Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening

Type Verdrag
Publication 2023-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 20
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

INLEIDENDE BEPALINGEN

Artikel 1. Oprichting van een Unie

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag (hierna te noemen: „de Verdragsluitende Staten”), vormen een Unie voor de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiprocedure.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

In dit Verdrag en in het Uitvoeringsreglement wordt verstaan:

  • (i). onder verwijzingen naar een „octrooi” verwijzingen naar octrooien van uitvinding, uitvinderscertificaten, gebruikscertificaten, gebruiksmodellen, aanvullingsoctrooien of aanvullingscertificaten, aanvullingen bij uitvinderscertificaten en aanvullingen bij gebruikscertificaten;
  • (ii). onder „depot van een micro-organisme”, naar gelang van het zinsverband waarin deze woorden zijn gebruikt, de volgende, overeenkomstig dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement verrichte, handelingen: de overdracht van een micro-organisme aan een internationale depositaris, die dit organisme ontvangt en aanvaardt, of de opslag van zulk een micro-organisme door de internationale depositaris, of zowel deze overdracht als deze opslag;
  • (iii). onder „octrooiprocedure” alle administratieve of gerechtelijke procedures met betrekking tot een aanvrage om octrooi of een octrooi;
  • (iv). onder „publikatie ten behoeve van de octrooiprocedure” de officiële publikatie of de officiële terinzagelegging van een aanvrage om octrooi of van een octrooi;
  • (v). onder „intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom” een organisatie die een verklaring ingevolge artikel 9, eerste lid, heeft neergelegd;
  • (vi). onder „bureau voor de industriële eigendom” een instantie van een Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, die bevoegd is octrooien te verlenen;
  • (vii). onder „instituut voor bewaarneming” een instelling die zich bezighoudt met de ontvangst, de aanvaarding en de opslag van micro-organismen en met de verstrekking van monsters daarvan;
  • (viii). onder „internationale depositaris” een instituut voor bewaarneming, dat in overeenstemming met artikel 7 de status van internationale depositaris heeft verkregen;
  • (ix). onder „bewaargever” de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een micro-organisme overdraagt aan een internationale depositaris, die dit organisme ontvangt en aanvaardt, alsmede elke rechtsopvolger van deze natuurlijke persoon of deze rechtspersoon;
  • (x). onder „Unie” de in artikel 1 genoemde Unie;
  • (xi). onder „Algemene Vergadering” de in artikel 10 genoemde Algemene Vergadering;
  • (xii). onder „Organisatie” de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom;
  • (xiii). onder „Internationaal Bureau” het Internationaal Bureau van de Organisatie en, voor de duur van hun bestaan, de Verenigde Internationale Bureaus voor de Bescherming van de Intellectuele Eigendom (BIRPI);
  • (xiv). onder „Directeur-Generaal” de Directeur-Generaal van de Organisatie;
  • (xv). onder „Uitvoeringsreglement” het in artikel 12 bedoelde Uitvoeringsreglement.

HOOFDSTUK I. MATERIËLE BEPALINGEN

Artikel 3. Erkenning en gevolg van het depot van micro-organismen

  • (a). Verdragsluitende Staten die een depot van micro-organismen toestaan of vereisen ten dienste van de octrooiprocedure, dienen voor dat doel het depot van een micro-organisme bij een internationale depositaris te erkennen. Deze erkenning dient zowel de erkenning van het feit en de datum van het depot, zoals door de internationale depositaris aangegeven, te omvatten, alsook de erkenning van het feit dat hetgeen als monster wordt verstrekt, inderdaad een monster van het gedeponeerde micro-organisme is.
  • (b). Elke Verdragsluitende Staat kan een afschrift verlangen van het bewijs van ontvangst van het in letter (a) bedoelde depot, dat is afgegeven door de internationale depositaris.
2.

Voor zover het in dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement geregelde aangelegenheden betreft, mag geen enkele Verdragsluitende Staat verlangen dat er voldaan wordt aan eisen die afwijken van of een aanvulling zijn op die welke in dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement worden gesteld.

Artikel 4. Nieuw depot

  • (a). Indien de internationale depositaris door een of andere oorzaak geen monsters van het gedeponeerde micro-organisme kan verstrekken, in het bijzonder stelt deze depositaris, zo spoedig mogelijk nadat hij tot de conclusie is gekomen dat hij geen monsters kan verstrekken, de bewaargever hiervan in kennis, met vermelding van de oorzaak daarvan, en heeft de bewaargever, behoudens het bepaalde in het tweede lid en in dit lid, het recht een nieuw depot van het oorspronkelijk gedeponeerde micro-organisme te verrichten.
  • (i). indien het micro-organisme niet levensvatbaar meer is, of
  • (ii). indien de verstrekking van monsters verzending naar het buitenland noodzakelijk zou maken, terwijl de uitvoer van de monsters naar, of de invoer ervan uit het buitenland wordt belet door uitvoer- of invoerbeperkingen,
  • (b). Het nieuwe depot wordt verricht bij de internationale depositaris bij wie het eerste depot heeft plaatsgevonden, met dien verstande dat
  • (i). het depot bij een andere internationale depositaris wordt verricht, indien de instelling bij welke het oorspronkelijke depot is verricht, niet langer de status van internationale depositaris bezit, hetzij voor alle micro-organismen, hetzij met betrekking tot het type micro-organismen waartoe het gedeponeerde micro-organisme behoort, of indien de internationale depositaris bij wie het oorspronkelijke depot is verricht, de uitoefening van zijn functies met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen tijdelijk of voorgoed heeft gestaakt;
  • (ii). het depot bij een andere internationale depositaris kan worden verricht in het in letter (a) onder (ii) genoemde geval.
  • (c). Elk nieuw depot dient te zijn vergezeld van een door de bewaargever ondertekende verklaring dat het nieuw gedeponeerde micro-organisme gelijk is aan het oorspronkelijke depot. Indien de verklaring van de bewaargever wordt betwist, wordt de bewijslast geregeld door het toepasselijke recht.
  • (d). Behoudens het bepaalde in de letters (a) t/m (c) en (e) wordt het nieuwe depot behandeld, alsof dit was verricht op de datum waarop het oorspronkelijke depot werd verricht, indien in alle voorafgaande verklaringen betreffende de levensvatbaarheid van het oorspronkelijk gedeponeerde micro-organisme was vermeld, dat het micro-organisme levensvatbaar was, en indien het nieuwe depot werd verricht binnen drie maanden na de datum waarop de bewaargever de in letter (a) bedoelde kennisgeving had ontvangen.
  • (e). Indien letter (b) onder (i) van toepassing is en de bewaargever de in letter (a) bedoelde kennisgeving niet heeft ontvangen binnen zes maanden na de datum waarop de in letter (b) onder (i) bedoelde beëindiging, beperking of staking door het Internationaal Bureau werd gepubliceerd, dan wordt de in letter (d) bedoelde termijn van drie maanden berekend vanaf de datum van genoemde publikatie.
2.

Het in het eerste lid, letter (a) genoemde recht vervalt, indien het gedeponeerde micro-organisme is overgedragen aan een andere internationale depositaris, mits deze over de mogelijkheid beschikt monsters van dit micro-organisme te verstrekken.

Artikel 5. Uitvoer- en invoerbeperkingen

Elke Verdragsluitende Staat erkent dat het zeer gewenst is, dat, indien en voor zover de uitvoer uit of de invoer op zijn grondgebied van bepaalde soorten micro-organismen wordt beperkt, deze beperking slechts behoort te gelden voor micro-organismen die krachtens dit Verdrag zijn gedeponeerd of zijn bestemd voor depot, indien de beperking noodzakelijk is met het oog op de nationale veiligheid of de risico's voor de volksgezondheid of het milieu.

Artikel 6. Status van internationale depositaris

1.

Ten einde in aanmerking te komen voor de status van internationale depositaris, dient een instituut voor bewaarneming op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat te zijn gevestigd en door deze Staat verstrekte waarborgen te genieten, dat deze instelling voldoet en blijft voldoen aan de in het tweede lid omschreven eisen. Deze waarborgen kunnen eveneens door een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom worden verstrekt; in dit geval dient het instituut voor bewaargeving te zijn gevestigd op het grondgebied van een Lid-Staat van genoemde organisatie.

2.

Het instituut voor bewaargeving dient in zijn hoedanigheid van internationale depositaris

  • (i). een bestendig karakter te hebben;
  • (ii). over het noodzakelijke personeel en de nodige voorzieningen te beschikken, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven, ten einde zijn wetenschappelijke en administratieve taken ingevolge dit Verdrag te kunnen verrichten;
  • (iii). onpartijdig en objectief te zijn;
  • (iv). beschikbaar te zijn, ten behoeve van depots, voor elke bewaargever op dezelfde voorwaarden;
  • (v). alle of bepaalde soorten micro-organismen als depot te aanaarden, de levensvatbaarheid ervan te onderzoeken en de micro-organismen te bewaren, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven;
  • (vi). een ontvangbewijs aan de bewaargever te verstrekken, alsmede een verklaring omtrent de levensvatbaarheid, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven;
  • (vii). met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen te voldoen aan de eisen van geheimhouding, zoals in het Uitvoeringsreglement is aangegeven;
  • (viii). monsters van gedeponeerde micro-organismen te verstrekken op de voorwaarden van en in overeenstemming met de in het Uitvoeringsreglement aangegeven procedure.
3.

Het Uitvoeringsreglement dient de te nemen maatregelen aan te geven,

  • (i). indien een internationale depositaris de uitoefening van zijn functies met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen tijdelijk of voorgoed staakt of een van de soorten micro-organismen weigert te aanvaarden, die hij krachtens de verstrekte waarborgen behoort te aanvaarden;
  • (ii). indien de status van internationale depositaris van een internationale depositaris wordt beëindigd of beperkt.

Artikel 7. Verkrijging van de status van internationale depositaris

  • (a). Een instituut voor bewaarneming verkrijgt de status van internationale depositaris krachtens een schriftelijke mededeling, gericht aan de Directeur-Generaal, door de Verdragsluitende Staat op wiens grondgebied het instituut voor bewaarneming is gevestigd, en waarin tevens is opgenomen een verklaring houdende de waarborgen, dat het genoemde instituut voldoet en blijft voldoen aan de in artikel 6, tweede lid, omschreven eisen. De bedoelde status kan eveneens worden verkregen krachtens een schriftelijke mededeling, gericht aan de Directeur-Generaal, door een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, en waarin tevens de genoemde verklaring is opgenomen.
  • (b). De mededeling verschaft tevens inlichtingen omtrent het instituut voor bewaarneming, in overeenstemming met het Uitvoeringsreglement, en kan aangeven op welke datum de status van internationale depositaris van kracht dient te worden.
  • (a). Indien de Directeur-Generaal heeft bevonden dat de mededeling de vereiste verklaring bevat en dat alle noodzakelijke inlichtingen zijn ontvangen, wordt de mededeling onverwijld door het Internationaal Bureau gepubliceerd.
  • (b). De status van internationale depositaris wordt verkregen vanaf de datum waarop de mededeling wordt gepubliceerd, of, indien een datum is vermeld overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, letter (b) en deze datum op een later tijdstip valt dan de publikatiedatum van de mededeling, vanaf deze datum.
3.

De bijzonderheden van de procedure ingevolge het bepaalde in het eerste en het tweede lid worden in het Uitvoeringsreglement gegeven.

Artikel 8. Beëindiging en beperking van de status van internationale depositaris

  • (a). Elke Verdragsluitende Staat of intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom kan de Algemene Vergadering verzoeken de status van internationale depositaris van een instelling te beëindigen of te beperken tot bepaalde soorten micro-organismen, op grond van het feit dat aan de in artikel 6 omschreven eisen niet is of niet meer wordt voldaan. Een zodanig verzoek kan echter niet door een Verdragsluitende Staat of een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom worden gedaan met betrekking tot een internationale depositaris voor wie de betrokken Staat of organisatie de in artikel 7, eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring heeft afgegeven.
  • (b). Alvorens het in letter (a) bedoelde verzoek te doen, stelt de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, door bemiddeling van de Directeur-Generaal, de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, die de in artikel 7, eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, in kennis van de gronden van het beoogde verzoek, zodat deze Staat of deze organisatie, binnen zes maanden vanaf de datum van de genoemde kennisgeving, de nodige maatregelen kan treffen om de noodzaak van het beoogde verzoek weg te nemen.
  • (c). Indien de Algemene Vergadering vaststelt dat het verzoek gegrond is, besluit zij de status van internationale depositaris van de in letter (a) vermelde instantie te beëindigen of te beperken tot bepaalde soorten micro-organismen. Voor een besluit van de Algemene Vergadering is vereist dat een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen het verzoek ondersteunt.
  • (a). De Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom die de in artikel 7, eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring heeft afgegeven, kan door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte mededeling deze verklaring intrekken, hetzij geheel hetzij slechts met betrekking tot bepaalde soorten micro-organismen, en doet zulks in ieder geval wanneer en voor zover de desbetreffende waarborgen niet meer van kracht zijn.
  • (b). Een zodanige mededeling heeft tot gevolg dat, vanaf de in het Uitvoeringsreglement bepaalde datum, de status van internationale depositaris wordt beëindigd, indien zij betrekking heeft op de gehele verklaring, of dienovereenkomstig wordt beperkt, indien zij slechts betrekking heeft op bepaalde soorten micro-organismen.
3.

De bijzonderheden van de in het eerste en het tweede lid bedoelde procedure worden in het Uitvoeringsreglement gegeven.

Artikel 9. Intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom

  • (a). Een intergouvernementele organisatie waaraan een aantal Staten de verlening van regionale octrooien heeft opgedragen en waarvan alle Lid-Staten tevens lid zijn van de Internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), kan bij de Directeur-Generaal een verklaring deponeren dat zij de verplichting tot erkenning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, letter (a), en de verplichting inzake de in artikel 3, tweede lid, bedoelde eisen, aanvaardt, alsmede alle gevolgen, voortvloeiend uit de bepalingen van dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement die van toepassing zijn op intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom. Indien de in de vorige zin bedoelde verklaring wordt gedeponeerd vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 16, eerste lid, wordt deze van kracht op de datum waarop het Verdrag in werking treedt. Indien deze verklaring wordt gedeponeerd na de inwerkingtreding van het Verdrag, wordt zij van kracht drie maanden na de datum van deponering, tenzij een later tijdstip in de verklaring is aangegeven. In het laatste geval wordt de verklaring van kracht op de aangegeven datum.
  • (b). De genoemde organisatie bezit het in artikel 3, eerste lid, letter (b) omschreven recht.
2.

Indien enige bepaling van dit Verdrag of van het Uitvoeringsreglement met betrekking tot intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom wordt herzien of gewijzigd, kan een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom haar in het eerste lid genoemde verklaring intrekken door middel van een kennisgeving aan de Directeur-Generaal. De intrekking wordt van kracht:

  • (i). indien de kennisgeving is ontvangen vóór de datum waarop de herziening of wijziging in werking treedt, op deze datum;
  • (ii). indien de kennisgeving is ontvangen na de onder (i) genoemde datum, op de in de kennisgeving aangegeven datum of, indien er geen aanduiding is gegeven, drie maanden na de datum waarop de kennisgeving werd ontvangen.
3.

Behalve in het in het tweede lid vermelde geval kan een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom haar in het eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring ook intrekken door middel van een kennisgeving aan de Directeur-Generaal. De intrekking wordt van kracht twee jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen. Een kennisgeving van intrekking ingevolge dit lid wordt niet aanvaard gedurende een tijdvak van vijf jaar, te rekenen van de datum waarop de verklaring van kracht is geworden.

4.

De in het tweede of het derde lid bedoelde intrekking door een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, wier mededeling ingevolge artikel 7, eerste lid, heeft geleid tot de verkrijging van de status van internationale depositaris door een instituut voor bewaarneming, heeft tot gevolg dat deze status wordt beëindigd één jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving van intrekking heeft ontvangen.

5.

Voor een in het eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring, een in het tweede of derde lid bedoelde kennisgeving van intrekking, de ingevolge artikel 6, eerste lid, tweede volzin, verstrekte waarborgen, opgenomen in een overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, eerste lid, letter (a) gedeponeerde verklaring, een overeenkomstig artikel 8, eerste lid, gedaan verzoek, alsmede een in artikel 8, tweede lid, bedoelde mededeling van intrekking is de uitdrukkelijke voorafgaande goedkeuring vereist van het hoogste bestuursorgaan van de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, waarvan de leden alle Staten die lid zijn van bedoelde organisatie, omvatten en waarin besluiten worden genomen door de officiële vertegenwoordigers van de regeringen van deze Staten.

HOOFDSTUK II. ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN

Artikel 10. Algemene Vergadering

  • (a). De Algemene Vergadering bestaat uit de Verdragsluitende Staten.
  • (b). Elke Verdragsluitende Staat wordt vertegenwoordigd door één afgevaardigde, die zich kan doen bijstaan door plaatsvervangers, adviseurs en deskundigen.
  • (c). Elke intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom wordt door bijzondere waarnemers vertegenwoordigd in de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en eventuele door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen.
  • (d). Elke Staat die geen lid is van de Unie, maar wel lid is van de Organisatie of van de Internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), alsmede elke intergouvernementele organisatie die zich op het gebied van octrooien heeft gespecialiseerd, niet zijnde een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom zoals in artikel 2, onder (v), omschreven, kan door waarnemers worden vertegenwoordigd in de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering en, indien de Algemene Vergadering daartoe besluit, in de bijeenkomsten van een door de Algemene Vergadering ingestelde commissie of werkgroep.
  • (a). De Algemene Vergadering:
  • (i). behandelt alle aangelegenheden betreffende de instandhouding en ontwikkeling van de Unie en de uitvoering van dit Verdrag;
  • (ii). oefent zodanige rechten uit en verricht zodanige taken als haar ingevolge dit Verdrag in het bijzonder worden verleend of toegewezen;
  • (iii). geeft aanwijzingen aan de Directeur-Generaal inzake de voorbereidingen van de herzieningsconferenties;
  • (iv). bestuurt en hecht haar goedkeuring aan de rapporten en werkzaamheden van de Directeur-Generaal met betrekking tot de Unie en verstrekt hem alle nodige richtlijnen inzake aangelegenheden die binnen de bevoegdheid van de Unie vallen;
  • (v). stelt de commissies en werkgroepen in die haar dienstig lijken om het werk van de Unie te vergemakkelijken;
  • (vi). beslist, behoudens het bepaalde in het eerste lid, letter (d), welke andere Staten dan Verdragsluitende Staten, welke andere intergouvernementele organisaties dan intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom, zoals in artikel 2, onder (v), omschreven, en welke internationale niet-gouvernementele organisaties als waarnemers tot haar vergaderingen worden toegelaten en in hoeverre internationale depositarissen als waarnemers worden toegelaten tot haar vergaderingen;
  • (vii). neemt alle andere passende maatregelen ter bevordering van de doeleinden van de Unie;
  • (viii). verricht alle overige taken die dienstig zijn in het kader van dit Verdrag.
  • (b). Met betrekking tot aangelegenheden die ook voor andere, door de Organisatie beheerde, Unies van belang zijn, beslist de Algemene Vergadering, na het advies van de Coördinatiecommissie van de Organisatie te hebben gehoord.
3.

Een afgevaardigde kan slechts één Staat vertegenwoordigen en kan slechts uit naam van deze Staat zijn stem uitbrengen.

4.

Iedere Verdragsluitende Staat heeft één stem.

  • (a). Het quorum wordt gevormd door de helft van de Verdragsluitende Staten.
  • (b). Bij gebreke van het quorum kunnen door de Algemene Vergadering besluiten worden genomen, met dien verstande echter dat, met uitzondering van besluiten die haar eigen procedure betreffen, zulke besluiten eerst van kracht worden, indien het quorum en de vereiste meerderheid zijn verkregen door middel van stemming langs schriftelijke weg, zoals in het Uitvoeringsreglement is bepaald.
  • (a). Behoudens het bepaalde in de artikelen 8, eerste lid, letter (c), 12, vierde lid en 14, tweede lid, letter (b), is voor de besluiten van de Algemene Vergadering een meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist.
  • (b). Onthouding geldt niet als stem.
  • (a). De Algemene Vergadering komt éénmaal in de twee jaar in gewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, bij voorkeur in hetzelfde tijdvak en op dezelfde plaats als de Algemene Vergadering van de Organisatie.
  • (b). De Algemene Vergadering komt in buitengewone zitting bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal, hetzij op diens eigen initiatief of op verzoek van een vierde van de Verdragsluitende Staten.
8.

De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast.

Artikel 11. Internationaal Bureau

1.

Het Internationaal Bureau:

  • (i). verricht de administratieve taken met betrekking tot de Unie, in het bijzonder die taken welke het Bureau speciaal worden opgedragen door dit Verdrag en door het Uitvoeringsreglement of door de Algemene Vergadering;
  • (ii). treedt op als secretariaat van herzieningsconferenties, van de Algemene Vergadering, van de door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen en van alle andere door de Directeur-Generaal bijeengeroepen vergaderingen ter behandeling van aangelegenheden die van belang zijn voor de Unie.
2.

De Directeur-Generaal is de hoogste functionaris van de Organisatie en vertegenwoordigt de Unie.

3.

De Directeur-Generaal verzorgt de uitnodigingen voor alle bijeenkomsten ter behandeling van aangelegenheden die van belang zijn voor de Unie.

  • (a). De Directeur-Generaal en ieder door hem aangewezen lid van het personeel nemen zonder stemrecht deel aan alle bijeenkomsten van de Algemene Vergadering, de door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen en alle andere door de Directeur-Generaal bijeengeroepen vergaderingen ter behandeling van aangelegenheden die van belang zijn voor de Unie.
  • (b). De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van de Algemene Vergadering en van de in letter (a) bedoelde commissies, werkgroepen en andere bijeenkomsten.
  • (a). De Directeur-Generaal treft, in overeenstemming met de aanwijzingen van de Algemene Vergadering, de voorbereidingen voor herzieningsconferenties.
  • (b). De Directeur-Generaal kan overleg plegen met intergouvernementele en internationale niet-gouvernementele organisaties omtrent de voorbereidingen voor herzieningsconferenties.
  • (c). De Directeur-Generaal en de door hem aangewezen personen nemen zonder stemrecht deel aan de besprekingen op herzieningsconferenties.
  • (d). De Directeur-Generaal of een door hem aangewezen lid van het personeel is ambtshalve secretaris van een herzieningsconferentie.

Artikel 12. Het Uitvoeringsreglement

1.

Het Uitvoeringsreglement bevat bepalingen inzake:

  • (i). aangelegenheden ten aanzien waarvan dit Verdrag uitdrukkelijk verwijst naar het Uitvoeringsreglement of uitdrukkelijk bepaalt dat zij worden of dienen te worden voorgeschreven;
  • (ii). alle administratieve vereisten, aangelegenheden en procedures;
  • (iii). alle bijzonderheden die dienstig zijn voor de uitvoering van dit Verdrag.
2.

Het Uitvoeringsreglement dat tegelijkertijd met dit Verdrag is aanvaard, is aan dit Verdrag gehecht.

3.

De Algemene Vergadering kan het Uitvoeringsreglement wijzigen.

  • (a). Behoudens het bepaalde in letter (b) is voor de aanvaarding van een wijziging van het Uitvoeringsreglement een twee derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen nodig.
  • (b). Voor de aanvaarding van een wijziging inzake de verstrekking van monsters van de gedeponeerde micro-organismen door de internationale depositarissen is het noodzakelijk, dat geen enkele Verdragsluitende Staat tegen de voorgestelde wijziging stemt.
5.

In geval van strijdigheid tussen de bepalingen van dit Verdrag en die van het Uitvoeringsreglement zijn de bepalingen van dit Verdrag beslissend.

HOOFDSTUK III. HERZIENING EN WIJZIGING

Artikel 13. Herziening van het Verdrag

1.

Dit Verdrag kan van tijd tot tijd worden herzien door conferenties van de Verdragsluitende Staten.

2.

Over de bijeenroeping van een herzieningsconferentie wordt door de Algemene Vergadering beslist.

3.

De artikelen 10 en 11 kunnen hetzij door een herzieningsconferentie hetzij ingevolge artikel 14 worden gewijzigd.

Artikel 14. Wijziging van zekere bepalingen van het Verdrag

  • (a). Voorstellen ingevolge dit artikel tot wijziging van de artikelen 10 en 11 kunnen door iedere Verdragsluitende Staat of door de Directeur-Generaal worden ingediend.
  • (b). Deze voorstellen worden door de Directeur-Generaal ten minste zes maanden voor zij aan het onderzoek door de Algemene Vergadering worden onderworpen, medegedeeld aan de Verdragsluitende Staten.
  • (a). Wijzigingen van de in het eerste lid genoemde artikelen worden door de Algemene Vergadering aangenomen.
  • (b). Voor de aanneming van een wijziging van artikel 10 is een meerderheid van vier vijfde van het aantal uitgebrachte stemmen nodig; voor de aanvaarding van een wijziging van artikel 11 is een meerderheid van drie vierde van het aantal uitgebrachte stemmen nodig.
  • (a). Elke wijziging van de in het eerste lid genoemde artikelen wordt van kracht één maand na ontvangst door de Directeur-Generaal van de schriftelijke kennisgevingen van aanvaarding, tot stand gekomen overeenkomstig hun onderscheiden constitutionele procedures, door drie vierde van de Verdragsluitende Staten die op het tijdstip waarop de wijziging door de Algemene Vergadering werd aangenomen, lid waren van de Algemene Vergadering.
  • (b). Elke aldus aanvaarde wijziging van de genoemde artikelen bindt alle Verdragsluitende Staten die op het tijdstip waarop de wijziging door de Algemene Vergadering werd aangenomen, Verdragsluitende Staten waren, met dien verstande dat elke wijziging die financiële verplichtingen voor de bedoelde Verdragsluitende Staten scheppen of zulke verplichtingen uitbreiden, slechts die Verdragsluitende Staten bindt welke kennis hebben gegeven van aanvaarding van deze wijziging.
  • (c). Elke wijziging die is aanvaard en die overeenkomstig het bepaalde in letter (a) van kracht is geworden, bindt alle Staten die toetreden als Verdragsluitende Staten na de datum waarop de wijziging door de Algemene Vergadering werd aangenomen.

HOOFDSTUK IV. SLOTBEPALINGEN

Artikel 15. Wijze waarop Staten partij bij liet Verdrag kunnen worden

1.

Elke Staat die lid is van de Internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), kan partij bij dit Verdrag worden door:

  • (i). ondertekening, gevolgd door nederlegging van een akte van bekrachtiging, of
  • (ii). nederlegging van een akte van toetreding.
2.

De akten van bekrachtiging of toetreding worden bij de Directeur-Generaal nedergelegd.

Artikel 16. Inwerkingtreding van het Verdrag

1.

Dit Verdrag treedt in werking ten aanzien van de eerste vijf Staten die hun akte van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd, drie maanden na de datum waarop de vijfde akte van bekrachtiging of toetreding is nedergelegd.

2.

Dit Verdrag treedt in werking ten aanzien van elke andere Staat drie maanden na de datum waarop deze Staat zijn akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd, tenzij een later tijdstip is aangegeven in de akte van bekrachtiging of toetreding. In dat geval treedt dit Verdrag ten aanzien van deze Staat in werking op de aldus aangegeven datum.

Artikel 17. Opzegging van het Verdrag

1.

Elke Verdragsluitende Staat kan dit Verdrag opzeggen door een schriftelijke kennisgeving aan de Directeur-Generaal.

2.

De opzegging wordt van kracht twee jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen.

3.

De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid tot opzegging kan door een Verdragsluitende Staat slechts worden uitgeoefend na afloop van een termijn van vijf jaar, te rekenen van de datum waarop deze Staat partij bij dit Verdrag is geworden.

4.

De opzegging van dit Verdrag door een Verdragsluitende Staat die de in artikel 7, eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring heeft afgegeven met betrekking tot een instituut voor bewaarneming, dat daardoor de status van internationale depositaris heeft verkregen, heeft tot gevolg dat deze status wordt beëindigd één jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de in het eerste lid bedoelde kennisgeving heeft ontvangen.

Artikel 18. Ondertekening en talen van het Verdrag

  • (a). Dit Verdrag wordt ondertekend in één enkel exemplaar in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
  • (b). Officiële teksten van dit Verdrag worden door de Directeur-Generaal vastgesteld, na raadpleging van de betrokken regeringen en binnen twee maanden vanaf de datum van ondertekening van dit Verdrag, in de andere talen waarin het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom werd ondertekend.
  • (c). Officiële teksten van dit Verdrag worden door de Directeur-Generaal vastgesteld, na raadpleging van de betrokken regeringen, in de Arabische, de Duitse, de Italiaanse, de Japanse en de Portugese taal en in andere door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.
2.

Dit Verdrag staat open voor ondertekening te Boedapest tot 31 december 1977.

Artikel 19. Nederlegging van het Verdrag; verstrekking van afschriften; registratie van het Verdrag

1.

Het origineel van dit Verdrag wordt, indien dit niet meer voor ondertekening openstaat, nedergelegd bij de Directeur-Generaal.

2.

De Directeur-Generaal zendt twee door hem gewaarmerkte afschriften van dit Verdrag en het Uitvoeringsreglement aan de Regeringen van alle in artikel 15, eerste lid bedoelde Staten, aan de intergouvernementele organisaties die een verklaring ingevolge artikel 9, eerste lid, letter (a) kunnen deponeren, en, op verzoek, aan de Regeringen van andere Staten.

3.

De Directeur-Generaal laat dit Verdrag registreren bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

4.

De Directeur-Generaal zendt twee door hem gewaarmerkte afschriften van elke wijziging van dit Verdrag en van het Uitvoeringsreglement aan alle Verdragsluitende Staten, aan alle intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom en, op verzoek, aan de Regeringen van andere Staten en aan elke andere intergouvernementele organisatie die een verklaring ingevolge artikel 9, eerste lid, letter (a) kan deponeren.

Artikel 20. Kennisgevingen

De Directeur-Generaal stelt de Verdragsluitende Staten, de intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom, alsmede die Staten welke geen lid zijn van de Unie, maar wel lid zijn van de Internationale Unie tot de bescherming van de industriële eigendom (Unie van Parijs), in kennis van:

  • (i). de ondertekeningen overeenkomstig artikel 18;
  • (ii). de nederleggingen van de akten van bekrachtiging of toetreding overeenkomstig artikel 15, tweede lid;
  • (iii). de overeenkomstig artikel 9, eerste lid, letter (a) gedeponeerde verklaringen, alsmede de kennisgevingen van intrekking overeenkomstig artikel 9, tweede of derde lid;
  • (iv). de datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig artikel 16, eerste lid;
  • (v). de mededelingen overeenkomstig de artikelen 7 en 8, alsmede de besluiten overeenkomstig artikel 8;
  • (vi). de aanvaarding van wijzigingen van dit Verdrag overeenkomstig artikel 14, derde lid;
  • (vii). elke wijziging van het Uitvoeringsreglement;
  • (viii). de data waarop wijzigingen van het Verdrag of van het Uitvoeringsreglement van kracht worden;
  • (ix). de overeenkomstig artikel 17 ontvangen opzeggingen.

Regel 1. Verkorte uitdrukkingen en interpretatie van het woord „ondertekening”

1.1. „Verdrag”

In dit Uitvoeringsreglement betekent „Verdrag” het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiprocedure.

1.2. „Artikel”

In dit Uitvoeringsreglement heeft het woord „artikel” betrekking op het desbetreffende artikel van het Verdrag.

1.3. „Ondertekening”

Steeds waar in dit Uitvoeringsreglement het woord „ondertekening” wordt gebruikt, wordt dit woord, indien de wetten van de Staat op wiens grondgebied zich de zetel van een internationale depositaris bevindt, het gebruik van een zegel in plaats van een ondertekening vereisen, wat deze depositaris betreft, opgevat als „zegel”.

Regel 2. Internationale depositarissen

2.1. Wettelijke status

Een internationale depositaris kan een overheidsinstelling zijn, met inbegrip van een openbare instelling, verbonden aan een openbaar bestuurslichaam anders dan de centrale overheid, of een particuliere instelling.

2.2. Personeel en voorzieningen

De in artikel 6, tweede lid, onder (ii) bedoelde eisen omvatten in het bijzonder het onderstaande:

  • (i). het personeel en de voorzieningen van een internationale depositaris dienen de genoemde depositaris in staat te stellen de gedeponeerde micro-organismen op zodanige wijze op te slaan, dat daardoor wordt gewaarborgd dat deze in levensvatbare zuivere toestand worden bewaard;
  • (ii). een internationale depositaris dient, ten behoeve van de opslag van micro-organismen, toereikende veiligheidsmaatregelen te nemen om het risico van het verlies van de bij hem gedeponeerde micro-organismen zoveel mogelijk te beperken.

2.3. Verstrekking van monsters

De in artikel 6, tweede lid, onder (viii) bedoelde eisen omvatten in het bijzonder de eis dat een internationale depositaris op snelle en passende wijze monsters van gedeponeerde micro-organismen dient te verstrekken.

Regel 3. Verkrijging van de status van internationale depositaris

3.1. Mededeling

  • (a). De in artikel 7, eerste lid bedoelde mededeling wordt gericht aan de Directeur-Generaal, in het geval van een Verdragsluitende Staat, langs diplomatieke weg of, in het geval van een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, door haar hoogste functionaris.
  • (b). De mededeling dient:
  • (i). de naam en het adres te vermelden van het instituut voor bewaarneming, waarop de mededeling betrekking heeft;
  • (ii). uitvoerige inlichtingen te bevatten omtrent de geschiktheid van het genoemde instituut om aan de in artikel 6, tweede lid, vermelde eisen te voldoen, met inbegrip van gegevens omtrent de wettelijke status, de wetenschappelijke reputatie, het personeel en de voorzieningen van het instituut;
  • (iii). indien het genoemde instituut voor bewaarneming slechts bepaalde soorten micro-organismen als depot beoogt te aanvaarden, deze soorten te omschrijven;
  • (iv). het bedrag van de eventuele vergoedingen aan te geven, dat het genoemde instituut, na het verkrijgen van de status van internationale depositaris, in rekening brengt voor de opslag van micro-organismen, verklaringen inzake levensvatbaarheid en verstrekking van monsters ervan;
  • (v). de officiële taal of talen van het genoemde instituut te vermelden;
  • (vi). zo nodig de in artikel 7, eerste lid, letter (b) bedoelde datum aan te geven.

3.2. Behandeling van de mededeling

Indien de mededeling voldoet aan het bepaalde in artikel 7, eerste lid, en Regel 3, eerste lid, dient de Directeur-Generaal onverwijld kennis van deze mededeling te geven aan alle Verdragsluitende Staten en intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom en dient zij onverwijld door het Internationaal Bureau te worden gepubliceerd.

3.3. Uitbreiding van de lijst van aanvaarde soorten micro-organismen

De Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom die de in artikel 7, eerste lid bedoelde mededeling heeft gedaan, kan op elk gewenst tijdstip daarna de Directeur-Generaal ervan in kennis stellen dat de waarborgen van de betrokken Staat of organisatie worden uitgebreid tot bepaalde soorten micro-organismen waartoe de waarborgen zich tot dusver niet hebben uitgestrekt, in een dergelijk geval, en voor zover het de toegevoegde soorten micro-organismen betreft, is mutatis mutandis het bepaalde in artikel 7 en Regel 3, eerste en tweede lid, van toepassing.

Regel 4. Beëindiging of beperking van de status van internationale depositaris

4.1. Verzoek; behandeling van het verzoek

  • (a). Het in artikel 8, eerste lid, letter (a) bedoelde verzoek wordt gericht aan de Directeur-Generaal, zoals bepaald in Regel 3, eerste lid, letter (a).
  • (b). Het verzoek dient:
  • (i). de naam en het adres van de betrokken internationale depositaris te vermelden;
  • (ii). indien het slechts betrekking heeft op bepaalde soorten micro-organismen, deze soorten nauwkeurig op te geven;
  • (iii). de feiten waarop het wordt gebaseerd, uitvoerig uiteen te zetten.
  • (c). Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de letters (a) en (b), geeft de Directeur-Generaal onverwijld kennis van dit verzoek aan alle Verdragsluitende Staten en intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom.
  • (d). Behoudens het bepaalde in letter (e) dient de Algemene Vergadering het verzoek niet eerder in overweging te nemen dan zes, doch niet later dan acht maanden na het tijdstip waarop kennisgeving van het verzoek werd gedaan.
  • (e). Indien, naar de mening van de Directeur-Generaal, inachtneming van de in letter (d) vermelde tijdslimiet de belangen van feitelijke of mogelijke bewaargevers zou kunnen schaden, kan hij de Algemene Vergadering bijeenroepen op een eerder tijdstip dan dat waarop de in letter (d) voorziene termijn van zes maanden is verstreken.
  • (f). Indien de Algemene Vergadering besluit de status van internationale depositaris te beëindigen of te beperken tot bepaalde soorten micro-organismen, wordt dit besluit van kracht drie maanden na de datum waarop het werd genomen.

4.2. Mededeling; datum van inwerkingtreding, behandeling van mededeling

  • (a). De in artikel 8, tweede lid, letter (a) beodelde mededeling wordt gericht aan de Directeur-Generaal, zoals bepaald in Regel 3, eerste lid, letter (a).
  • (b). De mededeling dient:
  • (i). de naam en het adres van de betrokken internationale depositaris te vermelden;
  • (ii). indien deze slechts betrekking heeft op bepaalde soorten micro-organismen, deze soorten nauwkeurig op te geven;
  • (iii). indien de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom die de mededeling doet, verlangt dat de in artikel 8, tweede lid, letter (b), omschreven rechtsgevolgen plaatsvinden op een later tijdstip dan na afloop van een tijdvak van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de mededeling, dit latere tijdstip aan te geven.
  • (c). Indien het bepaalde in letter (b) onder (iii) van toepassing is, vinden de in artikel 8, tweede lid, letter (b) omschreven rechtsgevolgen plaats op de ingevolge dat lid in de mededeling aangegeven datum; anders dienen deze plaats te vinden na afloop van een tijdvak van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de mededeling.
  • (d). De Directeur-Generaal geeft onverwijld aan alle Verdragsluitende Staten en intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom kennis van elke ingevolge artikel 8, tweede lid, ontvangen mededeling en van de datum waarop deze ingevolge het bepaalde in letter (c) van kracht wordt. Een desbetreffende kennisgeving wordt onverwijld door het Internationaal Bureau gepubliceerd.

4.3. Gevolgen voor depots

In geval van beëindiging of beperking van de status van internationale depositaris ingevolge de artikelen 8, eerste en tweede lid, 9, vierde lid, of 17, vierde lid, is mutatis mutandis Regel 5, eerste lid van toepassing.

Regel 5. In gebreke blijven van de internationale depositaris

5.1. Staking van de uitoefening van de functies met betrekking tot gedeponeerde micro-organismen

  • (a). Indien een internationale depositaris tijdelijk of voorgoed de uitvoering staakt van één van de taken die hij ingevolge dit Verdrag en dit Uitvoeringsreglement moet verrichten met betrekking tot bij hem gedeponeerde micro-organismen, dient de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, die ten aanzien van deze depositaris de waarborgen ingevolge artikel 6, eerste lid heeft verstrekt:
  • (i). er zoveel mogelijk voor te zorgen dat monsters van al deze micro-organismen, onverwijld en zonder schade of besmetting, van de genoemde depositaris („de in gebreke blijvende depositaris”) worden overgedragen aan een andere internationale depositaris („de vervangende depositaris”) ;
  • (ii). er zoveel mogelijk voor te zorgen dat alle poststukken of andere mededelingen, gericht aan de in gebreke blijvende depositaris, en alle dossiers en andere van belang zijnde gegevens met betrekking tot de genoemde micro-organismen, die in het bezit van deze depositaris zijn, onverwijld worden overgedragen aan de vervangende depositaris;
  • (iii). er zoveel mogelijk voor te zorgen dat de in gebreke blijvende depositaris onverwijld alle betrokken bewaargevers in kennis stelt van de staking van de uitoefening van zijn functies en van de uitgevoerde overdrachten;
  • (iv). de Directeur-Generaal onverwijld in kennis te stellen van het feit en de omvang van de staking in kwestie en van de maatregelen die ingevolge het bepaalde onder (i) t/m (iii) zijn genomen door de bedoelde Verdragsluitende Staat of intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom.
  • (b). De Directeur-Generaal stelt de Verdragsluitende Staten en de intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom, alsmede de bureaus voor de industriële eigendom, onverwijld in kennis van de ingevolge letter (a) onder (iv) ontvangen kennisgeving; de kennisgeving van de Directeur-Generaal en de door hem ontvangen kennisgeving worden onverwijld door het Internationaal Bureau gepubliceerd.
  • (c). Ingevolge de toepasselijke octrooiverleningsprocedure kan worden geëist, dat de bewaargever, onverwijld na ontvangst van het in Regel 7, vijfde lid, bedoelde ontvangbewijs, het bureau voor de industriële eigendom waarbij de octrooi-aanvrage werd ingediend met betrekking tot het oorspronkelijke depot, in kennis stelt van het nieuwe nummer waaronder het depot is ingeschreven door de vervangende depositaris.
  • (d). De vervangende depositaris bewaart het door de in gebreke blijvende depositaris toegekende inschrijvingsnummer in een passende vorm, te zamen met het nieuwe inschrijvingsnummer.
  • (e). In aanvulling op de overdracht ingevolge het bepaalde in letter (a) onder (i) verricht, draagt de in gebreke blijvende depositaris, voor zover mogelijk, op verzoek van de bewaargever ook een monster van een bij hem gedeponeerd micro-organisme, te zamen met afschriften van alle poststukken of andere mededelingen en afschriften van alle dossiers en andere van belang zijnde gegevens zoals bedoeld in letter (a) onder (ii), over aan een door de bewaargever aangewezen andere internationale depositaris dan de vervangende depositaris, mits de bewaargever alle uit deze overdracht voortvloeiende kosten betaalt aan de in gebreke blijvende depositaris. De bewaargever betaalt de vergoeding voor de opslag van het genoemde monster aan de door hem aangewezen internationale depositaris.
  • (f). Op verzoek van een daarbij betrokken bewaargever bewaart de in gebreke blijvende depositaris, voor zover mogelijk, monsters van de bij hem gedeponeerde micro-organismen.

5.2. Weigering tot aanvaarding van bepaalde soorten micro-organismen

  • (a). Indien een internationale depositaris weigert het depot van een van de soorten micro-organismen te aanvaarden, die hij ingevolge de verstrekte waarborgen dient te aanvaarden, stelt de Verdragsluitende Staat of de intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, die ten aanzien van deze depositaris de in artikel 7, eerste lid, letter (a) bedoelde verklaring heeft afgegeven, de Directeur-Generaal onverwijld in kennis van de desbetreffende feiten en de maatregelen die zijn genomen.
  • (b). De Directeur-Generaal stelt de overige Verdragsluitende Staten en intergouvernementele organisaties voor de industriële eigendom onverwijld in kennis van de ingevolge het bepaalde in letter (a) ontvangen kennisgeving; de kennisgeving van de Directeur-Generaal en de door hem ontvangen kennisgeving worden onverwijld door het Internationaal Bureau gepubliceerd.

Regel 6. Het verrichten van het oorspronkelijke depot of het nieuwe depot

  • (a). Het door de bewaargever aan de internationale depositaris overgedragen micro-organisme gaat, behalve in gevallen waarin Regel 6, tweede lid van toepassing is, vergezeld van een schriftelijke verklaring die van de handtekening van de bewaargever is voorzien en de volgende gegevens bevat:
  • (i). een aanduiding dat het depot ingevolge het Verdrag is verricht en een verklaring dat dit depot gedurende het in Regel 9, eerste lid, aangegeven tijdvak niet zal worden ingetrokken;
  • (ii). de naam en het adres van de bewaargever;
  • (iii). bijzonderheden omtrent de omstandigheden die vereist zijn voor het kweken van het micro-organisme, voor de opslag ervan en voor het onderzoek van de levensvatbaarheid ervan, alsook, in gevallen waarin een mengcultuur van micro-organismen is gedeponeerd, beschrijvingen van de bestanddelen ervan, alsmede ten minste één van de methoden waarmee de aanwezigheid van de micro-organismen kan worden vastgesteld;
  • (iv). een identificatieaanduiding (nummer, tekens enz.) van het micro-organisme door de bewaargever;
  • (v). een aanduiding van de eigenschappen van het micro-organisme die gevaarlijk zijn of kunnen zijn voor de gezondheid of voor het milieu, of een aanduiding dat de bewaargever zodanige eigenschappen niet bekend zijn.
  • (b). Het wordt dringend aanbevolen dat in de in letter (a) bedoelde schriftelijke verklaring de wetenschappelijke beschrijving en/of de voorgestelde taxonomische aanduiding van het gedeponeerde micro-organisme wordt opgenomen.

6.2. Het nieuwe depot

  • (a). Behoudens het bepaalde in letter (b), in het geval van een ingevolge artikel 4 verricht nieuw depot, gaat het door de bewaargever aan de internationale depositaris overgedragen micro-organisme vergezeld van een afschrift van het ontvangbewijs van het voorgaande depot, een afschrift van de laatste verklaring inzake de levensvatbaarheid van het micro-organisme dat het voorwerp van het voorgaande depot was waaruit blijkt dat het micro-organisme levensvatbaar is, alsmede een schriftelijke verklaring die van de handtekening van de bewaargever is voorzien en de volgende gegevens bevat:
  • (i). de in Regel 6, eerste lid, letter (a) onder (i) t/m (v) genoemde vermeldingen;
  • (ii). een verklaring waarin wordt aangegeven op welke grond ingevolge artikel 4, eerste lid, letter (a) het nieuwe depot is verricht, een verklaring waarin wordt gesteld dat het micro-organisme dat het voorwerp van het nieuwe depot vormt, hetzelfde is als dat wat het voorwerp van het voorgaande depot vormde, en een aanduiding van de datum waarop de bewaargever de kennisgeving bedoeld in artikel 4, eerste lid, letter (a) heeft ontvangen of, naar gelang het geval is, de datum van de publikatie bedoeld in artikel 4, eerste lid, letter (e);
  • (iii). indien een wetenschappelijke beschrijving en/of een voorgestelde taxonomische aanduiding werd(en) gegeven in verband met het voorgaande depot, de meest recent wetenschappelijke beschrijving en/of voorgestelde taxonomische aanduiding die werd medegedeeld aan de internationale depositaris bij wie het voorgaande depot heeft plaatsgevonden.
  • (b). Indien het nieuwe depot wordt verricht bij de internationale depositaris bij wie het voorgaande depot heeft plaatsgevonden, is het bepaalde in letter (a) onder (i) niet van toepassing.
  • (c). Voor de toepassing van de letters (a) en (b) van Regel 7, vierde lid, wordt onder „voorgaand depot” verstaan:
  • (i). wanneer het nieuwe depot is voorafgegaan door een of meer andere nieuwe depots: het depot dat het laatst is verricht;
  • (ii). wanneer het nieuwe depot niet is voorafgegaan door een of meer andere nieuwe depots: het oorspronkelijke depot.

6.3. Eisen van de internationale depositaris

  • (a). Een internationale depositaris kan verlangen:
  • (i). dat het micro-organisme wordt gedeponeerd in de vorm en in de hoeveelheid, vereist voor de uitvoering van het Verdrag en dit Uitvoengsreglement;
  • (ii). dat een formulier wordt overgelegd dat door deze depositaris wordt vastgesteld en door de bewaargever naar behoren wordt ingevuld ten behoeve van de administratieve procedures van de depositaris;
  • (iii). dat de schriftelijke verklaring bedoeld in Regel 6, eerste lid, letter (a) of tweede lid, letter (a) wordt opgesteld in de taal of in een van de talen aangegeven door deze depositaris, met dien verstande dat deze opgave ten minste de officiële taal of talen vermeld ingevolge Regel 3, eerste lid, letter (b) onder (v) dient te omvatten;
  • (iv). dat de in Regel 12, eerste lid, letter (a) onder (i) bedoelde vergoeding voor opslag wordt betaald; en
  • (v). dat, voor zover de wet die van toepassing is, zich daartegen niet verzet, de bewaargever een overeenkomst met deze depositaris sluit, waarin de verplichtingen van de bewaargever en genoemde depositaris worden omschreven.
  • (b). Een internationale depositaris doet mededeling van alle eisen en van elke wijziging daarvan aan het Internationaal Bureau.

6.4. Aanvaardingsprocedure

  • (a). De internationale depositaris weigert het micro-organisme te aanarden en stelt de bewaargever onverwijld schriftelijk van deze weigering en van de redenen daarvoor in kennis, indien:
  • (i). het micro-organisme niet het soort micro-organisme is waartoe de ngevolge Regel 3, eerste lid, letter (b) onder of derde lid verschafte waarborgen zich uitstrekken;
  • (ii). de eigenschappen van het micro-organisme zo uitzonderlijk zijn dat de internationale depositaris technisch niet in staat is de taken te verrichten die hij ten aanzien daarvan ingevolge het Verdrag en dit Uitvoeringsreglement dient te verrichten;
  • (iii). het depot wordt ontvangen in een staat waaruit duidelijk blijkt dat het micro-organisme ontbreekt of die om wetenschappelijke redenen de aanvaarding van het micro-organisme uitsluit.
  • (b). Behoudens het bepaalde in letter (a) aanvaardt de internationale depositaris het micro-organisme wanneer aan alle eisen van Regel 6, eerste lid, letter (a) of tweede lid, letter (a) en derde lid, letter (a) is voldaan. Indien aan een van deze eisen niet is voldaan, stelt de internationale depositaris de bewaargever onverwijld schriftelijk van dit feit in kennis en nodigt hij hem uit aan deze eisen te voldoen.
  • (c). Wanneer het micro-organisme is aanvaard als een oorspronkelijk of een nieuw depot, is de datum van dat oorspronkelijke of nieuwe depot, al naar gelang het geval is, de datum waarop het micro-organisme door de internationale depositaris werd ontvangen.
  • (d). Op verzoek van de bewaargever en mits aan alle eisen bedoeld in letter (b) is voldaan, beschouwt de internationale depositaris een microorganisme dat werd gedeponeerd voordat deze autoriteit de status van internationale depositaris had verworven, voor de toepassing van het Verdrag te zijn ontvangen op de datum waarop deze status werd verworven.

Regel 7. Ontvangbewijs

7.1. Afgifte van een ontvangbewijs

De internationale depositaris verstrekt, met betrekking tot elk bij hem verricht of aan hem overgedragen depot van micro-organismen, aan de bewaargever een ontvangbewijs ten bewijze van het feit dat hij het micro-organisme heeft ontvangen en aanvaard.

7.2. Vorm; talen; ondertekening

  • (a). Elk ontvangbewijs, bedoeld in Regel 7, eerste lid, wordt gesteld op een formulier dat als „internationaal formulier” wordt aangeduid en waarvan een model door de Directeur-Generaal wordt vastgesteld in de door de Algemene Vergadering aan te wijzen talen.
  • (b). Alle woorden of letters die op het ontvangbewijs worden ingevuld in andere tekens dan die uit het Latijnse alfabet, worden daarin eveneens vermeld in tekens uit het Latijnse alfabet.
  • (c). Het ontvangbewijs is voorzien van de handtekening van de persoon of de personen die bevoegd zijn de internationale depositaris te vertegenwoordigen, of die van enige andere, naar behoren door de genoemde persoon of personen gemachtigde functionaris van het instituut.

7.3. Inhoud van het ontvangbewijs bij een oorspronkelijk depot

In het ontvangbewijs, bedoeld in Regel 7, eerste lid, en afgegeven in het geval van een oorspronkelijk depot, wordt aangegeven dat het door het instituut voor bewaargeving is afgegeven in zijn hoedanigheid van internationale depositaris krachtens het Verdrag, en het dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:

  • (i). de naam en het adres van de internationale depositaris;
  • (ii). de naam en het adres van de bewaargever;
  • (iii). de datum van het oorspronkelijke depot zoals omschreven in Regel 6, vierde lid, letter (c);
  • (iv). de identificatieaanduiding (nummer, tekens enz.) van het micro-organisme gegeven door de bewaargever;
  • (v). het door de internationale depositaris aan het depot toegekende inschrijvingsnummer;
  • (vi). in gevallen waarin de schriftelijke verklaring zoals is bedoeld in Regel 6, eerste lid, letter (a), de wetenschappelijke en/of voorgestelde taxonomische aanduiding van het micro-organisme bevat: een verwijzing naar dit feit.

7.4. Inhoud van het ontvangbewijs bij een nieuw depot

Het ontvangbewijs, bedoeld in Regel 7, eerste lid, en afgegeven bij een ingevolge artikel 4 verricht nieuw depot, gaat vergezeld van een afschrift van het ontvangbewijs van het voorgaande depot (in de zin van Regel 6, tweede lid, letter (c)) en een afschrift van de meest recente verklaring inzake de levensvatbaarheid van het micro-organisme dat het voorwerp van het voorgaande depot (in de zin van Regel 6, tweede lid, letter (c)) was, waarin wordt vermeld dat het micro-organisme levensvatbaar is, en dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:

  • (i). de naam en het adres van de internationale depositaris;
  • (ii). de naam en het adres van de bewaargever;
  • (iii). de datum van het nieuwe depot zoals omschreven in Regel 6, vierde lid, letter (c);
  • (iv). de identificatieaanduiding (nummer, tekens enz.) van het micro-organisme gegeven door de bewaargever;
  • (v). het door de internationale depositaris aan het depot toegekende inschrijvingsnummer;
  • (vi). een vermelding van de reden waarom het nieuwe depot is verricht en van de daarop betrekking hebbende datum, zoals door de bewaargever overeenkomstig het bepaalde in Regel 6, tweede lid, letter (a) onder (ii) is aangegeven;
  • (vii). ingeval Regel 6, tweede lid, letter (a) onder (iii) van toepassing is: een verwijzing naar het feit dat een wetenschappelijke beschrijving en/of een voorgestelde taxonomische aanduiding door de bewaargever is/zijn gegeven;
  • (viii). het aan het voorgaande depot (in de zin van Regel 6, tweede lid, letter (c)) toegekende inschrijvingsnummer.

7.5. Ontvangbewijs in geval van overdracht

De internationale depositaris aan wie ingevolge Regel 5, eerste lid, letter (a), onder (i) monsters van micro-organismen worden overgedragen, verstrekt met betrekking tot elk depot in verband waarmee een monster wordt overgedragen, aan de bewaargever een ontvangbewijs waarop wordt vermeld dat het door het instituut voor bewaargeving wordt afgegeven in zijn hoedanigheid van internationale depositaris krachtens het Verdrag, en dat ten minste de volgende gegevens bevat:

  • (i). de naam en het adres van de internationale depositaris;
  • (ii). de naam en het adres van de bewaargever;
  • (iii). de datum waarop het overgedragen monster door de internationale depositaris werd ontvangen (datum van de overdracht);
  • (iv). de identificatieaanduiding (nummer, tekens enz.) van het micro-organisme gegeven door de bewaargever;
  • (v). het door de internationale depositaris toegekende inschrijvingsnummer;
  • (vi). de naam en het adres van de internationale depositaris van wie de overdracht afkomstig was;
  • (vii). het door de internationale depositaris, van wie de overdracht afkomstig was, toegekende inschrijvingsnummer;
  • (viii). indien de schriftelijke verklaring bedoeld in Regel 6, eerste lid, letter (a) of tweede lid, letter (a) de wetenschappelijke beschrijving en/of de voorgestelde taxonomische aanduiding van het micro-organisme bevatte , of indien een zodanige wetenschappelijke beschrijving en/of voorgestelde taxonomische aanduiding ingevolge Regel 8, eerste lid op een later tijdstip werd(en) medegedeeld of gewijzigd, een verwijzing naar dat feit.

7.6. Toezending van de wetenschappelijke beschrijving en/of de voorgestelde taxonomische aanduiding

Op verzoek van een partij die ingevolge het bepaalde in Regel 11, eerste, tweede of derde lid, gerechtigd is een monster van het gedeponeerde micro-organisme te ontvangen, zendt de internationale depositaris de in Regel 6, eerste lid, letter (b), tweede lid, letter (a) onder (iii) of in Regel 8, eerste lid, letter (b) onder (iii) bedoelde meest recente wetenschappelijke beschrijvingen/of taxonomische aanduiding aan deze partij toe.

Regel 8. Mededeling of wijziging van de wetenschappelijke beschrijving en/of de voorgestelde taxonomische aanduiding op een later tijdstip

8.1. Kennisgeving

  • (a). Indien in verband met het depot van een micro-organisme, geen wetenschappelijke beschrijving en/of taxonomische aanduiding van het micro-organisme is/zijn gegeven, kan de bewaargever deze beschrijving op een later tijdstip geven of, ingeval zulks reeds is geschied, deze beschrijving en/of aanduiding wijzigen.
  • (b). Elke mededeling of wijziging op een later tijdstip geschiedt door middel van een schriftelijke kennisgeving, voorzien van de handtekening van de bewaargever en gericht aan de internationale depositaris, die de volgende gegevens bevat:
  • (i). de naam en het adres van de bewaargever;
  • (ii). het door genoemde depositaris toegekende inschrijvingsnummer;
  • (iii). de wetenschappelijke beschrijving en/ of de voorgestelde taxonomische aanduiding van het micro-organisme;
  • (iv). in geval van een wijziging: de laatste daaraan voorafgaande wetenschappelijke beschrijving en/of voorgestelde taxonomische aanduiding.

8.2. Bewijs

De internationale depositaris verstrekt, op verzoek van de bewaargever die de in Regel 8, eerste lid, bedoelde kennisgeving heeft gedaan, deze een bewijs waarin de in Regel 8, eerste lid, letter (b) onder (i) t/m (iv), genoemde gegevens en de datum van ontvangst van deze kennisgeving zijn vermeld.

Regel 9. Opslag van micro-organismen

9.1. Duur van de opslag

Elk micro-organisme dat bij een internationale depositaris wordt gedeponeerd, dient door deze depositaris te worden opgeslagen, met alle nodige zorg om het micro-organisme levensvatbaar en vrij van besmetting te houden, voor een tijdvak van ten minste vijf jaar na het tijdstip waarop het laatste verzoek om verstrekking van een monster van het gedeponeerde micro-organisme door de genoemde depositaris werd ontvangen, en in elk geval voor een tijdvak van ten minste 30 jaar na de datum van het depot.

9.2. Geheimhouding

Geen enkele internationale depositaris mag aan derden mededelen of een micro-organisme ingevolge het Verdrag bij hem is gedeponeerd. Bovendien mag hij niemand inlichtingen verstrekken omtrent een bij hem ingevolge dit Verdrag gedeponeerd micro-organisme, behalve aan een instantie, natuurlijke persoon of rechtspersoon die krachtens het bepaalde in Regel 11 bevoegd is tot verkrijging van een monster van het genoemde micro-organisme en op dezelfde voorwaarden als in die Regel zijn bepaald.

Regel 10. Onderzoek van de levensvatbaarheid en daarop betrekking hebbende verklaring

10.1. Verplichting tot instelling van een onderzoek

De internationale depositaris onderzoekt de levensvatbaarheid van elk bij hem gedeponeerd micro-organisme:

  • (i). onverwijld na elk depot, zoals bedoeld in Regel 6, of elke overdracht, bedoeld in Regel 5, eerste lid;
  • (ii). met redelijke tussenpozen, afhankelijk van de aard van het micro-organisme en van de eventuele voorwaarden voor opslag, of op enig ander tijdstip, indien zulks op technische gronden noodzakelijk is;
  • (iii). op enig ander tijdstip, op verzoek van de bewaargever.

10.2. Verklaring inzake levensvatbaarheid

  • (a). De internationale depositaris geeft een verklaring af inzake de levensvatbaarheid van de gedeponeerde micro-organismen:
  • (i). aan de bewaargever: onverwijld na elk depot, zoals bedoeld in Regel 6, of na elke overdracht, zoals bedoeld in Regel 5, eerste lid;
  • (ii). aan de bewaargever: op diens verzoek op enig tijdstip na het depot of na de overdracht;
  • (iii). aan een bureau voor de industriële eigendom, een andere instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon, anders dan de bewaarder, aan wie of waaraan monsters van het gedeponeerde micro-organisme werden verstrekt overeenkomstig het bepaalde in Regel 11, op diens verzoek of op verzoek daarvan, ten tijde van of op enig tijdstip na de verstrekking van de monsters.
  • (b). De verklaring inzake de levensvatbaarheid geeft aan of het micro-organisme levensvatbaar of niet meer levensvatbaar is, en bevat de volgende gegevens:
  • (i). de naam en het adres van de internationale depositaris die de verklaring afgeeft;
  • (ii). de naam en het adres van de bewaargever;
  • (iii). de datum bedoeld in Regel 7, derde lid, onder (iii) of, indien een nieuw depot is verricht of een overdracht heeft plaatsgevonden, de meest recente van de data bedoeld in regel 7, vierde lid, onder (iii) en vijfde lid, onder (iii);
  • (iv). het door de genoemde depositaris toegekende inschrijvingsnummer;
  • (v). de datum van het onderzoek waarop de verklaring betrekking heeft;
  • (vi). inlichtingen omtrent de omstandigheden waaronder het onderzoek inzake de levensvatbaarheid is uitgevoerd, mits de bedoelde inlichtingen zijn gevraagd door de partij waaraan de verklaring inzake de levensvatbaarheid wordt verstrekt, en de uitslag van het onderzoek negatief is.
  • (c). In de in letter (a) onder (ii) en (iii) bedoelde gevallen heeft de verklaring inzake de levensvatbaarheid betrekking op het laatste onderzoek naar de levensvatbaarheid.
  • (d). Wat de vorm, de talen en de ondertekening betreft, is mutatis mutandis Regel 7, tweede lid, van toepassing op de verklaring inzake de levensvatbaarheid.
  • (e). In het in letter (a) onder (i) bedoelde geval of indien het verzoek wordt gedaan door een bureau voor de industriële eigendom, geschiedt de afgifte van de verklaring inzake de levensvatbaarheid kosteloos. Een eventuele vergoeding, verschuldigd ingevolge Regel 12, eerste lid, letter (a), onder (iii), met betrekking tot een andere verklaring inzake de levensvatbaarheid, wordt aan de partij die om de verklaring heeft verzocht, in rekening gebracht; deze wordt betaald voor of op de datum waarop het verzoek wordt gedaan.

Regel 11. Verstrekking van monsters

11.1. Verstrekking van monsters aan belanghebbende bureaus voor de industriële eigendom

Elke internationale depositaris verstrekt een monster van een gedeponeerd micro-organisme aan het bureau voor de industriële eigendom van een Verdragsluitende Staat of van een intergouvernementele organisatie voor de industriële eigendom, op verzoek van dit bureau, mits het verzoek is vergezeld van een verklaring dat:

  • (i). bij dit bureau een aanvrage, betrekking hebbend op het depot van dit micro-organisme, is ingediend voor de verlening van een octrooi en dat het onderwerp van deze aanvrage het genoemde micro-organisme of het gebruik ervan omvat;
  • (ii). deze aanvrage nog in behandeling is bij dit bureau of tot de verlening van een octrooi heeft geleid.
  • (iii). het monster nodig is ten behoeve van de octrooiverleningsprocedure in de genoemde Verdragsluitende Staat of in de genoemde organisatie of de Lid-Staten daarvan;
  • (iv). het genoemde monster en alle gegevens die daarbij worden overgelegd of daaruit voortvloeien, slechts zullen worden gebruikt ten behoeve van de genoemde octrooiverleningsprocedure.

11.2. Verstrekking van monsters aan of met toestemming van de bewaargever

Een internationale depositaris verstrekt een monster van een gedeponeerd micro-organisme:

  • (i). aan de bewaargever, op diens verzoek;
  • (ii). aan een instantie, natuurlijke persoon of rechtspersoon (hierna te noemen: „de gemachtigde partij”), op verzoek van deze partij, mits het verzoek is vergezeld van een verklaring van de bewaargever, dat in de verzochte verstrekking van een monster wordt toegestemd.

11.3. Verstrekking van monsters aan wettelijk gerechtigde partijen

  • (a). Een internationale depositaris verstrekt een monster van een gedeponeerd micro-organisme aan een instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon (hierna te noemen: „de bevoegde partij”), op verzoek van deze partij, mits het verzoek wordt gedaan op een formulier waarvan de tekst door de Algemene Vergadering wordt vastgesteld, en het bureau voor de industriële eigendom op dit formulier bevestigt:
  • (i). bij dit bureau een aanvrage, verwijzend naar het depot van dit micro-organisme, is ingediend voor de verlening van een octrooi en dat het onderwerp van deze aanvrage het genoemde micro-organisme of het gebruik ervan omvat;
  • (ii). dat, behalve indien het tweede gedeelte van (iii) van toepassing is, publikatie ten behoeve van de octrooi-verleningsprocedure door dit bureau heeft plaatsgevonden;
  • (iii). hetzij dat de bevoegde partij recht heeft op een monster van het micro-organisme krachtens de octrooiwetgeving, die ten aanzien van dit bureau van toepassing is, en, ingeval de bedoelde wetgeving het bedoelde recht afhankelijk stelt van de vervulling van bepaalde voorwaarden, dat dit bureau zich ervan heeft overtuigd dat aan deze voorwaarden inderdaad is voldaan, hetzij dat de bevoegde partij haar handtekening heeft geplaatst op een formulier voor dit bureau en dat, door het plaatsen van deze handtekening op genoemd formulier, aan de voorwaarden voor het verstrekken van een monster aan de bevoegde partij wordt geacht te zijn voldaan overeenkomstig de octrooiwetgeving, die ten aanzien van dit bureau van toepassing is; indien de bevoegde partij het bedoelde recht krachtens de bedoelde wetgeving bezit voordat publikatie ten behoeve van de octrooiverleningsprocedure plaatsvindt door het genoemde bureau, en deze publikatie nog niet is geschied, wordt dit uitdrukkelijk verklaard en wordt in deze verklaring de toepasselijke bepaling van de bedoelde wet, met inbegrip van eventuele gerechtelijke beslissingen, op de gebruikelijke wijze opgenomen.
  • (b). Met betrekking tot door een bureau voor de industriële eigendom verleende en gepubliceerde octrooien kan dit bureau van tijd tot tijd aan alle internationale depositarissen lijsten toezenden met de inschrijvingsnummers die deze depositarissen hebben toegekend aan de depots van de in de bedoelde octrooien vermelde micro-organismen. De internationale depositaris verstrekt, op verzoek van een instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon (hierna te noemen: „de verzoekende partij”), deze een monster van elk micro-organisme waarvan het inschrijvingsnummer aldus is medegedeeld. Met betrekking tot de gedeponeerde micro-organismen waarvan de inschrijvingsnummers aldus zijn medegedeeld, behoeft het genoemde bureau de in Regel 11, derde lid, letter (a), bedoelde verklaring niet te verstrekken.

11.4. Algemene regels

  • a). Een verzoek, verklaring, bevestiging of mededeling, zoals bedoeld in Regel 11, eerste, tweede en derde lid, is gesteld:
  • (i). in het Arabisch, het Chinees, het Engels, het Frans, het Russisch of het Spaans, indien het document wordt gericht aan een internationale depositaris waarvan de officiële taal het Arabisch, het Chinees, het Engels, het Frans, het Russisch of het Spaans is, of waarvan de officiële talen een van deze talen insluiten, met dien verstande dat, indien het document in het Arabisch, het Chinees, het Russisch of het Spaans dient te worden gesteld, dit in plaats daarvan in het Engels of het Frans mag worden ingediend, en dat, indien dit het geval is, het Internationaal Bureau, op verzoek van de in de genoemde Regel vermelde belanghebbende partij of van de internationale depositaris, onverwijld en kosteloos voor een gewaarmerkte vertaling in het Arabisch, het Chinees, het Russisch of het Spaans zorgt;
  • (ii). in alle andere gevallen in het Engels of het Frans, met dien verstande dat het document, in plaats daarvan, in de officiële taal of de officiële talen van de internationale depositaris mag zijn gesteld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)