Regionale Overeenkomst inzake de erkenning van studies en diploma's op het gebied van het hoger onderwijs in Latijns-Amerika en in het Caraïbische gebied

Type Verdrag
Publication 1977-11-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten van Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied, die Partij zijn bij deze Overeenkomst,

Overwegend de nauwe banden van saamhorigheid die hen verbinden en die op cultureel gebied tot uitdrukking komen in de vele bilaterale, sub-regionale of regionale overeenkomsten die zij met elkaar hebben gesloten;

Verlangend hun samenwerking op het gebied van het onderwijs en op dat van het gebruik van de menselijke hulpbronnen te verstevigen en uit te breiden en, met het doel de optimale integratie van het gebied te bevorderen, de toeneming van kennis te stimuleren en de culturele identiteit van hun volken te beschermen, alsmede voortdurend en geleidelijk de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en deel te nemen aan de vastberaden pogingen die worden ondernomen om de economische, sociale en culturele ontwikkeling en de volledige werkgelegenheid in elk land van de regio afzonderlijk en in de regio in haar geheel te bevorderen;

Overtuigd dat, als onderdeel van deze samenwerking, de internationale erkenning van studies en diploma's, waardoor een grotere mobiliteit zal worden bereikt van studenten en van personen die een hoger beroep binnen de regio uitoefenen, niet alleen nuttig doch ook hoogst belangrijk is voor het bespoedigen van de ontwikkeling van de regio, daar dit inhoudt dat een toenemend aantal wetenschapsmensen, technici en deskundigen wordt opgeleid en dat van hun diensten ten volle gebruik wordt gemaakt;

Opnieuw bevestigend de beginselen die zijn nedergelegd in overeenkomsten voor culturele samenwerking welke reeds tussen hen zijn gesloten, en vastbesloten deze doelmatiger toe te passen op regionaal niveau en rekening te houden met de invoering van de nieuwe beginselen die tot uitdrukking zijn gebracht in de aanbevelingen en besluiten welke te dien aanzien door de bevoegde organen van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zijn aangenomen, in het bijzonder inzake alles wat betrekking heeft op het stimuleren van de permanente educatie, de democratisering van het onderwijs, de aanvaarding en toepassing van een onderwijsbeleid dat is afgestemd op de ontwikkelingen op structureel, economisch en technisch gebied en op de veranderingen op sociaal en politiek gebied, alsmede op wat de regio op het culturele vlak samenbindt;

Ervan overtuigd dat, om aan de behoeften van hun landen op voortvarende en duurzame wijze te kunnen voldoen, de onderwijsstelsels nauw verbonden dienen te zijn met de plannen voor economische en sociale ontwikkeling;

Zich bewust van de noodzaak niet alleen de diploma's, getuigschriften of academische graden die de desbetreffende persoon heeft behaald, te laten gelden maar eveneens de kennis en ervaring die hij heeft opgedaan, mee te laten tellen bij het aanleggen van maatstaven voor de beoordeling van zijn geschiktheid voor toelating tot hoger onderwijs of tot de hogere beroepen;

Beseffend dat erkenning door alle Overeenkomstsluitende Staten van voltooide studies en van diploma's, getuigschriften en academische graden die zijn behaald in een van de desbetreffende landen een doeltreffend middel is om:

optimaal gebruik te maken van de voorzieningen op onderwijsgebied in de regio,

de grootst mogelijke mobiliteit te verzekeren van docenten, studenten, wetenschappelijke onderzoekers en beoefenaars van de hogere beroepen binnen de regio,

de moeilijkheden uit de weg te ruimen die men ondervindt bij terugkeer naar zijn geboorteland, nadat men in het buitenland een opleiding heeft gevolgd,

het beste en doelmatigste gebruik te maken van de menselijke hulpbronnen van de regio met het oog op het verzekeren van volledige werkgelegenheid, en het voorkomen van de vlucht van het intellect naar hooggeïndustraliseerde landen;

Vastbesloten hun toekomstige samenwerking dienaangaande te regelen en te verstevigen door middel van een regionale Overeenkomst als eerste stap op de weg naar een voortvarende aanpak van alle vraagstukken op dit gebied, hetgeen hoofdzakelijk de taak zal zijn van nationale en regionale lichamen die speciaal voor dit doel zijn ingesteld,

Zijn het volgende overeengekomen:

I. BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

II. DOELSTELLINGEN

Artikel 2
1.

De Overeenkomstsluitende Staten geven uiting aan hun vaste voornemen:

2.

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich tot het nemen van alle nationale en internationale maatregelen noodzakelijk voor de geleidelijke verwezenlijking van de doelstellingen die in dit artikel zijn vervat, voornamelijk door middel van bilaterale, subregionale of regionale overeenkomsten, en overeenkomsten tussen instellingen voor hoger onderwijs, alsmede op andere wijzen die bevorderlijk kunnen zijn voor samenwerking met zowel de bevoegde nationale als internationale instellingen.

III. VERPLICHTINGEN INZAKE ONMIDDELLIJKE UITVOERING

Artikel 3

De Overeenkomstsluitende Staten erkennen, ten einde voortzetting van de studie en onmiddellijke toegang tot de meer gevorderde niveaus van onderwijs in de hogere onderwijsinstellingen die zich of op hun grondgebied bevinden of onder hun gezag staan, mogelijk te maken, diploma's en getuigschriften welke ter afsluiting van een studie op secundair niveau zijn behaald in een andere Overeenkomstsluitende Staat, alwaar bezit van een dergelijk diploma of getuigschrift recht geeft op toelating tot meer gevorderde niveaus van onderwijs in de hogere onderwijsinstellingen die gevestigd zijn op het grondgebied van het land van herkomst of onder het gezag staan van dit land.

Artikel 4

De Overeenkomstsluitende Staten erkennen, ten einde voortzetting van de studie en onmiddellijke toegang tot meer gevorderde niveaus van hoger onderwijs mogelijk te maken, academische graden, diploma's en getuigschriften van hoger onderwijs die zijn behaald op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Staat of bij een instelling onder het gezag van de desbetreffende Staat, waaruit blijkt dat men een volledige studie van hoger onderwijs heeft voltooid. De getuigschriften enz. dienen het aantal jaren, semesters of trimesters of, in het algemeen, de totale studieduur te vermelden.

Artikel 5

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich tot het nemen van de noodzakelijke maatregelen ten einde, met het oog op de uitoefening van een hoger beroep, zo spoedig mogelijk tot erkenning te komen van diploma's, getuigschriften of academische graden van hoger onderwijs die door de bevoegde autoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Staat zijn verleend.

Artikel 6

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich zo spoedig mogelijk maatregelen te treffen met betrekking tot de erkenning van gedeeltelijk voltooide hogere studies die in een andere Overeenkomstsluitende Staat of aan een instelling onder het gezag van die Staat zijn gevolgd.

Artikel 7
1.

De voordelen die krachtens de artikelen 3, 4, 5 en 6 zijn toegekend, zijn van toepassing op een ieder die zijn studie in een van de Overeenkomstsluitende Staten heeft gevolgd, ongeacht de nationaliteit van de desbetreffende persoon.

2.

Alle onderdanen van een Overeenkomstsluitende Staat, die in een Staat welke geen partij is bij deze Overeenkomst een of meer diploma's, getuigschriften of academische graden hebben behaald, welke vergelijkbaar zijn met die bedoeld in de artikelen 3, 4 of 5, kunnen gebruik maken van die bepalingen van de artikelen 3, 4 of 5 welke ter zake van toepassing zijn, mits hun diploma's, getuigschriften of academische graden in het land van herkomst zijn erkend.

IV. ORGANISATIES EN PROCEDURE VOOR DE UITVOERING

Artikel 8

De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich te streven naar de verwezenlijking van de doelstellingen, omschreven in artikel 2, en de toepassing en naleving te verzekeren van de verplichtingen welke in de artikelen 3, 4, 5, 6 en 7 worden omschreven, en wel door middel van:

Artikel 9

De Overeenkomstsluitende Staten beseffen dat voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de naleving van de verplichtingen welke in deze Overeenkomst zijn omschreven, nauwe en voortdurende samenwerking en coördinatie op nationaal niveau nodig is tussen vele verschillende instanties, zowel overheidsinstanties als andere lichamen, en wel in het bijzonder tussen de universiteiten en andere onderwijsinstellingen. Zij verbinden zich er derhalve toe, ter bestudering en oplossing van de vraagstukken betreffende de toepassing van deze Overeenkomst, passende nationale organen in te stellen, waarin alle desbetreffende sectoren zijn vertegenwoordigd, en maatregelen van bestuurlijke aard te treffen, die erop zijn gericht een snelle en doeltreffende toepassing van deze Overeenkomst te verzekeren.

Artikel 10
1.

Er wordt een Regionale Commissie ingesteld, die bestaat uit vertegenwoordigers van alle Overeenkomstsluitende Staten; het Secretariaat hiervan bevindt zich in een Overeenkomstsluitende Staat die binnen de regio is gelegen en wordt geplaatst onder het gezag van de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

2.

De taak van de Regionale Commissie bestaat in het bevorderen van de toepassing van deze Overeenkomst. Zij neemt de periodieke verslagen over de tot een bepaald tijdstip gemaakte vorderingen en de moeilijkheden die ondervonden worden bij de toepassing van deze Overeenkomst, van de Overeenkomstslutende Staten in ontvangst en bestudeert deze; de door het Secretariaat ter zake gemaakte studies worden eveneens door de Commissie in ontvangst genomen en bestudeerd.

3.

De Regionale Commissie doet algemene of specifieke aanbevelingen aan de Overeenkomstsluitende Staten.

Artikel 11

De Regionale Commissie kiest zelf een Voorzitter en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Zij komt ten minste eenmaal in de twee jaar bijeen, en wel voor de eerste maal drie maanden nadat de zesde akte van bekrachtiging is nedergelegd.

Artikel 12

De Overeenkomstsluitende Staten kunnen aan bilaterale of subregionale organen die reeds bestaan of speciaal voor dit doel zijn ingesteld, opdracht geven de vraagstukken die zich als gevolg van de toepassing van deze Overeenkomst op bilateraal of sub-regionaal niveau voordoen, te bestuderen en voorstellen te doen voor de oplossing daarvan.

V. SAMENWERKING MET INTERNATIONALE ORGANISATIES

Artikel 13

De Overeenkomstsluitende Staten nemen passende maatregelen om zich te verzekeren van de samenwerking van de bevoegde gouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties bij hun streven een doeltreffende toepassing van deze Overeenkomst te verzekeren. Zij sluiten met deze organisaties overeenkomsten en nemen te zamen met hen beslissingen inzake de meest passende vormen van samenwerking.

VI. BEKRACHTIGING, TOETREDING EN INWERKINGTREDING

Artikel 14

Deze Overeenkomst staat open ter ondertekening en bekrachtiging:

Artikel 15

De Regionale Commissie kan Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, van een van de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, of Staten die partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof en die zijn gelegen buiten Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied machtigen tot deze Overeenkomst toe te treden. In dit geval dient het besluit van de Regionale Commissie te worden genomen met twee derde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Staten.

Artikel 16

Bekrachtiging van of toetreding tot deze Overeenkomst geschiedt door middel van nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding bij de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.

Artikel 17

Deze Overeenkomst treedt in werking tussen de Staten welke haar hebben bekrachtigd, een maand na de nederlegging van de tweede akte van bekrachtiging. Vervolgens treedt zij in werking wat betreft de andere Staten, een maand nadat de desbetreffende Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.

Artikel 18
1.

De Overeenkomstsluitende Staten kunnen deze Overeenkomst opzeggen.

2.

Van de opzegging wordt aan de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur door middel van een schriftelijke verklaring kennis gegeven.

3.

De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van zulk een kennisgeving.

Artikel 19

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.