Overeenkomst inzake de erkenning van studies aan, en diploma's of graden van instellingen van hoger onderwijs in de Staten, behorende tot de Europese Regio
Preambule
De Staten, behoren tot de Europese Regio, die Partij zijn bij deze Overeenkomst,
Herinnerend aan het feit dat, zoals de Algemene Conferentie van de Unesco bij diverse gelegenheden in haar resoluties inzake Europese samenwerking heeft opgemerkt, „de ontwikkeling van samenwerking tussen landen op het gebied van onderwijs, wetenschap, cultuur en communicatie, in overeenstemming met de beginselen, vervat in het Statuut van de Unesco, een essentiële rol speelt bij het bevorderen van vrede en internationaal begrip”,
Zich bewust van de nauwe samenhang die, ondanks de verscheidenheid van talen en de verschillen tussen de economische en sociale stelsels, tussen hun culturen bestaat, en verlangend hun samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding in het belang van het welzijn en de blijvende welvaart van hun volken te verstevigen,
Herinnerend aan het feit dat de Staten die in Helsinki zijn bijeengekomen, in de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (1 augustus 1975) uiting hebben gegeven aan hun voornemen „de toegang, op wederzijds aanvaardbare voorwaarden, voor studenten, docenten en wetenschapsbeoefenaren uit de deelnemende Staten tot elkaars instellingen voor onderwijs, cultuur en wetenschap te verbeteren ... in het bijzonder door ... te komen tot de wederzijdse erkenning van universitaire graden en diploma's, hetzij, waar nodig, door overeenkomsten tussen Regeringen, hetzij door rechtstreekse overeenkomsten tussen universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek” alsook door „het bevorderen van een nauwkeuriger bepaling van de problemen van vergelijking en gelijkwaardigheid van universitaire graden en diploma's”,
Herinnerend aan het feit dat, ten einde de verwezenlijking van deze doeleinden te bevorderen, het merendeel van de Overeenkomstsluitende Staten onderling reeds bilaterale of subregionale overeenkomsten inzake de gelijkwaardigheid of de erkenning van diploma's heeft gesloten; verlangend echter, onder voortzetting en vergroting van hun inspanningen op bilateraal en subregionaal niveau, hun samenwerking op dit gebied tot de gehele Europese Regio uit te breiden,
Ervan overtuigd dat de grote verscheidenheid van stelsels voor hoger onderwijs in de Europese Regio een buitengewoon groot cultureel goed vormt, dat behouden dient te blijven, en verlangend al hun volken in staat te stellen volledig profijt te trekken van dit grote culturele goed, door voor de inwoners van iedere Overeenkomstsluitende Staat de toegang tot de onderwijsvoorzieningen van de andere Overeenkomstsluitende Staten te vergemakkelijken, meer in het bijzonder door hun toestemming te verlenen hun opleiding aan instellingen voor hoger onderwijs in die andere Staten voort te zetten,
Overwegend dat, ten einde toelating tot verdere studies mogelijk te maken, het begrip „erkenning van studies” dient te worden gehanteerd, dat in het kader van sociale en internationale mobiliteit de mogelijkheid biedt het bereikte opleidingsniveau te beoordelen aan de hand van de verworven kennis, zoals deze blijkt uit de behaalde diploma's en graden, alsmede andere ter zake dienende bevoegdheden en bekwaamheden van een persoon, voor zover deze door de bevoegde autoriteiten aanvaardbaar worden geacht,
Overwegend dat de erkenning door alle Overeenkomstsluitende Staten van gevolgde studies of behaalde diploma's, getuigschriften of graden in één van deze Staten beoogt de internationale mobiliteit van personen en de uitwisselingen van ideeën, kennis en wetenschappelijke en technologische ervaring te bevorderen, en dat het wenselijk zou zijn buitenlandse studenten aan instellingen voor hoger onderwijs te aanvaarden, op voorwaarde dat zij aan de erkenning van hun studies of diploma's in geen geval meer rechten kunnen ontlenen dan die welke studenten uit het desbetreffende land zelf genieten,
Constaterend dat deze erkenning een van de onmisbare voorwaarden vormt om:
de binnen hun grondgebied bestaande onderwijsvoorzieningen zo doeltreffend mogelijk te kunnen gebruiken,
een grotere mobiliteit van docenten, studenten, wetenschappelijke onderzoekers en beroepsbeoefenaars te verzekeren,
de moeilijkheden te verlichten die personen die in het buitenland een opleiding hebben gevolgd of onderwijs hebben genoten, ondervinden na hun terugkeer in eigen land,
Verlangend te verzekeren dat studies, getuigschriften, diploma's en graden op zo ruim mogelijke schaal worden erkend, met inachtneming van de beginselen van de bevordering van permanente educatie, de democratisering van het onderwijs, de aanvaarding en de toepassing van een onderwijsbeleid dat rekening houdt met de structurele, economische, technologische en sociale veranderingen en dat past in het culturele verband van ieder land,
Vastbesloten hun toekomstige samenwerking dienaangaande te bekrachtigen en te regelen door middel van een overeenkomst die een eerste stap zal vormen op de weg naar een gezamenlijke voortvarende aanpak van alle vraagstukken op dit gebied, hetgeen in het bijzonder de taak zal zijn van reeds bestaande of eventueel noodzakelijk geachte nieuw in te stellen nationale, bilaterale, subregionale en multilaterale organen,
Indachtig het feit dat de Algemene Conferentie van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur als uiteindelijk doel heeft gesteld „het ontwerpen van een internationale overeenkomst inzake de erkenning en de geldigheid van graden, diploma's en getuigschriften, toegekend door instellingen voor hoger onderwijs en voor wetenschappelijk onderzoek in alle landen”,
Zijn overeengekomen als volgt:
I. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „erkenning” van een buitenlands getuigschrift of diploma of een buitenlandse graad verstaan de aanvaarding daarvan als geldig bewijsstuk door de bevoegde autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Staat en het toekennen aan de bezitter daarvan van rechten als die welke personen genieten die een getuigschrift, diploma of graad uit eigen land bezitten, waarmee het buitenlandse getuigschrift of diploma of de buitenlandse graad vergelijkbaar wordt geacht.
Erkenning wordt verder als volgt omschreven:
- (a). Erkenning van een getuigschrift, diploma of graad met het oog op het aanvangen of voortzetten van een studie op een hoger niveau, maakt het mogelijk de desbetreffende bezitter van een diploma, getuigschrift of graad in aanmerking te doen komen voor toelating tot de instellingen voor hoger onderwijs en voor wetenschappelijk onderzoek van iedere Overeenkomstsluitende Staat, als ware hij bezitter van een vergelijkbaar getuigschrift, diploma of graad, verleend in de desbetreffende Overeenkomstsluitende Staat. Een zodanige erkenning ontheft de bezitter van een buitenlands diploma of getuigschrift of van een buitenlandse graad niet van de verplichting zich te houden aan de voorwaarden (anders dan die welke verband houden met het bezit van een diploma) waaraan voor toelating tot de instelling voor hoger onderwijs of voor wetenschappelijk onderzoek van de ontvangende Staat moet worden voldaan.
- (b). Erkenning van een buitenlands getuigschrift of diploma of van een buitenlandse graad met het oog op uitoefening van een beroep betekent erkenning van de vooropleiding van de bezitter daarvan voor de uitoefening van het desbetreffende beroep, echter onverminderd de in de betrokken Overeenkomstsluitende Staten geldende wettelijke en beroepsregels en -procedures. Een zodanige erkenning ontheft de bezitter van een buitenlands getuigschrift of diploma of van een buitenlandse graad niet van de verplichting zich te houden aan andere eventuele voorwaarden die voor de uitoefening van het beroep zijn vastgesteld door de bevoegde overheidsinstanties of de voor dit beroep bevoegde instanties.
- (c). Aan erkenning van een getuigschrift, diploma of graad kan de bezitter daarvan echter in een andere Overeenkomstsluitende Staat niet meer rechten ontlenen dan hij zou genieten in het land waarin het getuigschrift, het diploma of de graad werd toegekend.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder „gedeeltelijke studies” verstaan studie- of opleidingsperioden die, hoewel geen volledig studieprogramma omvattend, toch in aanzienlijke mate bijdragen tot de verwerving van kennis of vaardigheden.
II. DOELSTELLINGEN
Artikel 2
De Overeenkomstsluitende Staten zijn voornemens door hun gezamenlijk optreden bij te dragen tot zowel de bevordering van de actieve samenwerking van alle landen in de Europese Regio ten behoeve van vrede en internationaal begrip, als tot de ontwikkeling van een doeltreffender samenwerking met andere Lid-Staten van de Unesco met betrekking tot een beter gebruik van hun potentieel op het gebied van onderwijs, technologie en wetenschap.
De Overeenkomstsluitende Staten geven plechtig uiting aan hun vaste voornemen nauw samen te werken binnen het kader van hun wetgeving en constitutionele bestel, alsook binnen het kader van de bestaande internationale overeenkomsten, ten einde:
- (a). in het belang van de Overeenkomstsluitende Staten en in overeenstemming met hun algemene onderwijsbeleid en administratieve procedures, een optimaal gebruik van hun beschikbare voorzieningen op het gebied van onderwijs en wetenschappelijk onderzoek mogelijk te maken, en daartoe:
- (i). hun instellingen voor hoger onderwijs op zo ruim mogelijke schaal toegankelijk te maken voor studenten en wetenschappelijke onderzoekers uit elk van de Overeenkomstsluitende Staten;
- (ii). de studies, getuigschriften, diploma's en graden van zodanige personen te erkennen;
- (iii). de mogelijkheid te onderzoeken om een analoge terminologie en analoge beoordelingsmaatstaven op te stellen en in te voeren, die de toepassing van een systeem vergemakkelijken dat de vergelijkbaarheid van de puntenwaardering, studievakken, getuigschriften, diploma's en graden verzekert;
- (iv). een dynamisch beleid te voeren inzake de toelating tot verdere studies, aan de hand van de blijkens getuigschriften, diploma's en graden verworven kennis, alsmede andere ter zake dienende bevoegdheden en bekwaamheden van de betrokken persoon, voor zover deze door de bevoegde instanties aanvaardbaar worden geacht;
- (v). bij het beoordelen van gedeeltelijke studies, soepele maatstaven aan te leggen, gebaseerd op het bereikte opleidingsniveau en op de gevolgde cursussen, rekening houdend met het interdisciplinaire karakter van de kennis op het niveau van hoger onderwijs;
- (vi). het systeem voor de uitwisseling van informatie met betrekking tot de erkenning van studies, getuigschriften, diploma's en graden te verbeteren;
- (b). de studieprogramma's in de Overeenkomstsluitende Staten, alsook de methoden voor het opzetten en bevorderen van hoger onderwijs voortdurend te verbeteren, niet alleen aan de hand van de behoeften voor economische, sociale en culturele ontwikkeling en het beleid van ieder land, alsmede van de doeleinden, vervat in de aanbevelingen van de bevoegde organen van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur betreffende de voortdurende verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, de bevordering van permanente educatie en de democratisering van het onderwijs, maar ook op basis van het streven naar de volle ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid en naar begrip, verdraagzaamheid en vriendschap tussen de volken en in het algemeen van alle doeleinden met betrekking tot de rechten van de mens, die het onderwijs behoort na te streven krachtens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de Internationale Verdragen van de Verenigde Naties inzake de rechten van de mens, en het Verdrag van de Unesco nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs;
- (c). regionale en mondiale samenwerking ten behoeve van de oplossing van de „problemen van vergelijking en gelijkwaardigheid van universitaire graden en diploma's” alsmede ten behoeve van de erkenning van studies en universitaire diploma's te bevorderen.
De Overeenkomstsluitende Staten komen overeen alle passende maatregelen op nationaal, bilateraal en multilateraal niveau te treffen, in het bijzonder door middel van bilaterale, subregionale, regionale of andere overeenkomsten, regelingen tussen universiteiten of andere instellingen voor hoger onderwijs, alsmede regelingen met de bevoegde nationale of internationale organisaties en andere lichamen, ten einde de betrokken bevoegde autoriteiten in de gelegenheid te stellen de in dit artikel omschreven doeleinden geleidelijk te verwezenlijken.
III. VERPLICHTINGEN INZAKE ONMIDDELLIJKE UITVOERING
Artikel 3
De Overeenkomstsluitende Staten nemen, behalve alle verplichtingen van hun Regeringen, tevens de verplichting op zich, alle passende maatregelen te treffen om de betrokken bevoegde autoriteiten aan te moedigen getuigschriften en andere diploma's die ter afsluiting van een studie op secundair niveau zijn behaald in de andere Overeenkomstsluitende Staten en waarvan het bezit recht geeft op toelating tot hoger onderwijs, te erkennen overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, eerste lid, ten einde de bezitters van zodanige getuigschriften of diploma's in staat te stellen een studie aan te vangen aan een instelling voor hoger onderwijs op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende Staten.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1, eerste lid (a), kan de toelating tot een bepaalde instelling voor hoger onderwijs echter tevens afhankelijk worden gesteld van de plaatsingsmogelijkheden en van de eisen ten aanzien van de talenkennis waaraan moet worden voldaan om met vrucht het onderwijs in kwestie te kunnen volgen.
Artikel 4
De Overeenkomstsluitende Staten nemen, behalve alle verplichtingen van hun Regeringen, tevens de verplichting op zich alle passende maatregelen te treffen om de betrokken bevoegde autoriteiten aan te moedigen:
- (a). getuigschriften, diploma's en graden te erkennen overeenkomstig artikel 1, eerste lid, ten einde de bezitters daarvan in staat te stellen een voortgezette studie of een opleiding te volgen of wetenschappelijk onderzoek te verrichten aan hun instellingen voor hoger onderwijs;
- (b). voor zover mogelijk, de procedure vast te stellen met betrekking tot de erkenning - met het oog op de voortzetting van de studie - van een gedeeltelijke studie die is gevolgd aan in andere Overeenkomstsluitende Staten gelegen instellingen voor hoger onderwijs.
Het bepaalde in artikel 3, tweede lid hierboven, is van toepassing op de in dit artikel bedoelde gevallen.
Artikel 5
De Overeenkomstsluitende Staten nemen, behalve alle verplichtingen van hun Regeringen, tevens de verplichting op zich, alle passende maatregelen te treffen om de betrokken bevoegde autoriteiten aan te moedigen de getuigschriften, diploma's of graden die door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Staten zijn verleend, te erkennen ten behoeve van de uitoefening van een beroep, zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid (b).
Artikel 6
In gevallen waarin de toelating tot onderwijsinstellingen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Staat niet valt onder het gezag van die Staat, dient deze Staat de tekst van de Overeenkomst toe te zenden aan de betrokken instellingen en alles in het werk te stellen om deze instellingen de in Hoofdstuk II en III van de Overeenkomst vervatte beginselen te doen aanvaarden.
Artikel 7
Overwegend dat erkenning betrekking heeft op gevolgde studies en behaalde getuigschriften, diploma's of graden aan instellingen die zijn goedgekeurd door de betrokken bevoegde autoriteiten in de Overeenkomstsluitende Staat waarin de getuigschriften, diploma's of graden werden behaald, kan een ieder die een zodanige studie heeft gevolgd of een zodanig getuigschrift of diploma of een zodanige graad heeft behaald, ongeacht de nationaliteit of de politieke of wettelijke status van betrokkene, in aanmerking komen voor de in de artikelen 3, 4 en 5 bedoelde voordelen.
Alle onderdanen van een Overeenkomstsluitende Staat, die op het grondgebied van een Staat welke geen Partij is bij deze Overeenkomst, een of meer getuigschriften, diploma's of graden hebben behaald welke vergelijkbaar zijn met die, bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5, kunnen gebruik maken van die bepalingen van deze artikelen welke ter zake van toepassing zijn, mits hun getuigschriften, diploma's of graden zijn erkend in hun land van herkomst en in het land waar zij hun studie wensen voort te zetten.
IV. PROCEDURE VOOR DE UITVOERING
Artikel 8
De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich ertoe te streven naar de verwezenlijking van de in artikel 2 omschreven doeleinden en stellen alle pogingen in het werk om de nakoming van de verplichtingen te verzekeren die in de artikelen 3, 4, 5 en 6 worden omschreven, en wel door middel van
- (a). nationale organen;
- (b). de Regionale Commissie, omschreven in artikel 10;
- (c). bilaterale of subregionale organen.
Artikel 9
De Overeenkomstsluitende Staten beseffen dat voor de verwezenlijking van de doeleinden en de nakoming van de in deze Overeenkomst omschreven verplichtingen nauwe samenwerking en coördinatie op nationaal niveau nodig is met betrekking tot de inspanningen van een groot aantal verschillende nationale instanties, zowel overheidsinstanties als andere lichamen, in het bijzonder universiteiten, organen, belast met de beoordeling van buitenlandse getuigschriften, diploma's en graden, en andere onderwijsinstellingen. Derhalve komen zij overeen, de bestudering van de vraagstukken die verband houden met de toepassing van deze Overeenkomst, op te dragen aan passende nationale lichamen waarbij alle desbetreffende sectoren zijn betrokken en die bevoegd zijn voorstellen voor passende oplossingen in te dienen. De Overeenkomstsluitende Staten zullen voorts alle passende maatregelen treffen die nodig zijn om het doeltreffend functioneren van deze nationale organen te bespoedigen.
De Overeenkomstsluitende Staten werken samen met de bevoegde autoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Staat, in het bijzonder door hen in staat te stellen alle gegevens te verzamelen die voor hen van nut zijn bij hun activiteiten met betrekking tot studies aan, en diploma's of graden van instellingen voor hoger onderwijs.
Ieder nationaal orgaan dient de beschikking te hebben over de noodzakelijke middelen die het in staat stellen om alle gegevens die voor dit orgaan van nut zijn bij zijn activiteiten met betrekking tot studies aan, en diploma's of graden van instellingen van hoger onderwijs, te verzamelen, te verwerken en te registreren, of de gegevens die het in dit verband op korte termijn nodig heeft, uit een afzonderlijk nationaal documentatiecentrum te verkrijgen.
Artikel 10
Hierbij wordt een regionale commissie ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de Regeringen der Overeenkomstsluitende Staten. Het Secretariaat hiervan wordt opgedragen aan de Directeur-Generaal van de Organisatie der Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Niet tot de Overeenkomstsluitende Staten behorende landen in de Europese Regio, die zijn uitgenodigd deel te nemen aan de diplomatieke conferentie, belast met de goedkeuring van deze Overeenkomst, kunnen aan de bijeenkomsten van de Regionale Commissie deelnemen.
De taak van de Regionale Commissie bestaat in het bevorderen van de toepassing van deze Overeenkomst. Zij neemt de periodieke verslagen die de Overeenkomstsluitende Staten haar toezenden met betrekking tot de door hen gemaakte vorderingen en ondervonden moeilijkheden bij de toepassing van de Overeenkomst, alsmede de door haar Secretariaat ter zake van genoemde Overeenkomst uitgevoerde studies, in ontvangst en bestudeert deze. De Overeenkomstsluitende Staten verbinden zich ertoe ten minste eenmaal in de twee jaar een verslag aan de Commissie uit te brengen.
De Regionale Commissie doet, waar zulks dienstig is, aan de Overeenkomstsluitende Staten aanbevelingen van algemene of bijzondere aard met betrekking tot de toepassing van deze Overeenkomst.
Artikel 11
De Regionale Commissie kiest een Voorzitter voor elke zitting en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Zij komt ten minste eenmaal in de twee jaar in een gewone zitting bijeen. De Commissie komt voor de eerste maal bijeen drie maanden nadat de zesde akte van bekrachtiging of toetreding is nedergelegd.
Het Secretariaat van de Regionale Commissie stelt de agenda voor de vergaderingen van de Commissie op, in overeenstemming met de instructies die het daartoe van de Commissie ontvangt, en met het bepaalde in het Huishoudelijk Reglement. Het verleent de nationale organen hulp bij het verkrijgen van de voor hun activiteiten benodigde gegevens.
V. DOCUMENTATIE
Artikel 12
De Overeenkomstsluitende Staten wisselen informatie en documentatie uit met betrekking tot studies aan, en getuigschriften, diploma's of graden van instellingen van hoger onderwijs.
Zij trachten de ontwikkeling van methoden en procedures voor het verzamelen, verwerken, rangschikken en verspreiden van alle noodzakelijke informatie met betrekking tot de erkenning van studies aan, en getuigschriften, diploma's of graden van instellingen van hoger onderwijs te bevorderen, rekening houdend met de bestaande methoden en procedures, alsmede met informatie die is verzameld door nationale, regionale, subregionale en internationale organen, in het bijzonder door de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
VI. SAMENWERKING MET INTERNATIONALE ORGANISATIES
Artikel 13
De Regionale Commissie treft alle passende maatregelen om de bevoegde internationale gouvernementele en niet-gouvernementele organisaties bij haar eigen inspanningen te betrekken, ten einde te verzekeren dat deze Overeenkomst zo volledig mogelijke toepassing vindt. Dit geldt in het bijzonder voor de intergouvernementele instellingen en organen die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van subregionale overeenkomsten of akkoorden betreffende de erkenning van diploma's en graden in de Staten die tot de Europese Regio behoren.
VII. INSTELLINGEN VOOR HOGER ONDERWIJS DIE VALLEN ONDER HET GEZAG VAN EEN OVEREENKOMSTSLUITENDE STAAT, DOCH ZICH BUITEN DIENS GRONDGEBIED BEVINDEN
Artikel 14
Het bepaalde in deze Overeenkomst is van toepassing op gevolgde studies en behaalde getuigschriften, diploma's en graden aan enige instelling voor hoger onderwijs vallend onder het gezag van een Overeenkomstsluitende Staat, zelfs wanneer deze instelling zich buiten diens grondgebied bevindt, mits echter de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Staat waar de instelling zich bevindt, hiertegen geen bezwaar maken.
VIII. BEKRACHTIGING, TOETREDING EN INWERKINGTREDING
Artikel 15
Deze Overeenkomst staat open ter ondertekening en bekrachtiging door de Staten van de Europese Regio die zijn uitgenodigd de diplomatieke conferentie, belast met de goedkeuring van deze Overeenkomst, bij te wonen, alsmede door de Heilige Stoel.
Artikel 16
Andere Staten die lid zijn van de Verenigde Naties, van een van de Gespecialiseerde Organisaties van de Verenigde Naties, van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie, of Staten die Partij zijn bij het Statuut van het Internationale Gerechtshof, kan toestemming worden verleend tot deze Overeenkomst toe te treden.
Ieder daartoe strekkend verzoek wordt ter kennis gebracht van de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, die dit ten minste drie maanden voor de bijeenkomst van de in het derde lid van dit artikel vermelde commissie ad hoc toezendt aan de Overeenkomstsluitende Staten.
De Overeenkomstsluitende Staten komen bijeen als commissie ad hoc waarin van iedere Overeenkomstsluitende Staat één vertegenwoordiger zitting heeft, die uitdrukkelijk opdracht van zijn Regering heeft gekregen een zodanig verzoek in overweging te nemen. In deze gevallen is voor het besluit van de commissie een tweederde meerderheid van de Overeenkomstsluitende Staten vereist.
Deze procedure is eerst van toepassing wanneer de Overeenkomst door ten minste 20 van de in artikel 15 bedoelde Staten is bekrachtigd.
Artikel 17
Bekrachtiging van of toetreding tot deze Overeenkomst geschiedt door middel van nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding bij de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
Artikel 18
Deze Overeenkomst treedt in werking één maand na de nederlegging van de vijfde akte van bekrachtiging, doch uitsluitend met betrekking tot de Staten die hun akten van bekrachtiging hebben nedergelegd. Deze Overeenkomst treedt ten aanzien van iedere andere Staat in werking één maand nadat die Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.
Artikel 19
De Overeenkomstsluitende Staten hebben het recht deze Overeenkomst op te zeggen.
De opzegging wordt kenbaar gemaakt door middel van een schriftelijke verklaring, nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van een zodanige kennisgeving van opzegging. Personen die gebruik hebben gemaakt van de in deze Overeenkomst geboden voordelen en die eventueel nog een studie volgen op het grondgebied van de Staat die de Overeenkomst opzegt, kunnen echter de door hen aangevangen studie voltooien.
Artikel 20
De Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur stelt de Overeenkomstsluitende Staten en de andere in de artikelen 15 en 16 aangeduide Staten, alsmede de Verenigde Naties, in kennis van iedere nederlegging van de akten van bekrachtiging of toetreding, bedoeld in artikel 17, en van de opzeggingen als bepaald in artikel 19 van deze Overeenkomst.
Artikel 21
Deze Overeenkomst wordt overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties bij het Secretariaat van de Verenigde Naties geregistreerd op verzoek van de Directeur-Generaal van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned representatives, being duly authorized, have signed this Convention.
DONE at Paris, this 21st day of December 1979, in the English, French, Russian and Spanish languages, the four texts being equally authoritative, in a single copy which shall be deposited in the archives of the United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization. A certified copy shall be sent to all the States referred to in Articles 15 and 16 and to the United Nations.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)