Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening
INLEIDENDE BEPALINGEN
Artikel 1. Oprichting van een Unie
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen: „de Verdragsluitende Staten”), vormen een Unie voor de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiprocedure.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
In dit Verdrag en in het Uitvoeringsreglement wordt verstaan:
- (i). onder verwijzingen naar een „octrooi” verwijzingen naar octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
- (ii). onder „depot van een micro-organisme”, naar gelang van het zinsverband waarin deze woorden zijn gebruikt, de volgende, overeenkomstig dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement verrichte, handelingen: de overdracht van een micro-organisme aan een internationale depositaris, die dit organisme ontvangt en aanvaardt, of de opslag van zulk een micro-organisme door de internationale depositaris, of zowel deze overdracht als deze opslag;
- (iii). onder „octrooiprocedure” alle administratieve of gerechtelijke procedures met betrekking tot een aanvrage om octrooi of een octrooi;
- (iv). onder „publikatie ten behoeve van de octrooiprocedure” de officiële publikatie of de officiële terinzagelegging van een aanvrage om octrooi of van een octrooi;
- (v). onder „intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom” een organisatie die een verklaring ingevolge artikel 9, eerste lid, heeft neergelegd;
- (vi). onder „bureau voor de industriële eigendom” een instantie van een Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, die bevoegd is octrooien te verlenen;
- (vii). onder „instituut voor bewaarneming” een instelling die zich bezighoudt met de ontvangst, de aanvaarding en de opslag van micro-organismen en met de verstrekking van monsters daarvan;
- (viii). onder „internationale depositaris” een instituut voor bewaarneming, dat in overeenstemming met artikel 7 de status van internationale depositaris heeft verkregen;
- (ix). onder „bewaargever” de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een micro-organisme overdraagt aan een internationale depositaris, die dit organisme ontvangt en aanvaardt, alsmede elke rechtsopvolger van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon;
- (x). onder „Unie” de in artikel 1 genoemde Unie;
- (xi). onder „Algemene Vergadering” de in artikel 10 genoemde Algemene Vergadering;
- (xii). onder „Organisatie” de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
- (xiii). onder „Internationaal Bureau” het Internationaal Bureau van de Organisatie en, voor de duur van hun bestaan, de Verenigde Internationale Bureaus voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendom (BIRPI);
- (xiv). onder „Directeur-Generaal” de Directeur-Generaal van de Organisatie;
- (xv). onder „Uitvoeringsreglement” het in artikel 12 bedoelde Uitvoeringsreglement.
HOOFDSTUK I. MATERIËLE BEPALINGEN
Artikel 3. Erkenning en gevolg van het depot van micro-organismen
- (a). Verdragsluitende Staten die een depot van micro-organismen toestaan of vereisen ten dienste van de octrooiprocedure, dienen voor dat doel het depot van een micro-organisme bij een internationale depositaris te erkennen. Deze erkenning dient zowel de erkenning van het feit en de datum van het depot, zoals door de internationale depositaris aangegeven, te omvatten, alsook de erkenning van het feit dat hetgeen als monster wordt verstrekt, inderdaad een monster van het gedeponeerde micro-organisme is.
- (b). Elke Verdragsluitende Staat kan een afschrift verlangen van het bewijs van ontvangst van het in letter (a) bedoelde depot, dat is afgegeven door de internationale depositaris.
Voor zover het in dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement geregelde aangelegenheden betreft, mag geen enkele Verdragsluitende Staat verlangen dat er voldaan wordt aan eisen die afwijken van of een aanvulling zijn op die welke in dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement worden gesteld.
Artikel 4. Nieuw depot
- (a). Indien de internationale depositaris door een of andere oorzaak geen monsters van het gedeponeerde micro-organisme kan verstrekken, in het bijzonder stelt deze depositaris, zo spoedig mogelijk nadat hij tot de conclusie is gekomen dat hij geen monsters kan verstrekken, de bewaargever hiervan in kennis, met vermelding van de oorzaak daarvan, en heeft de bewaargever, behoudens het bepaalde in het tweede lid en in dit lid, het recht een nieuw depot van het oorspronkelijk gedeponeerde micro-organisme te verrichten.
- (i). indien het micro-organisme niet levensvatbaar meer is, of
- (ii). indien de verstrekking van monsters verzending naar het buitenland noodzakelijk zou maken, terwijl de uitvoer van de monsters naar, of de invoer ervan uit het buitenland wordt belet door uitvoer- of invoerbeperkingen,
- (b). Het nieuwe depot wordt verricht bij de internationale depositaris bij wie het eerste depot heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat
- (i). het depot bij een andere internationale depositaris wordt verricht, indien de instelling bij welke het oorspronkelijke depot is verricht, niet langer de status van internationale depositaris bezit, hetzij voor alle micro-organismen, hetzij met betrekking tot het type micro-organismen waartoe het gedeponeerde micro-organisme behoort, of indien de internationale depositaris bij wie het oorspronkelijke depot is verricht, de uitoefening van zijn functies met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen tijdelijk of voorgoed heeft gestaakt;
- (ii). het depot bij een andere internationale depositaris kan worden verricht in het in letter (a) onder (ii) genoemde geval.
- (c). Elk nieuw depot dient te zijn vergezeld van een door de bewaargever ondertekende verklaring dat het nieuw gedeponeerde micro-organisme gelijk is aan het oorspronkelijke depot. Indien de verklaring van de bewaargever wordt betwist, wordt de bewijslast geregeld door het toepasselijke recht.
- (d). Behoudens het bepaalde in de letters (a) t/m (c) en (e) wordt het nieuwe depot behandeld, alsof dit was verricht op de datum waarop het oorspronkelijke depot werd verricht, indien in alle voorafgaande verklaringen betreffende de levensvatbaarheid van het oorspronkelijk gedeponeerde micro-organisme was vermeld, dat het micro-organisme levensvatbaar was, en indien het nieuwe depot werd verricht binnen drie maanden na de datum waarop de bewaargever de in letter (a) bedoelde kennisgeving had ontvangen.
- (e). Indien letter (b) onder (i) van toepassing is en de bewaargever de in letter (a) bedoelde kennisgeving niet heeft ontvangen binnen zes maanden na de datum waarop de in letter (b) onder (i) bedoelde beëindiging, beperking of staking door het Internationaal Bureau werd gepubliceerd, dan wordt de in letter (d) bedoelde termijn van drie maanden berekend vanaf de datum van genoemde publikatie.
Het in het eerste lid, letter (a) genoemde recht vervalt, indien het gedeponeerde micro-organisme is overgedragen aan een andere internationale depositaris, mits deze over de mogelijkheid beschikt monsters van dit micro-organisme te verstrekken.
Artikel 5. Uitvoer- en invoerbeperkingen
Elke Verdragsluitende Staat erkent dat het zeer gewenst is, dat, indien en voor zover de uitvoer uit of de invoer op zijn grondgebied van bepaalde soorten micro-organismen wordt beperkt, deze beperking slechts behoort te gelden voor micro-organismen die krachtens dit Verdrag zijn gedeponeerd of zijn bestemd voor depot, indien de beperking noodzakelijk is met het oog op de nationale veiligheid of de risico's voor de volksgezondheid of het milieu.
Artikel 6. Status van internationale depositaris
Ten einde in aanmerking te komen voor de status van internationale depositaris, dient een instituut voor bewaarneming op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat te zijn gevestigd en door deze Staat verstrekte waarborgen te genieten, dat deze instelling voldoet en blijft voldoen aan de in het tweede lid omschreven eisen. Deze waarborgen kunnen eveneens door een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom worden verstrekt; in dit geval dient het instituut voor bewaargeving te zijn gevestigd op het grondgebied van een Lid-Staat van genoemde organisatie.
Het instituut voor bewaargeving dient in zijn hoedanigheid van internationale depositaris
- (i). een bestendig karakter te hebben;
- (ii). over het noodzakelijke personeel en de nodige voorzieningen te beschikken, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven, ten einde zijn wetenschappelijke en administratieve taken ingevolge dit Verdrag te kunnen verrichten;
- (iii). onpartijdig en objectief te zijn;
- (iv). beschikbaar te zijn, ten behoeve van depots, voor elke bewaargever op dezelfde voorwaarden;
- (v). alle of bepaalde soorten micro-organismen als depot te aanaarden, de levensvatbaarheid ervan te onderzoeken en de micro-organismen te bewaren, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven;
- (vi). een ontvangbewijs aan de bewaargever te verstrekken, alsmede een verklaring omtrent de levensvatbaarheid, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven;
- (vii). met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen te voldoen aan de eisen van geheimhouding, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven;
- (viii). monsters van gedeponeerde micro-organismen te verstrekken op de voorwaarden van en in overeenstemming met de in het Uitvoeringsreglement aangegeven procedure.
Het Uitvoeringsreglement dient de te nemen maatregelen aan te geven,
- (i). indien een internationale depositaris de uitoefening van zijn functies met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen tijdelijk of voorgoed staakt of een van de soorten micro-organismen weigert te aanvaarden, die hij krachtens de verstrekte waarborgen behoort te aanvaarden;
- (ii). indien de status van internationale depositaris van een internationale depositaris wordt beëindigd of beperkt.
Artikel 7. Verkrijging van de status van internationale depositaris
- (a). Een instituut voor bewaarneming verkrijgt de status van internationale depositaris krachtens een schriftelijke mededeling, gericht aan de Directeur-Generaal, door de Verdragsluitende Staat op wiens grondgebied het instituut voor bewaarneming is gevestigd, en waarin tevens is opgenomen een verklaring houdende de waarborgen, dat het genoemde instituut voldoet en blijft voldoen aan de in artikel 6, tweede lid, omschreven eisen. De bedoelde status kan eveneens worden verkregen krachtens een schriftelijke mededeling, gericht aan de Directeur-Generaal, door een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, en waarin tevens de genoemde verklaring is opgenomen.
- (b). De mededeling verschaft tevens inlichtingen omtrent het instituut voor bewaarneming, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, en kan aangeven op welke datum de status van internationale depositaris van kracht dient te worden.
- (a). Indien de Directeur-Generaal heeft bevonden dat de mededeling de vereiste verklaring bevat en dat alle noodzakelijke inlichtingen zijn ontvangen, wordt de mededeling onverwijld door het Internationaal Bureau gepubliceerd.
- (b). De status van internationale depositaris wordt verkregen vanaf de datum waarop de mededeling wordt gepubliceerd, of, indien een datum is vermeld overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, letter (b) en deze datum op een later tijdstip valt dan de publikatiedatum van de mededeling, vanaf deze datum.
De bijzonderheden van de procedure ingevolge het bepaalde in het eerste en het tweede lid worden in het Uitvoeringsreglement gegeven.
Artikel 8. Beëindiging en beperking van de status van internationale depositaris
- (a). Elke Verdragsluitende Staat of intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom kan de Algemene Vergadering verzoeken de status van internationale depositaris van een instelling te beëindigen of te beperken tot bepaalde soorten micro-organismen, op grond van het feit dat aan de in artikel 6 omschreven eisen niet is of niet meer wordt voldaan. Een zodanig verzoek kan echter niet door een Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom worden gedaan met betrekking tot een internationale depositaris voor wie de betrokken Staat of organisatie de in artikel 7, eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring heeft afgegeven.
- (b). Alvorens het in letter (a) bedoelde verzoek te doen, stelt de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, door bemiddeling van de Directeur-Generaal, de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, die de in artikel 7, eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, in kennis van de gronden van het beoogde verzoek, zodat deze Staat of deze organisatie, binnen zes maanden vanaf de datum van de genoemde kennisgeving, de nodige maatregelen kan treffen om de noodzaak van het beoogde verzoek weg te nemen.
- (c). Indien de Algemene Vergadering vaststelt dat het verzoek gegrond is, besluit zij de status van internationale depositaris van de in letter (a) vermelde instantie te beëindigen of te beperken tot bepaalde soorten micro-organismen. Voor een besluit van de Algemene Vergadering is vereist dat een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen het verzoek ondersteunt.
- (a). De Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom die de in artikel 7, eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring heeft afgegeven, kan door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte mededeling deze verklaring intrekken, hetzij geheel hetzij slechts met betrekking tot bepaalde soorten micro-organismen, en doet zulks in ieder geval wanneer en voor zover de desbetreffende waarborgen niet meer van kracht zijn.
- (b). Een zodanige mededeling heeft tot gevolg dat, vanaf de in het Uitvoeringsreglement bepaalde datum, de status van internationale depositaris wordt beëindigd, indien zij betrekking heeft op de gehele verklaring, of dienovereenkomstig wordt beperkt, indien zij slechts betrekking heeft op bepaalde soorten micro-organismen.
De bijzonderheden van de in het eerste en het tweede lid bedoelde procedure worden in het Uitvoeringsreglement gegeven.
Artikel 9. Intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom
- (a). Een intergouvernementele organisatie waaraan een aantal Staten de verlening van regionale octrooien heeft opgedragen en waarvan alle Lid-Staten tevens lid zijn van de Internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), kan bij de Directeur-Generaal een verklaring deponeren dat zij de verplichting tot erkenning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter (a), en de verplichting inzake de in artikel 3, tweede lid, bedoelde eisen, aanvaardt, alsmede alle gevolgen, voortvloeiend uit de bepalingen van dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement die van toepassing zijn op intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom. Indien de in de vorige zin bedoelde verklaring wordt gedeponeerd vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 16, eerste lid, wordt deze van kracht op de datum waarop het Verdrag in werking treedt. Indien deze verklaring wordt gedeponeerd na de inwerkingtreding van het Verdrag, wordt zij van kracht drie maanden na de datum van deponering, tenzij een later tijdstip in de verklaring is aangegeven. In het laatste geval wordt de verklaring van kracht op de aangegeven datum.
- (b). De genoemde organisatie bezit het in artikel 3, eerste lid, letter (b) omschreven recht.
Indien enige bepaling van dit Verdrag of van het Uitvoeringsreglement met betrekking tot intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom wordt herzien of gewijzigd, kan een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom haar in het eerste lid genoemde verklaring intrekken door middel van een kennisgeving aan de Directeur-Generaal. De intrekking wordt van kracht:
- (i). indien de kennisgeving is ontvangen vóór de datum waarop de herziening of wijziging in werking treedt, op deze datum;
- (ii). indien de kennisgeving is ontvangen na de onder (i) genoemde datum, op de in de kennisgeving aangegeven datum of, indien er geen aanduiding is gegeven, drie maanden na de datum waarop de kennisgeving werd ontvangen.
Behalve in het in het tweede lid vermelde geval kan een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom haar in het eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring ook intrekken door middel van een kennisgeving aan de Directeur-Generaal. De intrekking wordt van kracht twee jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen. Een kennisgeving van intrekking ingevolge dit lid wordt niet aanvaard gedurende een tijdvak van vijf jaar, te rekenen van de datum waarop de verklaring van kracht is geworden.
De in het tweede of het derde lid bedoelde intrekking door een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, wier mededeling ingevolge artikel 7, eerste lid, heeft geleid tot de verkrijging van de status van internationale depositaris door een instituut voor bewaarneming, heeft tot gevolg dat deze status wordt beëindigd één jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving van intrekking heeft ontvangen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.