Overeenkomst voor samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van fraude en andere illegale activiteiten die hun financiële belangen schaden

Type Verdrag
Publication 2010-03-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Europese Gemeenschap,

Het Koninkrijk België,

De Republiek Tsjechië,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

Ierland,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

De Republiek Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

De Republiek Slovenië,

De Republiek Slowakije,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

enerzijds, en

De Zwitserse Bondsstaat,

anderzijds,

hierna de „overeenkomstsluitende partijen” genoemd,

Gelet op de nauwe betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds,

Geleid door de wens fraude en andere illegale activiteiten die de financiële belangen van de overeenkomstsluitende partijen schaden doeltreffend te bestrijden,

Gelet op de noodzaak om de administratieve bijstand op deze gebieden te versterken,

Ervan overtuigd dat wederzijdse rechtshulp, met inbegrip van huiszoekingen en inbeslagneming van voorwerpen, moet worden verstrekt – ook voor alle gevallen van smokkel en ontduiking van indirecte belastingen, met name de belasting over de toegevoegde waarde, douanerechten en accijnzen,

Erkennende het belang van de bestrijding van het witwassen van geld,

Hebben besloten de volgende overeenkomst te sluiten:

De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast in de verhouding met Zwitserland.

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Voorwerp

Voorwerp van deze overeenkomst is de uitbreiding van de administratieve bijstand en de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, ter bestrijding van de in Artikel2 vermelde illegale activiteiten.

Artikel 2. Werkingssfeer
1.

Deze overeenkomst is van toepassing op de volgende gebieden:

2.

Samenwerking in de zin van de titels II (administratieve bijstand) en III (wederzijdse rechtshulp) kan niet worden geweigerd op de enkele grond dat het verzoek betrekking heeft op een delict dat door de aangezochte overeenkomstsluitende partij als fiscaal delict wordt aangemerkt of dat de wetgeving van de aangezochte overeenkomstsluitende partij niet dezelfde soort heffingen of uitgaven kent of niet dezelfde soort regelgeving of dezelfde juridische kwalificatie van de feiten bevat als de wetgeving van de verzoekende overeenkomstsluitende partij.

3.

Het witwassen van de opbrengsten van de onder deze overeenkomst vallende activiteiten valt ook onder de werkingssfeer van deze overeenkomst mits de handelingen die het voorafgaande feit vormen naar het recht van beide overeenkomstsluitende partijen strafbaar zijn gesteld met een vrijheidsstraf of een tot vrijheidsbeneming strekkende maatregel met een maximum van meer dan zes maanden.

4.

De directe belastingen zijn van de werkingssfeer van deze overeenkomst uitgesloten.

Artikel 3. Minder belangrijke gevallen
1.

De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij kan een verzoek om samenwerking afwijzen wanneer het vermoedelijke te lage of ontdoken bedrag aan rechten lager ligt dan 25 000 EUR, of de vermoedelijke waarde van de op onregelmatige wijze in- of uitgevoerde goederen minder bedraagt dan 100 000 EUR, tenzij de feiten wegens hun aard of de persoon van de dader door de verzoekende overeenkomstsluitende partij als zeer ernstig worden beschouwd.

2.

De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij stelt de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij onverwijld in kennis van de redenen waarom het verzoek om samenwerking wordt afgewezen.

Artikel 4. Openbare orde

De samenwerking kan worden geweigerd indien de aangezochte overeenkomstsluitende partij van mening is dat uitvoering van het verzoek haar soevereiniteit, veiligheid, openbare orde of andere wezenlijke belangen zal aantasten.

Artikel 5. Het verstrekken van inlichtingen en bewijsmateriaal
1.

De in enigerlei vorm uit hoofde van deze overeenkomst verstrekte of verkregen inlichtingen en bewijzen vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming die geldt voor soortgelijke gegevens krachtens de nationale wetgeving van de ontvangende overeenkomstsluitende partij en krachtens de overeenkomstige bepalingen die van toepassing zijn op de communautaire instellingen.

Deze inlichtingen en bewijzen mogen niet worden meegedeeld aan andere personen dan degenen die er ambtshalve kennis van moeten nemen in de communautaire instellingen, de lidstaten of de Zwitserse Bondsstaat, en mogen niet worden gebruikt voor andere doeleinden dan die welke onder de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen.

2.

De door de verzoekende overeenkomstsluitende partij krachtens deze overeenkomst verkregen inlichtingen en bewijzen mogen aan elke overeenkomstsluitende partij worden doorgegeven indien laatstbedoelde overeenkomstsluitende partij een onderzoek verricht waarvoor samenwerking niet is uitgesloten of indien er concrete aanwijzingen zijn dat deze overeenkomstsluitende partij een dergelijk onderzoek nuttig zou kunnen verrichten Deze doorgifte mag alleen voor de doeleinden worden gebruikt die in deze overeenkomst zijn gespecificeerd.

3.

Tegen het verstrekken van inlichtingen en bewijzen uit hoofde van deze overeenkomst aan een of meer andere overeenkomstsluitende partijen kan geen beroep worden ingesteld in de aanvankelijk aangezochte overeenkomstsluitende partij.

4.

Elke overeenkomstsluitende partij waaraan inlichtingen of bewijzen zijn verstrekt overeenkomstig lid 2 neemt de beperkingen op het gebruik daarvan die door de aangezochte overeenkomstsluitende partij zijn opgelegd aan de overeenkomstsluitende partij die om de eerste verstrekking heeft verzocht, in acht.

5.

Wenst een overeenkomstsluitende partij krachtens deze overeenkomst verkregen inlichtingen en bewijzen te verstrekken aan een derde staat, dan is daarvoor de toestemming vereist van de overeenkomstsluitende partij waarvan deze gegevens en bewijzen afkomstig zijn.

Artikel 6. Vertrouwelijkheid

De verzoekende overeenkomstsluitende partij kan verlangen dat de aangezochte overeenkomstsluitende partij het verzoek en de inhoud ervan vertrouwelijk behandelt, tenzij dit de uitvoering van het verzoek belemmert. Indien de aangezochte overeenkomstsluitende partij niet kan voldoen aan het vereiste van vertrouwelijkheid, stelt zij de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij daarvan vooraf in kennis.

TITEL II. ADMINISTRATIEVE BIJSTAND

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 7. Verband met andere overeenkomsten

Deze titel laat de toepasselijke bepalingen inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, de verdergaande verplichtingen inzake administratieve bijstand of de gunstiger bepalingen van bilaterale of multilaterale overeenkomsten inzake samenwerking tussen de overeenkomstsluitende partijen, met name het aanvullend protocol inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken van 9 juni 1997, onverlet.

Artikel 8. Draagwijdte
1.

De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar wederzijdse bijstand om de in deze overeenkomst bedoelde illegale activiteiten te bestrijden, met name door de preventie, de opsporing en het onderzoek van transacties en andere handelingen en nalatigheden die in strijd zijn met de relevante wetgeving.

2.

De bijstand overeenkomstig deze titel heeft betrekking op alle bevoegde bestuurlijke autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen die optreden in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden inzake administratief onderzoek en strafvervolging, met inbegrip van de gevallen waarin deze autoriteiten bevoegdheden uitoefenen op verzoek van de gerechtelijke autoriteiten. Wanneer een strafrechtelijk onderzoek wordt verricht door of onder leiding van een gerechtelijke autoriteit, bepaalt deze autoriteit of daarmee samenhangende verzoeken om wederzijdse bijstand of samenwerking ingediend worden op grond van de toepasselijke bepalingen betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken dan wel op grond van deze titel.

Artikel 9. Bevoegdheden
1.

De autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen passen de bepalingen van deze titel toe in het kader van de bevoegdheden die hun overeenkomstig het interne recht zijn toegekend. Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een wijziging van de bevoegdheden die krachtens interne bepalingen aan de autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen in de zin van deze titel zijn toegekend. Zij gaan te werk alsof zij ten eigen behoeve of op verzoek van een andere autoriteit van dezelfde overeenkomstsluitende partij handelen. Daartoe gebruiken zij alle hun in het kader van hun intern recht ter beschikking staande wettelijke bevoegdheden ter inwilliging van het verzoek.

2.

Verzoeken gericht tot autoriteiten die niet bevoegd zijn, worden onverwijld doorgezonden aan de bevoegde autoriteit.

Artikel 10. Evenredigheid

De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij kan een verzoek om samenwerking afwijzen wanneer het duidelijk is dat:

Artikel 11. Centrale diensten
1.

Elke overeenkomstsluitende partij wijst de centrale dienst of diensten aan die bevoegd zijn om de verzoeken om administratieve bijstand in de zin van deze titel te behandelen.

Om de gevraagde bijstand te verlenen doen deze diensten beroep op alle bevoegde bestuurlijke autoriteiten.

2.

De centrale diensten treden rechtstreeks met elkaar in contact.

3.

De activiteiten van de centrale diensten sluiten niet uit dat andere autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen, met name in spoedgevallen, rechtstreeks samenwerken op de onder deze overeenkomst vallende gebieden. De centrale diensten worden op de hoogte gesteld van alle gevallen waarin deze rechtstreekse samenwerking plaatsvindt.

4.

De overeenkomstsluitende partijen delen bij de in artikel 44, lid 2, bedoelde kennisgeving mee welke autoriteiten voor de toepassing van dit artikel als centrale diensten worden aangemerkt.

HOOFDSTUK 2. BIJSTAND OP VERZOEK

Artikel 12. Verzoeken om inlichtingen
1.

Binnen de grenzen van de werkingssfeer van deze overeenkomst deelt de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij op verzoek van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij, deze laatste autoriteit alle inlichtingen mee waarover zij of andere autoriteiten van dezelfde overeenkomstsluitende partij beschikken en die deze autoriteit nodig heeft om illegale activiteiten in de zin van deze overeenkomst te voorkomen, op te sporen en te bestraffen dan wel om schuldvorderingen in te vorderen. De autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij verricht elk administratief onderzoek dat nodig is om deze inlichtingen te verkrijgen.

2.

De meegedeelde inlichtingen gaan vergezeld van rapporten en andere documenten of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften of uittreksels daarvan waarop de verstrekte inlichtingen gebaseerd zijn en waarover de autoriteiten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij beschikken of die voor het antwoord op het verzoek om inlichtingen zijn opgesteld of verkregen.

3.

In onderlinge overeenstemming tussen de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij en die van de aangezochte overeenkomstsluitende partij en overeenkomstig de gedetailleerde instructies van de laatstbedoelde autoriteit kunnen ambtenaren die daartoe zijn gemachtigd door de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij in de kantoren van de autoriteiten van de aangezochte overeenkomstsluitende partij toegang hebben tot de documenten en inlichtingen in de zin van lid 1 die in het bezit zijn van deze autoriteiten en betrekking hebben op specifieke illegale activiteiten die onder de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen. De betrokken ambtenaren mogen deze documenten kopiëren.

Artikel 13. Verzoeken tot uitoefening van toezicht

Op verzoek van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij oefent de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij voorzover mogelijk toezicht uit op de goederenhandel die in strijd is met de in Artikel 2 bedoelde regelgeving. Dit toezicht kan betrekking hebben op personen ten aanzien van wie gegronde vermoedens bestaan dat zij aan deze illegale activiteiten deelnemen of hebben deelgenomen dan wel dat zij daartoe voorbereidingen hebben getroffen, alsmede op gebouwen, vervoermiddelen en goederen die verband houden met deze activiteiten.

Artikel 14. Kennisgeving en toezending per post
1.

Op verzoek van de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij en met inachtneming van de interne voorschriften van de aangezochte overeenkomstsluitende partij, geeft de autoriteit van de aangezochte overeenkomstsluitende partij de geadresseerde kennis of laat zij hem kennis geven van alle besluiten of beslissingen die uitgaan van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende overeenkomstsluitende partij en die onder de werkingssfeer van deze overeenkomst vallen.

2.

De verzoeken om kennisgeving, die het onderwerp moeten vermelden van de besluiten of beslissingen waarvan kennis moet worden gegeven, gaan vergezeld van een vertaling in een officiële taal van de aangezochte overeenkomstsluitende partij of in een voor deze overeenkomstsluitende partij aanvaardbare taal.

3.

De overeenkomstsluitende partijen kunnen de onder Artikel 2, lid 1, onder a, derde en vierde streepje, vallende marktdeelnemers die op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij verblijven rechtstreeks per post kennisgevingen, verzoeken om inlichtingen en om documenten toezenden.

Deze personen kunnen daaraan gevolg geven en de relevante documenten en inlichtingen verstrekken in de vorm die is vastgesteld in de voorschriften en de regelgeving op basis waarvan de middelen zijn toegekend.

Artikel 15. Verzoeken tot onderzoeken
1.

Op verzoek van de verzoekende overeenkomstsluitende partij verricht de aangezochte overeenkomstsluitende partij de passende onderzoeken of doet zij deze verrichten naar transacties of gedragingen die illegale activiteiten in de zin van deze overeenkomst vormen, of die bij de autoriteit van de verzoekende overeenkomstsluitende partij het gegronde vermoeden doen ontstaan dat dergelijke illegale activiteiten werden gepleegd.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.