Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Turkije inzake steun aan werkgelegenheidsprojecten
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Turkije;
Gezien de vriendschappelijke betrekkingen die tussen beide landen bestaan,
Geleid door de wens deze betrekkingen te versterken,
Erkennend dat het wenselijk is over te gaan tot samenwerking ten einde de werkgelegenheidssituatie in Turkije te verbeteren,
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
Deze Overeenkomst heeft ten doel de verwezenlijking van werkgelegenheidsprojecten, hierna te noemen „Projecten”, die geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd door middel van investering van de spaargelden van Turkse werknemers in het buitenland.
De hierboven genoemde Projecten betreffen arbeidersondernemingen, plattelandscoöperaties voor ontwikkeling, alsmede coöperaties van handwerkslieden en moeten in overeenstemming zijn met de doeleinden en beginselen van de planning van de Turkse Regering alsmede met de beginselen van het Nederlandse beleid inzake ontwikkelingssamenwerking, terwijl er met name rekening dient te worden gehouden met de sociale aspecten.
Artikel II
De Nederlandse Regering stelt de Turkse Regering jaarlijks in kennis van haar financiële bijdrage ter zake.
Er wordt een fonds ingesteld voor het verstrekken van financiële hulp aan de Projecten op basis van de Nederlandse bijdrage.
Artikel III
Met inachtneming van de van kracht zijnde Turkse wetgeving worden passende faciliteiten geboden aan de in gemeen overleg tussen de beide bevoegde autoriteiten door de Nederlandse Regering aan een Project ter beschikking gestelde deskundigen, alsmede aan de voor hun beroepswerkzaamheden in Turkije noodzakelijke uitrusting.
Artikel IV
De bevoegde autoriteiten voor de uitvoering van deze Overeenkomst zijn enerzijds de Nederlandse Minister voor Ontwikkelingssamenwerking en anderzijds de Turkse Minister van Industrie en Technologie.
Elk der bevoegde autoriteiten wijst een uitvoerende autoriteit aan, die wordt belast met de verwezenlijking van de Projecten.
De bevoegde autoriteiten stellen elkaar in kennis van een zodanige aanwijzing.
Artikel V
De Overeenkomstsluitende Partijen stellen een Gemengde Commissie in, bestaande uit ten hoogste drie vertegenwoordigers van elke partij.
De leden van de Gemengde Commissie kunnen zich doen bijstaan door deskundigen.
De Gemengde Commissie dient de beide Regeringen te adviseren omtrent Projecten die in aanmerking komen voor financiële hulp.
Er wordt geen enkel Project uitgevoerd zonder de toestemming van de Turkse Regering.
De Gemengde Commissie bepaalt zelf de frequentie en de plaats van haar bijeenkomsten, en stelt zelf haar huishoudelijk reglement vast.
Artikel VI
De Turkse Regering stelt een Comité van Beheer in, waarin de Turkse ministeries en andere instellingen die zich met de verwezenlijking van de Projecten bezighouden, zijn vertegenwoordigd.
Een vertegenwoordiger van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden te Ankara kan aan de bijeenkomsten van dit Comité deelnemen in de hoedanigheid van adviserend lid.
Ten einde de Gemengde Commissie bij te staan in de uitoefening van haar functies, stelt het Comité van Beheer de prioriteiten vast ten aanzien van de evaluatie en de selectie van Projecten betreffende arbeidersondernemingen die
- a). zijn opgericht in overeenstemming met de bestaande ontwikkelingsprojecten,
- b). zijn begonnen te investeren en die daarna financiële moeilijkheden het hoofd hebben moeten bieden,
- c). werkgelegenheid scheppen.
Het bovengenoemde Comité van Beheer gebruikt de fondsen via een Turkse investeringsbank, waarbij de voorwaarden van het ter beschikking stellen van de voor de Projecten bestemde fondsen gezamenlijk moeten worden vastgesteld door het Comité van Beheer en deze Turkse bank.
Deze laatste zal functioneren als instelling voor bewaarneming en beheer.
Door het Comité van Beheer wordt een controlesysteem opgezet en toegepast ter verzekering dat de voor de Projecten bestemde fondsen daadwerkelijk hiervoor worden aangewend.
Artikel VII
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich ertoe in het algemeen de activiteiten die uit hoofde van deze Overeenkomst worden verricht, te vergemakkelijken.
Artikel VIII
Meningsverschillen omtrent de uitlegging alsmede geschillen die zich zouden kunnen voordoen bij de toepassing van deze Overeenkomst en die niet kunnen worden opgelost door de bevoegde of de uitvoerende autoriteiten, worden langs de gebruikelijke diplomatieke weg door de Overeenkomstsluitende Partijen beslecht.
Artikel IX
Deze Overeenkomst blijft van kracht voor een tijdvak van één jaar. Zij wordt telkens voor een tijdvak van een jaar automatisch verlengd, tenzij een der betrokken Regeringen de andere ten minste zes maanden voor het verstrijken van het desbetreffende tijdvak in kennis stelt van haar voornemen de Overeenkomst op te zeggen.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum waarop de beide Regeringen elkaar schriftelijk in kennis hebben gesteld van de vervulling van de door hun onderscheiden nationale wetgevingen vereiste formaliteiten.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst uitsluitend van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.
FAIT à Ankara, le 18 Novembre 1976, en deux exemplaires en langue française.
Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas
(s.) J. J. DERKSEN
Pour le Gouvernement de la République de Turquie
(s.) C. KESKIN
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.