Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)

Type Verdrag
Publication 1994-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

PREAMBULE

De Hoge Verdragsluitende Partijen,

Hun ernstig verlangen uitsprekende, vrede tussen de volkeren te zien heersen,

In herinnering brengende, dat iedere Staat, overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties, de plicht heeft zich in zijn internationale betrekkingen te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld, gericht tegen de soevereiniteit, de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een Staat, dan wel plaatsvindend op enige andere wijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties,

Van oordeel, dat het niettemin noodzakelijk is, de bepalingen ter bescherming van de slachtoffers van gewapende conflicten opnieuw te bevestigen en uit te breiden, en maatregelen toe te voegen met het oog op een strengere toepassing daarvan,

Hun overtuiging uitsprekende, dat geen enkele bepaling van dit Protocol of van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 kan worden uitgelegd als rechtvaardiging van of machtiging tot enige daad van agressie of van enig ander gebruik van geweld, onverenigbaar met het Handvest van de Verenigde Naties,

Voorts opnieuw bevestigende, dat de bepalingen van de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 en van dit Protocol ten volle dienen te worden toegepast in alle omstandigheden op alle personen die door deze akten worden beschermd, zonder enig nadelig onderscheid gebaseerd op de aard of de oorsprong van het gewapende conflict of op de motieven van of toegeschreven aan de partijen bij het conflict,

Zijn het volgende overeengekomen:

DEEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Algemene beginselen en toepassingsgebied
1.

De Hoge Verdragsluitende Partijen verbinden zich, dit Protocol onder alle omstandigheden te eerbiedigen en te doen eerbiedigen.

2.

In gevallen waarin niet wordt voorzien door dit Protocol of door andere internationale overeenkomsten blijven de burgers en combattanten beschermd door en onderworpen aan de beginselen van het volkenrecht die voortvloeien uit de gevestigde gebruiken, de beginselen van menselijkheid en de eisen van het openbare rechtsbewustzijn.

3.

Dit Protocol, dat een aanvulling vormt op de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949 voor de bescherming van oorlogsslachtoffers, is van toepassing in de situaties, bedoeld in de artikelen 2 van die Verdragen.

4.

De situaties, bedoeld in het voorgaande lid, omvatten mede gewapende conflicten waarin volkeren vechten tegen koloniale overheersing en vreemde bezetting en tegen racistische regimes, in de uitoefening van hun recht op zelfbeschikking zoals neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Verklaring betreffende de beginselen van het volkenrecht inzake vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking tussen de Staten overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties.

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van dit Protocol:

Artikel 3. Aanvang en einde van de toepassing

Onverminderd de bepalingen die te allen tijde van toepassing zijn:

Artikel 4. Juridische status van de partijen bij het conflict

De toepassing van de Verdragen en dit Protocol, alsook het sluiten van de overeenkomsten die daarin zijn voorzien, zijn niet van invloed op de juridische status van de partijen bij het conflict. Noch de bezetting van een gebied, noch de toepassing van de Verdragen en dit Protocol zijn van invloed op de juridische status van het desbetreffende gebied.

Artikel 5. Aanwijzing van beschermende mogendheden en van hun plaatsvervangers
1.

Het is de plicht van de partijen bij een conflict, om vanaf de aanvang van dat conflict de nakoming en de uitvoering van de Verdragen en dit Protocol te verzekeren door middel van toepassing van het stelsel van beschermende mogendheden, dat onder andere aanwijzing en aanvaarding van die mogendheden inhoudt overeenkomstig de volgende leden. De beschermende mogendheden zijn belast met het beschermen van de belangen van de partijen bij het conflict.

2.

Bij de aanvang van een situatie als bedoeld in artikel 1 wijst iedere partij bij het conflict onverwijld een beschermende mogendheid aan met het oog op de toepassing van de Verdragen en dit Protocol en geeft, eveneens onverwijld en met hetzelfde doel, toestemming tot de werkzaamheden van een beschermende mogendheid die zij na aanwijzing door de tegenpartij als zodanig heeft aanvaard.

3.

Indien bij de aanvang van een situatie als bedoeld in artikel 1 geen beschermende mogendheid is aangewezen of aanvaard, biedt het Internationale Comité van het Rode Kruis, onverminderd het recht van enige andere onpartijdige humanitaire organisatie hetzelfde te doen, de partijen bij het conflict zijn goede diensten aan met het oog op de onverwijlde aanwijzing van een beschermende mogendheid die de instemming van de partijen bij het conflict heeft. Te dien einde kan het Internationale Comité onder andere elke partij verzoeken, een lijst over te leggen van ten minste vijf Staten welke die partij aanvaardbaar acht om te haren behoeve ten opzichte van een tegenpartij als beschermende mogendheid op te treden, en elke tegenpartij verzoeken, een lijst over te leggen van ten minste vijf Staten die zij bereid is als beschermende mogendheid van de andere partij te aanvaarden; deze lijsten worden binnen twee weken na de ontvangst van het verzoek toegezonden aan het Comité, dat deze vergelijkt en zal trachten de instemming te verkrijgen van iedere Staat die op beide lijsten voorkomt.

4.

Indien er ondanks het bovenstaande geen beschermende mogendheid is, dienen de partijen bij het conflict onverwijld een aanbod te aanvaarden, dat kan worden gedaan door het Internationale Comité van het Rode Kruis of door enige andere organisatie die alle waarborgen van onpartijdigheid en doeltreffendheid biedt, na raadpleging van de bovenbedoelde partijen en met inachtneming van de uitkomst van die raadplegingen, om op te treden als plaatsvervanger. Een zodanige plaatsvervanger kan zijn functie slechts uitoefenen met toestemming van de partijen bij het conflict; de partijen bij het conflict moeten alles in het werk stellen om de werkzaamheden door de plaatsvervanger verricht bij de uitoefening van zijn taak krachtens de Verdragen en dit Protocol, te vergemakkelijken.

5.

Overeenkomstig artikel 4 zijn de aanwijzing en de aanvaarding van beschermende mogendheden met het oog op de toepassing van de Verdragen en dit Protocol niet van invloed op de juridische status van de partijen bij het conflict of van enig gebied, daaronder begrepen bezet gebied.

6.

Het feit dat de partijen bij het conflict diplomatieke betrekkingen met elkaar onderhouden, of dat een partij de bescherming van haar belangen en die van haar onderdanen aan een derde Staat heeft toevertrouwd overeenkomstig de regels van het volkenrecht betreffende de diplomatieke betrekkingen, vormt geen beletsel voor de aanwijzing van beschermende mogendheden met het oog op de toepassing van de Verdragen en dit Protocol.

7.

Iedere navolgende vermelding in dit Protocol van een beschermende mogendheid omvat mede een plaatsvervanger.

Artikel 6. Deskundige personen
1.

De Hoge Verdragsluitende Partijen streven er ook in vredestijd naar met de hulp van nationale Rode Kruis (Rode Halve Maan, Rode Leeuw en Zon)-organisaties, deskundig personeel op te leiden om de toepassing van de Verdragen en dit Protocol en in het bijzonder de werkzaamheden van de beschermende mogendheden te vergemakkelijken.

2.

De werving en de opleiding van zodanig personeel behoren tot de nationale competentie.

3.

Het Internationale Comité van het Rode Kruis houdt de lijsten van de aldus opgeleide personen, die de Hoge Verdragsluitende Partijen met dat doel mochten hebben opgesteld en aan het Comité mochten hebben toegezonden, ter beschikking van de Hoge Verdragsluitende Partijen.

4.

De voorwaarden, waaraan de tewerkstelling van zodanig personeel buiten nationaal grondgebied is onderworpen, vormen per geval onderwerp van bijzondere overeenkomsten tussen de betrokken partijen.

Artikel 7. Bijeenkomsten

De depositaris van dit Protocol roept een bijeenkomst van de Hoge Verdragsluitende Partijen bijeen op verzoek van één of meer van die partijen en met de instemming van de meerderheid van die partijen, ten einde algemene problemen betreffende de toepassing van de Verdragen en dit Protocol te bestuderen.

DEEL II. GEWONDEN, ZIEKEN EN SCHIPBREUKELINGEN

SECTIE I. ALGEMENE BESCHERMING

Artikel 8. Terminologie

Voor de toepassing van dit Protocol:

Artikel 9. Toepassingsgebied
1.

Dit Deel, waarvan de bepalingen zijn bedoeld om de toestand van de gewonden, zieken en schipbreukelingen te verbeteren, is van toepassing op allen die zich in een situatie bevinden als bedoeld in artikel 1, zonder enig nadelig onderscheid gebaseerd op ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst of geloof, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, rijkdom, geboorte of andere status, of op enig ander soortgelijk criterium.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.