Verdrag inzake het onderzoek en de stempeling van edelmetalen werken

Type Verdrag
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland, het Koninkrijk Noorwegen, de Portugese Republiek, het Koninkrijk Zweden, de Zwitserse Bondsstaat en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

Geleid door de wens de internationale handel in voorwerpen van edelmetaal te vergemakkelijken en tegelijkertijd de door de bijzondere aard van deze voorwerpen gewettigde bescherming van de consument te handhaven;

Overwegend dat de internationale harmonisatie van normen en technische voorschriften en richtlijnen voor methoden en procedures voor het onderzoek en het afslaan van voorwerpen van edelmetaal een waardevolle bijdrage levert aan het vrij verkeer van dergelijke producten;

Overwegend dat deze harmonisatie aangevuld dient te worden door de wederzijdse erkenning van onderzoek en afslaan en derhalve verlangend de samenwerking tussen hun waarborginstellingen en de betrokken autoriteiten te bevorderen en in stand te houden;

Gelet op het feit dat verplichte stempeling niet vereist wordt van de Verdragsluitende Staten die Partij zijn bij het Verdrag en dat het afslaan van voorwerpen van edelmetaal met in het Verdrag omschreven merken op vrijwillige basis geschiedt;

Zijn als volgt overeengekomen:

De Engelse tekst van het Verdrag is oorspronkelijk gepubliceerd in Trb. 1991/16. De vertaling is gepubliceerd in Trb. 1991/16. Het Verdrag is in werking getreden op 16 juli 1999, zie Trb. 1999/168. Het Verdrag is gewijzigd volgens Trb. 1995/238, Trb. 2000/14 en Trb. 2001/42.

I. WERKINGSSFEER EN WERKING

Artikel 1
1.

Voorwerpen die door een bevoegde waarborginstelling zijn onderzocht en afgeslagen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag worden in een invoerende Verdragsluitende Staat niet opnieuw voorgelegd voor verplicht onderzoek of verplichte afslag. Dit belet een invoerende Verdragsluitende Staat niet controleproeven te nemen in overeenstemming met artikel 6.

2.

Geen enkele bepaling van dit Verdrag vereist van een Verdragsluitende Staat dat deze de invoer of verkoop toestaat van voorwerpen van edelmetaal die niet in zijn nationale wetgeving staan omschreven of niet voldoen aan nationale wettelijke gehalten.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder „voorwerpen van edelmetaal” verstaan voorwerpen van platina, goud, palladium, zilver of legeringen daarvan, zoals omschreven in Bijlage I.

Artikel 3
1.

Teneinde in aanmerking te komen voor de toepassing van de bepalingen van artikel 1 moeten voorwerpen van edelmetaal:

2.

Voorwerpen van edelmetaal waarvan een merk is veranderd of uitgewist nadat zij zijn afgeslagen zoals voorgeschreven in Bijlage II, vallen niet onder de toepassing van artikel 1.

Artikel 4

De Verdragsluitende Staten zijn niet verplicht de bepalingen van artikel 1, eerste lid, toe te passen op voorwerpen van edelmetaal die, nadat zij zijn voorgelegd aan een bevoegde waarborginstelling en zijn onderzocht en afgeslagen zoals voorgeschreven in artikel 3, zijn veranderd door toevoeging of op enigerlei andere wijze.

II. ONDERZOEK EN SANCTIES

Artikel 5
1.

Elke Verdragsluitende Staat wijst een of meer bevoegde waarborginstellingen aan voor het onderzoeken en afslaan van voorwerpen van edelmetaal zoals voorzien in Bijlage II.

2.

De bevoegde waarborginstellingen dienen aan de volgende eisen te voldoen:

3.

Elke Verdragsluitende Staat stelt de depositaris in kennis van de aanstelling van zulke waarborginstellingen en van hun merken en van de intrekking van machtigingen verleend aan eerder aangestelde waarborginstellingen. De depositaris stelt alle andere Verdragsluitende Staten daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 6

De bepalingen van dit Verdrag beletten een Verdragsluitende Staat niet controleproeven te nemen op voorwerpen van edelmetaal die zijn voorzien van de in dit Verdrag bepaalde merken. Deze proeven worden niet op zodanige wijze uitgevoerd, dat daardoor de invoer of verkoop van voorwerpen van edelmetaal die in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag zijn afgeslagen, onnodig wordt belemmerd.

Artikel 7

De Verdragsluitende Staten machtigen hierbij de depositaris het in Bijlage II beschreven Gemeenschappelijk Keurmerk als nationaal waarborgmerk van elke Verdragsluitende Staat te registreren bij de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom (OMPI/WIPO) in overeenstemming met het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom. De depositaris doet zulks ook in het geval van een Verdragsluitende Staat met betrekking waartoe dit Verdrag op een latere datum in werking treedt of in het geval van een toetredende Staat.

Artikel 8
1.

Elke Verdragsluitende Staat bezit en handhaaft wetten waarbij het wordt verboden, op straffe van sancties, het Gemeenschappelijk Kenmerk bedoeld in dit Verdrag of de merken van de bevoegde waarborginstellingen die ter kennis zijn gebracht in overeenstemming met artikel 5, derde lid, te vervalsen, ongeoorloofd te veranderen of verkeerd te gebruiken, en, ongeoorloofd, het voorwerp te veranderen of het gehaltemerk of het merk van de instelling te veranderen of uit te wissen nadat het Gemeenschappelijk Keurmerk is aangebracht.

2.

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe krachtens deze wetten gerechtelijke stappen te ondernemen wanneer er voldoende bewijs van vervalsing of verkeerd gebruik van het Gemeenschappelijk Keurmerk of de merken van de bevoegde waarborginstellingen dan wel van ongeoorloofde verandering van het voorwerp of verandering of uitwissing van het gehaltemerk of het waarborgmerk nadat het Gemeenschappelijk Keurmerk is aangebracht, is ontdekt of onder zijn aandacht gebracht door een andere Verdragsluitende Staat of, wanneer meer van toepassing, andere passende stappen te ondernemen.

Artikel 9
1.

Indien een invoerende Verdragsluitende Staat of een van zijn bevoegde waarborginstellingen redenen heeft om aan te nemen dat een waarborginstelling van een uitvoerende Verdragsluitende Staat het Gemeenschappelijk Keurmerk heeft aangebracht zonder te hebben voldaan aan de desbetreffende bepalingen van dit Verdrag, wordt de waarborginstelling die de voorwerpen zou hebben afgeslagen onmiddellijk geraadpleegd en verleent deze waarborginstelling onverwijld alle in redelijkheid te verlangen bijstand voor het onderzoek van de aangelegenheid. Indien geen bevredigende regeling wordt bereikt, kan elk der partijen de aangelegenheid voorleggen aan de Permanente Commissie door middel van kennisgeving aan haar Voorzitter. In dat geval belegt de Voorzitter een bijeenkomst van de Permanente Commissie.

2.

Indien een aangelegenheid aan de Permanente Commissie is voorgelegd krachtens het eerste lid, kan de Permanente Commissie, na de betrokken partijen de gelegenheid te hebben geboden om te worden gehoord, aanbevelingen doen inzake de te ondernemen stappen.

3.

Indien een aanbeveling zoals bedoeld in het tweede lid niet binnen een redelijke tijd is opgevolgd, of indien de Permanente Commissie geen aanbeveling heeft gedaan, kan de invoerende Verdragsluitende Staat op voorwerpen van edelmetaal die door die bepaalde waarborginstelling zijn afgeslagen en zijn grondgebied binnenkomen, het extra toezicht houden dat hij noodzakelijk acht, zulks met inbegrip van het recht tijdelijk te weigeren zulke voorwerpen te aanvaarden. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van alle Verdragsluitende Staten en worden van tijd tot tijd getoetst door de Permanente Commissie.

4.

Wanneer er aanwijzingen zijn van herhaalde en ernstige verkeerde toepassing van het Gemeenschappelijk Keurmerk kan de invoerende Verdragsluitende Staat tijdelijk weigeren voorwerpen voorzien van het waarborgmerk van de betrokken waarborginstelling te aanvaarden, ongeacht of deze zijn onderzocht en afgeslagen in overeenstemming met dit Verdrag. In dat geval stelt de invoerende Verdragsluitende Staat onmiddellijk alle andere Verdragsluitende Staten daarvan in kennis en komt de Permanente Commissie binnen een maand bijeen om de aangelegenheid te bestuderen.

III. PERMANENTE COMMISSIE EN WIJZIGINGEN

Artikel 10
1.

Hierbij wordt een Permanente Commissie ingesteld, waarin elke Verdragsluitende Staat is vertegenwoordigd. Elke Verdragsluitende Staat heeft één stem.

2.

De Permanente Commissie heeft tot taak:

3.

De Permanente Commissie neemt een reglement van orde voor haar bijeenkomsten aan, met inbegrip van regelingen voor het beleggen van deze bijeenkomsten. De Commissie komt ten minste eens per jaar bijeen.

4.

In overeenstemming met het tweede lid van dit artikel neemt de Permanente Commissie beslissingen inzake technische aangelegenheden, zoals voorzien in de Bijlagen, met eenparigheid van stemmen.

5.

De Permanente Commissie kan aanbevelingen doen inzake iedere kwestie verband houdend met de toepassing van dit Verdrag of voorstellen doen tot wijziging van dit Verdrag. Deze aanbevelingen of voorstellen worden toegezonden aan de depositaris, die alle Verdragsluitende Staten daarvan in kennis stelt.

Artikel 11. Wijziging van het Verdrag
1.

Wanneer van de Permanente Commissie een voorstel tot wijziging van de artikelen van het Verdrag wordt ontvangen, of wanneer van een Verdragsluitende Staat een voorstel tot wijziging van het Verdrag wordt ontvangen, legt de depositaris deze voorstellen ter aanvaarding voor aan alle Verdragsluitende Staten.

2.

Indien een Verdragsluitende Staat binnen drie maanden na de datum van voorlegging van een voorstel tot wijziging ingevolge het eerste lid verzoekt dat onderhandelingen omtrent het voorstel worden aangegaan, treft de depositaris regelingen voor het voeren van dergelijke onderhandelingen.

3.

Mits door alle Verdragsluitende Staten aanvaard, treedt een wijziging van dit Verdrag in werking een maand na de nederlegging van de laatste akte van aanvaarding, tenzij in de wijziging een andere datum is bepaald. Akten van aanvaarding worden nedergelegd bij de depositaris, die alle Verdragsluitende Staten daarvan in kennis stelt.

4.

Wanneer de Permanente Commissie een voorstel doet tot wijziging van de Bijlagen bij het Verdrag, stelt de depositaris alle Verdragsluitende Staten daarvan in kennis.

5.

De wijziging van de Bijlagen treedt in werking zes maanden na de datum van kennisgeving door de depositaris, tenzij van de Regering van een Verdragsluitende Staat een bezwaar is ontvangen of tenzij in de wijziging een latere datum van inwerkingtreding is bepaald.

IV. SLOTBEPALINGEN

Toetreding

Artikel 12
1.

Een Staat die lid is van de Verenigde Naties of van een van de gespecialiseerde organisaties of van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie dan wel Partij is bij het Statuut van het Internationaal Gerechtshof en die beschikt over regelingen voor het onderzoeken en afslaan van voorwerpen van edelmetaal vereist om te voldoen aan de voorwaarden van het Verdrag en de Bijlagen daarbij kan, op uitnodiging van de Verdragsluitende Staten die wordt overgebracht door de depositaris, tot dit Verdrag toetreden.

2.

De Regeringen van de Verdragsluitende Staten stellen de depositaris in kennis van hun antwoord binnen vier maanden na ontvangst van het verzoek van de depositaris waarin zij worden gevraagd of zij instemmen met de uitnodiging. Een Regering die niet antwoordt binnen deze periode wordt geacht te hebben ingestemd met de uitnodiging.

3.

De Regeringen van de Verdragsluitende Staten baseren hun beslissing om een Staat al dan niet uit te nodigen toe te treden in de eerste plaats op het in artikel 10, tweede lid, bedoelde verslag.

4.

De uitgenodigde Staat kan tot dit Verdrag toetreden door nederlegging van een akte van toetreding bij de depositaris, die alle andere Verdragsluitende Staten daarvan in kennis stelt. De toetreding wordt van kracht drie maanden na de nederlegging van deze akte.

Artikel 13
1.

De Regering van een ondertekenende of toetredende Staat kan bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of toetreding of op elk tijdstip daarna, schriftelijk tegenover de depositaris verklaren dat dit Verdrag van toepassing is op alle of een deel van de gebieden, aangegeven in de verklaring, voor de buitenlandse betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is. De depositaris stelt de Regeringen van alle andere Verdragsluitende Staten in kennis van een zodanige verklaring.

2.

Indien de verklaring werd afgelegd op het tijdstip van nederlegging van de akte van bekrachtiging of toetreding, treedt dit Verdrag in werking ten aanzien van die grondgebieden op dezelfde datum als die waarop het Verdrag in werking treedt ten aanzien van de Staat die de verklaring heeft afgelegd. In alle andere gevallen treedt het Verdrag in werking ten aanzien van die gebieden drie maanden nadat de verklaring door de depositaris is ontvangen.

3.

De toepassing van dit Verdrag op alle of een deel van zodanige gebieden kan door de Regering van de Staat die de in het eerste lid bedoelde verklaring heeft afgelegd, worden beëindigd door drie maanden tevoren schriftelijk kennisgeving daarvan te doen aan de depositaris, die alle andere Verdragsluitende Staten daarvan in kennis stelt.

Terugtrekking

Artikel 14

Een Verdragsluitende Staat kan zich uit dit Verdrag terugtrekken mits hij twaalf maanden tevoren schriftelijk kennisgeving daarvan doet aan de depositaris, die alle Verdragsluitende Staten daarvan in kennis stelt, of op andere voorwaarden zoals overeengekomen door de Verdragsluitende Staten. Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe, in geval van terugtrekking uit het Verdrag, na terugtrekking op te houden het Gemeenschappelijk Keurmerk voor enig doel te gebruiken of aan te brengen.

Bekrachtiging

Artikel 15
1.

Dit Verdrag dient door de ondertekenende Staten te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging dienen te worden nedergelegd bij de depositaris, die alle andere ondertekenende Staten daarvan in kennis stelt.

2.

Dit Verdrag treedt in werking vier maanden na de nederlegging van de vierde akte van bekrachtiging. Ten aanzien van andere ondertekenende Staten die hun akte van bekrachtiging daarna nederleggen, treedt dit Verdrag in werking twee maanden na de datum van nederlegging, maar niet vóór het verstrijken van het bovenvermelde tijdvak van vier maanden.

IN WITNESS THEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed the present Convention.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.