Overeenkomst inzake het vervoer van lijken

Type Verdrag
Publication 1975-12-25
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het noodzakelijk is de formaliteiten met betrekking tot het internationaal vervoer van lijken te vereenvoudigen;

Rekening houdend met het feit dat het vervoer van lijken geen enkel gevaar voor de gezondheid oplevert, zelfs wanneer het overlijden is veroorzaakt door een besmettelijke ziekte, mits gepaste maatregelen worden genomen, in het bijzonder ten aanzien van de ondoordringbaarheid van de doodkist,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1
1.

De Overeenkomstsluitende Partijen zullen onderling de bepalingen van deze Overeenkomst toepassen.

2.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder vervoer van lijken verstaan het internationaal vervoer van menselijke stoffelijke resten van de Staat van vertrek naar de Staat van bestemming; de Staat van vertrek is de Staat waarin het vervoer is aangevangen of, in geval van een opgegraven lijk, de Staat waarin de begrafenis heeft plaatsgevonden; de Staat van bestemming is de Staat waar het lijk na het vervoer zal worden begraven of gecremeerd.

3.

Deze Overeenkomst is niet van toepassing op het internationaal vervoer van de as van gecremeerde lijken.

Artikel 2
1.

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen de maximale voorwaarden welke mogen worden gesteld voor de verzending van lijken, alsmede voor de doorvoer of de toelating daarvan op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

Het blijft de Overeenkomstsluitende Partijen vrijstaan ruimere faciliteiten te verlenen door toepassing van hetzij bilaterale overeenkomsten, hetzij in onderlinge overeenstemming genomen besluiten voor bijzondere gevallen, met name wanneer het het vervoer tussen grensgebieden betreft.

Voor de toepassing van zodanige overeenkomsten en besluiten voor bijzondere gevallen is de goedkeuring van alle betrokken Staten vereist.

Artikel 3
1.

Elk lijk dient tijdens het internationaal vervoer vergezeld te gaan van een speciaal document („laissez-passer voor lijken” genaamd), dat door de bevoegde autoriteit van de Staat van vertrek wordt afgegeven.

2.

Dit document dient ten minste de gegevens te bevatten die voorkomen in het aan deze Overeenkomst gehechte model; het dient te worden gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de Staat waar het wordt afgegeven en in een van de officiële talen van de Raad van Europa.

Artikel 4

Met uitzondering van de documenten vereist krachtens internationale verdragen en overeenkomsten inzake vervoer in het algemeen of krachtens toekomstige verdragen of regelingen inzake het vervoer van lijken, worden noch door de Staat van bestemming noch door de Staat van doorvoer andere documenten dan het „laissez-passer voor lijken” verlangd.

Artikel 5

Het „laissez-passer” wordt door de in artikel 8 van deze Overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteit afgegeven nadat deze zich ervan heeft verzekerd dat:

Artikel 6
1.

De doodkist dient ondoordringbaar te zijn; bovendien dient de binnenkant een absorberend materiaal te bevatten. Indien de bevoegde autoriteiten van de Staat van vertrek zulks noodzakelijk achten, dient de doodkist te worden voorzien van een luchtfilter ten einde de inwendige en de uitwendige druk gelijk te maken. De doodkist dient te bestaan uit:

2.

Indien het overlijden is veroorzaakt door een besmettelijke ziekte, wordt het lijk zelf gewikkeld in een lijkkleed dat is gedrenkt in een antiseptische oplossing.

3.

Onverminderd het bepaalde in het eerste en het tweede lid van dit artikel, dient de doodkist bij vervoer door de lucht een luchtfilter te bevatten of, bij gebreke hiervan, een door de bevoegde autoriteit van de Staat van vertrek als voldoende erkend weerstandsvermogen te hebben.

Artikel 7

Wanneer de doodkist als gewone vracht wordt vervoerd, dient deze zo te worden verpakt dat zij niet de aanblik van een doodkist heeft en dient erop te worden aangegeven dat zij voorzichtig moet worden behandeld.

Artikel 8

Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis van de aanwijzing van de in artikel 3, eerste lid, in artikel 5 en in artikel 6, eerste en derde lid, van deze Overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteit.

Artikel 9

Indien bij een vervoer een derde Staat is betrokken, die Partij is bij de op 10 februari 1937 te Berlijn gesloten Internationale Overeenkomst betreffende het vervoer van lijken, kan elke Overeenkomstsluitende Staat bij deze Overeenkomst een andere Overeenkomstsluitende Staat verzoeken de nodige maatregelen te nemen ten einde de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Staat in staat te stellen zijn verplichtingen ingevolge de Overeenkomst van Berlijn na te komen.

Artikel 10
1.

Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa die Partij daarbij kunnen worden door:

2.

De akten van bekrachtiging of aanvaarding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.

Artikel 11
1.

Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop drie Lid-Staten van de Raad overeenkomstig het in artikel 10 bepaalde Partij zijn geworden bij de Overeenkomst.

2.

Voor elke Lid-Staat die de Overeenkomst daarna zonder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding ondertekent, dan wel haar bekrachtigt of aanvaardt, treedt de Overeenkomst in werking een maand na de datum van de ondertekening of van de nederlegging van de akte van bekrachtiging of aanvaarding.

Artikel 12
1.

Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa iedere Staat die geen lid is van de Raad, uitnodigen tot deze Overeenkomst toe te treden.

2.

Toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding, die een maand na de datum van nederlegging van kracht wordt.

Artikel 13
1.

Een Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip van ondertekening of van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding het grondgebied of de grondgebieden aanwijzen waarop deze Overeenkomst van toepassing is.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding of op elk later tijdstip door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de toepassing van deze Overeenkomst uitbreiden tot ieder ander in de verklaring aangegeven grondgebied voor welks internationale betrekkingen hij verantwoordelijk is of voor hetwelk hij bevoegd is verbintenissen aan te gaan.

3.

Verklaringen, afgelegd krachtens het voorgaande lid, kunnen, wat betreft een grondgebied dat is aangewezen in deze verklaring, onder de voorwaarden genoemd in artikel 14 van deze Overeenkomst, worden ingetrokken.

Artikel 14
1.

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd van kracht.

2.

Een Overeenkomstsluitende Partij kan deze Overeenkomst wat haar betreft opzeggen door een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa te richten.

3.

De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

Artikel 15

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan de Lid-Staten van de Raad en aan iedere Staat die is toegetreden tot deze Overeenkomst, kennis van:

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Strasbourg, this 26th day of October 1973, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.