Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie
De Staten die partij zijn bij dit Verdrag richten hierbij op de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie, welke verder zal worden aangeduid met „de Organisatie”.
HOOFDSTUK I. Doeleinden van de Organisatie
Artikel 1
De doeleinden van de Organisatie zijn:
- a). Het verschaffen van een gelegenheid tot samenwerking tussen Regeringen op het gebied van overheidsmaatregelen en -gebruiken die betrekking hebben op technische aangelegenheden van iedere soort betreffende de internationale koopvaardij; het aanmoedigen en vergemakkelijken van de algemene aanvaarding van de hoogst bereikbare maatstaven ten aanzien van de veiligheid ter zee, de doeltreffendheid van de navigatie en de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen alsmede het behandelen van bestuurlijke en juridische aangelegenheden, die verband houden met de doeleinden die in dit artikel zijn gesteld;
- b). het aanmoedigen van de opheffing van discriminatoire maatregelen en onnodige beperkingen vanwege Regeringen met betrekking tot de internationale koopvaardij, teneinde de beschikbaarheid zonder discriminatie van scheepvaartdiensten voor de wereldhandel te bevorderen; steun en aanmoediging door een Regering verleend voor de ontwikkeling van haar nationale koopvaardij en ten behoeve van haar nationale veiligheid betekenen op zichzelf geen discriminatie, mits dergelijke steun en aanmoediging niet hun grond vinden in maatregelen die beogen de vrijheid van de scheepvaart van alle vlaggen om deel te nemen aan het internationale verkeer te beperken;
- c). het in overweging nemen door de Organisatie van aangelegenheden betreffende deloyale belemmerende praktijken van scheepvaart-ondernemingen in overeenstemming met het bepaalde in Hoofdstuk II;
- d). Het in overweging nemen door de Organisatie van iedere aangelegenheid betreffende de scheepvaart en de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu, die aan haar door enig orgaan of gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties wordt voorgelegd;
- e). het uitwisselen van gegevens tussen Regeringen omtrent door de Organisatie in overweging genomen aangelegenheden.
HOOFDSTUK II. Functies
Artikel 2
Ten einde haar doeleinden, omschreven in Hoofdstuk I, te bereiken dient de Organisatie:
- (a). met inachtneming van het bepaalde in artikel 3, aangelegenheden te bestuderen die zich voordoen ingevolge artikel 1, letters (a), (b) en (c), en die zijn verwezen naar de Organisatie door de Leden, door enig orgaan of gespecialiseerde organisatie van de Verenigde Naties of door enige andere intergouvernementele organisatie, ofwel aangelegenheden verwezen naar de Organisatie ingevolge artikel 1, letter (d), en hierover aanbevelingen te doen;
- (b). verdragen, overeenkomsten of andere passende regelingen te ontwerpen, deze aan Regeringen en intergouvernementele organisaties aan te bevelen alsmede de noodzakelijk geachte conferenties bijeen te roepen;
- (c). gelegenheid te verschaffen voor onderling overleg tussen de Leden en voor de uitwisseling van gegevens tussen de Regeringen;
- (d). de taken te vervullen die voortvloeien uit de letters (a), (b) en (c) van dit artikel, in het bijzonder die welke haar zijn opgedragen door of krachtens de internationale regelingen die betrekking hebben op maritieme aangelegenheden en de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu;
- (e). waar nodig, en overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk X, de technische samenwerking binnen het werkterrein van de Organisatie te bevorderen.
Artikel 3
Ten aanzien van aangelegenheden, welke de Organisatie vatbaar voorkomen om te worden geregeld op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze zal de Organisatie in die zin een aanbeveling doen. Indien naar het oordeel van de Organisatie enige aangelegenheid betrekking hebbende op deloyale belemmerende handelswijzen van scheepvaartondernemingen niet vatbaar is voor regeling op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze, of zulks in feite bewezen is en mits het vraagstuk te voren het onderwerp is geweest van rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken Leden, neemt de Organisatie op verzoek van een dezer Leden de aangelegenheid in overweging.
HOOFDSTUK III. Lidmaatschap
Artikel 4
Het lidmaatschap van de Organisatie staat open voor alle Staten met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk III.
Artikel 5
Leden van de Verenigde Naties kunnen Leden van de Organisatie worden door toetreding tot dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76.
Artikel 6
Staten, geen Lid zijnde van de Verenigde Naties, die uitgenodigd werden vertegenwoordigers te zenden naar de Internationale Maritieme Conferentie van de Verenigde Naties, welke op de 19de Februari 1948 te Genève werd bijeengeroepen, kunnen lid worden door Partij te worden bij dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76.
Artikel 7
Een Staat, die niet voldoet aan de vereisten om Lid te worden krachtens artikel 5 of 6 kan een verzoek om lid te worden indienen bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie en zal als Lid worden toegelaten nadat hij partij is geworden bij dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76, mits op aanbeveling van de Raad zijn verzoek wordt goedgekeurd door twee-derde van de Leden, andere dan Toegevoegde Leden.
Artikel 8
Elk gebied en elke groep van gebieden, waarvoor dit Verdrag toepasselijk is verklaard krachtens artikel 77 door het Lid, dat de verantwoordelijkheid draagt voor de internationale betrekkingen van dat gebied of die groep van gebieden of door de Verenigde Naties, kan Toegevoegd Lid van de Organisatie worden door schriftelijke kennisgeving onderscheidenlijk van dat Lid of van de Verenigde Naties aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 9
Een Toegevoegd Lid heeft de rechten en verplichtingen welke een Lid ingevolge dit Verdrag heeft, behalve dat het geen stemrecht heeft en niet verkiesbaar is voor het lidmaatschap van de Raad. Onder dit voorbehoud wordt het woord „Lid” in dit Verdrag geacht Toegevoegd Lid te omvatten tenzij het zinsverband anderszins vereist.
Artikel 10
Geen staat of gebied kan Lid van de Organisatie worden of blijven in strijd met een besluit van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties.
HOOFDSTUK IV. Organen
Artikel 11
De Organisatie bestaat uit een Algemene Vergadering, een Raad, een Maritieme Veiligheidscommissie, een Juridische Commissie, een Commissie ter bescherming van het mariene milieu, een Commissie inzake Technische Samenwerking, een Vereenvoudigingscommissie en zodanige nevenorganen als de Organisatie op enig tijdstip noodzakelijk acht, alsmede een Secretariaat.
HOOFDSTUK V. De Algemene Vergadering
Artikel 12
De Algemene Vergadering bestaat uit alle Leden.
Artikel 13
Gewone zittingen van de Algemene Vergadering worden eenmaal in de twee jaar gehouden. Buitengewone zittingen worden bijeengeroepen na kennisgeving van zestig dagen te voren, zo dikwijls een-derde van de Leden hun verlangen daartoe aan de Secretaris-Generaal kenbaar maken of op ieder tijdstip waarop zulks door de Raad noodzakelijk wordt geacht, na kennisgeving van zestig dagen te voren.
Artikel 14
Een meerderheid van de Leden, andere dan de Toegevoegde Leden, vormt het quorum voor de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering.
Artikel 15
De taken van de Algemene Vergadering zijn:
- (a). op iedere gewone zitting uit haar Leden, andere dan Toegevoegde Leden, een voorzitter en twee ondervoorzitters te kiezen die hun ambt uitoefenen tot aan de volgende gewone zitting;
- (b). haar eigen huishoudelijk reglement vast te stellen, voor zover daarin niet op andere wijze in dit Verdrag is voorzien;
- (c). tijdelijke of, op aanbeveling van de Raad, blijvende nevenorganen in te stellen, die zij noodzakelijk acht;
- (d). de Leden te kiezen, die overeenkomstig artikel 17 in de Raad vertegenwoordigd zullen zijn;
- (e). de verslagen van de Raad te ontvangen en te bestuderen en beslissingen te nemen omtrent iedere aangelegenheid die naar haar door de Raad worden verwezen;
- (f). het werkprogramma van de Organisatie goed te keuren;
- (g). de begroting goed te keuren en de geldelijke regelingen van de Organisatie vast te stellen overeenkomstig Hoofdstuk XIII;
- (h). de uitgaven van de Organisatie te controleren en haar rekeningen goed te keuren;
- (i). de taken van de Organisatie uit te oefenen met dien verstande, dat de Algemene Vergadering aangelegenheden bedoeld in artikel 2, letters (a) en (b), naar de Raad zal verwijzen, opdat deze de desbetreffende aanbevelingen of regelingen zal ontwerpen; met dien verstande voorts, dat aanbevelingen of regelingen die door de Raad aan de Algemene Vergadering zijn voorgelegd doch niet door de Algemene Vergadering zijn aanvaard, naar de Raad ter nadere bestudering zullen worden terugverwezen, vergezeld van eventueel door de Algemene Vergadering gemaakte opmerkingen;
- (j). de Leden de goedkeuring aan te bevelen van voorschriften en richtlijnen betreffende de veiligheid ter zee en de voorkoming en bestrijding van de verontreiniging van de zee door schepen, en andere aangelegenheden betreffende de gevolgen van de scheepvaart voor het mariene milieu aan de Organisatie toegewezen door of krachtens internationale regelingen, of van de haar voorgelegde wijzigingen van zulke voorschriften en richtlijnen;
- (k). de stappen te doen die zij geschikt acht om de technische samenwerking te bevorderen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, letter (e), daarbij rekening houdend met de bijzondere behoeften van de ontwikkelingslanden;
- (l). beslissingen te nemen met betrekking tot het bijeenroepen van een internationale conferentie of het volgen van een andere passende procedure voor het tot stand brengen van internationale overeenkomsten of van wijzigingen van internationale overeenkomsten zoals uitgewerkt door de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking, de Vereenvoudigingscommissie of door andere organen van de Organisatie;
- (m). iedere aangelegenheid die binnen het werkterrein van de Organisatie valt, ter bestudering of beslissing naar de Raad te verwijzen, met dien verstande evenwel dat de taak aanbevelingen te doen overeenkomstig letter (j) van dit artikel, niet kan worden gedelegeerd.
HOOFDSTUK VI. De Raad
Artikel 16
De Raad bestaat uit veertig leden, gekozen door de Algemene Vergadering.
Artikel 17
Bij het kiezen van de leden van de Raad houdt de Algemene Vergadering zich aan de volgende criteria:
- a. Tien leden zijn Staten met het meeste belang bij het verlenen van internationale scheepvaartdiensten;
- b. Tien leden zijn andere Staten met het meeste belang bij de internationale handel ter zee;
- c. Twintig leden zijn Staten die niet volgens het bepaalde onder a of b hierboven zijn gekozen, die een bijzonder belang hebben bij het vervoer over zee of de navigatie en door wier verkiezing in de Raad wordt gewaarborgd dat alle voornaamste geografische gebieden van de wereld zijn vertegenwoordigd.
Artikel 18
Leden, die zitting hebben in de Raad krachtens Artikel 16, oefenen hun functie uit tot het einde van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering. Zij zijn dadelijk herkiesbaar.
Artikel 19
- (a). De Raad kiest zijn Voorzitter en aanvaardt zijn eigen huishoudelijk reglement, tenzij in dit Verdrag anders is bepaald.
- (b). Zesentwintig leden van de Raad vormen het quorum.
- (c). De Raad komt, na hiervan een maand van tevoren kennis te hebben gegeven, zo dikwijls bijeen als noodzakelijk is voor het doelmatig verrichten van zijn taak na te zijn opgeroepen door zijn Voorzitter of op verzoek van ten minste vier Leden. De bijeenkomsten worden gehouden op plaatsen die daarvoor in aanmerking komen.
Artikel 20
De Raad nodigt ieder Lid uit om zonder stemrecht deel te nemen aan zijn beraadslagingen omtrent elke aangelegenheid, welke van bijzonder belang voor dat Lid is.
Artikel 21
a. De Raad neemt in studie het ontwerp-werkprogramma en de voorlopige begroting door de Secretaris-Generaal opgesteld aan de hand van de voorstellen gedaan door de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking en de Vereenvoudigingscommissie en andere organen van de Organisatie en stelt, deze in aanmerking nemend, het werkprogramma en de begroting van de Organisatie vast en legt deze voor aan de Algemene Vergadering, daarbij rekening houdend met de algemene belangen en de prioriteiten van de Organisatie.
b. De Raad ontvangt de verslagen, voorstellen en aanbevelingen van de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking, de Vereenvoudigingscommissie en andere organen van de Organisatie en zendt deze door aan de Algemene Vergadering en, wanneer de Algemene Vergadering niet in zitting bijeen is, ter kennisneming aan de Leden, vergezeld van zijn opmerkingen en aanbevelingen.
c. Aangelegenheden waarop de artikelen 28, 33, 38, 43 en 48 betrekking hebben, worden slechts door de Raad in studie genomen nadat de zienswijze van de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking of de Vereenvoudigingscommissie, naar gelang welke hiervoor in aanmerking komt, hieromtrent is verkregen.
Artikel 22
De Raad benoemt, met goedkeuring van de Algemene Vergadering, de Secretaris-Generaal. De Raad voorziet ook in de benoeming van zodanig ander personeel als nodig mocht zijn; hij stelt de dienstvoorwaarden van de Secretaris-Generaal en het andere personeel vast, welke voorwaarden zoveel mogelijk in overeenstemming zullen zijn met die van de Verenigde Naties en haar Gespecialiseerde Organisaties.
Artikel 23
De Raad brengt aan de Algemene Vergadering op iedere gewone zitting verslag uit over het werk uitgevoerd door de Organisatie sedert de voorafgaande gewone zitting van de Algemene Vergadering.
Artikel 24
De Raad legt het financieel overzicht van de Organisatie, vergezeld van zijn opmerkingen en aanbevelingen, voor aan de Algemene Vergadering.
Artikel 25
- (a). De Raad mag overeenkomsten aangaan of regelingen treffen ten aanzien van de betrekkingen van de Organisatie met andere organisaties, zoals voorzien in Hoofdstuk XVI. Dergelijke overeenkomsten of regelingen zijn onderworpen aan de goedkeuring van de Algemene Vergadering.
- (b). Rekening houdend met de bepalingen van Hoofdstuk XVI en de betrekkingen die door de onderscheiden Commissies worden onderhouden met andere lichamen overeenkomstig de artikelen 28, 33,38, 43 en 48, is de Raad, wanneer de Algemene Vergadering geen zitting houdt, verantwoordelijk voor de betrekkingen met andere organisaties.
Artikel 26
Tussen de zittingen van de Algemene Vergadering oefent de Raad alle taken van de Organisatie uit, met uitzondering van het doen van aanbevelingen bedoeld in artikel 15, letter (j). De Raad coördineert in het bijzonder de activiteiten van de organen van de Organisatie en kan die wijzigingen in het werkprogramma aanbrengen, die strikt noodzakelijk zijn om het doelmatig functioneren van de Organisatie te verzekeren.
HOOFDSTUK VII. Maritieme Veiligheids Commissie
Artikel 27
In de Maritieme Veiligheidscommissie hebben alle Leden zitting.
Artikel 28
- (a). De Maritieme Veiligheidscommissie bestudeert alle aangelegenheden binnen het werkterrein van de Organisatie, die betrekking hebben op hulpmiddelen van de navigatie, constructie en uitrusting van schepen, bemanningsaangelegenheden voor zover van belang voor de veiligheid, regels ter voorkoming van aanvaringen, behandeling van gevaarlijke ladingen, regelingen en eisen voor de veiligheid ter zee, hydrografische gegevens, logboeken en navigatierapporten, onderzoek betreffende scheepsrampen, berging en redding, en alle andere aangelegenheden die rechtstreeks betrekking hebben op de veiligheid ter zee.
- (b). De Maritieme Veiligheidscommissie neemt de nodige maatregelen om iedere taak te vervullen, die haar door dit Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad is opgedragen of iedere taak binnen de draagwijdte van dit artikel, die haar door of krachtens enige andere internationale overeenkomst mocht zijn opgedragen en die door de Organisatie is aanvaard.
- (c). Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25, onderhoudt de Maritieme Veiligheidscommissie, op verzoek van de Algemene Vergadering of de Raad of indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, zodanige nauwe betrekkingen met andere instellingen als bevorderlijk zijn voor de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 29
De Maritieme Veiligheidscommissie legt aan de Raad voor:
- (a). voorstellen inzake veiligheidsvoorschriften of wijzigingen van de veiligheidsvoorschriften, die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (b). aanbevelingen en richtlijnen die de Commissie heeft uitgewerkt;
- (c). een verslag over de werkzaamheden van de Commissie sedert de voorafgaande zitting van de Raad.
Artikel 30
De Maritieme Veiligheidscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest eenmaal per jaar haar functionarissen en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.
Artikel 31
Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 27, houdt de Maritieme Veiligheidscommissie zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedure.
HOOFDSTUK VIII. - DE JURIDISCHE COMMISSIE
Artikel 32
De Juridische Commissie bestaat uit alle Leden.
Artikel 33
- (a). De Juridische Commissie bestudeert alle juridische aangelegenheden die vallen binnen het werkterrein van de Organisatie.
- (b). De Juridische Commissie neemt alle maatregelen die nodig zijn om iedere taak te vervullen die haar door dit Verdrag, de Algemene Vergadering of de Raad is opgedragen of iedere taak binnen de draagwijdte van dit artikel, die haar door of krachtens enige andere internationale overeenkomst mocht zijn opgedragen en die door de Organisatie is aanvaard.
- (c). Rekening houdend met de bepalingen van artikel 25, onderhoudt de Juridische Commissie, op verzoek van de Algemene Vergadering of de Raad of indien zij zulks nuttig acht in het belang van haar eigen werk, zodanige nauwe betrekkingen met andere lichamen als bevorderlijk is voor de doeleinden van de Organisatie.
Artikel 34
De Juridische Commissie legt voor aan de Raad:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.