Kaderovereenkomst inzake een breed partnerschap en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Indonesië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2014-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Europese Gemeenschap,

hierna „de Gemeenschap” genoemd, en

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

Ierland,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,

enerzijds, en

De Regering van de Republiek Indonesië,

anderzijds,

hierna „de partijen” genoemd,

Gelet op de traditionele vriendschapsbanden tussen de Republiek Indonesië en de Gemeenschap, en op de nauwe historische, politieke en economische relaties die hen binden,

Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging van de beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de eerbiediging, bevordering en bescherming van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, de rechtsstaat, vrede en internationaal recht, zoals neergelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties, het Statuut van Rome en in andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten die voor beide partijen gelden,

Bevestigend dat de soevereiniteit, de territoriale onschendbaarheid en de nationale eenheid van de Republiek Indonesië worden geëerbiedigd,

Bevestigend dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur en streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en milieubescherming,

Bevestigend dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven, dat de beschuldigden moeten worden berecht, waarna bij veroordeling een adequate straf dient te volgen, en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren,

Verklarend dat zij zich maximaal inzetten voor de bestrijding van alle vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme, overeenkomstig het internationale recht, onder meer op het gebied van mensenrechten, humanitaire beginselen inzake migratie en vluchtelingen en internationaal humanitair recht, en voor de ontwikkeling van effectieve internationale instrumenten om deze uit te bannen,

Aangezien de partijen erkennen dat de goedkeuring van relevante internationale verdragen en resoluties van de VN-Veiligheidsraad, waaronder Resolutie 1540, ten grondslag liggen aan de verbintenis van de hele internationale gemeenschap om de verspreiding van massavernietigingswapens tegen te gaan,

Erkennend dat het noodzakelijk is om de verplichtingen met betrekking tot zowel ontwapening als non-proliferatie binnen het internationaal recht te versterken, onder andere om het gevaar van massavernietigingswapens uit te sluiten,

Het belang erkennend van de samenwerkingsovereenkomst van 7 maart 1980 tussen de Europese Economische Gemeenschap en Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand, lidstaten van de ASEAN (de Associatie van Zuidoost-Aziatische staten) en de daaropvolgende toetredingsprotocollen,

Het belang erkennend van versterking van de bestaande betrekkingen ter stimulering van de onderlinge samenwerking, alsook van hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, non-discriminatie, inachtneming van het milieu en wederzijds voordeel,

Bevestigend dat de partijen in overeenstemming met de in regionaal verband ondernomen activiteiten, de samenwerking tussen de Gemeenschap en de Republiek Indonesië willen verdiepen, op grond van gemeenschappelijke waarden en tot wederzijds voordeel,

Conform hun respectieve wet- en regelgeving,

Zijn als volgt overeengekomen:

Titel I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 1. Algemene beginselen
1.

Eerbiediging van de democratische beginselen en de fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten die van toepassing zijn voor beide partijen, vormt de grondslag van het binnenlandse en buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.

2.

De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties.

3.

De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van klimaatverandering aan te pakken en bij te dragen aan de verwezenlijking van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling.

4.

De partijen herhalen hun gehechtheid aan de Verklaring van Parijs van 2005 inzake de doeltreffendheid van hulp en komen overeen hun samenwerking te versterken om betere resultaten op het gebied van ontwikkeling te verwezenlijken.

5.

De partijen bevestigen dat zij belang hechten aan de beginselen van goed bestuur, de rechtsstaat, waaronder de onafhankelijkheid van justitie, en corruptiebestrijding.

6.

Deze partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst wordt ten uitvoer gelegd op basis van de beginselen van gelijkheid en wederzijds voordeel.

Artikel 2. Doel van de samenwerking

Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren ze verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen richten zich met name op:

Artikel 3. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens
1.

De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.

2.

De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen aan het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door te voldoen aan de bestaande verplichtingen in het kader van multilaterale ontwapeningsverdragen en non-proliferatieverdragen en deze op nationaal niveau ten uitvoer te leggen, alsmede andere multilaterale overeenkomsten en internationale verplichtingen in het kader van het Handvest van de Verenigde Naties. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.

3.

De partijen komen daarnaast overeen samen te werken aan de tenuitvoerlegging van voor de partijen geldende internationale instrumenten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens, onder meer door middel van het uitwisselen van informatie, kennis en ervaringen.

4.

De partijen komen ook overeen samen de verspreiding van massavernietigingswapens en hun overbrengingsmiddelen tegen te gaan door te werken aan de ondertekening en ratificatie van of naargelang van het geval de toetreding tot alle andere relevante internationale instrumenten en de volledige tenuitvoerlegging daarvan.

5.

De partijen komen overeen samen te werken aan de instelling van een doeltreffend systeem van nationale exportcontrole, waarbij zowel de uitvoer als de doorvoer van met massavernietigingswapens verband houdende goederen worden gecontroleerd, met inbegrip van controle vanuit het oogpunt van massavernietigingswapens van het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik en met effectieve sancties op inbreuken op de exportcontrole.

6.

De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog in te stellen ter ondersteuning en consolidatie van deze elementen. Deze dialoog kan op regionale basis plaatsvinden.

Artikel 4. Juridische samenwerking
1.

De partijen werken samen op het gebied van de ontwikkeling van hun rechtssystemen, wetten en rechtsinstanties, onder meer wat betreft hun doeltreffendheid, met name door de uitwisseling van standpunten en deskundigheid, alsmede door middel van capaciteitsopbouw. Voor zover mogelijk en binnen hun bevoegdheden streven de partijen naar de ontwikkeling van wederzijdse juridische bijstand in strafzaken en bij uitlevering.

2.

De partijen bevestigen dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de beschuldigden moeten worden berecht, waarna bij veroordeling een adequate straf dient te volgen.

3.

De partijen komen overeen samen te werken met betrekking tot de uitvoering van het presidentiële decreet inzake het nationale actieplan mensenrechten 2004–2009, waaronder voorbereiding van de ratificatie en tenuitvoerlegging van internationale mensenrechteninstrumenten, zoals het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide en het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.

4.

De partijen zijn het erover eens dat het nuttig zou zijn een dialoog over dit thema te voeren.

Artikel 5. Samenwerking ter bestrijding van terrorisme
1.

De partijen bevestigen het belang van terrorismebestrijding en komen overeen samen te werken om terrorisme te voorkomen en tegen te gaan, overeenkomstig de geldende internationale verdragen, waaronder mensenrechteninstrumenten en internationaal humanitair recht, alsmede hun respectieve wet- en regelgeving, en rekening houdend met de mondiale terrorismebestrijdingsstrategie van de VN zoals beschreven in Resolutie 60/288 van de Algemene Vergadering van de VN van 8 september 2006 en de Gezamenlijke verklaring van de EU en de ASEAN over samenwerking ter bestrijding van terrorisme van 28 januari 2003.

2.

In het kader van de uitvoering van Resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad en andere relevante VN-resoluties, internationale verdragen en instrumenten die op de partijen van toepassing zijn, werken de partijen samen aan terrorismebestrijding, onder meer door middel van:

Titel II. SAMENWERKING IN REGIONALE EN INTERNATIONALE ORGANISATIES

Artikel 6

De partijen wisselen standpunten uit en werken samen in het kader van regionale en internationale fora en organisaties zoals de Verenigde Naties, de dialoog tussen de ASEAN en de EU, het regionale forum van de ASEAN (ARF), de bijeenkomst Azië-Europa (ASEM), de Conferentie van de Verenigde Naties voor Handel en Ontwikkeling (UNCTAD) en de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Titel III. BILATERALE EN REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 7
1.

Voor elke sector waarbinnen uit hoofde van deze overeenkomst een dialoog wordt gevoerd en samenwerking plaatsvindt, en met de nodige nadruk op zaken in het kader van bilaterale samenwerking, komen de partijen overeen de daarmee verband houdende activiteiten uit te voeren binnen een bilateraal of regionaal kader, of een combinatie daarvan. Bij het kiezen van het passende kader pogen de partijen de voordelen voor en de betrokkenheid van alle geïnteresseerde partijen te optimaliseren, waarbij zij zo goed mogelijk gebruik maken van de beschikbare middelen, rekening houden met de politieke en institutionele haalbaarheid en voor zover passend zorgen voor samenhang met andere activiteiten waarbij de Gemeenschap en ASEAN-partners betrokken zijn.

2.

De Gemeenschap en Indonesië kunnen eventueel besluiten financiële steun te verlenen aan samenwerkingsactiviteiten op de in de overeenkomst beschreven of daarmee samenhangende gebieden, overeenkomstig hun respectieve financiële procedures en middelen. Dit kan met name de organisatie omvatten van opleidingen, workshops en seminars, uitwisseling van deskundigen, onderzoeken en andere activiteiten waarover de partijen overeenstemming bereiken.

Titel IV. SAMENWERKING INZAKE HANDEL EN INVESTERINGEN

Artikel 8. Algemene beginselen
1.

De partijen nemen deel aan een dialoog over bilaterale en multilaterale handel en handelsgerelateerde kwesties met het oog op de versterking van de bilaterale handelsbetrekkingen en de bevordering van het multilaterale handelssysteem.

2.

De partijen streven ernaar de verdere ontwikkeling en diversifiëring van hun handelsbetrekkingen zo veel mogelijk en tot wederzijds voordeel te bevorderen. Zij streven naar betere voorwaarden voor markttoegang door toe te werken naar de afschaffing van handelsbelemmeringen, met name door middel van de tijdige opheffing van niet-tarifaire belemmeringen en door het nemen van maatregelen ter verbetering van de transparantie, rekening houdend met de werkzaamheden van internationale organisaties op dit gebied.

3.

De partijen erkennen dat handel onontbeerlijk is voor ontwikkeling en dat bijstand in de vorm van handelspreferenties zijn nut voor ontwikkelingslanden heeft bewezen; zij streven ernaar hun overleg over dergelijke bijstand te intensiveren, met volledige eerbiediging van de WTO-regels.

4.

De partijen houden elkaar op de hoogte van de ontwikkeling van het handelsbeleid en handelsgerelateerd beleid, zoals op het gebied van landbouw, voedselveiligheid, diergezondheid, consumenten, gevaarlijke chemische stoffen en afvalbeheer.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.