Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek inzake de definitieve regeling van vorderingen tot schadeloosstelling wegens oorlogsschade
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Italiaanse Republiek,
Verlangende een definitieve regeling te treffen voor alle financiële en economische vraagstukken die voortvloeien uit de toepassing van het op 10 februari 1947 te Parijs gesloten Vredesverdrag tussen de Geallieerde en Geassocieerde Mogendheden en Italië (hierna te noemen: „het Vredesverdrag”) en de op 15 juni 1951 te Rome tussen de beide Regeringen gesloten Overeenkomst tot regeling van bepaalde kwesties welke voortvloeien uit de economische bepalingen van het Vredesverdrag (hierna te noemen: „de Overeenkomst”),
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel 1
a). De Regering van de Italiaanse Republiek betaalt, ter algehele en definitieve afdoening van de in artikel 2 bedoelde vorderingen, aan de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden een bedrag van een miljoen Nederlandse guldens.
b). Voor de betaling bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt het bedrag van een miljoen Nederlandse guldens bestemd, dat op grond van het bepaalde in de Notawisseling tussen de Nederlandse Regering en de Italiaanse Regering van 6 december 1949 is gestort bij de Nederlandsche Bank N.V. en waarop artikel 9, letter d, van de Overeenkomst van toepassing is.
Artikel 2
De vorderingen tot schadeloosstelling die door de in artikel 1 van deze Overeenkomst bedoelde betaling worden geregeld, zijn de vorderingen die ten behoeve van Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen door de Nederlandse Regering bij de Italiaanse Regering zijn ingediend ter zake van de ladingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in havens in de voormalige Italiaanse grondgebieden in Afrika zijn aangehouden en die nadien ten gevolge van de oorlog verloren zijn gegaan, en ter zake van de ladingen die zich bij het begin van deze oorlog aan boord van de Italiaanse schepen „Anfora” en „Fusyama” bevonden en die eveneens verloren zijn gegaan.
Artikel 3
Na de betaling bedoeld in artikel 1 zal de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden geen verdere vordering tot schadeloosstelling gebaseerd op artikel 75, artikel 76, tweede lid, en artikel 78 van het Vredesverdrag en de bepalingen van de Overeenkomst, of gebaseerd op de in artikel 2 van deze Overeenkomst vermelde feiten, bij de Italiaanse Regering indienen, noch op enige wijze steunen.
Artikel 4
De bevoegdheid tot verdeling van het in artikel 1 genoemde bedrag tussen de rechthebbenden berust uitsluitend bij de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden.
Artikel 5
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, geldt deze Overeenkomst voor het gehele Koninkrijk.
Artikel 6
Deze Overeenkomst treedt in werking 15 dagen na de uitwisseling van de akten van bekrachtiging.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te 's-Gravenhage, op 28 juni 1972, in twee exemplaren in de Nederlandse, de Italiaanse en de Franse taal. In geval van geschil omtrent de uitlegging is de Franse tekst doorslaggevend.
Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:
(w.g.) TH. E. WESTERTERP
Voor de Regering van de Italiaanse Republiek:
(w.g.) L. THEODOLI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.