Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten

Type Verdrag
Publication 2008-12-10
State In force
Source BWB
artikelen 22
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De staten die partij zijn bij dit Protocol,

Overwegend dat in overeenstemming met de beginselen vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties waarin de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensheid worden erkend als de grondvesten van de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld,

Opmerkend dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verkondigt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en in rechten zijn geboren en dat eenieder aanspraak heeft op alle daarin genoemde rechten en vrijheden, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, vermogen, geboorte of andere status,

In herinnering roepend dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de internationale mensenrechtenverdragen erkennen dat het ideaal van vrije mensen die leven in vrijheid van angst en gebrek alleen kan worden verwezenlijkt indien de voorwaarden worden geschapen waaronder eenieder burgerlijke, culturele, economische, politieke en sociale rechten kan genieten,

Opnieuw bevestigend het universele en ondeelbare karakter van alsmede de onderlinge afhankelijkheid en de nauwe samenhang tussen alle mensenrechten en fundamentele vrijheden,

In herinnering roepend dat elke staat die partij is bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (hierna te noemen „het Verdrag”) zich verplicht afzonderlijk en via internationale bijstand en samenwerking, alle en in het bijzonder economische en technische, maatregelen te nemen die mogelijk zijn met de middelen waarover hij beschikt, teneinde geleidelijk de volledige verwezenlijking van de in het Verdrag erkende rechten met alle mogelijke middelen, waaronder in het bijzonder het aannemen van wettelijke maatregelen, te bewerkstelligen,

Overwegend dat het, teneinde de doelstellingen van het Verdrag verder te verwezenlijken en de bepalingen ervan ten uitvoer te leggen, wenselijk is dat het Comité inzake economische, sociale en culturele rechten (hierna te noemen „het Comité”) in staat wordt gesteld de in dit Protocol voorziene taken uit te voeren,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Bevoegdheid van het Comité tot het ontvangen en bestuderen van kennisgevingen

1.

Een staat die partij is bij het Verdrag en die partij wordt bij dit Protocol erkent de bevoegdheid van het Comité tot het ontvangen en bestuderen van de kennisgevingen voorzien in de bepalingen van dit Protocol.

2.

Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die een staat betreffen die partij is bij het Verdrag maar geen partij is bij dit Protocol.

Artikel 2. Kennisgevingen

Kennisgevingen kunnen worden gedaan door of in naam van personen of groepen van personen, onder de rechtsmacht van een staat die partij is, die stellen slachtoffer te zijn van een schending van een van de in het Verdrag genoemde economische, sociale en culturele rechten door die staat die partij is. Indien een kennisgeving wordt gedaan in naam van personen of groepen van personen, geschiedt dit met hun instemming, tenzij de opsteller kan rechtvaardigen in hun naam op te treden zonder deze instemming.

Artikel 3. Ontvankelijkheid

1.

Het Comité bestudeert geen kennisgevingen zonder zich ervan te hebben vergewist dat alle beschikbare nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Deze regel is niet van toepassing indien de toepassing van deze rechtsmiddelen onredelijk wordt gerekt.

2.

Het Comité verklaart een kennisgeving niet-ontvankelijk, indien:

Artikel 4. Kennisgevingen waaruit geen duidelijk nadeel blijkt

Het Comité kan zonodig weigeren een kennisgeving te bestuderen indien daar niet uit blijkt dat de opsteller duidelijk nadeel heeft geleden, tenzij het Comité meent dat de kennisgeving een ernstige aangelegenheid van algemeen belang betreft.

Artikel 5. Voorlopige maatregelen

1.

Te allen tijde na de ontvangst van een kennisgeving en voordat een beoordeling op de merites heeft plaatsgevonden, kan het Comité een verzoek ter spoedige overweging zenden naar de betrokken staat die partij is om de voorlopige maatregelen te nemen die in uitzonderlijke gevallen nodig kunnen zijn teneinde mogelijke onherstelbare schade voor het slachtoffer of de slachtoffers van de beweerde schending te vermijden.

2.

Indien het Comité gebruikmaakt van zijn discretionaire bevoegdheid uit hoofde van het eerste lid van dit artikel, betekent dit geen beoordeling inzake de ontvankelijkheid of op de merites van de kennisgeving.

Artikel 6. Kennisgeving aan de betrokken staat

1.

Tenzij het Comité een kennisgeving als niet-ontvankelijk beschouwt zonder raadpleging van de betrokken staat die partij is, brengt het Comité elke kennisgeving die uit hoofde van dit Protocol wordt gedaan vertrouwelijk onder de aandacht van de betrokken staat die partij is.

2.

Binnen zes maanden dient de ontvangende staat die partij is, bij het Comité schriftelijke toelichtingen of verklaringen in ter verduidelijking van de aangelegenheid, onder vermelding van de door die staat die partij is eventueel genomen corrigerende maatregelen.

Artikel 7. Minnelijke schikking

1.

Het Comité is de betrokken partijen behulpzaam teneinde op basis van eerbiediging van de verplichtingen vervat in het Verdrag een minnelijke schikking van de aangelegenheid te bereiken.

2.

De behandeling van een kennisgeving uit hoofde van dit Protocol eindigt indien overeenstemming wordt bereikt over een minnelijke schikking.

Artikel 8. Onderzoek van kennisgevingen

1.

Het Comité onderzoekt de kennisgevingen die het uit hoofde van artikel 2 van dit Protocol ontvangt en maakt daarbij gebruik van alle stukken die het heeft ontvangen, op voorwaarde dat deze stukken worden toegezonden aan de betrokken partijen.

2.

Het Comité vergadert achter gesloten deuren wanneer het kennisgevingen uit hoofde van dit Protocol onderzoekt.

3.

Bij het onderzoeken van een kennisgeving uit hoofde van dit Protocol kan het Comité relevante documenten afkomstig van andere organen van de Verenigde Naties, gespecialiseerde organisaties, fondsen, programma’s en mechanismen alsmede die van andere internationale organisaties, met inbegrip van regionale mensenrechtensystemen, in aanmerking nemen, evenals het commentaar of de opmerkingen van de desbetreffende staat die partij is.

4.

Bij het onderzoeken van kennisgevingen uit hoofde van dit Protocol, beoordeelt het Comité de door de staat die partij is in overeenstemming met deel II van het Verdrag genomen maatregelen op hun redelijkheid. Daarbij neemt het Comité in aanmerking dat de staat die partij is een reeks mogelijke beleidsmaatregelen kan nemen teneinde de in het Verdrag vervatte rechten ten uitvoer te leggen.

Artikel 9. Vervolg op de zienswijzen van het Comité

1.

Na onderzoek van een kennisgeving zendt het Comité zijn zienswijze inzake de kennisgeving, vergezeld van zijn eventuele aanbevelingen, toe aan de betrokken partijen.

2.

De staat die partij is neemt de zienswijze van het Comité, tezamen met zijn eventuele aanbevelingen, grondig in overweging, en dient bij het Comité, binnen zes maanden, een schriftelijke reactie in met inbegrip van inlichtingen inzake eventuele maatregelen die zijn genomen in het licht van de zienswijze en aanbevelingen van het Comité.

3.

Het Comité kan de staat die partij is uitnodigen verdere inlichtingen te verstrekken inzake eventuele maatregelen die de staat die partij is, heeft genomen naar aanleiding van zijn zienswijze of eventuele aanbevelingen, zulks tevens, indien het Comité dit gepast acht, in de volgende verslagen van de staat die partij is uit hoofde van de artikelen 16 en 17 van het Verdrag.

Artikel 10. Kennisgevingen tussen staten

1.

Een staat die partij is bij dit Protocol kan, uit hoofde van dit artikel, te allen tijde verklaren dat hij de bevoegdheid van het Comité erkent kennisgevingen te ontvangen en te bestuderen waarin een staat die partij is stelt dat een andere staat die partij is niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag. Kennisgevingen als bedoeld in dit artikel kunnen alleen worden ontvangen en bestudeerd indien zij zijn ingezonden door een staat die partij is en die een verklaring heeft afgelegd waarin hij ten aanzien van zichzelf deze bevoegdheid van het Comité erkent. Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die betrekking hebben op een staat die partij is en die een dergelijke verklaring niet heeft afgelegd. Kennisgevingen die krachtens het bepaalde in dit artikel worden behandeld ontvangen, worden overeenkomstig de volgende procedure behandeld:

2.

De staten die partij zijn, leggen een verklaring uit hoofde van het eerste lid van dit artikel neder bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die afschriften daarvan doet toekomen aan de andere staten die partij zijn. Een verklaring kan te allen tijde door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal worden ingetrokken. Intrekking van een dergelijke verklaring laat de behandeling van een aangelegenheid waarop een uit hoofde van dit artikel reeds verzonden kennisgeving van toepassing is onverlet; na ontvangst door de Secretaris-Generaal van een kennisgeving tot intrekking van een verklaring worden geen kennisgevingen uit hoofde van dit artikel van staten die partij zijn meer aanvaard, tenzij de desbetreffende staat die partij is een nieuwe verklaring heeft afgelegd.

Artikel 11. Onderzoeksprocedure

1.

Een staat die partij is bij dit Protocol kan te allen tijde verklaren de in dit artikel voorziene bevoegdheid van het Comité te erkennen.

2.

Indien het Comité betrouwbare inlichtingen ontvangt die wijzen op ernstige of systematische schendingen door een staat die partij is van een van de economische, sociale en culturele rechten omschreven in het Verdrag, nodigt het Comité die staat die partij is uit mee te werken aan het onderzoek van de inlichtingen en daartoe opmerkingen in te dienen aangaande de betrokken inlichtingen.

3.

Rekening houdend met eventuele opmerkingen die zijn ingediend door de betrokken staat die partij is, alsmede met andere betrouwbare inlichtingen waarover het beschikt, kan het Comité een of meer van zijn leden aanwijzen om een onderzoek uit te voeren en spoedig verslag uit te brengen aan het Comité. Indien gerechtvaardigd en met de instemming van de staat die partij is, kan het onderzoek een bezoek aan zijn grondgebied omvatten.

4.

Een dergelijk onderzoek wordt op basis van vertrouwelijkheid uitgevoerd en de staat die partij is, wordt in alle fasen van de procedure verzocht om medewerking.

5.

Na bestudering van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek, zendt het Comité deze uitkomsten toe aan de betrokken staat die partij is, vergezeld van eventuele commentaren en aanbevelingen.

6.

De betrokken staat die partij is, dient binnen zes maanden na ontvangst van de door het Comité toegezonden uitkomsten, commentaren en aanbevelingen, zijn opmerkingen in bij het Comité.

7.

Zodra de procedure met betrekking tot een onderzoek dat is verricht in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel is voltooid, kan het Comité, na overleg met de betrokken staat die partij is, besluiten een kort verslag van de uitkomsten van de procedure op te nemen in zijn jaarverslag dat voorzien is in artikel 15 van dit Protocol.

8.

Een staat die partij is en een verklaring heeft afgelegd in overeenstemming met het eerste lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door de Secretaris-Generaal hiervan in kennis te stellen.

Artikel 12. Vervolg op de onderzoeksprocedure

1.

Het Comité kan de betrokken staat die partij is uitnodigen in zijn verslag uit hoofde van de artikelen 16 en 17 van het Verdrag nadere gegevens op te nemen van eventueel genomen maatregelen naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd uit hoofde van artikel 11 van dit Protocol.

2.

Het Comité kan, indien nodig, na afloop van het tijdvak van zes maanden bedoeld in artikel 11, zesde lid, de betrokken staat die partij is uitnodigen hem in kennis te stellen van de maatregelen genomen naar aanleiding van een dergelijk onderzoek.

Artikel 13. Beschermende maatregelen

Een staat die partij is neemt alle benodigde maatregelen om te verzekeren dat personen die onder zijn rechtsmacht vallen niet worden blootgesteld aan slechte behandeling of intimidatie in welke vorm dan ook als gevolg van het doen van kennisgevingen aan het Comité uit hoofde van dit Protocol.

Artikel 14. Internationale bijstand en samenwerking

1.

Indien het zulks passend acht en met instemming van de betrokken staat die partij is doet het Comité de gespecialiseerde organisaties, fondsen, programma’s en andere bevoegde organen van de Verenigde Naties zijn zienswijzen of aanbevelingen toekomen ter zake van kennisgevingen en onderzoeken waaruit blijkt dat er behoefte is aan technische advisering of bijstand, vergezeld van de eventuele opmerkingen en suggesties van de staat die partij is naar aanleiding van deze zienswijzen of aanbevelingen.

2.

Het Comité kan met instemming van de betrokken staat die partij is aangelegenheden die voortvloeien uit, uit hoofde van dit Protocol, behandelde kennisgevingen onder de aandacht brengen van organisaties die op hun competentiegebied kunnen adviseren bij de beslissing over de wenselijkheid van internationale maatregelen die mogelijk kunnen bijdragen aan de ondersteuning van staten die partij zijn teneinde de tenuitvoerlegging van de in het Verdrag erkende rechten te bevorderen.

3.

In overeenstemming met de desbetreffende procedures van de Algemene Vergadering wordt een trustfonds ingesteld dat in overeenstemming met de financiële voorschriften en regelgeving van de Verenigde Naties wordt beheerd teneinde staten die partij zijn deskundige en technische bijstand te verlenen, en met instemming van de betrokken staat die partij is, ter bevordering van de tenuitvoerlegging van de in het Verdrag vervatte rechten, hetgeen bijdraagt aan het opbouwen van nationale capaciteiten op het gebied van economische, sociale en culturele rechten in het kader van dit Protocol.

4.

De bepalingen van dit artikel laten de verplichtingen uit hoofde van dit Verdrag van alle staten die partij zijn onverlet.

Artikel 15. Jaarverslag

Het Comité neemt in zijn jaarverslag een overzicht op van zijn werkzaamheden uit hoofde van dit Protocol.

Artikel 16. Bekendmaking en informatie

Elke staat die partij is verbindt zich op ruime schaal bekendheid en publiciteit te geven aan het Verdrag en dit Protocol en de toegang tot informatie inzake de zienswijzen en aanbevelingen van het Comité te vergemakkelijken, in het bijzonder over aangelegenheden betreffende de staat die partij is, zulks in voor personen met een handicap toegankelijke formats.

Artikel 17. Ondertekening, bekrachtiging en toetreding

1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening door elke staat die het Verdrag heeft ondertekend, bekrachtigd of ertoe is toegetreden.

2.

Dit Protocol dient te worden bekrachtigd door elke staat die het Verdrag heeft bekrachtigd of ertoe is toegetreden. Akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

3.

Dit Protocol staat open voor toetreding door elke staat die het Verdrag heeft bekrachtigd of ertoe is toegetreden.

4.

Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 18. Inwerkingtreding

1.

Dit Protocol treedt in werking drie maanden na de datum van nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging of toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

2.

Ten aanzien van elke staat die dit Protocol bekrachtigt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de tiende akte van bekrachtiging of toetreding, treedt dit Protocol in werking drie maanden na de datum van nederlegging door die staat van zijn akte van bekrachtiging of toetreding.

Artikel 19. Wijzigingen

1.

Elke staat die partij is kan een wijziging van dit Protocol voorstellen en indienen bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De Secretaris-Generaal deelt voorgestelde wijzigingen mede aan de staten die partij zijn met het verzoek hem te berichten of zij een bijeenkomst van de staten die partij zijn verlangen teneinde de voorstellen te bestuderen en daarover te beslissen. Indien, binnen vier maanden na de datum van deze mededeling, ten minste een derde van de staten die partij zijn een dergelijke bijeenkomst verlangt, roept de Secretaris-Generaal de vergadering onder auspiciën van de Verenigde Naties bijeen. Elke wijziging die wordt aangenomen door een meerderheid van twee derde van de aanwezige staten die partij zijn en hun stem uitbrengen, wordt door de Secretaris-Generaal ter goedkeuring voorgelegd aan de Algemene Vergadering en vervolgens ter aanvaarding aan alle staten die partij zijn.

2.

Een overeenkomstig het eerste lid van dit artikel aangenomen en goedgekeurde wijziging treedt in werking dertig dagen nadat het aantal neergelegde akten van aanvaarding twee derde bedraagt van het aantal staten die partij waren op de datum waarop de wijziging aangenomen werd. De wijziging treedt vervolgens voor elke staat die partij is in werking dertig dagen na de datum waarop deze zijn akte van aanvaarding heeft nedergelegd. Een wijziging is uitsluitend bindend voor de staten die partij zijn die haar hebben aanvaard.

Artikel 20. Opzegging

1.

Elke staat die partij is kan dit Protocol te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.

2.

De opzegging laat onverlet de voortzetting van de toepassing van de bepalingen van dit Protocol op kennisgevingen gedaan uit hoofde van de artikelen 2 en 10 of een onderzoek uit hoofde van artikel 11 dat is aangevangen vóór de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

Artikel 21. Kennisgeving door de Secretaris-Generaal

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties stelt alle staten bedoeld in artikel 26, eerste lid, van het Verdrag in kennis van het volgende:

Artikel 22. Officiële talen

1.

Dit Protocol, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd in het archief van de Verenigde Naties.

2.

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van dit Protocol toekomen aan alle staten bedoeld in artikel 26 van het Verdrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)