Verdrag inzake psychotrope stoffen

Type Verdrag
Publication 2025-12-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen,

Bezorgd voor de gezondheid en het welzijn van de mensheid,

Kennisnemende, met bezorgdheid, van de problemen voor de volksgezondheid en de sociale problemen die voortvloeien uit het misbruik van bepaalde psychotrope stoffen,

Vast besloten het misbruik van deze stoffen en de sluikhandel die daarvan het gevolg is, te voorkomen en te bestrijden,

Overwegende dat strenge maatregelen noodzakelijk zijn om het gebruik van deze stoffen tot wettige doeleinden te beperken,

Erkennende dat het gebruik van psychotrope stoffen voor geneeskundige en wetenschappelijke doeleinden onmisbaar is en dat de beschikbaarheid van die stoffen voor zulke doeleinden niet onredelijk mag worden beperkt,

Van oordeel zijnde dat doeltreffende maatregelen tegen het misbruik van zulke stoffen een gecoördineerd en wereldomspannend optreden vereisen,

Erkennende dat de Verenigde Naties bevoegd zijn op het gebied van het toezicht op psychotrope stoffen en verlangende dat de desbetreffende internationale organen binnen het kader van die organisatie worden geplaatst,

Erkennende dat een internationaal verdrag noodzakelijk is om deze doelstellingen te bereiken,

Komen overeen als volgt:

Artikel 1. Gebruik der termen

Behalve voor zover uitdrukkelijk anders is bepaald of waar het zinsverband een andere uitleg vereist, hebben onderstaande termen in dit Verdrag de volgende betekenis:

Artikel 2. Omvang van het toezicht op de stoffen
1.

Indien een Partij of de Wereldgezondheidsorganisatie beschikt over gegevens met betrekking tot een stof die nog niet onder internationaal toezicht staat, op grond van welke gegevens het naar haar mening noodzakelijk kan zijn dat die stof wordt opgenomen op één van de Lijsten bij dit Verdrag, doet zij daarvan mededeling aan de Secretaris-Generaal en verschaft hem alle gegevens ter ondersteuning van deze mededeling. Deze procedure dient ook te worden gevolgd, wanneer een Partij of de Wereldgezondheidsorganisatie over gegevens beschikt die rechtvaardigen dat een stof van de ene Lijst naar één van de andere Lijsten wordt overgebracht of dat een stof van de Lijsten wordt afgevoerd.

2.

De Secretaris-Generaal geeft een dergelijke mededeling, alsmede andere gegevens die naar zijn mening ter zake dienende zijn, door aan Partijen, aan de Commissie en, indien de mededeling wordt gedaan door een Partij, aan de Wereldgezondheidsorganisatie.

3.

Indien de gegevens die met deze mededeling worden doorgegeven, erop wijzen dat de stof in aanmerking komt om te worden opgenomen op Lijst I of Lijst II overeenkomstig het vierde lid, onderzoeken de Partijen, in het licht van alle gegevens die hun ter beschikking staan, de mogelijkheid van een voorlopige toepassing op die stof van alle maatregelen van toezicht die van toepassing zijn op de stoffen genoemd op Lijst I, onderscheidenlijk Lijst II.

4.

Indien de Wereldgezondheidsorganisatie van oordeel is:

5.

De Commissie kan, rekening houdend met de mededeling van de Wereldgezondheidsorganisatie, wier beoordeling van doorslaggevende betekenis zal zijn in medische en wetenschappelijke aangelegenheden, alsmede met de economische, sociale, wettelijke, administratieve en andere factoren die zij ter zake dienende acht, de stof toevoegen aan Lijst I, II, III of IV. De Commissie kan trachten nadere gegevens te verkrijgen van de Wereldgezondheidsorganisatie of uit andere passende bronnen.

6.

Indien een mededeling gedaan krachtens het eerste lid betrekking heeft op een stof die reeds is opgenomen op een van de Lijsten, doet de Wereldgezondheidsorganisatie de Commissie haar nieuwe bevindingen toekomen, eventueel vergezeld van een nieuwe beoordeling van de stof overeenkomstig het vierde lid en van nieuwe aanbevelingen inzake maatregelen van toezicht die zij gezien deze beoordeling wenselijk acht. De Commissie kan, rekening houdend met de mededeling van de Wereldgezondheidsorganisatie krachtens het vijfde lid, alsmede met de in dat lid bedoelde factoren, besluiten de stof op een andere Lijst te plaatsen of de stof van de Lijsten af te voeren.

7.

Elk door de Commissie krachtens dit artikel genomen besluit wordt door de Secretaris-Generaal medegedeeld aan alle Lid-Staten van de Verenigde Naties, aan de Staten die geen lid zijn van de Verenigde Naties, doch wel Partij zijn bij dit Verdrag, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan het Comité. Een dergelijk besluit wordt ten aanzien van elke Partij ten volle van kracht 180 dagen na de datum van die mededeling, behalve voor een Partij die, in bedoelde periode met betrekking tot een besluit tot toevoeging van een stof aan een Lijst, de Secretaris-Generaal schriftelijk heeft bericht dat zij, in verband met bijzondere omstandigheden, wat bedoelde stof betreft, niet in staat is uitvoering te geven aan alle bepalingen van het Verdrag, die van toepassing zijn op stoffen voorkomend op die Lijst. In een dergelijk bericht worden de redenen hiervan vermeld. Niettegenstaande zulk een bericht, past iedere Partij ten minste de hieronder vermelde maatregelen van toezicht toe:

9.

De Partijen stellen alles in het werk om op stoffen die niet onder het Verdrag vallen, doch die kunnen worden gebruikt bij de clandestiene vervaardiging van psychotrope stoffen, alle maatregelen van toezicht toe te passen die uitvoerbaar zijn.

Artikel 3. Bijzondere bepalingen betreffende het toezicht op preparaten
1.

Behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, is een preparaat onderworpen aan dezelfde maatregelen van toezicht als de psychotrope stof die het bevat en, indien het meer dan een van die stoffen bevat, aan de maatregelen die van toepassing zijn op de stof die onder het strengste toezicht staat.

2.

Indien een preparaat dat een andere psychotrope stof bevat dan een stof die is vermeld op Lijst I, zodanig is samengesteld dat het geen of een te verwaarlozen risico van misbruik inhoudt en de stof niet met gemakkelijk toe te passen middelen kan worden teruggewonnen in een hoeveelheid die aanleiding kan geven tot misbruik, en dientengevolge het preparaat geen probleem voor de volksgezondheid of een sociaal probleem oplevert, kan ten aanzien van dit preparaat ontheffing worden verleend wat betreft bepaalde maatregelen van toezicht bedoeld in dit Verdrag in overeenstemming met het bepaalde in het derde lid.

3.

Indien een Partij van oordeel is dat een preparaat valt onder het bepaalde in het voorgaande lid, kan zij besluiten ten aanzien van dit preparaat, in haar land of in een van haar regio's, ontheffing te verlenen wat betreft één of alle maatregelen van toezicht bedoeld in dit Verdrag, met uitzondering van de vereisten van:

Een Partij stelt de Secretaris-Generaal in kennis van ieder zodanig besluit, van de naam en de samenstelling van het preparaat met ontheffing en van de maatregelen van toezicht waarvan ontheffing wordt verleend. De Secretaris-Generaal doet de kennisgeving toekomen aan de andere Partijen, aan de Wereldgezondheidsorganisatie en aan het Comité.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.