Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Vorstendom Liechtenstein inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van het Vorstendom Liechtenstein,
hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte van het Verdrag
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verdragsluitende partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is.
Deze informatie omvat informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling en inning van deze belastingen, de invordering en tenuitvoerlegging van belastingvorderingen of het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8.
De uit hoofde van de wetgeving of bestuursrechtelijke praktijk van de aangezochte partij aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing voor zover zij de doeltreffende uitwisseling van informatie niet onnodig verhinderen of vertragen.
Artikel 2. Rechtsmacht
Een aangezochte partij is niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit is van haar autoriteiten, noch in het bezit of in de macht van personen die zich onder haar territoriale rechtsmacht vallen.
Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen:
- a. in Nederland:
- i. inkomstenbelasting
- ii. loonbelasting;
- iii. vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet
- iv. dividendbelasting
- v. schenkingsrecht
- vi. successierecht
- vii. omzetbelasting
- b. in Liechtenstein:
- i. persoonlijke inkomstenbelasting (Erwerbssteuer)
- ii. inkomstenbelasting voor ondernemingen (Ertragssteuer)
- iii. vennootschapsbelastingen (Gesellschaftssteuern)
- iv. belasting op vermogenswinsten uit onroerende zaken (Grundstücksgewinnsteuer)
- v. vermogensbelasting (Vermögenssteuer)
- vi. couponbelasting (Couponsteuer)
- vii. belasting op nalatenschappen, erfdelen en schenkingen (Nachlass-, Erbanfalls- en Schenkungssteuern), en
- viii. omzetbelasting (Mehrwertsteuer).
Indien de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen zulks overeenkomen, is dit Verdrag ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van het Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. Voorts kunnen de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, in onderling overleg tussen de verdragsluitende partijen in de vorm van een briefwisseling worden uitgebreid of aangepast. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop het Verdrag van toepassing is.
Artikel 4. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:
- a. wordt verstaan onder de uitdrukking „verdragsluitende partij” Nederland of Liechtenstein, al naargelang van hetgeen de context vereist;
- b. wordt verstaan onder de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem, de ondergrond daarvan en de daarboven gelegen wateren, en hun natuurlijke rijkdommen;
- c. wordt verstaan onder de uitdrukking „Liechtenstein” het Vorstendom Liechtenstein, en wanneer zij in geografische zin wordt gebezigd, het gebied waar de belastingwetgeving van het Vorstendom Liechtenstein van toepassing is;
- d. wordt verstaan onder de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. wat Nederland betreft, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. wat Liechtenstein betreft, de Regering van het Vorstendom Liechtenstein of haar bevoegde vertegenwoordiger;
- e. wordt verstaan onder de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen;
- f. wordt verstaan onder de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- g. wordt verstaan onder de uitdrukking „beursgenoteerd lichaam” elk lichaam waarvan de voornaamste aandelencategorie aan een erkende effectenbeurs staat genoteerd, mits de ter beurze genoteerde aandelen direct door het publiek gekocht of verkocht kunnen worden; aandelen kunnen „door het publiek” worden gekocht of verkocht, indien de aankoop of verkoop van aandelen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- h. wordt verstaan onder de uitdrukking „voornaamste aandelencategorie” de aandelencategorie of -categorieën die een meerderheid van het totale aantal stemmen en de waarde van het lichaam vertegenwoordigen;
- i. wordt verstaan onder de uitdrukking „erkende effectenbeurs” elke effectenbeurs die voldoet aan de materiële vereisten van artikel 4 van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 21 april 2004.
- j. wordt verstaan onder de uitdrukking „collectief beleggingsfonds of collectieve beleggingsregeling” elk gezamenlijk beleggingsinstrument, ongeacht de rechtsvorm. De uitdrukking „openbaar collectief beleggingsfonds of openbare collectieve beleggingsregeling” omvat elk collectief beleggingsfonds of elke collectieve beleggingsregeling, mits de eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling direct door het publiek kunnen worden gekocht, verkocht of afgelost. Eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling kunnen direct „door het publiek” worden gekocht, verkocht of afgelost indien de aankoop, verkoop of aflossing niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- k. wordt verstaan onder de uitdrukking „belasting” elke belasting waarop dit Verdrag van toepassing is;
- l. wordt verstaan onder de uitdrukking „verzoekende partij” de verdragsluitende partij die om informatie verzoekt;
- m. wordt verstaan onder de uitdrukking „aangezochte partij” de verdragsluitende partij die verzocht wordt informatie te verstrekken;
- n. wordt verstaan onder de uitdrukking „maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie” bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die een verdragsluitende partij in staat stellen de verzochte informatie te verkrijgen en te verstrekken;
- o. wordt verstaan onder de uitdrukking „informatie” alle feiten, verklaringen of stukken ongeacht in welke vorm;
- p. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafrechtelijke belastingzaken” belastingzaken waarbij sprake is van opzettelijke gedragingen die vervolgd kunnen worden krachtens de strafwetten van de verzoekende partij;
- q. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafwetten” alle strafrechtelijke bepalingen die krachtens de nationale wetgeving als zodanig worden aangeduid, ongeacht of zij zijn opgenomen in belastingwetten, het wetboek van strafrecht of andere wetten.
Wat betreft de toepassing van dit Verdrag, op enig moment, door een verdragsluitende partij, heeft, tenzij de context anders vereist of indien de bevoegde autoriteiten gezamenlijk een betekenis overeenkomen ingevolge het bepaalde in artikel 13 van dit Verdrag, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die verdragsluitende partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die verdragsluitende partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die verdragsluitende partij aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij verstrekt op verzoek van de verzoekende partij informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doeleinden. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze in de aangezochte partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte partij als strafbaar feit zouden worden aangemerkt. De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij verzoekt alleen om informatie uit hoofde van dit artikel indien zij de verzochte informatie niet op andere wijze kan verkrijgen op haar eigen grondgebied, of die andere wijze van verkrijging zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.
Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft die partij alle toepasselijke maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.
Indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan uit hoofde van haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.
Elke verdragsluitende partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteiten ten behoeve van de in artikel 1 van dit Verdrag omschreven doelstellingen en in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag, over de bevoegdheid beschikken op verzoek het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:
- a. informatie die berust bij banken, overige financiële instellingen, of personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees;
- b. informatie met betrekking tot de eigendom van rechtspersonen, met inbegrip van lichamen, samenwerkingsverbanden, Anstalten (indien van toepassing) en andere personen, met inbegrip van, binnen de beperkingen van artikel 2, informatie inzake de eigendom met betrekking tot al deze personen binnen een eigendomsketen; en in het geval van trusts, informatie met betrekking tot instellers, trustees en begunstigden; in het geval van stichtingen, informatie met betrekking tot stichters, leden van het bestuur en begunstigden en soortgelijke informatie in het geval van entiteiten die noch trusts noch stichtingen zijn.
Dit Verdrag schept daarnaast geen verplichting voor de verdragsluitende partijen informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsfondsen of openbare collectieve beleggingsregelingen tenzij deze informatie kan worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden.
De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij formuleert het verzoek zo gedetailleerd mogelijk door in alle gevallen specifiek de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij te verstrekken wanneer de eerstgenoemde partij uit hoofde van dit Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zal zijn voor het verzoek:
- a. de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft;
- b. het tijdvak waarvoor om informatie wordt verzocht;
- c. een verklaring omtrent de verlangde informatie met inbegrip van de aard ervan en de vorm waarin de verzoekende partij de informatie van de aangezochte partij wenst te ontvangen;
- d. het doel waarvoor om informatie wordt verzocht;
- e. de redenen om te veronderstellen dat de verzochte informatie naar verwachting relevant zal zijn voor de toepassing en de handhaving van de nationale belastingwetgeving van de verzoekende partij met betrekking tot de in onderdeel a. omschreven persoon;
- f. de redenen om te veronderstellen dat de verzochte informatie zich bevindt in de aangezochte partij of in het bezit of in de macht is van een persoon die onder de rechtsmacht van de aangezochte partij valt;
- g. de naam en adresgegevens, voor zover bekend, van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van de verzochte informatie;
- h. een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met de wetgeving en de bestuursrechtelijke praktijk van de verzoekende partij, dat indien de verzochte informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende partij of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk zou kunnen verkrijgen, en dat het verzoek in overeenstemming is met dit Verdrag; en
- i. een verklaring dat de verzoekende partij op haar eigen grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij bevestigt de ontvangst van het verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij en stelt al het mogelijke in het werk om de verzochte informatie met zo min mogelijk vertraging aan de verzoekende partij te doen toekomen.
Artikel 6. Belastingcontrole in het buitenland
Binnen een redelijke, vooraf gestelde termijn kan de verzoekende partij verzoeken en de aangezochte partij toestaan vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij tot het grondgebied van de aangezochte partij toe te laten, voor zover zulks is toegestaan volgens haar wetgeving, teneinde natuurlijke personen te ondervragen en stukken te onderzoeken na voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokken personen. De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij stelt de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de bijeenkomst met de betrokken natuurlijke personen.
Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij kan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole in de aangezochte partij.
Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte verdragsluitende partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of functionaris die de controle zal uitvoeren en van de procedures en voorwaarden die bij de aangezochte partij vereist zijn voor de uitvoering van de controle. Alle beslissingen met betrekking tot het uitvoeren van de belastingcontrole worden genomen door de aangezochte partij die de controle uitvoert.
Artikel 7. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
Van de aangezochte partij kan niet worden verlangd dat zij informatie verkrijgt en verstrekt die de verzoekende partij volgens haar wetten of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk ten behoeve van de toepassing of handhaving van haar eigen belastingwetgeving noch naar aanleiding van een geldig verzoek gedaan onder soortgelijke omstandigheden van de aangezochte partij ingevolge dit Verdrag zou kunnen verkrijgen. De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij kan weigeren bijstand te verlenen indien het verzoek niet in overeenstemming met dit Verdrag is gedaan of met een ander instrument waarbij de verdragsluitende partijen partij zijn.
De bepalingen van dit Verdrag mogen een verdragsluitende partij niet verplichten informatie te verstrekken waarop de bescherming van de vertrouwelijkheid van toepassing is of waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of handelsproces zou worden onthuld. Niettegenstaande het voorgaande, zal de informatie bedoeld in artikel 5, vierde lid, niet als geheim of handelsproces worden behandeld uitsluitend op grond van het feit dat zij aan de in dat lid gestelde criteria voldoet.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.