Veterinaire Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Volksrepubliek Bulgarije
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en
de Regering van de Volksrepubliek Bulgarije,
Verlangende de samenwerking op het gebied der diergeneeskunde tussen de beide landen zoveel mogelijk te vergemakkelijken;
Verlangende de onderlinge handel in dieren en dierlijke produkten te ontwikkelen, met volledige veiligstelling van hun levensbelangen, in het bijzonder van de gezondheidstoestand der dieren;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
De invoer, uitvoer of doorvoer van in deze Overeenkomst genoemde levende dieren en produkten van dierlijke oorsprong kan aan de grens aan een veterinaire of sanitaire controle worden onderworpen door de bevoegde dienst van elk der Overeenkomstsluitende Partijen.
De grensposten, havens en luchthavens waar de veterinaire controle plaatsvindt, alsmede de dagen en uren van openstelling daarvan, worden door de bevoegde autoriteiten van ieder der Partijen vastgesteld en ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.
Artikel 2
De in deze Overeenkomst met betrekking tot dieren voorgeschreven certificaten van oorsprong en gezondheidscertificaten moeten de verklaring inhouden dat de dieren van het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen afkomstig zijn. Genoemde certificaten en de veterinaire gezondheidscertificaten voor vlees en andere produkten van dierlijke oorsprong moeten door de bevoegde dienst van het uitvoerende land worden afgegeven.
Genoemde certificaten worden in de Franse taal gesteld overeenkomstig door de centrale veeartsenijkundige diensten van beide Partijen in onderling overleg vast te stellen modellen.
Artikel 3
Eenhoevige dieren, herkauwers, varkens en pluimvee moeten, om voor invoer te worden toegelaten, vergezeld zijn van een certificaat van oorsprong en van gezondheid, inhoudende de verklaring:
- a. dat de dieren op het grondgebied van het land van uitvoer zijn geboren of zich ten minste de laatste zes maanden daarop hebben bevonden;
- b. dat zij op het ogenblik van inlading zijn onderzocht en zowel gezond als vrij van ieder verschijnsel van een besmettelijke ziekte zijn bevonden.
De certificaten van oorsprong en de gezondheidscertificaten kunnen verzamelcertificaten of afzonderlijke certificaten zijn. De gemengde commissie, voorzien in artikel 22 van deze Overeenkomst, stelt vast welke diersoorten van een verzamelcertificaat, en welke van een afzonderlijk certificaat dienen te worden vergezeld.
In ieder geval kan een bepaald certificaat slechts betrekking hebben op dieren van een zelfde soort, met dezelfde bestemming en geladen in één en hetzelfde voertuig.
De geldigheid der certificaten is gesteld op tien dagen te rekenen van de dag van afgifte.
De dieren, pluimvee en wilde dieren uitgezonderd, worden gemerkt door tatoeëring van het oor, door het aanbrengen van een metalen beugel of knoop voorzien van een nummer, of door enig ander onuitwisbaar merkteken waardoor identificatie mogelijk is.
Artikel 4
Uitvoercertificaten voor dieren die vatbaar zijn voor een der in dit artikel genoemde ziekten worden, wat de vatbare soorten betreft, slechts afgegeven indien de genoemde ziekten tijdens de hieronder genoemde tijdvakken niet zijn waargenomen:
- a. ten aanzien van runderpest, longziekte der runderen, mond- en klauwzeer veroorzaakt door uitheemse virustypen, „blue tongue” bij schapen, Teschener ziekte, Afrikaanse varkenspest, paardenpest, encephalomyelitis veroorzaakt door Oostamerikaans virus, encephalomyelitis veroorzaakt door het virus van het Western-type, encephalomyelitis veroorzaakt door het Venezuelaans virustype, encephalomyelitis veroorzaakt door het Japans virustype: gedurende 6 maanden op het gehele grondgebied van het uitvoerende land;
- b. ten aanzien van kwade droes, infectueuze anaemie van het paard, boosaardige dekziekte bij paarden, schaapspokken, paarde-encephalomyelitis dienen het bedrijf van herkomst en de plaats van inlading voor vervoer naar het land van bestemming te zijn gelegen in het middelpunt van een gebied met een straal van 10 km, dat reeds 3 maanden vrij is van deze ziekten;
- c. ten aanzien van brucellose bij runderen, schapen, geiten en varkens, tuberculose, hondsdolheid, miltvuur, schurft bij schapen en eenhoevigen dient het bedrijf van herkomst 3 maanden vrij te zijn geweest en evenals de plaats van inlading voor vervoer naar het land van bestemming te zijn gelegen in het middelpunt van een gebied met een straal van 10 km, dat reeds 30 dagen vrij is van deze ziekten;
- d. ten aanzien van mond- en klauwzeer, varkenspest en alle vormen van vogelpest de voor elk geval door de centrale veeartsenijkundige diensten vastgestelde tijdvakken.
Artikel 5
De certificaten moeten bovendien de verklaring inhouden:
- a. ten aanzien van runderen bestemd voor de slacht: dat zij bij de bloedserumagglutinatie op brucellose, die niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, een titer vertoonden van minder dan 30 i.e./ml en dat zij negatief hebben gereageerd op de intradermale tuberculinatie, die niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht;
- b. ten aanzien van fok- en gebruiksvee, behalve de onder a genoemde voorwaarden, dat het afkomstig is van bedrijven die officieel erkend zijn als bedrijven die reeds ten minste 12 maanden vrij zijn van tuberculose en brucellose, reeds ten minste 6 maanden van trichomoniasis, terwijl de dieren gedurende een door de centrale veeartsenijkundige diensten der Overeenkomstsluitende Partijen vast te stellen tijdvak vrij moeten zijn geweest van leukose en sedert hun geboorte of tijdens de 30 dagen voorafgaande aan hun inlading op het bedrijf hebben verbleven. Bovendien, ten aanzien van melkkoeien, dat er geen verschijnselen van uierontsteking aanwezig zijn en dat het onderzoek van de melk, dat niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, niets heeft aangetoond dat op het bestaan van specifieke ontstekingen wijst, noch de aanwezigheid van ziektekiemen of van antibiotica heeft aangetoond;
- c. ten aanzien van schapen en geiten niet bestemd voor de slacht, dat deze blijkens onderzoek volgens de onder a genoemde methode, welk onderzoek niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, zijn gebleken vrij te zijn van brucellose en tuberculose, alsmede van Q fever;
- d. ten aanzien van varkens niet bestemd voor de slacht: dat zij bij de bloedserumagglutinatie op brucellose, die niet meer dan 30 dagen voor de verlading is verricht, een titer vertoonden van minder dan 30 i.e./ml; deze test is niet vereist voor dieren die minder dan 25 kg wegen; dat zij afkomstig zijn uit een streek waar in het laatste jaar in de slachthuizen, zowel in de gemeente van herkomst als in de omliggende gemeenten, geen enkel geval van trichinose is waargenomen; dat zij afkomstig zijn van bedrijven die officieel erkend zijn vrij te zijn van brucellose en klinisch vrij van leptospirose, atrofische rhinitis en van viruspneumonie;
- e. ten aanzien van eenhoevigen: dat zij, ten hoogste 15 dagen voor het vertrek, zijn onderworpen aan een bloedonderzoek op kwade droes waarvan de uitslag negatief is geweest;
- f. ten aanzien van fokpluimvee en broedeieren: dat zij afkomstig zijn van bedrijven die onder veterinair toezicht staan en die erkend zijn vrij te zijn van ziekten ten aanzien waarvan een aangifteplicht bestaat.
Dieren bestemd voor de slacht mogen niet afkomstig zijn van bedrijven, waarvan de dieren in het kader van een programma tot het uitbannen van een besmettelijke ziekte dienen te worden afgeslacht.
Met het oog op de dierziektetoestand van de veestapel, kan worden verlangd dat voor invoer bestemde dieren in het land van herkomst worden ingeënt tegen mond- en klauwzeer, met een door de bevoegde autoriteit van het land van verzending toegelaten en gecontroleerde entstof, die op basis van geïnactiveerde virussen is bereid. De inenting moet ten minste 15 dagen en niet meer dan 4 maanden voor het inladen van de dieren worden verricht.
Op verzoek van een der Overeenkomstsluitende Partijen kan de inenting tegen mond- en klauwzeer geschieden met een trivalent geinactiveerd vaccin van het type A, O en C.
Toegestaan kan worden dat de inenting tegen mond- en klauwzeer achterwege blijft indien het land van herkomst en de landen van doorvoer reeds ten minste 6 maanden vrij zijn van mond- en klauwzeer.
Voor zover niet in deze Overeenkomst is voorzien, stellen de centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk de biologische methoden, proeven en tests vast, welke met het oog op het waarborgen van het niet voorkomen der in dit artikel genoemde ziekten in de onderscheidene landen dienen te worden gevolgd, respectievelijk verricht.
De dieren dienen rechtstreeks van het bedrijf naar de plaats van inlading te worden gebracht en vandaar rechtstreeks en binnen de kortste tijd naar de grenspost van het land van verzending, waarbij
- a. fokvee en gebruiksvee enerzijds en slachtvee anderzijds van elkaar gescheiden worden gehouden;
- b. gebruik wordt gemaakt van vervoermiddelen en transport- en bevestigingsvoorzieningen die vooraf zijn schoongemaakt en ontsmet met een in het land van verzending officieel goedgekeurd ontsmettingsmiddel;
- c. runderen en varkens niet in aanraking worden gebracht met andere tweehoevige dieren dan runderen of varkens die voldoen aan de eisen gesteld voor het handelsverkeer tussen de Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 6
Paarden die bestemd zijn voor rennen, concours hippiques of andere sportieve manifestaties, kunnen tijdelijk voor invoer worden toegelaten, indien zij vergezeld zijn van een door een officiële dierenarts afgegeven bewijs, waarin de naam en het domicilie van de eigenaar, het nauwkeurig signalement der dieren, hun herkomst en plaats van bestemming is aangegeven, en dat de verklaring inhoudt dat de dieren goed gezond zijn en dat het bedrijf van herkomst vrij is van voor eenhoevige dieren besmettelijke ziekten.
De officiële veterinaire autoriteit van het land van invoer kan een voorafgaande aanvrage eisen.
Honden en katten kunnen vanuit het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen in dat van de andere worden ingevoerd na overlegging van een door een officiële of door de Staat gemachtigde dierenarts afgegeven gezondheidscertificaat dat ten hoogste 10 dagen voordat de grens wordt gepasseerd is opgesteld, en inhoudende dat zich sedert ten minste 6 maanden in de plaats van herkomst geen enkel geval van hondsdolheid of van verdenking van hondsdolheid heeft voorgedaan.
De Overeenkomstsluitende Partijen eisen dat de dieren tegen hondsdolheid zijn ingeënt.
Artikel 7
Produkten van dierlijke oorsprong, zoals sperma, huiden, paardehaar, wol, hoorns, hoeven, beenderen, daaronder begrepen gebroken of gemalen beenderen, stalmest, kunstmest en veevoeder dat geheel of gedeeltelijk uit diermeel, beendermeel of bloedmeel bestaat, moeten vergezeld zijn van een gezondheidscertificaat, dat vaststelling van de identiteit der produkten mogelijk maakt en dat de verklaring inhoudt dat ze niet verdacht worden dragers te zijn van een smetstof die een in artikel 4 genoemde ziekte kan verwekken, waaronder begrepen salmonellosen voor zover het vlees-, beender- en bloedmeel betreft, en dat zij zijn gesteriliseerd of gedesinfecteerd. De centrale veeartsenijkundige dienst van ieder der Overeenkomstsluitende Partijen stelt de centrale veeartsenijkundige dienst van de andere Partij in kennis van de bij het steriliseren of desinfecteren van de produkten van dierlijke oorsprong vóór uitvoer toegepaste technische methoden.
Artikel 8
Om voor invoer in aanmerking te komen, moeten vlees van runderen, paarden, schapen, geiten en varkens in verse, bevroren of gekoelde toestand of op andere wijze verduurzaamd, vetten, reuzel en alle vleesprodukten die voor voeding bestemd zijn, vergezeld zijn van een certificaat, inhoudende de verklaring, dat de dieren waarvan deze produkten afkomstig zijn, voor en na het slachten, in een onder voortdurend officieel veterinair toezicht staand slachthuis, aan een veterinair onderzoek onderworpen zijn geweest. Voor uitvoer bestemd vlees moet gezond en onvoorwaardelijk geschikt voor consumptie zijn bevonden.
De slachthuizen, de uitsnijderijen en de vleeswarenfabrieken, die vlees en vleesprodukten exporteren, moeten voorzien zijn van een veterinair identificatienummer en in een officieel register zijn ingeschreven. De centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen doen elkaar regelmatig lijsten van slachthuizen, uitsnijderijen, vleeswarenfabrieken en koelhuizen toekomen, en houden elkaar op de hoogte van de wetgeving betreffende de vleeskeuring.
Wat varkensvlees en de van varkensvlees op andere wijze dan door koken bereide vleeswaren betreft, moet het certificaat de verklaring inhouden, hetzij dat het resultaat van het onderzoek op cysticercosis en trichinosis negatief is geweest, hetzij dat gedurende ten minste een jaar geen enkel geval van trichinosis of van cysticercosis op het gehele grondgebied van het land is vastgesteld. Wanneer geen enkel geval van trichinosis of van cysticercosis gedurende ten minste een jaar is vastgesteld op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, brengt de centrale veeartsenijkundige dienst van deze Partij dit ter kennis van de centrale veeartsenijkundige dienst van de andere Partij.
Voor alle vleeswaren moet het certificaat de verklaring inhouden dat zij onder toezicht van de veterinaire dienst zijn bereid en dat zij geen enkele stof bevatten, waarvan het gebruik bij een wettelijke regeling van het invoerend land is verboden.
Volwassen runderen en paarden dienen te zijn onthuid en verdeeld in helften of vierendelen, zonder organen; kalveren en varkens, heel of in helften verdeeld, zonder organen; schapen en geiten, heel, zonder organen.
Ieder geheel dier, iedere helft of ieder vierendeel moet een veterinair keuringsstempel dragen waarop het officiële erkenningsnummer van het slachthuis van herkomst is vermeld.
Het afkrabben der serosa, het verwijderen van de klieren of het uitsnijden van een willekeurig deel van het vlees heeft terugwijzing van de zending ten gevolge.
Eveneens teruggewezen wordt:
- a. vlees van beren en van binnenberen, behalve in speciaal omschreven gevallen;
- b. vlees dat bij de veterinaire keuring blijkt besmet te zijn met tuberculose of met levende of dode cysticerci;
- c. vlees dat sporen vertoont van verwondingen, misvormingen of plaatselijke afwijkingen die het vlees ongeschikt voor consumptie of gevaarlijk voor de mens maken;
- d. varkensvet dat geregeneerd vet bevat of enige andere stof waarvan het gebruik bij de wet van het invoerend land is verboden;
- e. vlees en vleeswaren die behandeld zijn met radio-actieve stoffen, antibiotica, oestrogenen, thyreostatica, of met stoffen die bedoeld zijn om vlees mals te maken.
Invoer van vlees, met of zonder been, in stukken, vers, gekoeld of bevroren, van rauwe vetten of van afzonderlijke organen is toegestaan op door de centrale veeartsenijkundige diensten van de Overeenkomstsluitende Partijen vast te stellen voorwaarden.
De verpakkingen van vleeswaren, alsmede de daarop aangebrachte opschriften moeten overeenstemmen met de wetgeving van het invoerende land.
De centrale veeartsenijkundige dienst van elk der Overeenkomstsluitende Partijen doet de veeartsenijkundige dienst van de andere Partij een lijst toekomen van stoffen, waarvan de toevoeging aan vleeswaren en vetten is toegestaan krachtens de wetgeving van zijn eigen land.
Artikel 9
Geslacht pluimvee in verse, gekoelde of bevroren toestand moet zijn vergezeld van een veterinair gezondheidscertificaat dat de verklaring inhoudt dat het betreffende pluimvee is geslacht in gespecialiseerde, voor uitvoerdoeleinden goedgekeurde, onder toezicht van de veeartsenijkundige dienst staande inrichtingen en moet geplukt, schoongemaakt of ontdaan van de ingewanden ten invoer worden aangeboden. Het is echter toegestaan enkele veren aan de vleugels van ganzen en eenden te laten.
Pluimvee dat voor het slachten is behandeld met oestrogenen of thyreostatica of met stoffen die antimonium of arsenicum bevatten, alsmede vlees en vleeswaren van pluimvee dat is behandeld met radio-actieve stoffen of met antibiotica, worden teruggewezen.
De invoer van eieren zonder schaal, van hun samenstellende delen of van eipoeder is toegestaan mits deze produkten vergezeld zijn van een door een officiële of door de Staat daartoe gemachtigde dierenarts afgegeven certificaat inhoudende, dat zij vrij zijn van salmonellal of andere ziekteverwekkende kiemen.
Artikel 10
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.