschreven overeenkomstig artikel II.
Artikel II
Wanneer een ruimtevoorwerp wordt gebracht in een baan om de aarde of daarbuiten, registreert de lancerende Staat dat voorwerp door middel van een inschrijving in een daartoe bestemd register dat door hem wordt bijgehouden. De lancerende Staat stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van het instellen van een zodanig register.
Wanneer er twee of meer lancerende Staten zijn met betrekking tot een zodanig ruimtevoorwerp, bepalen deze gezamenlijk wie van hen het voorwerp zal registreren overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, rekening houdend met het bepaalde in artikel VIII van het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij. het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, en onverminderd de terzake dienende overeenkomsten die zijn of worden gesloten tussen de lancerende Staten ten aanzien van de rechtsbevoegdheid en de zeggenschap over het ruimtevoorwerp en over de eventuele bemanning daarvan.
De inhoud van ieder register en de voorwaarden waaronder het wordt bijgehouden, worden bepaald door de Staat van registratie.
Artikel III
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties houdt een register bij waarin de overeenkomstig artikel IV verstrekte inlichtingen worden opgenomen.
De in dit register voorkomende gegevens zijn volledig en vrij toegankelijk.
Artikel IV
Iedere Staat van registratie verstrekt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zo spoedig mogelijk onderstaande inlichtingen betreffende ieder ruimtevoorwerp dat in zijn register is ingeschreven:
- a). Naam van de lancerende Staat of Staten;
- b). Passende aanduiding of registratienummer van het ruimtevoorwerp;
- c). Datum en gebied of plaats van de lancering;
- d). Voornaamste parameters van de baan, met inbegrip van:
- i). Omlooptijd
- ii). Inclinatie
- iii). Apogeum
- iv). Perigeum;
- e). Algemene functie van het ruimtevoorwerp.
Iedere Staat van registratie kan van tijd tot tijd aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aanvullende inlichtingen verstrekken omtrent een ruimtevoorwerp dat in zijn register staat ingeschreven.
Iedere Staat van registratie stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voor zover mogelijk en zo spoedig mogelijk in kennis van de ruimtevoorwerpen waarover hij eerder inlichtingen heeft verstrekt en die zich niet meer in een baan om de aarde bevinden.
Artikel V
Wanneer een ruimtevoorwerp dat in een baan om de aarde of daarbuiten is gebracht, is voorzien van de aanduiding of het registratienummer bedoeld onder letter b) van het eerste lid van artikel IV, of van beide, doet de Staat van registratie hiervan mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wanneer hij laatstgenoemde de inlichtingen betreffende het ruimtevoorwerp overeenkomstig artikel IV verstrekt. In dat geval maakt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties aantekening van deze mededeling in het register.
Artikel VI
Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, niet in staat heeft gesteld de identiteit vast te stellen van een ruimtevoorwerp dat schade heeft toegebracht aan bedoelde Staat of aan diens natuurlijke personen of rechtspersonen, of dat gevaarlijk of schadelijk kan zijn, geven de andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, met name de Staten die beschikken over installaties voor het waarnemen en het volgen van ruimtevoorwerpen, voor zover mogelijk gevolg aan ieder door bedoelde bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staat of door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties namens die Staat ingediend verzoek om onder billijke en redelijke voorwaarden te helpen bij het identificeren van het voorwerp. De bij deze Overeenkomst Partij zijnde Staat die een zodanig verzoek indient, verstrekt voor zover mogelijk inlichtingen omtrent het tijdstip, de aard en de omstandigheden van de gebeurtenissen die aanleiding hebben gegeven tot het verzoek. Over de wijze waarop deze hulp zal worden verleend, dient door de betrokken Partijen overeenstemming te worden bereikt.
Artikel VII
In deze Overeenkomst, met uitzondering van de artikelen VIII t/m XII, worden verwijzingen naar Staten geacht ook van toepassing te zijn op een internationale intergouvernementele organisatie die activiteiten in de ruimte verricht, indien de organisatie verklaart de in deze Overeenkomst vastgelegde rechten en plichten te aanvaarden en indien de meerderheid der Staten die lid zijn van de organisatie, Partij is bij deze Overeenkomst alsmede bij het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen.
De Lid-Staten van een zodanige organisatie die Partij zijn bij deze Overeenkomst, zullen alle passende maatregelen nemen ten einde te verzekeren dat de organisatie een verklaring aflegt overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
Artikel VIII
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door alle Staten in de zetel van de Verenigde Naties te New York. Iedere Staat die deze Overeenkomst niet heeft ondertekend vóór haar inwerkingtreding overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van dit artikel, kan te allen tijde tot deze Overeenkomst toetreden.
Deze Overeenkomst dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging en de akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Deze Overeenkomst treedt tussen de Staten die hun akten van bekrachtiging hebben nedergelegd, in werking op de datum van nederlegging van de vijfde akte van bekrachtiging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Voor Staten waarvan de akte van bekrachtiging of toetreding wordt nedergelegd na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, treedt zij in werking op de datum van nederlegging van hun akte van bekrachtiging of toetreding.
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet terstond alle ondertekenende en toetredende Staten mededeling van de datum van iedere ondertekening, de datum van nederlegging van iedere akte van bekrachtiging van of toetreding tot deze Overeenkomst, de datum van de inwerkingtreding ervan alsmede van andere gegevens.
Artikel IX
Iedere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst kan voorstellen doen tot wijziging ervan. Wijzigingen treden voor iedere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die deze aanvaardt, in werking na hun aanvaarding door een meerderheid van de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, en vervolgens voor iedere andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, op de datum waarop hij deze aanvaardt.
Artikel X
Tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst wordt de mogelijke wijziging van de Overeenkomst als punt opgenomen op de voorlopige agenda van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties ten einde, in het licht van de toepassing van de Overeenkomst gedurende de verstreken periode, na te gaan of zij moet worden herzien. Ten minste vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst wordt evenwel op verzoek van een derde van de Staten die Partij zijn bij de Overeenkomst en met instemming van de meerderheid der Staten die Partij zijn bij de Overeenkomst, een conferentie van deze Staten bijeengeroepen ten einde na te gaan of deze Overeenkomst dient te worden gewijzigd.
Bij dit onderzoek wordt in het bijzonder rekening gehouden met alle van belang zijnde technische ontwikkelingen, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de identificatie van ruimtevoorwerpen.
Artikel XI
Iedere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst kan een jaar na de inwerkingtreding ervan door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling doen van zijn voornemen tot uittreding uit deze Overeenkomst. Een zodanige kennisgeving van uittreding wordt van kracht een jaar na de datum waarop deze is ontvangen.
Artikel XII
Deze Overeenkomst waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties die hiervan behoorlijk gewaarmerkte afschriften doet toekomen aan alle ondertekenende en toetredende Staten.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Convention, opened for signature at New York on the fourteenth day of January one thousand nine hundred and seventy-five.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.