Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie

Type Verdrag
Publication 2008-12-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag richten hierbij op de Intergouvernementele Maritieme Consultatieve Organisatie, welke verder zal worden aangeduid met „de Organisatie”.

HOOFDSTUK I. Doeleinden van de Organisatie

Artikel 1

De doeleinden van de Organisatie zijn:

HOOFDSTUK II. Functies

Artikel 2

Ten einde haar doeleinden, omschreven in Hoofdstuk I, te bereiken dient de Organisatie:

Artikel 3

Ten aanzien van aangelegenheden, welke de Organisatie vatbaar voorkomen om te worden geregeld op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze zal de Organisatie in die zin een aanbeveling doen. Indien naar het oordeel van de Organisatie enige aangelegenheid betrekking hebbende op deloyale belemmerende handelswijzen van scheepvaartondernemingen niet vatbaar is voor regeling op de in het internationale scheepvaartbedrijf normale wijze, of zulks in feite bewezen is en mits het vraagstuk te voren het onderwerp is geweest van rechtstreekse onderhandelingen tussen de betrokken Leden, neemt de Organisatie op verzoek van een dezer Leden de aangelegenheid in overweging.

HOOFDSTUK III. Lidmaatschap

Artikel 4

Het lidmaatschap van de Organisatie staat open voor alle Staten met inachtneming van het bepaalde in Hoofdstuk III.

Artikel 5

Leden van de Verenigde Naties kunnen Leden van de Organisatie worden door toetreding tot dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76.

Artikel 6

Staten, geen Lid zijnde van de Verenigde Naties, die uitgenodigd werden vertegenwoordigers te zenden naar de Internationale Maritieme Conferentie van de Verenigde Naties, welke op de 19de Februari 1948 te Genève werd bijeengeroepen, kunnen lid worden door Partij te worden bij dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76.

Artikel 7

Een Staat, die niet voldoet aan de vereisten om Lid te worden krachtens artikel 5 of 6 kan een verzoek om lid te worden indienen bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie en zal als Lid worden toegelaten nadat hij partij is geworden bij dit Verdrag overeenkomstig de bepalingen van artikel 76, mits op aanbeveling van de Raad zijn verzoek wordt goedgekeurd door twee-derde van de Leden, andere dan Toegevoegde Leden.

Artikel 8

Elk gebied en elke groep van gebieden, waarvoor dit Verdrag toepasselijk is verklaard krachtens artikel 77 door het Lid, dat de verantwoordelijkheid draagt voor de internationale betrekkingen van dat gebied of die groep van gebieden of door de Verenigde Naties, kan Toegevoegd Lid van de Organisatie worden door schriftelijke kennisgeving onderscheidenlijk van dat Lid of van de Verenigde Naties aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

Artikel 9

Een Toegevoegd Lid heeft de rechten en verplichtingen welke een Lid ingevolge dit Verdrag heeft, behalve dat het geen stemrecht heeft en niet verkiesbaar is voor het lidmaatschap van de Raad. Onder dit voorbehoud wordt het woord „Lid” in dit Verdrag geacht Toegevoegd Lid te omvatten tenzij het zinsverband anderszins vereist.

Artikel 10

Geen staat of gebied kan Lid van de Organisatie worden of blijven in strijd met een besluit van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties.

HOOFDSTUK IV. Organen

Artikel 11

De Organisatie bestaat uit een Algemene Vergadering, een Raad, een Maritieme Veiligheidscommissie, een Juridische Commissie, een Commissie ter bescherming van het mariene milieu, een Commissie inzake Technische Samenwerking, een Vereenvoudigingscommissie en zodanige nevenorganen als de Organisatie op enig tijdstip noodzakelijk acht, alsmede een Secretariaat.

HOOFDSTUK V. De Algemene Vergadering

Artikel 12

De Algemene Vergadering bestaat uit alle Leden.

Artikel 13

Gewone zittingen van de Algemene Vergadering worden eenmaal in de twee jaar gehouden. Buitengewone zittingen worden bijeengeroepen na kennisgeving van zestig dagen te voren, zo dikwijls een-derde van de Leden hun verlangen daartoe aan de Secretaris-Generaal kenbaar maken of op ieder tijdstip waarop zulks door de Raad noodzakelijk wordt geacht, na kennisgeving van zestig dagen te voren.

Artikel 14

Een meerderheid van de Leden, andere dan de Toegevoegde Leden, vormt het quorum voor de bijeenkomsten van de Algemene Vergadering.

Artikel 15

De taken van de Algemene Vergadering zijn:

HOOFDSTUK VI. De Raad

Artikel 16

De Raad bestaat uit veertig leden, gekozen door de Algemene Vergadering.

Artikel 17

Bij het kiezen van de leden van de Raad houdt de Algemene Vergadering zich aan de volgende criteria:

Artikel 18

Leden, die zitting hebben in de Raad krachtens Artikel 16, oefenen hun functie uit tot het einde van de volgende gewone zitting van de Algemene Vergadering. Zij zijn dadelijk herkiesbaar.

Artikel 19
Artikel 20

De Raad nodigt ieder Lid uit om zonder stemrecht deel te nemen aan zijn beraadslagingen omtrent elke aangelegenheid, welke van bijzonder belang voor dat Lid is.

Artikel 21

a. De Raad neemt in studie het ontwerp-werkprogramma en de voorlopige begroting door de Secretaris-Generaal opgesteld aan de hand van de voorstellen gedaan door de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking en de Vereenvoudigingscommissie en andere organen van de Organisatie en stelt, deze in aanmerking nemend, het werkprogramma en de begroting van de Organisatie vast en legt deze voor aan de Algemene Vergadering, daarbij rekening houdend met de algemene belangen en de prioriteiten van de Organisatie.

b. De Raad ontvangt de verslagen, voorstellen en aanbevelingen van de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking, de Vereenvoudigingscommissie en andere organen van de Organisatie en zendt deze door aan de Algemene Vergadering en, wanneer de Algemene Vergadering niet in zitting bijeen is, ter kennisneming aan de Leden, vergezeld van zijn opmerkingen en aanbevelingen.

c. Aangelegenheden waarop de artikelen 28, 33, 38, 43 en 48 betrekking hebben, worden slechts door de Raad in studie genomen nadat de zienswijze van de Maritieme Veiligheidscommissie, de Juridische Commissie, de Commissie ter bescherming van het mariene milieu, de Commissie inzake Technische Samenwerking of de Vereenvoudigingscommissie, naar gelang welke hiervoor in aanmerking komt, hieromtrent is verkregen.

Artikel 22

De Raad benoemt, met goedkeuring van de Algemene Vergadering, de Secretaris-Generaal. De Raad voorziet ook in de benoeming van zodanig ander personeel als nodig mocht zijn; hij stelt de dienstvoorwaarden van de Secretaris-Generaal en het andere personeel vast, welke voorwaarden zoveel mogelijk in overeenstemming zullen zijn met die van de Verenigde Naties en haar Gespecialiseerde Organisaties.

Artikel 23

De Raad brengt aan de Algemene Vergadering op iedere gewone zitting verslag uit over het werk uitgevoerd door de Organisatie sedert de voorafgaande gewone zitting van de Algemene Vergadering.

Artikel 24

De Raad legt het financieel overzicht van de Organisatie, vergezeld van zijn opmerkingen en aanbevelingen, voor aan de Algemene Vergadering.

Artikel 25
Artikel 26

Tussen de zittingen van de Algemene Vergadering oefent de Raad alle taken van de Organisatie uit, met uitzondering van het doen van aanbevelingen bedoeld in artikel 15, letter (j). De Raad coördineert in het bijzonder de activiteiten van de organen van de Organisatie en kan die wijzigingen in het werkprogramma aanbrengen, die strikt noodzakelijk zijn om het doelmatig functioneren van de Organisatie te verzekeren.

HOOFDSTUK VII. Maritieme Veiligheids Commissie

Artikel 27

In de Maritieme Veiligheidscommissie hebben alle Leden zitting.

Artikel 28
Artikel 29

De Maritieme Veiligheidscommissie legt aan de Raad voor:

Artikel 30

De Maritieme Veiligheidscommissie komt ten minste eenmaal per jaar bijeen. Zij kiest eenmaal per jaar haar functionarissen en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.

Artikel 31

Ongeacht eventuele strijdigheid met dit Verdrag, doch met inachtneming van het bepaalde in artikel 27, houdt de Maritieme Veiligheidscommissie zich, bij de uitoefening van de taken die haar door of krachtens een internationale overeenkomst of een andere regeling zijn opgedragen, aan de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst of regeling, in het bijzonder met betrekking tot de regels inzake de te volgen procedure.

HOOFDSTUK VIII. - DE JURIDISCHE COMMISSIE

Artikel 32

De Juridische Commissie bestaat uit alle Leden.

Artikel 33
Artikel 34

De Juridische Commissie legt voor aan de Raad:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.