Statuut van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling

Type Verdrag
Publication 1985-06-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij dit Statuut,

Overeenkomstig het Handvest der Verenigde Naties,

Overwegende de ruime doelstellingen, vervat in de resoluties, aanvaard tijdens de zesde bijzondere zitting van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties betreffende de vestiging van een Nieuwe Internationale Economische Orde, in de Verklaring en het Actieplan van Lima inzake Industriële Ontwikkeling en Samenwerking, aanvaard door de Tweede Algemene Conferentie van de Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling alsmede in de resolutie van de zevende bijzondere zitting van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties inzake Ontwikkelingen Internationale Economische Samenwerking,

Verklarende dat:

Het noodzakelijk is een rechtvaardige economische en sociale orde te vestigen, die dient te worden bereikt door het wegnemen van economische ongelijkheid, door het tot stand brengen van rationele en rechtvaardige internationale economische betrekkingen, door het bewerkstelligen van dynamische sociale en economische veranderingen en door de bevordering van de noodzakelijke structurele wijzigingen in de ontwikkeling van de wereldeconomie,

Industrialisatie een dynamisch werktuig is ter bevordering van de groei en van wezenlijk belang is voor een snelle economische en sociale ontwikkeling, met name van de ontwikkelingslanden, voor de verbetering van de levensstandaard en de kwaliteit van het bestaan van de volkeren in alle landen en voor de invoering van een rechtvaardige economische en sociale orde,

Het een soeverein recht van elk land is zijn eigen industrialisatie te verwezenlijken, en elk proces van die industrialisatie in overeenstemming dient te zijn met de ruimere doelstellingen van een zelfstandige en geïntegreerde sociaal-economische ontwikkeling en die veranderingen dient te omvatten die nodig zijn om een rechtvaardige en doeltreffende deelneming van elk volk aan de industrialisatie van zijn land te waarborgen,

Aangezien internationale samenwerking ten behoeve van ontwikkeling het gemeenschappelijk streven en de gemeenschappelijke verplichting van alle landen is, het van wezenlijk belang is de industrialisatie te bevorderen door middel van alle mogelijke gezamenlijk getroffen maatregelen, waaronder de ontwikkeling, overdracht en aanpassing van technologie zowel op mondiaal, regionaal en nationaal als op sectoraal niveau,

Alle landen, ongeacht hun sociaal en economisch stelsel, vastbesloten zijn het algemeen welzijn van hun bevolking te bevorderen door individuele en collectieve handelingen die erop zijn gericht om, op basis van soevereine gelijkheid, de internationale economische samenwerking uit te breiden, de economische onafhankelijkheid van de ontwikkelingslanden te versterken, aan deze landen een rechtvaardig aandeel in de totale industriële produktie in de wereld te waarborgen en bij te dragen tot de internationale vrede, veiligheid en welvaart van alle volken, overeenkomstig de doelstellingen en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties,

Indachtig deze richtlijnen,

Geleid door de wens binnen het kader van Hoofdstuk IX van het Handvest der Verenigde Naties een gespecialiseerde organisatie in het leven te roepen, die de naam zal dragen van Organisatie der Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling (UNIDO) (hierna te noemen de „Organisatie”) en die een centrale rol zal spelen in en verantwoordelijk zal zijn voor het begeleiden en bevorderen van de coördinatie van alle werkzaamheden binnen het stelsel der Verenigde Naties op het gebied van de industriële ontwikkeling, overeenkomstig de verantwoordelijkheden van de Economische en Sociale Raad krachtens het Handvest der Verenigde Naties en de van toepassing zijnde overeenkomsten inzake de onderlinge betrekkingen,

Hechten hierbij hun goedkeuring aan dit Statuut.

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN EN FUNCTIES

Artikel 1. Doelstellingen

De belangrijkste doelstelling van de Organisatie is het bevorderen en versnellen van de industriële ontwikkeling in de ontwikkelingslanden ten einde de invoering van een nieuwe internationale economische orde te stimuleren. Ook dient de Organisatie industriële ontwikkeling en samenwerking zowel op mondiaal, regionaal en nationaal als op sectoraal niveau aan te moedigen.

Artikel 2. Functies

Ten einde bovengenoemde doelstellingen te verwerkelijken, doet de Organisatie in de regel alle noodzakelijke en passende stappen en dient in het bijzonder:

HOOFDSTUK II. DEELNEMING

Artikel 3. Leden

Het lidmaatschap van de Organisatie staat open voor alle Staten die de doelstellingen en beginselen van de Organisatie onderschrijven:

Artikel 4. Waarnemers
1.

De status van waarnemer bij de Organisatie staat op verzoek open voor die Staten die deze status ook bij de Algemene Vergadering der Verenigde Naties genieten, tenzij de Conferentie anders besluit.

2.

Onverminderd het bepaalde in het eerste lid heeft de Conferentie de bevoegdheid andere waarnemers uit te nodigen om deel te nemen aan het werk van de Organisatie.

3.

Het is waarnemers toegestaan deel te nemen aan het werk van de Organisatie overeenkomstig de desbetreffende huishoudelijke reglementen en de bepalingen van dit Statuut.

Artikel 5. Schorsing
1.

Elk Lid van de Organisatie dat wordt geschorst wat de uitoefening betreft van de rechten en voorrechten, verbonden aan het lidmaatschap van de Verenigde Naties wordt tevens automatisch geschorst wat de uitoefening betreft van de rechten en voorrechten, verbonden aan het lidmaatschap van de Organisatie.

2.

Elk Lid dat achterstand heeft bij de betaling van zijn financiële bijdrage aan de Organisatie heeft geen stem in de Organisatie, indien het achterstallige bedrag gelijk is aan of hoger is dan het bedrag van de bijdrage waarvoor het is aangeslagen voor de twee voorafgaande fiscale jaren. Elk orgaan kan niettemin een dergelijk Lid toestaan in dat orgaan zijn stem uit te brengen, indien het ervan overtuigd is dat uitblijven van de betaling te wijten is aan omstandigheden waarover het desbetreffende Lid geen macht heeft.

Artikel 6. Opzegging
1.

Een Lid kan zijn lidmaatschap van de Organisatie opzeggen door bij de depositaris een akte van opzegging van dit Statuut neder te leggen.

2.

De opzegging wordt van kracht op de laatste dag van het fiscale jaar, volgend op dat waarin een zodanige akte is nedergelegd.

3.

De financiële bijdrage die het Lid dat zijn lidmaatschap opzegt, verschuldigd is voor het fiscale jaar, volgend op dat waarin een zodanige akte is nedergelegd, is gelijk aan de bijdrage waarvoor het is aangeslagen in het fiscale jaar waarin deze akte is nedergelegd.

Het Lid dat zijn lidmaatschap opzegt voldoet bovendien aan alle onvoorwaardelijke financiële toezeggingen die het vrijwillig heeft gedaan vóór de nederlegging van een zodanige akte.

HOOFDSTUK III. ORGANEN

Artikel 7. Hoofdorganen en suborganen
1.

De hoofdorganen van de Organisatie zijn:

2.

Er wordt een Programma- en Begrotingscommissie ingesteld om de Raad te assisteren bij de voorbereiding en bestudering van het werkprogramma, de gewone begroting en de operationele begroting van de Organisatie alsmede andere financiële zaken die de Organisatie betreffen.

3.

Andere suborganen, waaronder technische commissies, kunnen door de Vergadering of de Raad worden ingesteld, waarbij rekening dient te worden gehouden met het beginsel van rechtvaardige geografische spreiding.

Artikel 8. De Algemene Vergadering
1.

De Vergadering bestaat uit vertegenwoordigers van alle Leden.

3.

Naast het vervullen van andere functies die in dit Statuut zijn omschreven, dient de Vergadering:

4.

De Vergadering kan aan de Raad die bevoegdheden en functies delegeren waarvan zij delegatie wenselijk acht met uitzondering van die welke zijn neergelegd in artikel 3, letter b; artikel 4; artikel 8, derde lid, de letters a, b, c en d; artikel 9, eerste lid; artikel 10, eerste lid; artikel 11, tweede lid; artikel 14, vierde en zesde lid; artikel 15; artikel 18; artikel 23, tweede lid, letter b en derde lid, letter b en Aanhangsel I.

5.

De Vergadering stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.

6.

Elk Lid heeft één stem in de Vergadering. Besluiten worden genomen door een meerderheid van de aanwezige Leden die hun stem uitbrengen, tenzij in dit Statuut of in het huishoudelijk reglement anders is bepaald.

Artikel 9. De Raad voor industriële ontwikkeling
1.

De Raad bestaat uit 53 Leden van de Organisatie die door de Vergadering zijn gekozen, waarbij het beginsel van rechtvaardige geografische spreiding in acht dient te worden genomen. Bij de verkiezing van de leden van de Raad dient de Vergadering zich te houden aan de volgende zetelverdeling: 33 leden van de Raad dienen te worden gekozen uit de Staten, genoemd in de Delen A en C, 15 uit de Staten, genoemd in Deel B, en 5 uit de Staten, genoemd in Deel D van Aanhangsel I van dit Statuut.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.