Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake uitvoeringen en fonogrammen (WPPT) (1996)
Preambule
De Verdragsluitende Partijen,
Geleid door de wens de bescherming van de rechten van uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen op een zo doeltreffend en eenvormig mogelijke wijze te ontwikkelen en te handhaven,
Erkennend de noodzaak tot invoering van nieuwe internationale regels ten einde adequate oplossingen te vinden voor de vraagstukken die zijn ontstaan als gevolg van nieuwe economische, maatschappelijke, culturele en technologische ontwikkelingen,
Erkennend dat de ontwikkeling en de convergentie van informatie- en communicatietechnologieën een ingrijpende invloed hebben op de productie en het gebruik van uitvoeringen en fonogrammen,
Erkennend de noodzaak tot behoud van het evenwicht tussen de rechten van uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen en het grotere algemeen belang, met name op het gebied van onderwijs, onderzoek en toegang tot informatie,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Verhouding tot andere Verdragen
Niets in dit Verdrag houdt een afwijking in van bestaande verplichtingen die de Verdragsluitende Partijen met elkaar zijn aangegaan krachtens het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, tot stand gekomen te Rome op 26 oktober 1961 (hierna te noemen het „Verdrag van Rome”).
De krachtens dit Verdrag toegekende bescherming laat onverlet en is op generlei wijze van invloed op de bescherming van het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst. Derhalve mag geen bepaling van dit Verdrag zo worden uitgelegd dat daardoor aan deze bescherming afbreuk zou worden gedaan.
Dit Verdrag staat niet in verband met andere verdragen en doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit andere verdragen.
Artikel 2. Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt onder „uitvoerende kunstenaars” verstaan acteurs, zangers, musici, dansers en andere personen die acteren, zingen, reciteren, declameren, spelen, vertolken of anderszins werken van letterkunde of kunst of uitingen van folklore uitvoeren;
- b. wordt onder „fonogram” verstaan de vastlegging van de geluiden van een uitvoering of van andere geluiden, of van een weergave van geluiden anders dan in de vorm van een vastlegging, opgenomen in een cinematografisch werk of een ander audiovisueel werk;
- c. wordt onder „vastlegging” verstaan de opname van geluiden of van de weergave daarvan, door middel waarvan deze kunnen worden waargenomen, gereproduceerd of medegedeeld door middel van een toestel;
- d. wordt onder „producent van een fonogram” verstaan de natuurlijke of rechtspersoon die het initiatief neemt tot en verantwoordelijk is voor de eerste vastlegging van de geluiden van een uitvoering of andere geluiden, of van de weergave van geluiden;
- e. wordt onder „publicatie” van een vastgelegde uitvoering of een fonogram verstaan het met toestemming van de houder van de rechten aanbieden van exemplaren van de vastgelegde uitvoering of het fonogram aan het publiek, mits deze exemplaren het publiek in een redelijke hoeveelheid worden aangeboden;
- f. wordt onder „uitzending” verstaan de transmissie langs draadloze weg van geluiden of van beelden en geluiden of van de weergaven daarvan voor ontvangst door het publiek; een dergelijke transmissie per satelliet wordt eveneens onder „uitzending” begrepen; de transmissie van gecodeerde signalen geldt als „uitzending” wanneer de middelen voor decodering aan het publiek worden geleverd door of met toestemming van de omroeporganisatie;
- g. wordt onder „mededeling aan het publiek” van een uitvoering of een fonogram verstaan de overdracht aan het publiek door elk medium anders dan door uitzending, van geluiden van een uitvoering of de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden. Voor de toepassing van artikel 15 wordt onder „mededeling aan het publiek” mede verstaan het voor het publiek hoorbaar maken van de op een fonogram vastgelegde geluiden of weergaven van geluiden.
Artikel 3. Gerechtigden tot de in dit Verdrag voorziene bescherming
De Verdragsluitende Partijen verlenen de in dit Verdrag voorziene bescherming aan de uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen die onderdaan zijn van andere Verdragsluitende Partijen.
Onder „onderdanen van andere Verdragsluitende Partijen” dient te worden verstaan de uitvoerende kunstenaars of producenten van fonogrammen die zouden voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen voor de in het Verdrag van Rome voorziene bescherming, indien alle Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag Verdragsluitende Staten bij dat Verdrag zouden zijn. Met betrekking tot deze criteria passen de Verdragsluitende Partijen de relevante begripsbepalingen van artikel 2 van dit Verdrag toe.
Iedere Verdragsluitende Partij die gebruik maakt van de mogelijkheden voorzien in artikel 5, derde lid, van het Verdrag van Rome of, voor de toepassing van artikel 5 van dat Verdrag, in artikel 17 daarvan, richt een kennisgeving als voorzien in die bepalingen aan de Directeur-Generaal van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (WIPO).
Artikel 4. Nationale behandeling
Iedere Verdragsluitende Partij verleent aan onderdanen van andere Verdragsluitende Partijen overeenkomstig artikel 3, tweede lid, de behandeling die zij verleent aan haar eigen onderdanen met betrekking tot de uitsluitende rechten die in dit Verdrag uitdrukkelijk worden toegekend, en met betrekking tot het recht op een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 15 van dit Verdrag.
De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing voorzover een andere Verdragsluitende Partij gebruik maakt van de voorbehouden die ingevolge artikel 15, derde lid, van dit Verdrag, zijn toegestaan.
HOOFDSTUK II. RECHTEN VAN UITVOERENDE KUNSTENAARS
Artikel 5. Morele rechten van uitvoerende kunstenaars
Onafhankelijk van de zgn. exploitatierechten, en zelfs na overdracht van deze rechten, heeft de uitvoerend kunstenaar terzake van zijn hoorbare live-uitvoeringen of op fonogrammen vastgelegde uitvoeringen het recht om te eisen dat hij als de uitvoerende van zijn uitvoeringen wordt aangeduid, behalve wanneer de wijze waarop de uitvoering wordt gebruikt de weglating hiervan vereist, en om zich te verzetten tegen iedere misvorming, verminking of andere wijziging van zijn uitvoeringen die zijn reputatie zou kunnen schaden.
De rechten die een uitvoerend kunstenaar overeenkomstig het eerste lid zijn verleend, blijven na zijn dood tenminste tot het verval van de exploitatierechten gehandhaafd en kunnen worden uitgeoefend door de personen of instellingen die hiertoe bevoegd zijn op grond van de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar bescherming wordt ingeroepen. De Verdragsluitende Partijen waarvan de wetgeving op het tijdstip van hun bekrachtiging van of toetreding tot dit Verdrag niet voorziet in bescherming van alle in het voorgaande lid genoemde rechten na de dood van de uitvoerend kunstenaar, kunnen echter bepalen dat sommige van deze rechten na zijn dood niet worden gehandhaafd.
De rechtsmiddelen tot waarborging van de krachtens dit artikel toegekende rechten worden beheerst door de wetgeving van de Verdragsluitende Partij waar bescherming wordt ingeroepen.
Artikel 6. Exploitatierechten van uitvoerende kunstenaars terzake van hun niet vastgelegde uitvoeringen
Uitvoerende kunstenaars hebben het uitsluitend recht om met betrekking tot hun uitvoeringen toestemming te geven voor:
- i. de uitzending en mededeling aan het publiek van hun niet vastgelegde uitvoeringen, behalve wanneer de uitvoering reeds een uitgezonden uitvoering is; en
- ii. de vastlegging van hun niet vastgelegde uitvoeringen.
Artikel 7. Reproductierecht
Uitvoerende kunstenaars hebben het uitsluitend recht om toestemming te geven voor de directe of indirecte reproductie van hun op fonogrammen vastgelegde uitvoeringen, op welke wijze en in welke vorm dan ook.
Artikel 8. Verspreidingsrecht
Uitvoerende kunstenaars hebben het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor het door verkoop of andere overgang van eigendom voor het publiek beschikbaar stellen van het origineel van hun uitvoeringen vastgelegd op fonogrammen en van kopieën daarvan.
Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de vrijheid van de Verdragsluitende Partijen om de eventuele voorwaarden te bepalen waaronder de uitputting van het in het eerste lid bedoelde recht van toegepasing is na de eerste verkoop of andere vorm van overgang van eigendom, met toestemming van de uitvoerend kunstenaar, van het origineel van de vastgelegde uitvoering of een kopie daarvan.
Artikel 9. Recht van verhuur
Uitvoerende kunstenaars hebben het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor de commerciële verhuur aan het publiek van het origineel van hun op fonogrammen vastgelegde uitvoeringen en kopieën daarvan zoals bepaald in de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Partijen, ook na verspreiding daarvan door of met toestemming van de uitvoerend kunstenaar.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid kan een Verdragsluitende Partij waar op 15 april 1994 een systeem van toepassing was dat voorzag in een recht op een billijke vergoeding voor uitvoerende kunstenaars voor de commerciële verhuur van kopieën van hun op fonogrammen vastgelegde uitvoeringen en waarin dat systeem nog steeds van kracht is, dat systeem handhaven, mits de commerciële verhuur van fonogrammen geen aanleiding geeft tot wezenlijke aantasting van het uitsluitend reproductierecht van uitvoerende kunstenaars.
Artikel 10. Recht van beschikbaarstelling van vastgelegde uitvoeringen
Uitvoerende kunstenaars hebben het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor het op zodanige wijze per draad of langs draadloze weg beschikbaar stellen van hun op fonogrammen vastgelegde uitvoeringen, dat deze voor leden van het publiek toegankelijk zijn vanaf een door hen gekozen plaats en op een door hen gekozen tijdstip.
HOOFDSTUK III. RECHTEN VAN PRODUCENTEN VAN FONOGRAMMEN
Artikel 11. Reproductierecht
Producenten van fonogrammen hebben het uitsluitend recht om toestemming te geven tot de directe of indirecte reproductie van hun fonogrammen, op welke wijze en in welke vorm dan ook.
Artikel 12. Verspreidingsrecht
Producenten van fonogrammen hebben het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor het door verkoop of andere overgang van eigendom voor het publiek beschikbaar stellen van het origineel van hun fonogrammen en kopieën daarvan.
Niets in dit Verdrag doet afbreuk aan de vrijheid van de Verdragsluitende Partijen om de eventuele voorwaarden te bepalen waaronder de uitputting van het in het eerste lid bedoelde recht van toepassing is na de eerste verkoop of andere vorm van overgang van eigendom, met toestemming van de producent van het fonogram, van het origineel van het fonogram of een exemplaar daarvan.
Artikel 13. Recht van verhuur
Producenten van fonogrammen hebben het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor de commerciële verhuur aan het publiek van het origineel van hun fonogrammen en exemplaren daarvan, ook na verspreiding daarvan door of met toestemming van de producent.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid kan een Verdragsluitende Partij waarin op 15 april 1994 een systeem van toepassing was dat voorzag in een recht op een billijke vergoeding voor producenten van fonogrammen voor de commerciële verhuur van exemplaren van hun fonogrammen en waarin dat systeem nog steeds van kracht is, dat systeem handhaven, mits de commerciële verhuur van fonogrammen geen aanleiding geeft tot wezenlijke aantasting van de uitsluitende reproductierechten van producenten van fonogrammen.
Artikel 14. Recht van beschikbaarstelling van fonogrammen
Producenten van fonogrammen hebben het uitsluitend recht om toestemming te verlenen voor het op zodanige wijze per draad of langs draadloze weg beschikbaar stellen voor het publiek van hun fonogrammen dat deze voor leden van het publiek toegankelijk zijn vanaf een door hen gekozen plaats en op een door hen gekozen tijdstip.
HOOFDSTUK IV. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN
Artikel 15. Recht op vergoeding voor uitzending en mededeling aan het publiek
Uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen hebben recht op één enkele billijke vergoeding voor het directe of indirecte gebruik van voor commerciële doeleinden gepubliceerde fonogrammen ten behoeve van uitzending of enigerlei mededeling aan het publiek.
De Verdragsluitende Partijen kunnen in hun nationale wetgeving bepalen dat de enkele billijke vergoeding door de gebruiker is verschuldigd aan de uitvoerend kunstenaar, aan de producent van een fonogram of aan beiden. De Verdragsluitende Partijen kunnen in hun nationale wetgeving de voorwaarden bepalen volgens welke uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen de enkele billijke vergoeding verdelen wanneer hierover geen overeenstemming tussen de uitvoerend kunstenaar en de producent van een fonogram is bereikt.
Iedere Verdragsluitende Partij kan in een bij de Directeur-Generaal van de WIPO nedergelegde kennisgeving verklaren dat zij de bepalingen van het eerste lid slechts ten aanzien van bepaalde vormen van gebruik zal toepassen, of dat zij toepassing hiervan op een andere wijze zal beperken, of dat zij deze bepalingen in het geheel niet zal toepassen.
Voor de toepassing van dit artikel worden fonogrammen die per draad of langs draadloze weg aan het publiek beschikbaar worden gesteld op zodanige wijze dat deze voor leden van het publiek toegankelijk zijn vanaf een door hen gekozen plaats en op een door hen gekozen tijdstip, geacht voor commerciële doeleinden te zijn gepubliceerd.
Artikel 16. Beperkingen en uitzonderingen
De Verdragsluitende Partijen kunnen in hun nationale wetgeving voorzien in soortgelijke beperkingen of uitzonderingen ten aanzien van de bescherming van uitvoerende kunstenaars en producenten van fonogrammen als waarin zij in hun nationale wetgeving voorzien in verband met de bescherming van het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst.
De Verdragsluitende Partijen begrenzen alle beperkingen van of uitzonderingen op de rechten waarin dit Verdrag voorziet tot bepaalde speciale gevallen die geen afbreuk doen aan een normale exploitatie van de uitvoering of het fonogram en die niet op ongerechtvaardigde wijze schade toebrengen aan de rechtmatige belangen van de uitvoerend kunstenaar of de producent van het fonogram.
Artikel 17. Duur van de bescherming
De duur van de krachtens dit Verdrag aan uitvoerende kunstenaars te verlenen bescherming loopt tot ten minste het einde van een tijdvak van 50 jaar, te rekenen vanaf het einde van het jaar waarin de uitvoering op een fonogram werd vastgelegd.
De duur van de krachtens dit Verdrag aan producenten van fonogrammen te verlenen bescherming loopt tot ten minste het einde van een tijdvak van 50 jaar, te rekenen vanaf het einde van het jaar waarin het fonogram werd gepubliceerd of, bij gebreke van publicatie binnen 50 jaar na vastlegging van het fonogram, 50 jaar vanaf het einde van het jaar waarin de vastlegging plaatsvond.
Artikel 18. Verplichtingen betreffende technische maatregelen
De Verdragsluitende Partijen voorzien in een adequate rechtsbescherming en doeltreffende rechtsmiddelen tegen het onwerkzaam maken van doeltreffende technische maatregelen die door uitvoerende kunstenaars of producenten van fonogrammen worden gebruikt in verband met de uitoefening van hun rechten krachtens dit Verdrag, teneinde te beletten dat met betrekking tot hun uitvoeringen of fonogrammen handelingen worden verricht waarvoor de kunstenaars of producenten geen toestemming hebben verleend of die rechtens niet zijn geoorloofd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.