Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Montserrat (zoals gemachtigd door de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland) inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen
Overwegend dat Montserrat en het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen „de verdragsluitende partijen”) erkennen dat de huidige wetgeving reeds voorziet in samenwerking en de uitwisseling van informatie in strafrechtelijke belastingzaken;
Overwegend dat bevestigd wordt dat Montserrat krachtens de voorwaarden van de Entrustment van het Verenigd Koninkrijk gerechtigd is met Nederland te onderhandelen over een verdrag tot uitwisseling van informatie betreffende belastingen, dit te sluiten en uit te voeren;
Overwegend dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden het sluiten van dit Verdrag met de Regering van Montserrat toejuicht, dat een belangrijke stap betekent in de nakoming van de afspraken die de Regering van Montserrat met de OESO op 27 februari 2002 heeft gemaakt omtrent het eerbiedigen van de beginselen van transparantie en uitwisseling van informatie;
Overwegend dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden meent dat dit Verdrag aantoont dat Montserrat bereid is strenge normen te hanteren voor de doeltreffende uitwisseling van informatie ter zake van zowel strafrechtelijke als civielrechtelijke fiscale aangelegenheden, die overeenkomen met de doelen en doelstellingen van het Global Forum on Transparency and Exchange of Information;
Overwegend dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden voorts erkent dat Montserrat zich heeft verplicht belastingfraude te bestrijden door mechanismen in werking te stellen ter bevordering van de transparantie, waaronder door aanpassing van de nationale wetgeving van Montserrat teneinde aan dit Verdrag te voldoen, en het Koninkrijk der Nederlanden meent derhalve dat Montserrat niet betrokken is bij schadelijke fiscale praktijken en geen belastingparadijs is;
Overwegend dat de verdragsluitende partijen de voorwaarden voor de uitwisseling van informatie betreffende belastingen wensen te verbeteren en te vergemakkelijken;
Zijn de verdragsluitende partijen thans overeengekomen het volgende Verdrag te sluiten waarin uitsluitend de verplichtingen van de verdragsluitende partijen zijn vervat:
Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte van het Verdrag
De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verdragsluitende partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, met inbegrip van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling, verificatie, tenuitvoerlegging, invordering of inning van belastingvorderingen ten aanzien van personen die deze belastingen verschuldigd zijn of betreffende het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken met betrekking tot dergelijke personen. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 8.
Artikel 2. Rechtsmacht
Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met dit Verdrag ongeacht of de persoon op wie de informatie betrekking heeft inwoner of onderdaan van een verdragsluitende partij is en of de persoon in wiens bezit de informatie is inwoner of onderdaan van een verdragsluitende partij is. Een aangezochte partij is evenwel niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit is van haar autoriteiten, noch in het bezit of in de macht van een persoon die onder haar territoriale rechtsmacht valt.
Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
De bestaande belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen:
- a. in Nederland belastingen van elke soort en benaming; en
- b. op Montserrat directe belastingen van elke soort en benaming.
Dit Verdrag is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die door een van de gebieden na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de in het eerste lid genoemde belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen doen elkaar mededeling van alle relevante wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop dit Verdrag van toepassing is.
Artikel 4. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij anders is bepaald:
- a. wordt verstaan onder „Montserrat” het Britse overzeese gebied Montserrat;
- b. wordt verstaan onder „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent met betrekking tot de zeebodem, de ondergrond daarvan en de bovengelegen wateren en hun natuurlijke rijkdommen;
- c. wordt verstaan onder de uitdrukking „collectieve beleggingsregeling” elk gezamenlijk beleggingsinstrument, ongeacht de rechtsvorm;
- d. wordt verstaan onder de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- e. wordt verstaan onder de uitdrukking „bevoegde autoriteit” wat Nederland betreft de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger, en wat Montserrat betreft de Comptroller of Inland Revenue.
- f. wordt verstaan onder de uitdrukking „verdragsluitende partij” het Koninkrijk der Nederlanden of Montserrat, al naargelang de context vereist;
- g. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafwetten” alle strafrechtelijke bepalingen die krachtens de nationale wetgeving als zodanig worden aangeduid, ongeacht of zij zijn opgenomen in belastingwetten, het wetboek van strafrecht of andere wetten;
- h. wordt verstaan onder de uitdrukking „strafrechtelijke belastingzaken” belastingzaken waarbij sprake is van opzettelijke gedragingen die vervolgd kunnen worden krachtens de strafwetten van de verzoekende verdragsluitende partij;
- i. wordt verstaan onder de uitdrukking „informatie” alle feiten, verklaringen, documenten of stukken ongeacht in welke vorm;
- j. wordt verstaan onder de uitdrukking „maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie” wet- en regelgeving en bestuursrechtelijke procedures die een verdragsluitende partij in staat stellen de verzochte informatie te verkrijgen en te verstrekken;
- k. wordt verstaan onder de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld of elke andere vereniging of groep van personen;
- l. wordt verstaan onder de uitdrukking „openbare collectieve beleggingsregeling” elke collectieve regeling of elk collectief fonds waarbij de aankoop, verkoop of aflossing van aandelen of andere belangen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- m. wordt verstaan onder de uitdrukking „aangezochte partij” de verdragsluitende partij bij dit Verdrag die verzocht wordt informatie te verstrekken of dit reeds gedaan heeft naar aanleiding van een verzoek;
- n. wordt verstaan onder de uitdrukking „verzoekende partij” de verdragsluitende partij bij dit Verdrag die verzoekt om informatie of deze heeft ontvangen van de aangezochte partij;
- o. wordt verstaan onder de uitdrukking „belasting” elke belasting waarop dit Verdrag van toepassing is;
- p. wordt verstaan onder de uitdrukking „voornaamste aandelencategorie” de aandelencategorie of -categorieën die een meerderheid van het totale aantal stemmen en de waarde van het lichaam vertegenwoordigen;
- q. wordt verstaan onder de uitdrukking „beursgenoteerd lichaam” elk lichaam waarvan de voornaamste aandelencategorie aan een erkende effectenbeurs staat genoteerd mits de ter beurze genoteerde aandelen direct door het publiek gekocht of verkocht kunnen worden. Aandelen kunnen „door het publiek” worden gekocht of verkocht indien de aankoop of verkoop van aandelen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- r. wordt verstaan onder de uitdrukking „erkende effectenbeurs” elke effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen zijn overeengekomen;
Wat betreft de toepassing, op enig moment, van dit Verdrag door een verdragsluitende partij, heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die partij aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij verstrekt op schriftelijk verzoek van de verzoekende partij informatie ten behoeve van de in artikel 1 van dit Verdrag omschreven doeleinden. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze op het grondgebied van de aangezochte partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte partij als strafbaar feit zouden worden aangemerkt. Indien de informatie die door de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij is ontvangen niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij hiervan in kennis en verzoekt zij om de aanvullende informatie die nodig kan zijn om het verzoek naar behoren te kunnen behandelen.
Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft de aangezochte partij alle relevante maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.
Indien de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan in overeenstemming met haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.
Elke verdragsluitende partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteit ten behoeve van de in artikel 1 van dit Verdrag omschreven doelstellingen, over de bevoegdheid beschikt op verzoek het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:
- a. informatie die berust bij banken, overige financiële instellingen en personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees;
- b. informatie met betrekking tot de juridische en feitelijke eigendom van lichamen, samenwerkingsverbanden, trusts, stichtingen en andere personen, met inbegrip van, binnen de beperkingen van artikel 2, informatie inzake de eigendom met betrekking tot al deze personen binnen een eigendomsketen; in het geval van trusts, informatie met betrekking tot instellers, trustees, begunstigden en borgen; en in het geval van stichtingen, informatie met betrekking tot oprichters, leden van het bestuur en begunstigden.
Dit Verdrag schept geen verplichting voor de verdragsluitende partijen informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsfondsen of openbare collectieve beleggingsregelingen tenzij deze informatie kan worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden.
De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij wanneer de eerstgenoemde partij uit hoofde van dit Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat deze naar verwachting van belang zal zijn voor het verzoek:
- a. de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft;
- b. de aard van en het soort verzochte informatie, met inbegrip van een beschrijving van de specifieke bewijzen waarom verzocht wordt en de vorm waarin de verzoekende partij de informatie bij voorkeur wenst te ontvangen;
- c. de belastingdoeleinden waarvoor om de informatie wordt verzocht en de redenen om aan te nemen dat de verzochte informatie naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de verzoekende partij;
- d. redelijke gronden om te veronderstellen dat de verzochte informatie op het grondgebied van de aangezochte partij is of in het bezit of in de macht van een persoon die onder de rechtsmacht van de aangezochte partij valt;
- e. de naam en adresgegevens, voor zover bekend, van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van of kunnen beschikken over de verzochte informatie;
- f. een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met dit Verdrag en de wetgeving en de bestuursrechtelijke praktijk van de verzoekende partij, en dat indien de verzochte informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende partij of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk zou kunnen verkrijgen;
- g. een verklaring dat de verzoekende partij op haar eigen grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.
Niettegenstaande de bepalingen van artikel 10 in het bijzonder, doet de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij de verzochte informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de verzoekende partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:
- a. bevestigt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij de ontvangst van een verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij en stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis van eventuele gebreken in het verzoek; en
- b. indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet in staat is de informatie binnen 90 dagen na ontvangst van het verzoek te verkrijgen en te verstrekken, onder meer omdat zij belemmeringen ondervindt bij het verstrekken van de informatie, of indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij weigert de informatie te verstrekken, stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij daarvan onverwijld op de hoogte, onder vermelding van de oorzaken van de onmogelijkheid, de aard van de belemmeringen of de redenen voor haar weigering.
Artikel 6. Belastingcontrole (of -onderzoek) in het buitenland
Voor zover toegestaan ingevolge haar nationale recht kan de aangezochte partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij toestaan het grondgebied van de aangezochte partij binnen te komen teneinde personen te ondervragen en met voorafgaande schriftelijke toestemming van de betrokken personen stukken te onderzoeken. De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de beoogde bijeenkomst met de betrokken personen.
Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij kan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole op het grondgebied van de aangezochte partij.
Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de autoriteit of persoon die bevoegd is de controle uit te voeren en van de procedures en voorwaarden die bij de aangezochte partij vereist zijn voor de uitvoering van de controle. Alle beslissingen met betrekking tot de uitvoering van de controle worden genomen door de aangezochte partij die de controle uitvoert.
Artikel 7. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij kan weigeren bijstand te verlenen:
- a. indien het verzoek niet in overeenstemming met dit Verdrag is gedaan;
- b. indien de verzoekende partij niet alle op haar eigen grondgebied beschikbare middelen heeft aangewend om de informatie te verkrijgen, tenzij aanwending van die middelen zou leiden tot onevenredige moeilijkheden;
- c. indien bekendmaking van de verzochte informatie in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public) van de aangezochte partij.
- d. indien de verzoekende partij de informatie niet zou kunnen verkrijgen
- i. ingevolge haar eigen wetgeving ten behoeve van de toepassing of handhaving van haar eigen belastingwetgeving; of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.