Verdrag inzake een gedragscode voor lijnvaartconferences

Type Verdrag
Publication 1983-10-06
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN

De Partijen bij dit Verdrag,

Geleid door de wens het conferencestelsel in de lijnvaart te verbeteren,

De behoefte erkennend aan een algemeen aanvaardbare gedragscode voor lijnvaartconferences,

Rekening houdend met de bijzondere behoeften en problemen van de ontwikkelingslanden met betrekking tot de activiteiten van lijnvaartconferences die hun buitenlandse vervoer verzorgen,

Overeenkomend in de Code de onderstaande fundamentele doelstellingen en basisbeginselen neer te leggen:

het doel de ordelijke uitbreiding van het mondiale vervoer over zee te vergemakkelijken:

het doel de ontwikkeling te bevorderen van geregelde en doelmatige lijndiensten die beantwoorden aan de eisen van het betrokken vervoer;

het doel een evenwicht te verzekeren tussen de belangen van de aanbieders en de gebruikers van lijnvaartdiensten;

het beginsel dat conferencepraktijken geen discriminatie mogen inhouden tegen de reders, verladers of de buitenlandse handel van een land;

het beginsel dat conferences zinvol overleg plegen met verladersorganisaties, vertegenwoordigers van verladers en verladers inzake aangelegenheden van gemeenschappelijk belang, met desgevraagd, de deelneming van de bevoegde autoriteiten;

het beginsel dat conferences aan belanghebbende partijen relevante informatie dienen te verstrekken over hun activiteiten die voor die partijen van belang zijn en zinvolle informatie over hun activiteiten openbaar dienen te maken,

zijn overeengekomen als volgt:

DEEL EEN

HOOFDSTUK I. : BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

HOOFDSTUK II. : BETREKKINGEN TUSSEN LEDEN-LIJNEN

Artikel 1. Lidmaatschap
1.

Een nationale lijn heeft het recht volledig lid te zijn van een conference die het buitenlandse vervoer van haar land verzorgt, zulks in overeenstemming met de normen neergelegd in artikel 1, tweede lid. Lijnen die niet als nationale lijnen worden aangemerkt, hebben het recht volledig lid van die conference te worden, afhankelijk van de normen neergelegd in artikel 1, tweede en derde lid, en van het bepaalde betreffende het aandeel in het vervoer neergelegd in artikel 2 met betrekking tot lijnen uit derde landen.

2.

Een lijn die het lidmaatschap van een conference aanvraagt, dient aan te tonen dat zij in staat en voornemens is op lange termijn een geregelde, toereikende en doelmatige dienst te exploiteren, zoals omschreven in de conference-overeenkomst binnen het kader van de conference. De lijn kan gebruik maken van gecharterde tonnage, mits aan de in dit lid gestelde normen wordt voldaan. De lijn dient zich ertoe te verbinden zich te houden aan alle voorwaarden en bedingen van de conference-overeenkomst en dient een waarborgsom te deponeren ter dekking van openstaande financiële verplichtingen in het geval van een latere terugtrekking, schorsing of ontzetting uit het lidmaatschap, indien zulks krachtens de conference-overeenkomst is vereist.

3.

Bij het in overweging nemen van een aanvrage tot lidmaatschap van een lijn die geen nationale lijn is op een route van de betrokken conference dient, behalve met het bepaalde in artikel 1, tweede lid, onder meer rekening te worden gehouden met de onderstaande normen:

De bovenstaande criteria dienen niet zo te worden gehanteerd dat daardoor de toepassing van de bepalingen betreffende deelneming in het vervoer neergelegd in artikel 2 wordt ondermijnd.

4.

Over een aanvrage tot toelating of wedertoelating tot het lidmaatschap wordt onverwijld beslist en de beslissing wordt onverwijld door een conference aan een aanvrager medegedeeld, in geen geval later dan zes maanden na de datum van de aanvrage. Wanneer een lijn toelating of wedertoelating wordt geweigerd geeft de conference tegelijkertijd schriftelijk de redenen voor een zodanige weigering.

5.

Bij het in overweging nemen van aanvragen tot toelating houdt een conference rekening met de opvattingen die naar voren worden gebracht door de verladers en de verladersorganisaties van de landen wier handel wordt vervoerd door de conference, alsmede met de opvattingen van de bevoegde autoriteiten indien deze zulks verzoeken.

6.

Een lijn die om wedertoelating verzoekt, dient, naast te voldoen aan de criteria voor toelating neergelegd in artikel 1, tweede lid, ook aan te tonen dat zij voldaan heeft aan haar verplichtingen overeenkomstig artikel 4, eerste en vierde lid. De conference kan de omstandigheden waaronder de lijn de conference heeft verlaten aan een bijzonder onderzoek onderwerpen.

Artikel 2. Deelneming aan het vervoer
1.

Een lijn die is toegelaten tot het lidmaatschap van een conference heeft afvaart- en laadrechten in het vaargebied van die conference.

2.

Wanneer binnen een conference een pool functioneert, hebben alle conferenceleden die het vervoer op de door de pool bestreken handelsroute verzorgen, het recht deel te nemen in de pool voor dat vervoer.

3.

Voor de bepaling van het vervoersaandeel dat de leden-lijnen het recht hebben te verwerven, worden de nationale lijnen van elk land, ongeacht het aantal lijnen, beschouwd als een enkele groep lijnen voor dat land.

4.

Bij de bepaling van een vervoersaandeel binnen een pool van afzonderlijke leden-lijnen en/of groepen van nationale lijnen overeenkomstig artikel 2, tweede lid, wordt uitgegaan van de volgende beginselen ten aanzien van hun recht tot deelneming aan het door de conference verrichte vervoer, tenzij onderling anderszins overeengekomen:

5.

Indien er voor een van de landen wier buitenlandse handel door een conference wordt vervoerd, geen nationale lijnen zijn, die deelnemen aan het vervoer van die handelsstroom, wordt het aandeel van het vervoer waarop de nationale lijnen van dat land ingevolge artikel 2, vierde lid, recht zouden hebben, verdeeld tussen de afzonderlijke ledenlijnen die deelnemen in dat vervoer, naar verhouding van hun onderscheiden aandeel.

6.

Indien de nationale lijnen van een land besluiten, niet hun volle aandeel te vervoeren, wordt het deel van hun aandeel dat zij niet vervoeren, verdeeld tussen de afzonderlijke leden-lijnen die deelnemen aan het vervoer, naar verhouding van hun onderscheiden aandeel.

7.

Indien de nationale lijnen van de betrokken landen niet deelnemen aan het vervoer dat tussen die landen door een conference wordt verzorgd, wordt het aandeel van het door de conference tussen die landen verrichte vervoer herverdeeld tussen de deelnemende leden-lijnen van derde landen door middel van commercieel overleg tussen deze lijnen.

8.

De nationale lijnen van een regio, die lid zijn van een conference, aan het ene einde van de door de conference bevaren route kunnen bij onderlinge overeenstemming het aandeel in het hun toegewezen vervoer onderling herverdelen, overeenkomstig artikel 2, vierde tot en met zevende lid.

9.

Behoudens het bepaalde in artikel 2, vierde tot en met achtste lid, betreffende aandelen in het vervoer tussen afzonderlijke lijnen of groepen van lijnen, worden de overeenkomsten inzake pooling of ladingverdeling periodiek door de conference bezien, met in deze overeenkomsten te bepalen tussenpozen en overeenkomstig in de conference-overeenkomst aan te geven criteria.

10.

De toepassing van dit artikel vangt aan zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van dit Verdrag en wordt voltooid binnen een overgangsperiode die in geen geval langer dan twee jaar mag zijn, met inachtneming van de specifieke situatie op elk van de betrokken handelsroutes.

11.

Lijnen die lid zijn van een conference zijn gerechtigd gecharterde schepen te exploiteren om hun conference-verplichtingen te vervullen.

12.

De criteria voor de verdeling en de herziening van aandelen neergelegd in artikel 2, eerste tot en met elfde lid, zijn van toepassing wanneer er, bij het ontbreken van een pool, een overeenkomst inzake laad- en losrechten, afvaart, en/of enige andere vorm van overeenkomst voor ladingverdeling bestaat.

13.

Wanneer er geen overeenkomsten inzake pooling, laad- en losrechten of afvaart of andere overeenkomsten voor deelneming aan het vervoer in een conference bestaan, kan elke groep van nationale lijnen die lid zijn van de conference, eisen dat pooling-regelingen worden ingevoerd ten aanzien van het door de conference tussen hun landen verrichte vervoer, zulks in overeenstemming met het bepaalde in artikel 2, vierde lid; of anders kunnen zij eisen dat de afvaarten zo worden aangepast dat deze lijnen een mogelijkheid wordt geboden in wezen dezelfde rechten te genieten tot deelneming aan het vervoer tussen die twee landen dat door de conference wordt verricht, als zij ingevolge het bepaalde in artikel 2, vierde lid, zouden hebben genoten. Een zodanig verzoek wordt in overweging genomen en daarover wordt beslist door de conference. Indien er tussen de leden van de conference geen overeenstemming is omtrent instelling van zulk een pool of aanpassing van de afvaarten, hebben de groepen van nationale lijnen aan beide uiteinden van de vervoerroute een meerderheidsstem bij de beslissing tot instelling van een zodanige pool of invoering van een aanpassing van de afvaarten. Over deze zaak wordt beslist binnen een tijdvak van niet langer dan zes maanden na ontvangst van het verzoek.

14.

In het geval van gebrek aan overeenstemming tussen de nationale lijnen van de landen aan beide uiteinden wier vervoer door de conference wordt verricht, ten aanzien van de vraag of er al dan niet pooling wordt ingevoerd, kunnen zij eisen dat binnen de conference de afvaarten zo worden aangepast dat daardoor deze lijnen een mogelijkheid wordt geboden in wezen dezelfde rechten te genieten tot deelneming aan het vervoer tussen die twee landen dat door de conference wordt verricht als zij zouden hebben genoten ingevolge het bepaalde in artikel 2, vierde lid. In het geval er geen nationale lijnen zijn in één van de landen wier vervoer door de conference wordt verricht, kunnen de nationale lijnen van het andere land hetzelfde verzoek doen. De conference doet zijn uiterste best om aan dit verzoek te voldoen. Indien evenwel niet aan dit verzoek wordt voldaan, kunnen de bevoegde autoriteiten van de landen aan beide uiteinden van de vervoerroute, indien zij zulks wensen, de zaak opnemen en hun opvattingen aan de betrokken partijen kenbaar maken ter overweging door die partijen. Indien geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het geschil behandeld overeenkomstig de in deze Code vastgelegde procedures.

15.

Andere lijnen die lid zijn van een conference kunnen ook verzoeken dat pooling- of afvaartovereenkomsten worden ingevoerd en het verzoek dient door de conference te worden overwogen overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van deze Code.

16.

Een conference dient in een poolingovereenkomst passende regelen op te nemen voor gevallen waarin de lading door een lid om enigerlei reden niet is geaccepteerd, behalve in geval van late aanbieding door de verlader. Een zodanige overeenkomst dient te bepalen dat een schip met niet-geboekte ruimte die kan worden gebruikt, wordt toegestaan de lading aan boord te nemen, zelfs wanneer daardoor het poolaandeel van de lijn in het vervoer wordt overschreden, indien de lading anders zou achterblijven en langer vertraagd zou worden dan een door de conference vastgestelde termijn.

17.

De bepalingen van artikel 2, eerste tot en met zestiende lid, gelden voor alle goederen, ongeacht hun oorsprong, hun bestemming of het gebruik waarvoor zij zijn bestemd, met uitzondering van militaire uitrusting ten behoeve van de nationale verdediging.

Artikel 3. Besluitvormingsprocedures

De besluitvormingsprocedures vervat in een conference-overeenkomst dienen te zijn gebaseerd op het beginsel van gelijkheid van alle lijnen die volledig lid zijn; deze procedures dienen te verzekeren dat de stemvoorschriften het juiste functioneren van de conference en de dienstverlening in het vaargebied niet belemmeren en dient die aangelegenheden te omschrijven waarover met eenparigheid van stemmen beslissingen zullen worden genomen. Ten aanzien van in een conference-overeenkomst omschreven aangelegenheden betreffende het goederenvervoer tussen twee landen kan evenwel geen beslissing worden genomen zonder de instemming van de nationale lijnen van deze twee landen.

Artikel 4. Sancties
1.

Een conferencelid heeft het recht, onder voorbehoud van de bepalingen betreffende terugtrekking die zijn vervat in poolregelingen en/of ladingverdeling-regelingen, nadat hij een conference-overeenkomst heeft opgezegd met inachtneming van een termijn van drie maanden, zich zonder sancties ontslagen te achten van de voorwaarden van deze overeenkomst, tenzij de conference-overeenkomst een andere termijn bepaalt, hoewel hij zijn verplichtingen als lid van de conference dient te vervullen tot de datum van ontheffing.

2.

Een conference kan, met inachtneming van een in de conferenceovereenkomst aan te geven termijn, een lid schorsen of royeren wegens aanmerkelijke nalatigheid in de naleving van de voorwaarden en bedingen van de conference-overeenkomst.

3.

Een royement of schorsing wordt eerst van kracht wanneer een schriftelijke uiteenzetting van de redenen daarvoor is gegeven en wanneer enigerlei geschil is geregeld zoals bepaald in hoofdstuk VI.

4.

Bij terugtrekking of royement dient de betrokken lijn haar deel in de uitstaande financiële verplichtingen van de conference te betalen tot de datum van haar terugtrekking of royement. In geval van terugtrekking, schorsing of royement wordt de rederij niet ontheven van haar eigen financiële verplichtingen ingevolge de conference-overeenkomst of van enigerlei verplichtingen jegens verladers.

Artikel 5. Tuchtregeling
1.

Een conference dient een indicatieve lijst vast te stellen en bij te houden, die zo uitputtend mogelijk dient te zijn, van praktijken die als misbruiken en/of inbreuken op de conference-overeenkomst worden beschouwd en dient te voorzien in een doeltreffende zelfregulering ten einde deze praktijken aan te pakken, met specifieke bepalingen die voorzien in:

2.

Lijnen en conferences zijn gerechtigd de volle medewerking van verladers en verladersorganisatie te ontvangen in hun pogingen misbruiken en inbreuken te bestrijden.

Artikel 6. Conference-overeenkomsten

Alle conference-overeenkomsten, pooling- en afvaartregelingen, regelingen omtrent laad- en losrechten en wijzigingen daarop of andere documenten die rechtstreeks op zodanige overeenkomsten betrekking hebben en deze raken, dienen op verzoek ter beschikking te worden gesteld van de bevoegde autoriteiten van de landen wier vervoer door de conference wordt verricht en van de landen wier lijnen lid zijn van de conference.

HOOFDSTUK III. : BETREKKINGEN MET VERLADERS

Artikel 7. Getrouwheidsovereenkomsten

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.