Overeenkomst ter regeling van de activiteiten van Staten op de maan en andere hemellichamen

Type Verdrag
Publication 1984-07-11
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst,

Gelet op de gunstige resultaten die Staten hebben verkregen bij het onderzoek en gebruik van de maan en andere hemellichamen,

Erkennend dat de maan, als natuurlijke satelliet van de aarde, een belangrijke rol speelt bij het onderzoek van de kosmische ruimte,

Vastbesloten op basis van gelijkheid de verdere samenwerking tussen Staten te bevorderen bij het onderzoek en gebruik van de maan en andere hemellichamen,

Verlangend te verhinderen dat de maan een gebied van internationale conflicten wordt,

Indachtig de voordelen die kunnen worden verkregen uit de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van de maan en andere hemellichamen,

In herinnering brengend het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, de Overeenkomst inzake de redding van ruimtevaarders, de terugkeer van ruimtevaarders en de teruggave van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen, de Overeenkomst inzake de internationale aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt door ruimtevoorwerpen, en de Overeenkomst inzake de registratie van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen,

In aanmerking nemend de noodzaak tot een verdere verfijning en ontwikkeling van de bepalingen van deze internationale overeenkomsten met betrekking tot de maan en andere hemellichamen, daarbij rekening houdend met verdere vooruitgang bij het onderzoeken gebruik van de kosmische ruimte,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1
1.

De bepalingen van deze Overeenkomst met betrekking tot de maan zijn tevens van toepassing op andere hemellichamen dan de aarde binnen het zonnestelsel, behalve voor zover bijzondere rechtsregels van kracht worden met betrekking tot een van deze hemellichamen.

2.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst zijn in elke verwijzing naar de maan tevens begrepen de kringlopen om of andere banen naar of om de maan.

3.

Deze Overeenkomst is niet van toepassing op buitenaardse materialen die langs natuurlijke weg op het aardoppervlak terechtkomen.

Artikel 2

Alle activiteiten op de maan, met inbegrip van het onderzoek en gebruik ervan, worden verricht in overeenstemming met de regels van het volkenrecht, in het bijzonder het Handvest van de Verenigde Naties, en met inachtneming van de Verklaring betreffende de beginselen van het volkenrecht inzake vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen de Staten overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, aangenomen door de Algemene Vergadering op 24 oktober 1970, in het belang van de handhaving van de internationale vrede en veiligheid en van de bevordering van internationale samenwerking en wederzijds begrip, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de overeenkomstige belangen van alle andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst.

Artikel 3
1.

De maan wordt door alle Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, uitsluitend gebruikt voor vreedzame doeleinden.

2.

Elke dreiging met of gebruik van geweld of enige andere vijandige daad of dreiging daarmee op de maan is verboden. Het is eveneens verboden de maan te gebruiken om een zodanige vijandige daad te begaan of met een zodanige vijandige daad te dreigen gericht tegen de aarde, de maan, ruimtevaartuigen, hun bemanning of door mensen vervaardigde ruimtevoorwerpen.

3.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, brengen geen voorwerpen die kernwapens of andere wapens voor massavernietiging vervoeren, in een kringloop om de maan of in een andere baan naar of om de maan, noch plaatsen of gebruiken zij zulke wapens op de maan of onder het oppervlak van de maan.

4.

De vestiging van militaire bases, installaties en versterkingen, het beproeven van wapens van welke aard dan ook, en het houden van militaire manoeuvres op de maan zijn verboden. Het gebruikmaken van militair personeel voor wetenschappelijk onderzoek of enig ander vreedzaam doel is niet verboden. Het gebruik van welke uitrusting of voorziening dan ook die noodzakelijk is voor vreedzaam onderzoek en gebruik van de maan, is evenmin verboden.

Artikel 4
1.

Het onderzoek en gebruik van de maan gaan de gehele mensheid aan en vinden plaats ten voordele en in het belang van alle landen, ongeacht de mate van hun economische of wetenschappelijke ontwikkeling. Er wordt naar behoren aandacht geschonken aan de belangen van de huidige en de toekomstige generaties, alsmede aan de noodzaak tot bevordering van een hogere levensstandaard en verbetering van de voorwaarden voor economische en sociale vooruitgang en ontwikkeling overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties.

2.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, laten zich leiden door het beginsel van samenwerking en onderlinge bijstand bij al hun activiteiten betreffende het onderzoek en gebruik van de maan. Internationale samenwerking ingevolge deze Overeenkomst dient zo ruim mogelijk te zijn en kan plaatsvinden op multilaterale basis, op bilaterale basis of door middel van internationale intergouvernementele organisaties.

Artikel 5
1.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, stellen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, alsmede het publiek en de internationale wetenschappelijke gemeenschap, voor zover zulks ook maar enigszins mogelijk en uitvoerbaar is, in kennis van hun activiteiten betreffende het onderzoek en gebruik van de maan. Inlichtingen omtrent het tijdschema, de doeleinden, de locaties, de baanparameters en de duur worden met betrekking tot elke vlucht naar de maan zo spoedig mogelijk na de lancering verstrekt, terwijl gegevens omtrent de resultaten van elke vlucht, met inbegrip van de wetenschappelijke resultaten, na het voltooien van de vlucht beschikbaar worden gesteld. Ingeval een vlucht langer dan zestig dagen duurt, worden periodiek, met tussenpozen van dertig dagen, inlichtingen omtrent het verloop van de vlucht, inclusief eventuele wetenschappelijke resultaten gegeven. Bij vluchten die langer dan zes maanden duren, behoeven naderhand slechts van belang zijnde aanvullingen van deze gegevens te worden medegedeeld.

2.

Indien een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, verneemt dat een andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst, van plan is gelijktijdig activiteiten te ontplooien in hetzelfde gebied of in dezelfde kringloop om of baan naar of om de maan, licht deze Staat de andere Staat onverwijld in over het tijdschema van en de plannen voor zijn eigen activiteiten.

3.

Bij de uitvoering van activiteiten krachtens deze Overeenkomst stellen de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, onmiddellijk de Secretaris-Generaal, alsmede het publiek en de internationale wetenschappelijke gemeenschap, in kennis van alle verschijnselen die zij waarnemen in de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan, voorzover die een gevaar zouden kunnen betekenen voor het leven of de gezondheid van de mensen, alsmede van alle aanwijzingen van organisch leven.

Artikel 6
1.

Alle Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, hebben, zonder enig onderscheid, op voet van gelijkheid en in overeenstemming met het volkenrecht, de vrijheid wetenschappelijk onderzoek op de maan te verrichten.

2.

Bij de uitvoering van wetenschappelijke onderzoekingen krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst hebben de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, het recht monsters te nemen van minerale en andere stoffen op de maan en deze mee te nemen. Deze monsters blijven ter beschikking van die Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en die deze hebben laten nemen, en mogen door deze Staten voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, houden rekening met de wenselijkheid een deel van deze monsters ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek ter beschikking te stellen van andere belangstellende Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, alsmede van de internationale wetenschappelijke gemeenschap. De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, mogen tijdens de wetenschappelijke onderzoekingen ook hoeveelheden minerale en andere stoffen van de maan gebruiken voor zover dienstig voor hun vluchten.

3.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, zijn het eens over de wenselijkheid, voor zover zulks ook maar enigszins mogelijk en uitvoerbaar is, wetenschappelijk en ander personeel uit te wisselen bij expedities naar of in installaties op de maan.

Artikel 7
1.

Bij het onderzoek en gebruik van de maan nemen de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, maatregelen ter voorkoming van verstoring van het bestaande evenwicht in het milieu, hetzij door het teweegbrengen van nadelige veranderingen in dit milieu, hetzij door schadelijke besmetting ervan als gevolg van het daarin brengen van niet tot dit milieu behorende materie, of op andere wijze. De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, nemen tevens maatregelen ter vermijding van de nadelige beïnvloeding van het milieu op aarde als gevolg van het daarin brengen van niet van de aarde afkomstige materie, of anderszins.

2.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, lichten de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in omtrent de maatregelen die door hen zijn genomen overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, en stellen hem tevens, zo uitgebreid mogelijk, vooraf in kennis van alle plaatsingen van radioactieve stoffen door hen op de maan, alsmede van het doel van deze plaatsingen.

3.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, brengen verslag uit aan de andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en aan de Secretaris-Generaal omtrent de gebieden op de maan, die van bijzonder wetenschappelijk belang zijn, opdat de mogelijkheid kan worden overwogen deze, onverminderd de rechten van andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, aan te wijzen als internationale, voor de wetenschap gereserveerde gebieden waarvoor bijzondere beschermende maatregelen dienen te worden overeengekomen in overleg met de bevoegde organen van de Verenigde Naties.

Artikel 8
1.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, mogen hun activiteiten met betrekking tot het onderzoek en gebruik van de maan verrichten op elke plaats op of onder het oppervlak ervan, behoudens de bepalingen van deze Overeenkomst.

2.

Daartoe mogen de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst in het bijzonder:

3.

Activiteiten van Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en die in overeenstemming met het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel worden verricht, mogen de activiteiten op de maan van andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, niet hinderen. Wanneer zulks het geval zou zijn, plegen de betrokken Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst overleg overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede en derde lid, van deze Overeenkomst.

Artikel 9
1.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst mogen bemande en onbemande stations op de maan vestigen. Een Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die een station op de maan vestigt, maakt uitsluitend gebruik van het voor het functioneren van het station vereiste gebied en stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties onmiddellijk in kennis van de plaats en het doel van dit station. Vervolgens dient deze Staat ieder jaar tevens aan de Secretaris-Generaal mede te delen of het station in gebruik blijft en of het doel ervan is gewijzigd.

2.

De stations worden op zodanige wijze geplaatst, dat zij de vrije toegang tot alle gebieden van de maan niet belemmeren voor personeel, voertuigen en uitrusting van andere Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst en die activiteiten op de maan verrichten in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst of met artikel I van het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen.

Artikel 10
1.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, nemen alle maatregelen die praktisch uitvoerbaar zijn, om het leven en de gezondheid van personen op de maan te beschermen. Daartoe beschouwen zij elke persoon op de maan als ruimtevaarder in de zin van artikel V van het Verdrag inzake de beginselen waaraan de activiteiten van Staten zijn onderworpen bij het onderzoek en gebruik van de kosmische ruimte, met inbegrip van de maan en andere hemellichamen, en als lid van de bemanning van een ruimtevaartuig in de zin van de Overeenkomst inzake de redding van ruimtevaarders, de terugkeer van ruimtevaarders en de teruggave van in de kosmische ruimte gebrachte voorwerpen.

2.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, bieden in nood verkerende personen op de maan bescherming in hun stations, installaties, voertuigen en andere voorzieningen.

Artikel 11
1.

De maan en haar natuurlijke rijkdommen zijn het gemeenschappelijke erfgoed van de mensheid, hetgeen tot uitdrukking komt in de bepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in het vijfde lid van dit artikel.

2.

De maan is niet vatbaar voor toeëigening door Staten door middel van soevereiniteitsaanspraken, gebruik of bezetting, of op enige andere wijze.

3.

Noch het maanoppervlak, noch het daaronder gelegen gebied, noch enig deel daarvan, noch de zich daarin bevindende natuurlijke rijkdommen wordt, respectievelijk worden, eigendom van een Staat, een internationale intergouvernementele of niet-gouvernementele organisatie, een nationale organisatie of een niet-gouvernementele rechtspersoon of een natuurlijke persoon. Aan het stationeren van personeel, ruimtevoertuigen, uitrusting, voorzieningen, stations en installaties op of onder het oppervlak van de maan, met inbegrip van met dit oppervlak of het gebied daaronder verbonden constructies, kunnen geen eigendomsrechten op het oppervlak of het daaronder gelegen gebied worden ontleend. De voorgaande bepalingen laten het in het vijfde lid van dit artikel bedoelde internationale regime onverlet.

4.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, hebben het recht tot onderzoek en gebruik van de maan zonder enige vorm van discriminatie, op voet van gelijkheid en in overeenstemming met het volkenrecht en de bepalingen van deze Overeenkomst.

5.

De Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst, verbinden zich hierbij een internationale regime in te stellen, met inbegrip van passende procedures, ter regeling van de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van de maan, wanneer deze exploitatie praktisch uitvoerbaar wordt. Deze bepaling wordt uitgevoerd in overeenstemming met artikel 18 van deze Overeenkomst.

6.

Ten einde de instelling van het internationale regime, als bedoeld in het vijfde lid van dit artikel te vergemakkelijken, stellen de Staten die Partij zijn bij deze Overeenkomst de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, alsmede het publiek en de internationale wetenschappelijke gemeenschap, voor zover zulks ook maar enigszins mogelijk en praktisch uitvoerbaar is, in kennis van alle natuurlijke rijkdommen die zij eventueel op de maan ontdekken.

7.

De voornaamste doeleinden van het in te stellen internationale regime omvatten:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.