Regionale Overeenkomst inzake de erkenning van studies en diploma's op het gebied van het hoger onderwijs in Latijns-Amerika en in het Caraïbische gebied
De Staten van Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied, die Partij zijn bij deze Overeenkomst,
Overwegend de nauwe banden van saamhorigheid die hen verbinden en die op cultureel gebied tot uitdrukking komen in de vele bilaterale, sub-regionale of regionale overeenkomsten die zij met elkaar hebben gesloten;
Verlangend hun samenwerking op het gebied van het onderwijs en op dat van het gebruik van de menselijke hulpbronnen te verstevigen en uit te breiden en, met het doel de optimale integratie van het gebied te bevorderen, de toeneming van kennis te stimuleren en de culturele identiteit van hun volken te beschermen, alsmede voortdurend en geleidelijk de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en deel te nemen aan de vastberaden pogingen die worden ondernomen om de economische, sociale en culturele ontwikkeling en de volledige werkgelegenheid in elk land van de regio afzonderlijk en in de regio in haar geheel te bevorderen;
Overtuigd dat, als onderdeel van deze samenwerking, de internationale erkenning van studies en diploma's, waardoor een grotere mobiliteit zal worden bereikt van studenten en van personen die een hoger beroep binnen de regio uitoefenen, niet alleen nuttig doch ook hoogst belangrijk is voor het bespoedigen van de ontwikkeling van de regio, daar dit inhoudt dat een toenemend aantal wetenschapsmensen, technici en deskundigen wordt opgeleid en dat van hun diensten ten volle gebruik wordt gemaakt;
Opnieuw bevestigend de beginselen die zijn nedergelegd in overeenkomsten voor culturele samenwerking welke reeds tussen hen zijn gesloten, en vastbesloten deze doelmatiger toe te passen op regionaal niveau en rekening te houden met de invoering van de nieuwe beginselen die tot uitdrukking zijn gebracht in de aanbevelingen en besluiten welke te dien aanzien door de bevoegde organen van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur zijn aangenomen, in het bijzonder inzake alles wat betrekking heeft op het stimuleren van de permanente educatie, de democratisering van het onderwijs, de aanvaarding en toepassing van een onderwijsbeleid dat is afgestemd op de ontwikkelingen op structureel, economisch en technisch gebied en op de veranderingen op sociaal en politiek gebied, alsmede op wat de regio op het culturele vlak samenbindt;
Ervan overtuigd dat, om aan de behoeften van hun landen op voortvarende en duurzame wijze te kunnen voldoen, de onderwijsstelsels nauw verbonden dienen te zijn met de plannen voor economische en sociale ontwikkeling;
Zich bewust van de noodzaak niet alleen de diploma's, getuigschriften of academische graden die de desbetreffende persoon heeft behaald, te laten gelden maar eveneens de kennis en ervaring die hij heeft opgedaan, mee te laten tellen bij het aanleggen van maatstaven voor de beoordeling van zijn geschiktheid voor toelating tot hoger onderwijs of tot de hogere beroepen;
Beseffend dat erkenning door alle Overeenkomstsluitende Staten van voltooide studies en van diploma's, getuigschriften en academische graden die zijn behaald in een van de desbetreffende landen een doeltreffend middel is om:
optimaal gebruik te maken van de voorzieningen op onderwijsgebied in de regio,
de grootst mogelijke mobiliteit te verzekeren van docenten, studenten, wetenschappelijke onderzoekers en beoefenaars van de hogere beroepen binnen de regio,
de moeilijkheden uit de weg te ruimen die men ondervindt bij terugkeer naar zijn geboorteland, nadat men in het buitenland een opleiding heeft gevolgd,
het beste en doelmatigste gebruik te maken van de menselijke hulpbronnen van de regio met het oog op het verzekeren van volledige werkgelegenheid, en het voorkomen van de vlucht van het intellect naar hooggeïndustraliseerde landen;
Vastbesloten hun toekomstige samenwerking dienaangaande te regelen en te verstevigen door middel van een regionale Overeenkomst als eerste stap op de weg naar een voortvarende aanpak van alle vraagstukken op dit gebied, hetgeen hoofdzakelijk de taak zal zijn van nationale en regionale lichamen die speciaal voor dit doel zijn ingesteld,
Zijn het volgende overeengekomen:
I. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst:
- (a). wordt verstaan onder erkenning van een buitenlands diploma, getuigschrift of een buitenlandse academische graad, de aanvaarding daarvan door de bevoegde autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Staat en het toekennen aan de bezitters van dergelijke diploma's, getuigschriften of academische graden van dezelfde rechten die bezitters van vergelijkbare nationale diploma's, getuigschriften of academische graden genieten. Dergelijke rechten hebben betrekking op voortzetting van de studie en op uitoefening van een beroep;
- i). erkenning van een diploma, getuigschrift of academische graad met het oog op het aanvangen of voortzetten van een studie op een hoger niveau stelt de desbetreffende diplomahouder in staat, te worden toegelaten tot de instellingen voor hoger onderwijs van de Staat die dergelijke diploma's erkent, op dezelfde voorwaarden als van toepassing zijn op houders van nationale diploma's, getuigschriften of academische graden;
- ii). erkenning met betrekking tot beroepsuitoefening betekent aanvaarding van de technische bekwaamheid van de houder van het diploma, getuigschrift of de academische graad; dit kent hem dezelfde rechten en plichten toe welke nodig zijn om het desbetreffende beroep uit te mogen oefenen, als de nationale houders van diploma's, getuigschriften of academische graden. Een dergelijke erkenning ontheft een houder van een buitenlands diploma, getuigschrift of buitenlandse academische graad echter niet van de verplichting zich te houden aan andere eventuele voorwaarden die voor de uitoefening van dit beroep zijn vereist krachtens de nationale wetgeving alsmede door de bevoegde overheidsinstanties of de voor dit beroep bevoegde instanties.
- (b). wordt verstaan onder voortgezet of secundair onderwijs dat stadium in een opleiding dat volgt op het primaire of elementaire onderwijs of op het basisonderwijs en dat onder meer het stadium kan vormen dat voorafgaat aan het hoger onderwijs;
- (c). wordt verstaan onder hoger onderwijs iedere vorm van opleiding of onderzoek volgend op het voortgezet onderwijs. Dit onderwijs staat open voor een ieder die de hiervoor vereiste geschiktheid bezit, hetzij op grond van het door hem of haar behaalde diploma of getuigschrift van een voortgezette opleiding, hetzij op grond van het feit dat hij of zij voldoende scholing of kennis bezit overeenkomstig de voorwaarden die door de desbetreffende Staat voor dit doel zijn vastgesteld;
- (d). wordt verstaan onder gedeeltelijk hoger onderwijs alle opleidingen die, volgens de bij de instelling waar het onderwijs is genoten geldende normen, onvoltooid zijn wat betreft tijdsduur of de vereiste leerstof. Erkenning door een van de Overeenkomstsluitende Staten van een gedeeltelijke opleiding welke is gevolgd aan een instelling op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Staat of is gevolgd aan een instelling onder het gezag van die Staat wordt gegeven op grond van het niveau van opleiding dat de desbetreffende persoon volgens de Staat die de erkenning geeft, heeft bereikt.
II. DOELSTELLINGEN
Artikel 2
De Overeenkomstsluitende Staten geven uiting aan hun vaste voornemen:
- (a). het gezamenlijk gebruik te bevorderen van de beschikbare educatieve hulpbronnen door hun onderwijsinstellingen in dienst te stellen van de integrale ontwikkeling van alle volken van de regio; hiertoe nemen zij maatregelen gericht op:
- i). het harmoniseren van de toelatingseisen voor instellingen voor hoger onderwijs in iedere Staat van de regio, althans voor zover dit mogelijk is;
- ii). het invoeren van een analoge terminologie en van analoge maatstaven ten dienste van de evaluatie, ten einde zodoende de vergelijkbaarheid van het onderwijs te vergemakkelijken;
- iii). het aanvaarden, met betrekking tot de toelating tot studies van opklimmend niveau, van een dynamisch beleid, waarbij rekening wordt gehouden met de kennis zoals die wordt gewaarborgd door het bezit van diploma's of door persoonlijke ervaring of prestaties, overeenkomstig artikel 1, letter (c);
- iv). het aanleggen, bij het evalueren van gedeeltelijke studies, van soepele maatstaven, veeleer gebaseerd op het tot het desbetreffende tijdstip bereikte opleidingsniveau dan op de verwerkte leerstof, waarbij het interdisciplinaire karakter van hoger onderwijs niet uit het oog mag worden verloren;
- v). het onmiddellijk erkennen van studies, diploma's, academische graden en getuigschriften voor universitaire doeleinden en voor de uitoefening van een hoger beroep;
- vi). het bevorderen van het uitwisselen van gegevens en documentatiemateriaal op het gebied van onderwijs, wetenschap en techniek, teneinde de doelstellingen van deze Overeenkomst te verwezenlijken;
- (b). op regionaal niveau te streven naar de voortdurende verbeteringen van de studieprogramma's die, te zamen met goede planning en een doeltreffende uitvoering daarvan, zullen bijdragen tot een optimaal gebruik van het opleidingspotentieel van de regio;
- (c). inter-regionale samenwerking te bevorderen met betrekking tot de erkenning van studies en academische graden;
- (d). de nationale en regionale lichamen in te stellen, die nodig zijn om een snelle en doeltreffende toepassing van deze Overeenkomst te bewerkstelligen.
De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich tot het nemen van alle nationale en internationale maatregelen noodzakelijk voor de geleidelijke verwezenlijking van de doelstellingen die in dit artikel zijn vervat, voornamelijk door middel van bilaterale, subregionale of regionale overeenkomsten, en overeenkomsten tussen instellingen voor hoger onderwijs, alsmede op andere wijzen die bevorderlijk kunnen zijn voor samenwerking met zowel de bevoegde nationale als internationale instellingen.
III. VERPLICHTINGEN INZAKE ONMIDDELLIJKE UITVOERING
Artikel 3
De Overeenkomstsluitende Staten erkennen, ten einde voortzetting van de studie en onmiddellijke toegang tot de meer gevorderde niveaus van onderwijs in de hogere onderwijsinstellingen die zich of op hun grondgebied bevinden of onder hun gezag staan, mogelijk te maken, diploma's en getuigschriften welke ter afsluiting van een studie op secundair niveau zijn behaald in een andere Overeenkomstsluitende Staat, alwaar bezit van een dergelijk diploma of getuigschrift recht geeft op toelating tot meer gevorderde niveaus van onderwijs in de hogere onderwijsinstellingen die gevestigd zijn op het grondgebied van het land van herkomst of onder het gezag staan van dit land.
Artikel 4
De Overeenkomstsluitende Staten erkennen, ten einde voortzetting van de studie en onmiddellijke toegang tot meer gevorderde niveaus van hoger onderwijs mogelijk te maken, academische graden, diploma's en getuigschriften van hoger onderwijs die zijn behaald op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Staat of bij een instelling onder het gezag van de desbetreffende Staat, waaruit blijkt dat men een volledige studie van hoger onderwijs heeft voltooid. De getuigschriften enz. dienen het aantal jaren, semesters of trimesters of, in het algemeen, de totale studieduur te vermelden.
Artikel 5
De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich tot het nemen van de noodzakelijke maatregelen ten einde, met het oog op de uitoefening van een hoger beroep, zo spoedig mogelijk tot erkenning te komen van diploma's, getuigschriften of academische graden van hoger onderwijs die door de bevoegde autoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Staat zijn verleend.
Artikel 6
De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich zo spoedig mogelijk maatregelen te treffen met betrekking tot de erkenning van gedeeltelijk voltooide hogere studies die in een andere Overeenkomstsluitende Staat of aan een instelling onder het gezag van die Staat zijn gevolgd.
Artikel 7
De voordelen die krachtens de artikelen 3, 4, 5 en 6 zijn toegekend, zijn van toepassing op een ieder die zijn studie in een van de Overeenkomstsluitende Staten heeft gevolgd, ongeacht de nationaliteit van de desbetreffende persoon.
Alle onderdanen van een Overeenkomstsluitende Staat, die in een Staat welke geen partij is bij deze Overeenkomst een of meer diploma's, getuigschriften of academische graden hebben behaald, welke vergelijkbaar zijn met die bedoeld in de artikelen 3, 4 of 5, kunnen gebruik maken van die bepalingen van de artikelen 3, 4 of 5 welke ter zake van toepassing zijn, mits hun diploma's, getuigschriften of academische graden in het land van herkomst zijn erkend.
IV. ORGANISATIES EN PROCEDURE VOOR DE UITVOERING
Artikel 8
De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich te streven naar de verwezenlijking van de doelstellingen, omschreven in artikel 2, en de toepassing en naleving te verzekeren van de verplichtingen welke in de artikelen 3, 4, 5, 6 en 7 worden omschreven, en wel door middel van:
- (a). nationale organen,
- (b). de Regionale Commissie,
- (c). bilaterale of sub-regionale organen.
Artikel 9
De Overeenkomstsluitende Staten beseffen dat voor de verwezenlijking van de doelstellingen en de naleving van de verplichtingen welke in deze Overeenkomst zijn omschreven, nauwe en voortdurende samenwerking en coördinatie op nationaal niveau nodig is tussen vele verschillende instanties, zowel overheidsinstanties als andere lichamen, en wel in het bijzonder tussen de universiteiten en andere onderwijsinstellingen. Zij verbinden zich er derhalve toe, ter bestudering en oplossing van de vraagstukken betreffende de toepassing van deze Overeenkomst, passende nationale organen in te stellen, waarin alle desbetreffende sectoren zijn vertegenwoordigd, en maatregelen van bestuurlijke aard te treffen, die erop zijn gericht een snelle en doeltreffende toepassing van deze Overeenkomst te verzekeren.
Artikel 10
Er wordt een Regionale Commissie ingesteld, die bestaat uit vertegenwoordigers van alle Overeenkomstsluitende Staten; het Secretariaat hiervan bevindt zich in een Overeenkomstsluitende Staat die binnen de regio is gelegen en wordt geplaatst onder het gezag van de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
De taak van de Regionale Commissie bestaat in het bevorderen van de toepassing van deze Overeenkomst. Zij neemt de periodieke verslagen over de tot een bepaald tijdstip gemaakte vorderingen en de moeilijkheden die ondervonden worden bij de toepassing van deze Overeenkomst, van de Overeenkomstslutende Staten in ontvangst en bestudeert deze; de door het Secretariaat ter zake gemaakte studies worden eveneens door de Commissie in ontvangst genomen en bestudeerd.
De Regionale Commissie doet algemene of specifieke aanbevelingen aan de Overeenkomstsluitende Staten.
Artikel 11
De Regionale Commissie kiest zelf een Voorzitter en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Zij komt ten minste eenmaal in de twee jaar bijeen, en wel voor de eerste maal drie maanden nadat de zesde akte van bekrachtiging is nedergelegd.
Artikel 12
De Overeenkomstsluitende Staten kunnen aan bilaterale of subregionale organen die reeds bestaan of speciaal voor dit doel zijn ingesteld, opdracht geven de vraagstukken die zich als gevolg van de toepassing van deze Overeenkomst op bilateraal of sub-regionaal niveau voordoen, te bestuderen en voorstellen te doen voor de oplossing daarvan.
V. SAMENWERKING MET INTERNATIONALE ORGANISATIES
Artikel 13
De Overeenkomstsluitende Staten nemen passende maatregelen om zich te verzekeren van de samenwerking van de bevoegde gouvernementele en niet-gouvernementele internationale organisaties bij hun streven een doeltreffende toepassing van deze Overeenkomst te verzekeren. Zij sluiten met deze organisaties overeenkomsten en nemen te zamen met hen beslissingen inzake de meest passende vormen van samenwerking.
VI. BEKRACHTIGING, TOETREDING EN INWERKINGTREDING
Artikel 14
Deze Overeenkomst staat open ter ondertekening en bekrachtiging:
- (a). door de Staten van Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied die waren uitgenodigd de regionale diplomatieke conferentie bij te wonen, welke werd gehouden ter goedkeuring van deze Overeenkomst;
- (b). door andere Staten van Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied die lid zijn van de Verenigde Naties, van een van de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, of door Staten die Partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof, welke kunnen worden uitgenodigd partij te worden bij deze Overeenkomst krachtens een besluit van de Regionale Commissie, dat is aangenomen met een meerderheid vast te stellen op grond van haar huishoudelijk reglement.
Artikel 15
De Regionale Commissie kan Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, van een van de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, of Staten die partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof en die zijn gelegen buiten Latijns-Amerika en het Caraïbische gebied machtigen tot deze Overeenkomst toe te treden. In dit geval dient het besluit van de Regionale Commissie te worden genomen met twee derde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Staten.
Artikel 16
Bekrachtiging van of toetreding tot deze Overeenkomst geschiedt door middel van nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding bij de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Artikel 17
Deze Overeenkomst treedt in werking tussen de Staten welke haar hebben bekrachtigd, een maand na de nederlegging van de tweede akte van bekrachtiging. Vervolgens treedt zij in werking wat betreft de andere Staten, een maand nadat de desbetreffende Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
Artikel 18
De Overeenkomstsluitende Staten kunnen deze Overeenkomst opzeggen.
Van de opzegging wordt aan de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur door middel van een schriftelijke verklaring kennis gegeven.
De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van zulk een kennisgeving.
Artikel 19
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.