Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Russische Federatie inzake internationaal vervoer over de weg

Type Verdrag
Publication 2010-12-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van de Russische Federatie,

hierna te noemen „de Overeenkomstsluitende Partijen”,

Geleid door de wens te gaan samenwerken op het gebied van internationaal vervoer over de weg en dergelijk vervoer te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

I. REIKWIJDTE EN DEFINITIES

Artikel 1
1.

Het vervoer van personen en van goederen met wegvoertuigen voor het internationaal vervoer die in de Russische Federatie of het Koninkrijk der Nederlanden zijn geregistreerd, tussen de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen en in doorvoer over hun grondgebieden, alsmede naar en vanuit derde landen, geschiedt in overeenstemming met deze Overeenkomst.

2.

Een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij mag geen vervoer van personen of goederen verrichten tussen punten die gelegen zijn op het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel 2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

II. VERVOER VAN PERSONEN

Artikel 3
1.

Het geregelde vervoer van personen dient te worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

2.

Het geregelde vervoer van personen tussen de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen of in doorvoer over hun grondgebieden wordt verricht op basis van een vergunning die door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen wordt afgegeven voor het gedeelte van de route dat over de grondgebieden van hun Staten voert. De vergunning is geldig voor een tijdvak van ten hoogste 3 jaar.

3.

Voorstellen betreffende de organisatie van geregeld vervoer van personen worden door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen tevoren aan elkaar toegezonden en dienen informatie te bevatten over de naam van de vervoerder, de route, de dienstregeling, het berekende tarief, de halteplaatsen waar de vervoerder passagiers ophaalt en afzet, het vastgestelde tijdvak en de vastgestelde frequentie van het vervoer.

4.

Een beslissing of een vergunning wel of niet wordt afgegeven wordt door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen genomen binnen drie maanden na de datum waarop een volledige aanvraag zoals genoemd in het derde lid van dit artikel is ontvangen.

Artikel 4
1.

Ongeregeld vervoer van personen tussen de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen of in doorvoer over hun grondgebieden geschiedt zonder vergunning.

2.

In het geval van ongeregeld vervoer van personen dient de bestuurder in het bezit te zijn van een passagierslijst in de vorm die dient te worden goedgekeurd door de overeenkomstig artikel 14 van deze Overeenkomst in te stellen Gemengde Commissie.

3.

Een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij met een door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning die hem het recht geeft één heen- en terugreis te maken mag vervoer verrichten van het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij naar het grondgebied van een derde Staat alsmede van het grondgebied van een derde Staat naar het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij anderszins vermeld in de vergunning.

III. VERVOER VAN GOEDEREN

Artikel 5
1.

Het vervoer van goederen tussen de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen en in doorvoer over hun grondgebieden, behoudens het vervoer voorzien in artikel 6 van deze Overeenkomst, geschiedt op basis van vergunningen afgegeven door de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen en die recht geven op het maken van één heen- en terugreis, tenzij anderszins vermeld in de vergunning.

2.

Een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij met een door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij afgegeven vergunning die hem het recht geeft één heen- en terugreis te maken mag vervoer verrichten van het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij naar het grondgebied van een derde Staat alsmede van het grondgebied van een derde Staat naar het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij anderszins vermeld in de vergunning.

3.

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen zenden elkaar jaarlijks het wederzijds overeengekomen aantal vergunningsformulieren voor het vervoer van goederen toe en brengen daarvoor geen kosten in rekening. Het aantal vergunningsformulieren dat wordt toegezonden is overeenkomstig de behoeften van de vervoerders. Deze vergunningsformulieren dienen voorzien te zijn van de handtekening van de verantwoordelijke functionaris en het stempel van de bevoegde autoriteit die de vergunning heeft afgegeven. Vergunningen afgegeven in een lopend jaar zijn geldig tot en met 31 januari van het daaropvolgende jaar.

4.

De bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen komen onderling de wijze overeen voor de uitwisseling van vergunningsformulieren.

Artikel 6
1.

Een vergunning zoals bedoeld in artikel 5 van deze Overeenkomst is niet vereist voor vervoer:

2.

Een vergunning is evenmin vereist voor de doortocht van voertuigen voor technische assistentie bestemd voor de reparatie of het slepen van wegvoertuigen voor het vervoer die onklaar zijn geraakt.

3.

De in het eerste lid, onderdelen 5 en 6, van dit artikel bedoelde uitzonderingen zijn uitsluitend van toepassing in gevallen waarin de lading wordt geretourneerd aan de Staat waar het wegvoertuig voor het vervoer is geregistreerd of wordt uitgevoerd naar een derde Staat.

Artikel 7
1.

Wanneer de afmetingen of het gewicht van het wegvoertuig voor het vervoer dat toebehoort aan een vervoerder van de Staat van een Overeenkomstsluitende Partij, in beladen of onbeladen toestand, de op basis van wetgeving vastgestelde normen te boven gaan die van toepassing zijn op het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dient het vervoer te worden verricht op basis van een speciale vergunning die door de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij wordt afgegeven.

2.

Het vervoer van gevaarlijke lading over de grondgebieden van de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen geschiedt overeenkomstig de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg van 30 september 1957.

Wanneer een speciale vergunning voor het vervoer van gevaarlijke lading vereist is, dient de vervoerder deze vóór aanvang van het transport te verkrijgen van de bevoegde autoriteiten van de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij.

3.

Wanneer in de speciale vergunning bedoeld in dit artikel wordt bepaald dat het motorvoertuig een voorgeschreven route moet volgen, dient het vervoer te worden verricht via die route.

IV. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 8
1.

De bestuurder van een voertuig dient in het bezit te zijn van het nationale of het internationale rijbewijs en van de nationale registratiedocumenten in overeenstemming met de vereisten van het Verdrag inzake het wegverkeer van 8 november 1968.

2.

De vergunning en andere ingevolge deze Overeenkomst vereiste documenten moeten in het bezit van de bestuurder zijn en op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen getoond worden.

Artikel 9
1.

Wegvoertuigen voor het vervoer geregistreerd op de grondgebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen waarmee internationaal vervoer wordt verricht, dienen voorzien te zijn van de registratie- en herkenningstekens van hun Staat.

2.

Aanhangwagens en opleggers mogen voorzien zijn van de registratie- en herkenningstekens van andere Staten op voorwaarde dat het bedrijfsvoertuig, de gemotoriseerde vrachtwagen of de bus voorzien zijn van de registratietekens van een van de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel 10
1.

In geval van een overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder, kunnen de bevoegde autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij waar het wegvoertuig voor het vervoer is geregistreerd, op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de overtreding werd begaan, een van de volgende maatregelen treffen:

2.

De bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij dienen in kennis te worden gesteld van de maatregelen die met betrekking tot de overtreder worden genomen.

3.

De bepalingen van dit artikel vormen geen beletsel voor het toepassen van de straffen voorzien in de wetgeving van de Staat van de Overeenkomstsluitende Partij waar de overtreding werd begaan op de vervoerder en de bemanning van het wegvoertuig voor het vervoer.

Artikel 11
1.

Vervoerders die, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst, vervoer van personen en goederen verrichten over het grondgebied van de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij, zijn op basis van wederkerigheid vrijgesteld van belastingen, heffingen en betalingen die verband houden met het bezit of gebruik van wegvoertuigen voor het vervoer, alsmede met het gebruik of het onderhoud van wegen in de Staat van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

2.

De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op betalingen verschuldigd voor het gebruik van tolwegen, autowegen, bruggen en tunnels in overeenstemming met de nationale wetgeving van de Staten van de Overeenkomstsluitende Partijen en op basis van non-discriminatie.

Artikel 12
1.

Bij het verrichten van vervoer overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst worden de volgende zaken wederzijds vrijgesteld van douanerechten, heffingen en belastingen indien zij worden ingevoerd op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij:

2.

Instrumenten, vervangen of niet gebruikte reserveonderdelen moeten weder worden uitgevoerd of onder een douaneregeling ten behoeve van vernietiging worden geplaatst of onder een andere douaneregeling zoals vastgesteld in de douanewetgeving van de Staat van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan de wijziging van douaneregeling met betrekking tot deze reserveonderdelen en onderdelen plaatsvindt.

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.