Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten
Preambule
De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Verdrag hebben ondertekend,
Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden en het bevorderen van samenwerking tussen hen;
Overwegende dat, zoals omschreven in artikel 1 van het Statuut van de Raad van Europa, dit doel inzonderheid zal worden nagestreefd door het sluiten van overeenkomsten op het bestuurlijk vlak;
Overwegende dat de Raad van Europa erop dient toe te zien dat de territoriale gemeenschappen of autoriteiten in Europa deelnemen aan de verwezenlijking van zijn doel;
In aanmerking nemende het belang voor het nastreven van dit doel, van samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten in grensgebieden op terreinen zoals regionale ontwikkeling en stads- en plattelandsontwikkeling, milieubescherming, verbetering van openbare voorzieningen en diensten en wederzijdse bijstand bij rampen;
Gelet op de in het verleden opgedane ervaring, waaruit blijkt dat samenwerking tussen lokale en regionale autoriteiten in Europa het voor deze gemakkelijker maakt hun taken doeltreffend te verrichten en inzonderheid bijdraagt tot de ontsluiting en ontwikkeling van grensgebieden;
Vastbesloten een zodanige samenwerking zoveel mogelijk te bevorderen en op deze wijze bij te dragen tot de economische en sociale vooruitgang van grensgebieden en tot de solidariteit die de volken van Europa verenigt.
Zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1
Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich ertoe grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten binnen haar rechtsmacht en territoriale gemeenschappen of autoriteiten binnen de rechtsmacht van andere Overeenkomstsluitende Partijen te vergemakkelijken en te bevorderen. Zij tracht te bevorderen dat de overeenkomsten en regelingen, die hiertoe noodzakelijk blijken te zijn, tot stand worden gebracht, met inachtneming van de voor elke Partij geldende constitutionele bepalingen.
Artikel 2
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder grensoverschrijdende samenwerking verstaan elk onderling afgestemd optreden met het oogmerk het nabuurschap tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten binnen de rechtsmacht van twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen te versterken en te bevorderen en de voor dit doel noodzakelijke overeenkomsten en regelingen tot stand te brengen. De grensoverschrijdende samenwerking vindt plaats in het kader van de bevoegdheden van de territoriale gemeenschappen of autoriteiten zoals omschreven in het interne recht. De reikwijdte en aard van zodanige bevoegdheden worden niet door deze Overeenkomst gewijzigd.
Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder de uitdrukking „territoriale gemeenschappen of autoriteiten” verstaan gemeenschappen, autoriteiten of lichamen, die lokale en regionale functies vervullen en die als zodanig worden beschouwd in het interne recht van elke Staat. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan evenwel, op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst of in een latere mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de gemeenschappen, autoriteiten of lichamen, alsmede de onderwerpen en vormen aangeven waartoe zij de reikwijdte van deze Overeenkomst wenst te beperken of die zij van de reikwijdte van deze Overeenkomst wenst uit te sluiten.
Artikel 3
Voor de toepassing van deze Overeenkomst bevorderen de Overeenkomstsluitende Partijen, behoudens het bepaalde in artikel 2, tweede lid, elk initiatief van territoriale gemeenschappen en autoriteiten waarbij rekening wordt gehouden met de kaderregelingen tussen territoriale gemeenschappen en autoriteiten opgesteld binnen de Raad van Europa. Indien zij zulks noodzakelijk achten, kunnen zij rekening houden met de bilaterale of multilaterale modelovereenkomsten tussen Staten, opgesteld binnen de Raad van Europa met het oogmerk de samenwerking tussen territoriale gemeenschappen en autoriteiten te vergemakkelijken.
De tot stand te brengen regelingen en overeenkomsten kunnen worden gebaseerd op de model- en kaderovereenkomsten, kaderstatuten en kadercontracten die aan deze Overeenkomst zijn gehecht onder de nummers 1.1 tot en met 1.5 en 2.1 tot en met 2.6 met de nodige wijzigingen in verband met de bijzondere situatie van elke Overeenkomstsluitende Partij. Deze model- en kaderovereenkomsten, kaderstatuten en kadercontracten zijn slechts als richtsnoer bedoeld en hebben niet de kracht van een overeenkomst.
Indien de Overeenkomstsluitende Partijen het noodzakelijk achten, overeenkomsten tussen Staten te sluiten, kunnen daarin onder meer de context, vormen en grenzen worden vastgelegd voor het optreden van de territoriale gemeenschappen en autoriteiten die zijn betrokken bij grensoverschrijdende samenwerking. Elke overeenkomst kan tevens de autoriteiten of lichamen aangeven, waarop zij van toepassing is.
De bovenstaande bepalingen beletten de Overeenkomstsluitende Partijen niet, in onderlinge overeenstemming gebruik te maken van andere vormen van grensoverschrijdende samenwerking. Evenmin dienen de bepalingen van deze Overeenkomst zo te worden uitgelegd als zouden zij bestaande samenwerkingsovereenkomsten ongeldig maken.
De overeenkomsten en regelingen dienen tot stand te worden gebracht met inachtneming van de door het interne recht van elke Overeenkomstsluitende Partij vastgestelde bevoegdheid ten aanzien van internationale betrekkingen en algemeen beleid en met inachtneming van de voorschriften inzake controle of toezicht waaraan territoriale gemeenschappen of autoriteiten onderworpen zijn.
Hiertoe kan iedere Overeenkomstsluitende Partij, op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst of in een latere mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, de autoriteiten aangeven die ingevolge haar interne recht bevoegd zijn controle of toezicht uit te oefenen ten aanzien van de betrokken territoriale gemeenschappen en autoriteiten.
Artikel 4
Elke Overeenkomstsluitende Partij tracht de juridische, bestuurlijke of technische moeilijkheden die de ontwikkeling en het goede verloop van grensoverschrijdende samenwerking kunnen belemmeren, op te lossen en pleegt voor zover nodig overleg met de andere betrokken Overeenkomstsluitende Partij of Partijen.
Artikel 5
In geval van grensoverschrijdende samenwerking overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst, overwegen de Overeenkomstsluitende Partijen de wenselijkheid van toekenning aan de daaraan deelnemende territoriale gemeenschappen of autoriteiten van dezelfde faciliteiten als wanneer deze op nationaal niveau zouden samenwerken.
Artikel 6
Elke Overeenkomstsluitende Partij verstrekt in zo ruim mogelijke mate alle informatie waarom een andere Overeenkomstsluitende Partij verzoekt ten einde het nakomen door deze laatste Partij van haar verplichtingen ingevolge deze Overeenkomst te vergemakkelijken.
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij draagt er zorg voor dat de betrokken territoriale gemeenschappen of autoriteiten in kennis worden gesteld van de middelen tot handelen waarvan zij ingevolge deze Overeenkomst gebruik kunnen maken.
Artikel 8
De Overeenkomstsluitende Partijen zenden de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa alle ter zake dienende informatie toe betreffende de overeenkomsten en regelingen bedoeld in artikel 3.
Elk voorstel van een of meer Overeenkomstsluitende Partijen voor aanvulling of uitbreiding van deze Overeenkomst of van de modelovereenkomsten en -regelingen dient te worden medegedeeld aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal legt dit voor aan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, dat besluit welk gevolg eraan gegeven dient te worden.
Artikel 9
Deze Overeenkomst staat open voor ondertekening door de Lid-Staten van de Raad van Europa. Zij dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
De Overeenkomst treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, mits ten minste twee van de Staten die deze formaliteit hebben verricht een gemeenschappelijke grens hebben.
Ten aanzien van iedere ondertekenende Staat die de Overeenkomst daarna bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, treedt de Overeenkomst in werking drie maanden na de datum van nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
Artikel 10
Na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa met eenparigheid van stemmen besluiten iedere Europese Staat die geen lid is van de Raad, uit te nodigen tot deze Overeenkomst toe te treden. Deze uitnodiging dient de uitdrukkelijke instemming te verkrijgen van elke Staat die de Overeenkomst heeft bekrachtigd.
Toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa van een akte van toetreding, die drie maanden na de datum van nederlegging van kracht wordt.
Artikel 11
Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan, voor zover haarzelf betreft, deze Overeenkomst opzeggen door een daartoe strekkende kennisgeving te richten aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van een zodanige kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Artikel 12
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft de Lid-Staten van de Raad van Europa en elke Staat die tot deze Overeenkomst is toegetreden, kennis van:
- a. elke ondertekening;
- b. elke nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
- c. elke datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 9;
- d. elke verklaring ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 2, tweede lid, of artikel 3, vijfde lid;
- e. elke kennisgeving ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 11 alsmede de datum waarop de opzegging van kracht wordt.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.
DONE at Madrid, the 21st day of May 1980 in English and in French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to any State invited to accede to this Convention.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.