Protocol van 1988 bij het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966

Type Verdrag
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Partijen bij dit Protocol,

Partij zijnde bij het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, gedaan te Londen op 5 april 1966,

de belangrijke bijlage van dit Verdrag erkennend aan de bevordering van de veiligheid van schepen en goederen op zee en van het leven van personen aan boord,

Tevens erkennend de behoefte de technische bepalingen van dit Verdrag verder te verbeteren,

Voorts erkennend de behoefte aan het opnemen in dit Verdrag van bepalingen inzake het onderzoek en de afgifte van certificaten die zijn geharmoniseerd met overeenkomstige bepalingen in andere internationale akten,

Overwegend dat in deze behoefte het best kan worden voorzien door het sluiten van een Protocol bij het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel I. Algemene verplichtingen
1.

De Partijen bij dit Protocol verbinden zich ertoe uitvoering te geven aan de bepalingen van dit Protocol en van de Bijlagen daarbij, die een integrerend deel van dit Protocol vormen. Elke verwijzing naar dit Protocol houdt tegelijkertijd een verwijzing naar de Bijlagen in.

2.

Tussen de Partijen bij dit Protocol zijn de bepalingen van het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966 (hierna te noemen „het Verdrag”) met uitzondering van artikel 29, van toepassing onder voorbehoud van de wijzigingen en aanvullingen vervat in dit Protocol.

3.

Ten aanzien van schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een Staat die geen Partij bij het Verdrag en dit Protocol is, passen de Partijen bij dit Protocol de bepalingen van het Verdrag en dit Protocol toe voor zover nodig is om te verzekeren dat zulke schepen geen gunstiger behandeling wordt toegekend.

Artikel II. Bestaande certificaten
1.

Niettegenstaande andere bepalingen van dit Protocol blijft een Internationaal Certificaat van uitwatering dat geldig is wanneer dit Protocol in werking treedt ten aanzien van de Regering van de Staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren, geldig tot de datum van verstrijken.

2.

Een Partij bij dit Protocol geeft geen certificaten af krachtens en in overeenstemming met de bepalingen van het Internationaal Verdrag betreffende de uitwatering van schepen, 1966, zoals aangenomen op 5 april 1966.

Artikel III. Verstrekking van inlichtingen

De Partijen bij dit Protocol verbinden zich ertoe, aan de Secretaris-Generaal van de Internationale Maritieme Organisatie (hierna te noemen „de Secretaris-Generaal”) mede te delen en bij hem neder te leggen:

Artikel IV. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
1.

Dit Protocol staat open voor ondertekening op de zetel van de Organisatie van 1 maart 1989 tot 28 februari 1990 en blijft daarna openstaan voor toetreding. Onder voorbehoud van het bepaalde in het derde lid kunnen de Staten hun instemming door dit Protocol gebonden te zijn tot uitdrukking brengen door:

2.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door de nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

3.

Dit Protocol kan slechts zonder voorbehoud worden ondertekend, bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd of daartoe kan slechts worden toegetreden door Staten die het Verdrag zonder voorbehoud hebben ondertekend, het hebben aanvaard of daartoe zijn toegetreden.

Artikel V. Inwerkingtreding
1.

Dit Protocol treedt in werking twaalf maanden na de datum waarop aan beide onderstaande voorwaarden is voldaan:

met dien verstande dat dit Protocol niet voor 1 februari 1992 in werking zal treden.

2.

Voor Staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding met betrekking tot dit Protocol hebben nedergelegd nadat aan de voorwaarden voor de inwerkingtreding ervan is voldaan, doch voor de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit Protocol of drie maanden na de datum van nederlegging van de akte, welke van beide data later valt.

3.

Akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd na de datum waarop dit Protocol in werking treedt, worden van kracht drie maanden na de datum van nederlegging.

4.

Een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding nedergelegd na de datum waarop een wijziging van dit Protocol of een wijziging van het Verdrag tussen de Partijen bij dit Protocol wordt geacht te zijn aanvaard overeenkomstig artikel VI, is van toepassing op dit Protocol of het Verdrag als gewijzigd.

Artikel VI. Wijzigingen
1.

Dit Protocol en, tussen de Partijen bij dit Protocol het Verdrag, kunnen worden gewijzigd door middel van een der in de volgende leden aangegeven procedures.

2.

Wijzigingen na behandeling in de Organisatie:

3.

Wijziging door een conferentie:

5.

Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, is iedere wijziging die krachtens de bepalingen van dit artikel tot stand komt en betrekking heeft op de bouw van een schip, slechts van toepassing op schepen waarvan de kiel is gelegd of waarvan de bouw zich in een soortgelijk stadium bevindt op of na de datum waarop de wijziging in werking treedt.

6.

Elke verklaring van aanvaarding van, of bezwaar tegen een wijziging of elke kennisgeving die krachtens het tweede lid, onder letter g (ii) is gedaan, dient schriftelijk ter kennis te worden gebracht van de Secretaris-Generaal van de Organisatie, die alle Partijen bij dit Protocol in kennis stelt van een dergelijke mededeling, alsmede van de datum van ontvangst daarvan.

7.

De Secretaris-Generaal van de Organisatie stelt alle Partijen bij dit Protocol in kennis van alle wijzigingen die krachtens dit artikel in werking treden, alsmede van de datum waarop een dergelijke wijziging in werking treedt.

Artikel VII. Opzegging
1.

Dit Protocol kan te allen tijde door een Partij worden opgezegd na afloop van een tijdvak van vijf jaar, te rekenen van de datum waarop dit Protocol voor die Partij in werking treedt.

2.

Opzegging geschiedt door de nederlegging van een akte van opzegging bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie.

3.

De opzegging wordt van kracht een jaar na ontvangst door de Secretaris-Generaal van de Organisatie van de akte van opzegging, of na een langere daarin vastgestelde periode.

4.

Opzegging van het Verdrag door een Partij wordt geacht opzegging van dit Protocol door die Partij in te houden. Deze opzegging wordt van kracht op dezelfde datum als waarop de opzegging van het Verdrag van kracht wordt overeenkomstig artikel 30, derde lid, van het Verdrag.

Artikel VIII. Depositaris
1.

Dit Protocol wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Organisatie (hierna te noemen „de depositaris”).

2.

De depositaris:

3.

Zodra dit Protocol in werking treedt, wordt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan door de depositaris toegezonden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter registratie en publikatie overeenkomstig artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties.

Artikel IX. Talen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.