Facultatief Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten
Preambule
De staten die partij zijn bij dit Protocol,
Overwegend dat in overeenstemming met de beginselen vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties waarin de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensheid worden erkend als de grondvesten van de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld,
Opmerkend dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens verkondigt dat alle mensen vrij en gelijk in waardigheid en in rechten zijn geboren en dat eenieder aanspraak heeft op alle daarin genoemde rechten en vrijheden, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, vermogen, geboorte of andere status,
In herinnering roepend dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en de internationale mensenrechtenverdragen erkennen dat het ideaal van vrije mensen die leven in vrijheid van angst en gebrek alleen kan worden verwezenlijkt indien de voorwaarden worden geschapen waaronder eenieder burgerlijke, culturele, economische, politieke en sociale rechten kan genieten,
Opnieuw bevestigend het universele en ondeelbare karakter van alsmede de onderlinge afhankelijkheid en de nauwe samenhang tussen alle mensenrechten en fundamentele vrijheden,
In herinnering roepend dat elke staat die partij is bij het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (hierna te noemen „het Verdrag”) zich verplicht afzonderlijk en via internationale bijstand en samenwerking, alle en in het bijzonder economische en technische, maatregelen te nemen die mogelijk zijn met de middelen waarover hij beschikt, teneinde geleidelijk de volledige verwezenlijking van de in het Verdrag erkende rechten met alle mogelijke middelen, waaronder in het bijzonder het aannemen van wettelijke maatregelen, te bewerkstelligen,
Overwegend dat het, teneinde de doelstellingen van het Verdrag verder te verwezenlijken en de bepalingen ervan ten uitvoer te leggen, wenselijk is dat het Comité inzake economische, sociale en culturele rechten (hierna te noemen „het Comité”) in staat wordt gesteld de in dit Protocol voorziene taken uit te voeren,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Bevoegdheid van het Comité tot het ontvangen en bestuderen van kennisgevingen
Een staat die partij is bij het Verdrag en die partij wordt bij dit Protocol erkent de bevoegdheid van het Comité tot het ontvangen en bestuderen van de kennisgevingen voorzien in de bepalingen van dit Protocol.
Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die een staat betreffen die partij is bij het Verdrag maar geen partij is bij dit Protocol.
Artikel 2. Kennisgevingen
Kennisgevingen kunnen worden gedaan door of in naam van personen of groepen van personen, onder de rechtsmacht van een staat die partij is, die stellen slachtoffer te zijn van een schending van een van de in het Verdrag genoemde economische, sociale en culturele rechten door die staat die partij is. Indien een kennisgeving wordt gedaan in naam van personen of groepen van personen, geschiedt dit met hun instemming, tenzij de opsteller kan rechtvaardigen in hun naam op te treden zonder deze instemming.
Artikel 3. Ontvankelijkheid
Het Comité bestudeert geen kennisgevingen zonder zich ervan te hebben vergewist dat alle beschikbare nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput. Deze regel is niet van toepassing indien de toepassing van deze rechtsmiddelen onredelijk wordt gerekt.
Het Comité verklaart een kennisgeving niet-ontvankelijk, indien:
- a. deze niet binnen een jaar nadat de nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput wordt gedaan, met uitzondering van gevallen waarin de opsteller kan aantonen dat indiening binnen deze termijn onmogelijk was;
- b. de feiten die onderwerp zijn van de kennisgeving zich hebben voorgedaan voordat dit Protocol van kracht werd voor de betrokken staat die partij is, tenzij deze feiten zich na die datum zijn blijven voordoen;
- c. dezelfde aangelegenheid reeds is onderzocht door het Comité of is of wordt onderzocht uit hoofde van een andere internationale onderzoeksprocedure of regeling;
- d. deze in strijd is met de bepalingen van het Verdrag;
- e. deze kennelijk ongegrond, onvoldoende gestaafd of uitsluitend gebaseerd is op via de massamedia verspreide rapporten;
- f. deze een misbruik vormt van het recht een kennisgeving te doen; of indien
- g. deze anoniem of niet schriftelijk is gedaan.
Artikel 4. Kennisgevingen waaruit geen duidelijk nadeel blijkt
Het Comité kan zonodig weigeren een kennisgeving te bestuderen indien daar niet uit blijkt dat de opsteller duidelijk nadeel heeft geleden, tenzij het Comité meent dat de kennisgeving een ernstige aangelegenheid van algemeen belang betreft.
Artikel 5. Voorlopige maatregelen
Te allen tijde na de ontvangst van een kennisgeving en voordat een beoordeling op de merites heeft plaatsgevonden, kan het Comité een verzoek ter spoedige overweging zenden naar de betrokken staat die partij is om de voorlopige maatregelen te nemen die in uitzonderlijke gevallen nodig kunnen zijn teneinde mogelijke onherstelbare schade voor het slachtoffer of de slachtoffers van de beweerde schending te vermijden.
Indien het Comité gebruikmaakt van zijn discretionaire bevoegdheid uit hoofde van het eerste lid van dit artikel, betekent dit geen beoordeling inzake de ontvankelijkheid of op de merites van de kennisgeving.
Artikel 6. Kennisgeving aan de betrokken staat
Tenzij het Comité een kennisgeving als niet-ontvankelijk beschouwt zonder raadpleging van de betrokken staat die partij is, brengt het Comité elke kennisgeving die uit hoofde van dit Protocol wordt gedaan vertrouwelijk onder de aandacht van de betrokken staat die partij is.
Binnen zes maanden dient de ontvangende staat die partij is, bij het Comité schriftelijke toelichtingen of verklaringen in ter verduidelijking van de aangelegenheid, onder vermelding van de door die staat die partij is eventueel genomen corrigerende maatregelen.
Artikel 7. Minnelijke schikking
Het Comité is de betrokken partijen behulpzaam teneinde op basis van eerbiediging van de verplichtingen vervat in het Verdrag een minnelijke schikking van de aangelegenheid te bereiken.
De behandeling van een kennisgeving uit hoofde van dit Protocol eindigt indien overeenstemming wordt bereikt over een minnelijke schikking.
Artikel 8. Onderzoek van kennisgevingen
Het Comité onderzoekt de kennisgevingen die het uit hoofde van artikel 2 van dit Protocol ontvangt en maakt daarbij gebruik van alle stukken die het heeft ontvangen, op voorwaarde dat deze stukken worden toegezonden aan de betrokken partijen.
Het Comité vergadert achter gesloten deuren wanneer het kennisgevingen uit hoofde van dit Protocol onderzoekt.
Bij het onderzoeken van een kennisgeving uit hoofde van dit Protocol kan het Comité relevante documenten afkomstig van andere organen van de Verenigde Naties, gespecialiseerde organisaties, fondsen, programma’s en mechanismen alsmede die van andere internationale organisaties, met inbegrip van regionale mensenrechtensystemen, in aanmerking nemen, evenals het commentaar of de opmerkingen van de desbetreffende staat die partij is.
Bij het onderzoeken van kennisgevingen uit hoofde van dit Protocol, beoordeelt het Comité de door de staat die partij is in overeenstemming met deel II van het Verdrag genomen maatregelen op hun redelijkheid. Daarbij neemt het Comité in aanmerking dat de staat die partij is een reeks mogelijke beleidsmaatregelen kan nemen teneinde de in het Verdrag vervatte rechten ten uitvoer te leggen.
Artikel 9. Vervolg op de zienswijzen van het Comité
Na onderzoek van een kennisgeving zendt het Comité zijn zienswijze inzake de kennisgeving, vergezeld van zijn eventuele aanbevelingen, toe aan de betrokken partijen.
De staat die partij is neemt de zienswijze van het Comité, tezamen met zijn eventuele aanbevelingen, grondig in overweging, en dient bij het Comité, binnen zes maanden, een schriftelijke reactie in met inbegrip van inlichtingen inzake eventuele maatregelen die zijn genomen in het licht van de zienswijze en aanbevelingen van het Comité.
Het Comité kan de staat die partij is uitnodigen verdere inlichtingen te verstrekken inzake eventuele maatregelen die de staat die partij is, heeft genomen naar aanleiding van zijn zienswijze of eventuele aanbevelingen, zulks tevens, indien het Comité dit gepast acht, in de volgende verslagen van de staat die partij is uit hoofde van de artikelen 16 en 17 van het Verdrag.
Artikel 10. Kennisgevingen tussen staten
Een staat die partij is bij dit Protocol kan, uit hoofde van dit artikel, te allen tijde verklaren dat hij de bevoegdheid van het Comité erkent kennisgevingen te ontvangen en te bestuderen waarin een staat die partij is stelt dat een andere staat die partij is niet voldoet aan zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag. Kennisgevingen als bedoeld in dit artikel kunnen alleen worden ontvangen en bestudeerd indien zij zijn ingezonden door een staat die partij is en die een verklaring heeft afgelegd waarin hij ten aanzien van zichzelf deze bevoegdheid van het Comité erkent. Het Comité neemt geen kennisgevingen in ontvangst die betrekking hebben op een staat die partij is en die een dergelijke verklaring niet heeft afgelegd. Kennisgevingen die krachtens het bepaalde in dit artikel worden behandeld ontvangen, worden overeenkomstig de volgende procedure behandeld:
- a. Indien een staat die partij is bij dit Protocol, van oordeel is dat een andere staat die partij is, zijn verplichtingen uit hoofde van het Verdrag niet nakomt, kan deze door middel van een schriftelijke kennnisgeving de aangelegenheid onder de aandacht brengen van de laatstbedoelde staat. De eerstbedoelde staat die partij is kan tevens het Comité in kennis stellen. Binnen drie maanden na ontvangst van de kennisgeving stuurt de ontvangende staat de staat die de kennisgeving had gezonden een toelichting of een andere schriftelijke verklaring ter verduidelijking van de aangelegenheid, en waarin, voor zover mogelijk en relevant, wordt verwezen naar procedures en rechtsmiddelen die in het land zelf reeds zijn toegepast, nog hangende zijn of die zouden kunnen worden aangewend;
- b. Indien de aangelegenheid niet binnen zes maanden na ontvangst door de ontvangende staat van de eerste kennisgeving tot tevredenheid van beide staten die partij zijn, wordt geregeld, hebben beide staten het recht de aangelegenheid voor te leggen aan het Comité, door middel van een kennisgeving aan het Comité en aan de andere staat;
- c. Het Comité behandelt aan hem voorgelegde aangelegenheden uitsluitend nadat het zich ervan heeft overtuigd dat alle beschikbare nationale rechtsmiddelen zijn ingeroepen en uitgeput. Deze regel is niet van toepassing indien de toepassing van de rechtsmiddelen onredelijk wordt gerekt;
- d. Met inachtneming van het bepaalde in onderdeel c van dit lid, is het Comité de betrokken staten die partij zijn behulpzaam bij het bereiken van een minnelijke oplossing van de aangelegenheid onder eerbiediging van de verplichtingen vervat in het Verdrag;
- e. Het Comité vergadert achter gesloten deuren wanneer het kennisgevingen uit hoofde van dit artikel onderzoekt;
- f. Indien in overeenstemming met onderdeel b van dit lid een aangelegenheid aan het Comité wordt voorgelegd, kan het de betrokken staten die partij zijn, bedoeld in onderdeel b, verzoeken relevante inlichtingen te verschaffen;
- g. De betrokken staten die partij zijn, bedoeld in onderdeel b van dit lid, zijn bevoegd zich te laten vertegenwoordigen tijdens de behandeling van de aangelegenheid door het Comité en mondeling en/of schriftelijk hun zienswijzen bekend te maken;
- h. Het Comité dient na ontvangst van een kennisgeving bedoeld in onderdeel b van dit lid zo spoedig mogelijk een verslag in en wel als volgt: In alle gevallen wordt het verslag naar de betrokken staten die partij zijn gezonden.
- i. Indien er een oplossing in de zin van onderdeel d van dit lid wordt bereikt, beperkt het Comité zijn verslag tot een korte uiteenzetting van de de feiten en van de bereikte oplossing;
- ii. Indien er geen oplossing in de zin van onderdeel d wordt bereikt, vermeldt het Comité in zijn verslag de relevante feiten omtrent de kwestie tussen de betrokken staten die partij zijn. De schriftelijke zienswijzen en het verslag van de mondeling ingediende zienswijzen van de staten die partij zijn, worden bij het verslag gevoegd. Het Comité kan uitsluitend de staten die partij zijn zienswijzen doen toekomen die het relevant acht voor de kwestie tussen hen.
De staten die partij zijn, leggen een verklaring uit hoofde van het eerste lid van dit artikel neder bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die afschriften daarvan doet toekomen aan de andere staten die partij zijn. Een verklaring kan te allen tijde door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal worden ingetrokken. Intrekking van een dergelijke verklaring laat de behandeling van een aangelegenheid waarop een uit hoofde van dit artikel reeds verzonden kennisgeving van toepassing is onverlet; na ontvangst door de Secretaris-Generaal van een kennisgeving tot intrekking van een verklaring worden geen kennisgevingen uit hoofde van dit artikel van staten die partij zijn meer aanvaard, tenzij de desbetreffende staat die partij is een nieuwe verklaring heeft afgelegd.
Artikel 11. Onderzoeksprocedure
Een staat die partij is bij dit Protocol kan te allen tijde verklaren de in dit artikel voorziene bevoegdheid van het Comité te erkennen.
Indien het Comité betrouwbare inlichtingen ontvangt die wijzen op ernstige of systematische schendingen door een staat die partij is van een van de economische, sociale en culturele rechten omschreven in het Verdrag, nodigt het Comité die staat die partij is uit mee te werken aan het onderzoek van de inlichtingen en daartoe opmerkingen in te dienen aangaande de betrokken inlichtingen.
Rekening houdend met eventuele opmerkingen die zijn ingediend door de betrokken staat die partij is, alsmede met andere betrouwbare inlichtingen waarover het beschikt, kan het Comité een of meer van zijn leden aanwijzen om een onderzoek uit te voeren en spoedig verslag uit te brengen aan het Comité. Indien gerechtvaardigd en met de instemming van de staat die partij is, kan het onderzoek een bezoek aan zijn grondgebied omvatten.
Een dergelijk onderzoek wordt op basis van vertrouwelijkheid uitgevoerd en de staat die partij is, wordt in alle fasen van de procedure verzocht om medewerking.
Na bestudering van de uitkomsten van een dergelijk onderzoek, zendt het Comité deze uitkomsten toe aan de betrokken staat die partij is, vergezeld van eventuele commentaren en aanbevelingen.
De betrokken staat die partij is, dient binnen zes maanden na ontvangst van de door het Comité toegezonden uitkomsten, commentaren en aanbevelingen, zijn opmerkingen in bij het Comité.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.