Verdrag betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden (herzien)

Type Verdrag
Publication 2008-06-12
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag van 13 februari 1961 betreffende de sociale zekerheid van rijnvarenden (herzien), de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk België, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat,

Besloten hebbende dit Verdrag te vervangen door een nieuw Verdrag en tot dit doel hun gevolmachtigden benoemd hebbende, wier volmachten in goede en behoorlijke vorm zijn bevonden,

Hebben de volgende bepalingen aangenomen:

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 2
1.

Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 9, tweede lid en artikel 54, is dit Verdrag op het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen van toepassing op alle personen, die als rijnvarenden onderworpen zijn of geweest zijn aan de wetgeving van een of meer Verdragsluitende Partijen, alsmede op hun gezinsleden en op hun nagelaten betrekkingen.

2.

Dit Verdrag is niet van toepassing op personen, die hun beroepsarbeid uitoefenen aan boord van:

Artikel 3
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle wetgevingen betreffende de volgende takken van sociale zekerheid:

2.

Dit Verdrag is van toepassing op de algemene en bijzondere regelingen van sociale zekerheid, van contributieve of niet-contributieve aard, alsmede op de regelingen inzake de verplichtingen van de werkgever betreffende in het vorige lid bedoelde prestaties. In tussen Verdragsluitende Partijen te sluiten bilaterale of multilaterale akkoorden zullen, voor zover mogelijk, de voorwaarden worden vastgesteld, waaronder dit Verdrag van toepassing zal zijn op regelingen, welke bij collectieve overeenkomsten ingesteld zijn en door een beslissing van de overheid verplicht gesteld zijn.

3.

Dit Verdrag is noch op de sociale en medische bijstand, noch op de regelingen betreffende prestaties aan slachtoffers van oorlogshandelingen of de gevolgen daarvan, van toepassing.

Artikel 4
1.

In Bijlage II worden voor elke Verdragsluitende Partij de wetgevingen en regelingen, bedoeld in artikel 3, eerste en tweede lid, vermeld.

2.

Door iedere Verdragsluitende Partij wordt, overeenkomstig artikel 97, eerste lid, kennisgeving gedaan van elke wijziging welke ten gevolge van de invoering van een nieuwe wetgeving in Bijlage II dient te worden aangebracht. Deze kennisgeving moet binnen drie maanden na bekendmaking van bedoelde wetgeving worden gedaan of, indien deze wetgeving bekend is gemaakt vóór de datum van bekrachtiging of aanvaarding van dit Verdrag, op de dag van bekrachtiging of aanvaarding.

Artikel 5
1.

Dit Verdrag laat onverlet de verplichtingen welke voortvloeien uit enig verdrag dat door de Internationale Arbeidsconferentie is aanvaard.

2.

Dit Verdrag treedt, voor wat betreft de personen op wie het van toepassing is, in de plaats van elk verdrag inzake sociale zekerheid dat verbindend is:

3.

Ongeacht het bepaalde in het vorige lid, kunnen twee of meer Verdragsluitende Partijen in onderling overleg de bepalingen van verdragen inzake sociale zekerheid welke verbindend voor hen zijn, van kracht doen blijven, wat betreft de personen op wie dit Verdrag van toepassing is, door ze te vermelden in Bijlage III, voor zover het bepalingen betreft, welke ten minste even gunstig zijn voor de betrokkene als die van dit Verdrag. Dit Verdrag is echter wel van toepassing in alle gevallen welke geregeld dienen te worden door het orgaan van een andere Verdragsluitende Partij dan die, waarvoor de bepalingen, als bedoeld in de vorige zin, verbindend zijn.

4.

Twee of meer Verdragsluitende Partijen waarvoor in Bijlage III vermelde bepalingen verbindend zijn, kunnen in onderlinge overeenstemming in deze Bijlage wijzigingen aanbrengen door hiervan overeenkomstig artikel 97, eerste lid, kennisgeving te doen.

Artikel 6
1.

Twee of meer Verdragsluitende Partijen kunnen onderling aanvullende overeenkomsten sluiten welke op de beginselen van dit Verdrag berusten.

2.

Door iedere Verdragsluitende Partij wordt overeenkomstig artikel 97, eerste lid, kennisgeving gedaan van elke overeenkomst welke op grond van het vorige lid wordt gesloten, evenals van elke latere wijziging of opzegging van een dergelijke overeenkomst. Deze kennisgeving moet worden gedaan binnen drie maanden na het in werking treden van bedoelde overeenkomst of van wijziging daarvan, of na het van kracht worden van de opzegging.

Artikel 7
1.

Tenzij in dit Verdrag anders wordt bepaald, hebben personen, die zich aan boord van een schip, als bedoeld in artikel 1, sub m), bevinden of die op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij wonen en op wie het Verdrag van toepassing is, de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van iedere Verdragsluitende Partij onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van laatstbedoelde Partij.

2.

Het genot van bijzondere uitkeringen van niet-contributieve aard, welke zijn toegekend aan personen, die niet voor de gebruikelijke uitkeringen in aanmerking kunnen komen, kan echter afhankelijk gesteld worden van de voorwaarde, dat de betrokkene of, indien het uitkeringen aan nagelaten betrekkingen betreft, de overledene op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij heeft gewoond gedurende een tijdvak dat al naar gelang de omstandigheden, kan worden vastgesteld op ten hoogste:

3.

In Bijlage IV worden de in de wetgeving van iedere Verdragsluitende Partij voorziene uitkeringen, waarop het vorige lid van toepassing is, vermeld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.