Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht

Type Verdrag
Publication 2011-11-01
State In force
Source BWB
artikelen 32
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

[Driedimensionaal merk]

5.

[Holografisch merk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een holografisch merk is, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit een of meerdere weergaven die het holografisch effect in zijn geheel vastleggen. Wanneer het bureau van oordeel is dat de ingediende weergave of weergaven het holografisch effect niet in zijn geheel vastleggen, kan het de overlegging van aanvullende weergaven verlangen. Het bureau kan ook van de deposant verlangen dat hij een beschrijving van het holografisch merk overlegt.

6.

[Bewegend merk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een bewegend merk is, dient de afbeelding van het merk, naar keuze van het bureau, te bestaan uit een beeld of een serie van stilstaande of bewegende beelden die een beweging uitbeelden. Wanneer het bureau van oordeel is dat het ingediende beeld of de ingediende beelden geen beweging afbeelden, kan het de overlegging van aanvullende beelden verlangen. Het bureau kan ook een beschrijving met uitleg van de beweging van de deposant verlangen.

7.

[Kleurmerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een kleur als zodanig is of een combinatie van kleuren zonder afgebakende omtrek, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit een staal van de kleur of kleuren. Het bureau kan een aanduiding van de kleur of kleuren verlangen met gebruikmaking van hun gangbare namen. Het bureau kan tevens een beschrijving verlangen van hoe de kleur of de kleuren worden toegepast op de waren of worden gebruikt in relatie tot de diensten. Het bureau kan voorts een vermelding verlangen van de kleur of kleuren volgens een erkende kleurencode die door de deposant wordt uitgekozen en door het bureau wordt aanvaard.

8.

[Positiemerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een positiemerk is, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit één weergave van het merk dat de positie ervan op het product toont. Het bureau kan verlangen dat zaken waarvoor geen bescherming wordt gevraagd worden aangeduid. Het bureau kan tevens een beschrijving verlangen waarin de positie van het merk in relatie tot het product wordt uitgelegd.

9.

[Klankmerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een klankmerk is, dient de weergave van het merk, naar keuze van het bureau, te bestaan uit een muzieknotatie op een notenbalk, of een beschrijving van de klank die het merk vormt, of een analoge of digitale opname van die klank, of elke combinatie daarvan.

10.

[Merk bestaande uit een niet-zichtbaar teken anders dan een klankmerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk bestaat uit een niet-zichtbaar teken anders dan een klankmerk, kan een Verdragsluitende Partij een of meer afbeeldingen van het merk verlangen, een aanduiding van het type merk alsmede bijzonderheden betreffende het merk, zoals voorzien in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

11.

[Transliteratie van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, punt xiii: wanneer het merk uit andere dan de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers bestaat, of deze bevat, kan een transliteratie daarvan in de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers worden verlangd.

12.

[Vertaling van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, punt xiv.: wanneer het merk uit een woord of woorden bestaat dan wel een woord of woorden bevat die zijn gesteld in een andere taal dan de door het bureau toegelaten taal of talen, kan een vertaling van dat woord of die woorden in die taal of een van die talen worden verlangd.

13.

[Termijn voor het verstrekken van bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van het merk] De in artikel 3, derde lid, bedoelde termijn mag niet korter zijn dan zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrage ontvankelijk is verklaard door het bureau van de Verdragsluitende Partij waarbij die aanvrage is ingediend. De deposant of de rechthebbende heeft recht op verlenging van die termijn, met inachtneming van de in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, met perioden van telkens ten minste zes maanden, zulks tot in totaal ten minste tweeënhalf jaar.

Regel 4. Bijzonderheden betreffende de aanstelling van een gemachtigde en domiciliekeuze

1.

[Adres wanneer een gemachtigde is aangesteld] Wanneer een gemachtigde is aangesteld, beschouwt een Verdragsluitende Partij het adres van deze gemachtigde als het gekozen domicilie.

2.

[Adres wanneer geen gemachtigde is aangesteld] Wanneer geen gemachtigde is aangesteld en een deposant, rechthebbende of andere belanghebbende als adres een adres op het grondgebied van de Verdragsluitende Persoon heeft opgegeven, beschouwt deze Verdragsluitende Partij dat adres als het gekozen domicilie.

3.

[Termijn] De in artikel 4, derde lid, onderdeel d, bedoelde termijn begint op de datum van ontvangst van het in dat artikel bedoelde bericht door het bureau van de betrokken Verdragsluitende Partij en beloopt ten minste een maand wanneer het adres van de persoon namens wie het bericht is verzonden, is gelegen op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer dit adres is gelegen buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.

Regel 5. Bijzonderheden betreffende de datum van het depot

1.

[Te volgen procedure indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan] Indien de aanvrage op het tijdstip waarop deze door het bureau wordt ontvangen niet voldoet aan een van de voorwaarden als genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, nodigt het bureau de deposant terstond uit alsnog aan deze voorwaarde te voldoen binnen een in de uitnodiging genoemde termijn, welke termijn ten minste één maand beloopt, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging, wanneer het adres van de deposant is gelegen op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer het adres van de deposant buiten het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij is gelegen. Voor het gevolg geven aan de uitnodiging kunnen bijzondere rechten verschuldigd zijn. Zelfs indien het bureau de bedoelde uitnodiging niet zendt, blijven deze voorwaarden gelden.

2.

[Datum van het depot in geval van correctie] Indien de deposant binnen de in de uitnodiging genoemde termijn gevolg geeft aan de in het eerste lid bedoelde uitnodiging en de eventueel verschuldigde bijzondere rechten betaalt, geldt als datum van het depot de datum waarop alle in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, genoemde gegevens en bestanddelen door het bureau zijn ontvangen en, indien van toepassing, de in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, bedoelde vereiste rechten aan het bureau zijn betaald. Zo niet, dan wordt de aanvrage als niet ingediend beschouwd.

Regel 6. Bijzonderheden betreffende berichten

1.

[Vermeldingen die de handtekening op berichten op papier vergezellen] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de handtekening van de natuurlijke persoon die ondertekent vergezeld gaat van

2.

[Datum van ondertekening] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een handtekening vergezeld gaat van een vermelding van de datum waarop de ondertekening plaatsvond. Wanneer deze vermelding vereist is maar ontbreekt, is de datum waarop de ondertekening geacht wordt plaats te hebben gevonden de datum waarop het bericht met de handtekening door het bureau werd ontvangen, of, indien de Verdragsluitend Partij dit toestaat, een datum voorafgaand aan deze laatstgenoemde datum.

3.

[Ondertekening van berichten op papier] Wanneer aan het kantoor van een Verdragsluitende Partij een bericht op papier wordt toegezonden en een handtekening vereist is,

4.

[Ondertekening van berichten op papier ingediend langs elektronische weg] Een Verdragsluitende Partij die toestaat dat berichten op papier langs elektronische weg worden ingediend, beschouwt een dergelijk bericht als ondertekend indien een grafische weergave van een ingevolge het derde lid door die Verdragsluitende Partij aanvaarde handtekening op dit bericht, zoals ontvangen, voorkomt.

5.

[Origineel van een bericht op papier ingediend langs elektronische weg] Een Verdragsluitende Partij die toestaat dat berichten op papier langs elektronische weg worden ingediend, kan verlangen dat het origineel van een dergelijk bericht wordt ingediend

6.

[Waarmerking van berichten in elektronische vorm] Een Verdragsluitende Partij die toestaat dat berichten in elektronische vorm worden ingediend, kan verlangen dat een dergelijk bericht wordt gewaarmerkt door middel van een systeem van elektronische waarmerking zoals vereist door deze Verdragsluitende Partij.

7.

[Datum van ontvangst] Het staat elke Verdragsluitende Partij vrij de omstandigheden vast te stellen onder welke de ontvangst van een document of de betaling van een recht geacht wordt de ontvangst door of betaling aan het bureau te vormen in gevallen waarin het document feitelijk werd ontvangen door of de betaling feitelijk werd gedaan aan

8.

[Indiening langs elektronische weg] Met inachtneming van het bepaalde in het zevende lid, wanneer een Verdragsluitende Partij toestaat dat een bericht in elektronische vorm of langs elektronische weg wordt ingediend en het bericht op deze wijze wordt ingediend, is de datum waarop het bureau van deze Verdragsluitende Partij het bericht in deze vorm of langs deze weg ontvangt de datum van ontvangst van het bericht.

Regel 7. Wijze van aanduiding van een aanvrage zonder nummer

1.

[Wijze van aanduiding] Wanneer wordt verlangd dat een aanvrage met haar nummer wordt aangeduid, maar indien daaraan nog geen nummer is gegeven of indien dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, wordt de aanvrage geacht voldoende te zijn aangeduid indien het onderstaande wordt verstrekt:

2.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan ter aanduiding van een aanvrage wanneer daaraan nog geen nummer is gegeven of wanneer dit de deposant of diens gemachtigde niet bekend is.

Regel 8. Bijzonderheden betreffende de geldigheidsduur en vernieuwing

Voor de toepassing van artikel 13, eerste lid, onderdeel c, begint de termijn gedurende welke het verzoek om vernieuwing kan worden ingediend en de vernieuwingsrechten kunnen worden betaald ten minste zes maanden voor de datum waarop de vernieuwing dient plaats te vinden en eindigt deze ten vroegste zes maanden na die datum. Indien het verzoek om vernieuwing wordt ingediend en/of vernieuwingsrechten worden betaald na de datum waarop de vernieuwing moet plaatsvinden, kan elke Verdragsluitende Partij de vernieuwing afhankelijk stellen van de betaling van aanvullende rechten.

Regel 9. Uitstel indien verzuimd is de termijnen in acht te nemen

1.

[Voorwaarden betreffende de verlenging van termijnen krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel i]

Een Verdragsluitende Partij die de verlenging van een termijn krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel i, toestaat, verlengt de termijn met een redelijke tijdsduur vanaf de datum van indiening van het verzoek om verlenging en kan verlangen dat het verzoek

2.

[Voorwaarden betreffende voortzetting van de procedure met betrekking tot de aanvrage of inschrijving krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel ii] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoek om voortzetting krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel ii

3.

[Voorwaarden betreffende het herstel van rechten krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel iii]

4.

[Uitzonderingen krachtens artikel 14, derde lid] De uitzonderingen bedoeld in artikel 14, derde lid, betreffen de gevallen van het niet in acht nemen van een termijn

Regel 10. Voorwaarden betreffende het verzoek om aantekening van een licentie of om wijziging of doorhaling van de aantekening van een licentie

1.

[Inhoud van het verzoek]

2.

[Ondersteunende documenten voor de aantekening van een licentie]

3.

[Ondersteunende documenten voor wijziging van een aantekening van een licentie]

4.

[Ondersteunende documenten voor doorhaling van een aantekening van een licentie] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een verzoek om doorhaling van de aantekening van een licentie naar keuze van de verzoekende partij vergezeld gaat van ofwel:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)