← Geldende tekst · Geschiedenis

Verdrag van Singapore inzake het merkenrecht

Geldende tekst a fecha 2011-11-01
Artikel 1. Verkorte uitdrukkingen

Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, wordt voor de toepassing van dit Verdrag verstaan onder:

Artikel 2. Merken waarop dit Verdrag van toepassing is
1.

[Aard van de merken] Dit Verdrag wordt door elke Verdragsluitend Partij toegepast op merken die bestaan uit tekens die op grond van haar wetgeving als merken ingeschreven kunnen worden.

2.

[Soorten merken]

Artikel 3. Aanvrage
1.

[In de aanvrage te vermelden of daarbij te voegen gegevens of bestanddelen; rechten]

2.

[Eén aanvrage voor waren en/of diensten die tot verschillende klassen behoren] Een en dezelfde aanvrage kan betrekking hebben op verschillende waren en/of diensten, ongeacht of deze tot een of meerdere klassen van de Classificatie van Nice behoren.

3.

[Feitelijk gebruik] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat, wanneer een verklaring betreffende het voornemen het merk te gebruiken is ingediend overeenkomstig het eerste lid, onderdeel a, punt xvi, de deposant aan het bureau binnen een in haar wetgeving vastgestelde termijn, met inachtneming van de in het Reglement voorgeschreven minimumtermijn, bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van dat merk verstrekt, zoals voorgeschreven door genoemde wetgeving.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en derde lid van dit artikel en in artikel 8 bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de aanvrage. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld zolang de aanvrage in behandeling is:

5.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in de loop van het onderzoek betreffende de aanvrage aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in of bestanddeel van de aanvrage.

Artikel 4. Gemachtigde; domiciliekeuze
1.

[Tot optreden bevoegde gemachtigden]

2.

[Verplichte vertegenwoordiging; domiciliekeuze]

3.

[Volmacht]

4.

[Verwijzing naar de volmacht] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat elk bericht dat ten behoeve van een procedure voor het bureau door een gemachtigde aan het bureau wordt gericht, een verwijzing bevat naar de volmacht op grond waarvan de gemachtigde handelt.

5.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het derde en vierde lid en in artikel 8 genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de in die leden geregelde aangelegenheden.

6.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in een van de in het derde en vierde lid bedoelde berichten.

Artikel 5. Datum van het depot
1.

[Toegestane voorwaarden]

2.

[Toegestane bijkomende voorwaarde]

3.

[Correcties en termijnen] De voorwaarden voor het aanbrengen van correcties in verband met het eerste en tweede lid, alsmede de termijnen daarvoor, worden vastgesteld in het Reglement.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot de datum van het depot.

Artikel 6. Eén inschrijving voor waren en/of diensten die tot verschillende klassen behoren

Wanneer waren en/of diensten die tot verschillende klassen van de Classificatie van Nice behoren in één en dezelfde aanvrage zijn vermeld, leidt deze aanvrage tot één inschrijving.

Artikel 7. Splitsing van de aanvrage en de inschrijving
1.

[Splitsing van de aanvrage]

2.

[Splitsing van de inschrijving]

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de splitsing van een inschrijving. Deze splitsing is toegestaan

met dien verstande dat een Verdragsluitende Partij de mogelijkheid van splitsing van de inschrijving kan uitsluiten indien haar wetgeving toestaat dat derden tegen de inschrijving van een merk verzet doen voordat dit merk wordt ingeschreven.

Artikel 8. Berichten
1.

[Wijze van toezending en vorm van de berichten] Elke Verdragsluitende Partij mag zelf beslissen over de wijze van toezending en of zij berichten op papier, berichten langs elektronische weg of enige andere vorm van berichten accepteert.

2.

[Taal waarin de berichten zijn gesteld]

3.

[Ondertekening van berichten op papier]

4.

[Berichten ingediend in elektronische vorm of langs elektronische weg] Wanneer een Verdragsluitende Partij de indiening van berichten in elektronische vorm of toezending langs elektronische weg toestaat, kan zij verlangen dat dergelijke berichten voldoen aan de in het Reglement voorgeschreven vereisten.

5.

[Wijze van indiening] Een Verdragsluitende Partij accepteert elke wijze van indiening van een bericht waarvan de inhoud overeenkomt met het desbetreffende internationale standaardformulier, indien van toepassing, zoals in het Reglement voorzien.

6.

[.Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat, ten aanzien van het eerste tot en met het vijfde lid, aan andere dan de in dit artikel bedoelde voorwaarden wordt voldaan.

7.

[Wijze van communicatie met een gemachtigde] Geen enkele bepaling van dit artikel regelt de wijze van communicatie tussen een deposant, rechthebbende of andere belanghebbende en zijn gemachtigde.

Artikel 9. Klasse-indeling van waren en/of diensten
1.

[Aanduiding van waren en/of diensten] Elke door een bureau verrichte inschrijving en openbaarmaking die betrekking heeft op een aanvrage of inschrijving en waarin waren en/of diensten zijn vermeld, dient de waren en/of diensten aan te duiden met hun naam, gerangschikt volgens de klassen van de Classificatie van Nice, waarbij iedere soort waren of diensten wordt voorafgegaan door het nummer van de klasse van deze classificatie waartoe deze groep waren of diensten behoort, en weergegeven in de volgorde van de klassen van bedoelde classificatie.

2.

[Waren of diensten van dezelfde klasse of van verschillende klassen]

Artikel 10. Naams- of adreswijziging
1.

[Wijziging van de naam of het adres van de rechthebbende]

2.

[Wijziging van de naam of het adres van de deposant] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de wijziging betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als op een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.

3.

[Wijziging van de naam of het adres van de gemachtigde of met betrekking tot de domiciliekeuze] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een wijziging van de naam of het adres van de eventuele gemachtigde en op een wijziging met betrekking tot de eventuele domiciliekeuze.

4.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste tot en met het derde lid en de in artikel 8 genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift. Met name de overlegging van een bewijs betreffende de wijziging mag niet worden verlangd.

5.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift.

Artikel 11. Verandering van rechthebbende
1.

[Verandering van rechthebbende op een inschrijving]

2.

[Verandering van rechthebbende op de aanvrage] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de verandering van rechthebbende betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als op een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.

3.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en tweede lid en de in artikel 8 genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld:

4.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken, of indien het eerste lid, onderdeel c of onderdeel e, van toepassing is, aanvullende bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift of in een in dit artikel bedoeld document.

Artikel 12. Correctie van een fout
1.

[Correctie van een fout met betrekking tot een inschrijving]

2.

[Correctie van een fout met betrekking tot een aanvrage] Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing wanneer de correctie betrekking heeft op een of meer aanvragen, dan wel op zowel een of meer aanvragen als op een of meer inschrijvingen, met dien verstande dat wanneer de aanvrage nog geen nummer heeft gekregen of wanneer dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, het verzoekschrift de aanvrage op een andere wijze dient aan te duiden, zoals voorgeschreven in het Reglement.

3.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste en tweede lid en in artikel 8 genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het in dit artikel bedoelde verzoekschrift.

4.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau er redelijkerwijs aan kan twijfelen of de gesignaleerde fout werkelijk een fout is.

5.

[Door het bureau gemaakte fouten] Het bureau van een Verdragsluitende Partij corrigeert zijn eigen fouten, ambtshalve of op verzoek, zonder dat hiervoor rechten verschuldigd zijn.

6.

[Niet te corrigeren fouten] Geen enkele Verdragsluitende Partij is verplicht het eerste, tweede en vijfde lid toe te passen op fouten die op grond van haar wetgeving niet kunnen worden gecorrigeerd.

Artikel 13. Geldigheidsduur en vernieuwing van de inschrijving
1.

[In het verzoek om vernieuwing te vermelden of daarbij te voegen gegevens of bestanddelen; rechten]

2.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste lid en in artikel 8 bedoelde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot het verzoek om vernieuwing. Met name de volgende voorwaarden mogen niet worden gesteld:

3.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in de loop van het onderzoek betreffende het verzoek om vernieuwing aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in of bestanddeel van het verzoek om vernieuwing.

4.

[Verbod van inhoudelijk onderzoek] Geen enkel bureau van een Verdragsluitende Partij mag ten behoeve van de vernieuwing overgaan tot een onderzoek naar de inhoud van de inschrijving.

5.

[Geldigheidsduur] De aanvankelijke termijn van de inschrijving en de geldigheidsduur van elke vernieuwde inschrijving belopen 10 jaar.

Artikel 14. Uitstel indien verzuimd is de termijnen in acht te nemen
1.

[Uitstel vóór het verstrijken van een termijn] Een Verdragsluitende Partij kan voorzien in de verlenging van een termijn voor een handeling in een procedure voor het bureau met betrekking tot een aanvrage of inschrijving, indien een daartoe strekkend verzoek voor het verstrijken van de termijn bij het bureau is ingediend.

2.

[Uitstel na het verstrijken van een termijn] Wanneer een deposant, rechthebbende of andere belanghebbende heeft verzuimd een termijn („de desbetreffende termijn’’) voor een handeling in een procedure voor het bureau van een Verdragsluitende Partij in acht te nemen ten aanzien van een aanvrage of inschrijving, voorziet de Verdragsluitende Partij in een of meer van de onderstaande maatregelen inzake uitstel, overeenkomstig het Reglement, indien een daartoe strekkend verzoek bij het bureau is ingediend:

3.

[Uitzonderingen] Van geen enkele Verdragsluitende Partij wordt verlangd dat zij voorziet in een van de in het tweede lid bedoelde maatregelen inzake uitstel in het geval van de in het Reglement voorgeschreven uitzonderingen.

4.

[Rechten] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor elk van de in het eerste en tweede lid bedoelde maatregelen inzake uitstel rechten aan het bureau worden betaald.

5.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in dit artikel en in artikel 8 genoemde voorwaarden wordt voldaan met betrekking tot elk van de in het tweede lid bedoelde maatregelen inzake uitstel.

Artikel 15. Verplichting zich te houden aan het Verdrag van Parijs

Elke Verdragsluitende Partij houdt zich aan de bepalingen van het Verdrag van Parijs die betrekking hebben op merken.

Artikel 16. Dienstmerken

Elke Verdragsluitende Partij schrijft dienstmerken in en past daarop de bepalingen van het Verdrag van Parijs toe die betrekking hebben op warenmerken.

Artikel 17. Verzoek om aantekening van een licentie
1.

[Voorwaarden betreffende een verzoek om aantekening] Wanneer de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voorziet in de aantekening van een licentie bij haar bureau, kan deze Verdragsluitende Partij verlangen dat het verzoek om aantekening

2.

[Rechten] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat voor een aantekening van een licentie rechten aan het bureau worden betaald.

3.

[Eén verzoekschrift met betrekking tot verscheidene inschrijvingen] Eén verzoekschrift is voldoende, zelfs wanneer de licentie betrekking heeft op meer dan een inschrijving, op voorwaarde dat de nummers van alle desbetreffende inschrijvingen in het verzoekschrift zijn vermeld, de rechthebbende en de licentiehouder voor alle inschrijvingen hetzelfde zijn, en dat in het verzoekschrift de reikwijdte van de licentie wordt aangegeven in overeenstemming met het Reglement met betrekking tot alle inschrijvingen.

4.

[Verbod van andere voorwaarden]

5.

[Bewijsstukken] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat aan het bureau bewijsstukken worden verstrekt wanneer het bureau redelijkerwijs kan twijfelen aan de juistheid van een gegeven in het verzoekschrift of in een in het Reglement bedoeld document.

6.

[Verzoekschriften met betrekking tot aanvragen] Het eerste tot en met het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken om aantekening van een licentie met betrekking tot een aanvrage, wanneer de wetgeving van een Verdragsluitende Partij in een dergelijke aantekening voorziet.

Artikel 18. Verzoek om wijziging of doorhaling van een aantekening van een licentie
1.

[Voorwaarden betreffende een verzoek] Wanneer de wetgeving van een Verdragsluitende Partij voorziet in de aantekening van een licentie bij haar bureau, kan deze Verdragsluitende Partij verlangen dat het verzoek om aantekening

2.

[Andere voorwaarden] Artikel 17, tweede tot en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing op verzoeken om wijziging of doorhaling van de aantekening van een licentie.

Artikel 19. Gevolgen van het niet aantekenen van een licentie
1.

[Geldigheid van de inschrijving en bescherming van het merk] Het niet aantekenen van een licentie bij het bureau of bij enige andere autoriteit van de Verdragsluitende Partij laat de geldigheid van de inschrijving van het merk dat het voorwerp van de licentie is of de bescherming van het merk onverlet.

2.

[Bepaalde rechten van de licentiehouder] Een Verdragsluitende Partij mag het aantekenen van een licentie niet als voorwaarde verbinden aan rechten die de licentiehouder krachtens de wetgeving van die Verdragsluitende Partij kan hebben op het deelnemen aan een inbreukprocedure die is ingesteld door de houder of op het verkrijgen, via een dergelijke procedure, van schadevergoeding voor een inbreuk op het merk dat het voorwerp van de licentie is.

3.

[Gebruik van een merk wanneer een licentie niet is aangetekend] Het aantekenen van een licentie mag door een Verdragsluitende Partij niet als voorwaarde worden gesteld voor het aanmerken van het gebruik van een merk door een licentiehouder als het gebruik door de houder in een procedure betreffende het verwerven, onderhouden en handhaven van merken.

Artikel 20. Aantekening van de licentie

Wanneer de wetgeving van een Verdragsluitende Partij een aantekening verlangt dat het merk onder licentie wordt gebruikt, doet het ten dele of geheel niet voldoen aan deze eis geen afbreuk aan de geldigheid van de inschrijving van het merk dat het voorwerp van de licentie of van de bescherming van dat merk is, en doet het evenmin afbreuk aan de toepassing van artikel 19, derde lid.

Artikel 21. Commentaar in geval van voorgenomen afwijzing

Een aanvrage ingevolge artikel 3 of een verzoekschrift ingevolge de artikelen 7, 10 tot en met 14, 17 en 18 kan niet geheel of ten dele door een bureau worden afgewezen zonder de deposant of de verzoeker, naar gelang het geval, in de gelegenheid te hebben gesteld binnen een redelijke termijn commentaar te leveren op de voorgenomen afwijzing. Ten aanzien van artikel 14 wordt van geen enkel bureau verlangd dat het de gelegenheid geeft tot het leveren van commentaar wanneer de persoon die om uitstel verzoekt reeds in de gelegenheid is gesteld commentaar te leveren op de feiten waarop de beslissing gebaseerd zal worden.

Artikel 22. Reglement
1.

[Inhoud]

2.

[Wijziging van het Reglement] Onverminderd het bepaalde in het derde lid, is voor elke wijziging van het Reglement een meerderheid van drie vierde van de uitgebrachte stemmen vereist.

3.

[Vereiste van unanimiteit]

4.

[Verschil tussen het Verdrag en het Reglement] In geval van verschil tussen de bepalingen van dit Verdrag en die van het Reglement gaan de eerstbedoelde bepalingen voor.

Artikel 23. Algemene Vergadering
1.

[Samenstelling]

2.

[Taken] De Algemene Vergadering

3.

[Quorum]

4.

[Besluitneming binnen de Algemene Vergadering]

5.

[Meerderheid]

6.

[Zittingen] De Algemene Vergadering komt bijeen op uitnodiging van de Directeur-Generaal en, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, gedurende dezelfde periode en te zelfder plaatse als de Algemene Vergadering van de Organisatie.

7.

[Reglement van orde] De Algemene Vergadering stelt haar eigen reglement van orde vast, met inbegrip van regels voor de bijeenroeping van buitengewone vergaderingen.

Artikel 24. Internationale Bureau
1.

[Administratieve taken]

2.

[Bijeenkomsten anders dan zittingen van de Algemene Vergadering] De Directeur-Generaal roept de door de Algemene Vergadering ingestelde commissies en werkgroepen bijeen.

3.

[Rol van het Internationale Bureau bij de Algemene Vergadering en bij andere vergaderingen]

4.

[Conferenties]

5.

[Overige taken] Het Internationale Bureau voert alle overige aan hem met betrekking tot dit Verdrag opgedragen taken uit.

Artikel 25. Herziening of wijziging

Dit Verdrag kan uitsluitend door een diplomatieke conferentie worden herzien of gewijzigd. De Algemene Vergadering besluit tot bijeenroeping van een diplomatieke conferentie.

Artikel 26. Partij worden bij het Verdrag
1.

[Vereisten] De volgende entiteiten kunnen dit Verdrag ondertekenen en, met inachtneming van het tweede en derde lid en van artikel 28, eerste en derde lid, Partij worden bij dit Verdrag:

2.

[Bekrachtiging of toetreding] Elke in het eerste lid bedoelde entiteit kan

3.

[Datum waarop de nederlegging van kracht wordt] Als datum waarop de nederlegging van een akte van bekrachtiging of toetreding van kracht wordt, geldt,

Artikel 27. Toepassing van het MRV 1994 en dit Verdrag
1.

[Betrekkingen tussen Verdragsluitende Partijen bij zowel dit Verdrag als het MRV 1994] Op de onderlinge betrekkingen van Verdragsluitende Partijen bij zowel dit Verdrag als het MRV 1994 is uitsluitend dit Verdrag van toepassing.

2.

[Betrekkingen tussen Verdragsluitende Partijen bij dit Verdrag en Verdragsluitende Partijen bij het MRV 1994 die geen Partij zijn bij dit Verdrag] Een Verdragsluitende Partij bij zowel dit Verdrag als het MRV 1994 blijft het MRV 1994 toepassen op haar betrekkingen met Verdragsluitende Partijen bij het MRV 1994 die geen Partij zijn bij dit Verdrag.

Artikel 28. Inwerkingtreding

Datum waarop bekrachtigingen en toetredingen van kracht worden

1.

[In aanmerking te nemen akten] Voor de toepassing van dit artikel worden alleen de akten van bekrachtiging of toetreding in aanmerking genomen die zijn nedergelegd door de in artikel 26, eerste lid, bedoelde entiteiten en waarvoor een datum van nederlegging geldt overeenkomstig artikel 26, derde lid.

2.

[Inwerkingtreding van het Verdrag] Dit Verdrag treedt in werking drie maanden nadat tien Staten of intergouvernementele organisaties bedoeld in artikel 26, eerste lid, onderdeel ii, hun akten van bekrachtiging of nederlegging hebben nedergelegd.

3.

[Datum waarop bekrachtigingen en toetredingen van kracht worden na de inwerkingtreding van het Verdrag] Elke andere entiteit dan de in het tweede lid bedoelde wordt door dit Verdrag gebonden drie maanden na de datum waarop zij haar akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.

Artikel 29. Voorbehouden
1.

[Bijzondere soorten merken] Niettegenstaande artikel 2, eerste lid, en tweede lid, onderdeel a, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie door middel van een voorbehoud verklaren dat de bepalingen van de artikelen 3, eerste lid, 5, 7, 8, vijfde lid, 11 en 13 niet van toepassing zijn op geassocieerde merken, defensieve merken of afgeleide merken. In dat voorbehoud dient te worden aangegeven op welk van de genoemde bepalingen het voorbehoud betrekking heeft.

2.

[Inschrijving in meerdere klassen] Een Staat of intergouvernementele organisatie, waarvan de wetgeving op het tijdstip van de aanneming van dit Verdrag voorziet in inschrijving in meerdere klassen van waren en in inschrijving in meerdere klassen van diensten, kan, bij toetreding tot dit Verdrag, door middel van een voorbehoud verklaren dat de bepalingen van artikel 6 niet van toepassing zijn.

3.

[Inhoudelijk onderzoek ter gelegenheid van vernieuwing] Niettegenstaande artikel 13, vierde lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie door middel van een voorbehoud verklaren dat het bureau ter gelegenheid van de eerste vernieuwing van een inschrijving met betrekking tot diensten een dergelijke inschrijving aan een inhoudelijk onderzoek kan onderwerpen, mits een dergelijk onderzoek beperkt blijft tot de eliminatie van meerdere inschrijvingen op basis van aanvragen die zijn ingediend gedurende een periode van zes maanden na de inwerkingtreding van de wetgeving van een dergelijke Staat of organisatie die, vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag, de mogelijkheid van de inschrijving van dienstenmerken invoerde.

4.

[Bepaalde rechten van de licentiehouder] Niettegenstaande artikel 19, tweede lid, kan elke Staat of intergouvernementele organisatie door middel van een voorbehoud verklaren dat zij aantekening van een licentie verlangt als voorwaarde voor rechten die de licentiehouder kan hebben krachtens de wetgeving van die Staat of intergouvernementele organisatie op het deelnemen aan een inbreukprocedure die is ingesteld door de houder of op het verkrijgen, via een dergelijke procedure, van schadevergoeding voor een inbreuk op het merk dat het voorwerp van de licentie is.

5.

[Wijze waarop voorbehouden worden gemaakt] Een voorbehoud ingevolge het eerste tot en met vierde lid wordt gemaakt in een verklaring bij de akte van bekrachtiging van c.q. toetreding tot dit Verdrag van de Staat of intergouvernementele organisatie die het voorbehoud maakt.

6.

[Intrekking] Een voorbehoud ingevolge het eerste tot en met vierde lid kan te allen tijde worden ingetrokken.

7.

[Verbod van andere voorbehouden] Op dit Verdrag kunnen geen andere voorbehouden dan de krachtens het eerste tot en met vierde lid toegestane voorbehouden worden gemaakt.

Artikel 30. Opzegging van het Verdrag
1.

[Kennisgeving] Elke Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag opzeggen door middel van een aan de Directeur-Generaal gerichte kennisgeving.

2.

[Datum waarop de opzegging van kracht wordt] De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum waarop de Directeur-Generaal de kennisgeving heeft ontvangen. De opzegging heeft geen gevolgen voor de toepassing van dit Verdrag op aanvragen die in behandeling zijn of merken die zijn ingeschreven met betrekking tot de opzeggende Verdragsluitende Partij op het tijdstip waarop de genoemde termijn van een jaar verstrijkt, met dien verstande dat de opzeggende Verdragsluitende Partij na het verstrijken van de genoemde termijn van een jaar kan ophouden dit Verdrag toe te passen op een inschrijving, zulks vanaf de datum waarop de inschrijving moet worden vernieuwd.

Artikel 31. Talen van het Verdrag; ondertekening
1.

[Originele teksten; officiële teksten]

2.

[Termijn voor ondertekening] Dit Verdrag blijft gedurende een jaar na de aanneming ervan voor ondertekening openstaan op de zetel van de Organisatie.

Artikel 32. Depositaris

De Directeur-Generaal is depositaris van dit Verdrag.

Regel 1. Verkorte uitdrukkingen
1.

[In het Reglement omschreven verkorte uitdrukkingen] Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, wordt voor de toepassing van dit Reglement verstaan onder:

2.

[In het Verdrag omschreven verkorte uitdrukkingen] De voor de toepassing van het Verdrag in artikel 1 omschreven verkorte uitdrukkingen hebben dezelfde betekenis voor de toepassing van dit Reglement.

Regel 2. Wijze van vermelden van namen en adressen
1.

[Naam]

2.

[Adres]

3.

[Andere wijzen van aanduiding] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat in een bericht aan het bureau het nummer of een eventuele andere wijze van aanduiding staat vermeld waaronder de deposant, rechthebbende, gemachtigde of andere belanghebbende bij het bureau staat ingeschreven. Geen enkele Verdragsluitende Partij mag een bericht weigeren op grond van het feit dat aan een dergelijke voorwaarde niet is voldaan, uitgezonderd in het geval van aanvragen die in elektronische vorm zijn ingediend.

4.

[Te gebruiken lettertekens] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de in het eerste tot en met derde lid bedoelde vermeldingen zijn gesteld in de door het bureau gebruikte lettertekens.

Regel 3. Bijzonderheden betreffende de aanvrage
1.

[Standaardtekens] Wanneer het bureau van een Verdragsluitende Partij tekens (letters en cijfers) gebruikt die het als standaard beschouwt, en de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant het merk wenst te doen inschrijven en openbaar maken in de door het bureau gebruikte standaardtekens, schrijft het bureau dat merk in en maakt het openbaar in die standaardtekens.

2.

[Merk waarbij een beroep op kleur wordt gedaan]

Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat de deposant zich wenst te beroepen op kleur als onderscheidend kenmerk van het merk, kan het bureau verlangen dat in de aanvrage de naam of code van de kleur of kleuren waarop beroep wordt gedaan wordt vermeld, alsmede een aanduiding, met betrekking tot elke kleur, van de belangrijkste onderdelen van het merk die in deze kleur zijn uitgevoerd.

3.

[Aantal afbeeldingen]

4.

[Driedimensionaal merk]

5.

[Holografisch merk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een holografisch merk is, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit een of meerdere weergaven die het holografisch effect in zijn geheel vastleggen. Wanneer het bureau van oordeel is dat de ingediende weergave of weergaven het holografisch effect niet in zijn geheel vastleggen, kan het de overlegging van aanvullende weergaven verlangen. Het bureau kan ook van de deposant verlangen dat hij een beschrijving van het holografisch merk overlegt.

6.

[Bewegend merk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een bewegend merk is, dient de afbeelding van het merk, naar keuze van het bureau, te bestaan uit een beeld of een serie van stilstaande of bewegende beelden die een beweging uitbeelden. Wanneer het bureau van oordeel is dat het ingediende beeld of de ingediende beelden geen beweging afbeelden, kan het de overlegging van aanvullende beelden verlangen. Het bureau kan ook een beschrijving met uitleg van de beweging van de deposant verlangen.

7.

[Kleurmerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een kleur als zodanig is of een combinatie van kleuren zonder afgebakende omtrek, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit een staal van de kleur of kleuren. Het bureau kan een aanduiding van de kleur of kleuren verlangen met gebruikmaking van hun gangbare namen. Het bureau kan tevens een beschrijving verlangen van hoe de kleur of de kleuren worden toegepast op de waren of worden gebruikt in relatie tot de diensten. Het bureau kan voorts een vermelding verlangen van de kleur of kleuren volgens een erkende kleurencode die door de deposant wordt uitgekozen en door het bureau wordt aanvaard.

8.

[Positiemerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een positiemerk is, dient de afbeelding van het merk te bestaan uit één weergave van het merk dat de positie ervan op het product toont. Het bureau kan verlangen dat zaken waarvoor geen bescherming wordt gevraagd worden aangeduid. Het bureau kan tevens een beschrijving verlangen waarin de positie van het merk in relatie tot het product wordt uitgelegd.

9.

[Klankmerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk een klankmerk is, dient de weergave van het merk, naar keuze van het bureau, te bestaan uit een muzieknotatie op een notenbalk, of een beschrijving van de klank die het merk vormt, of een analoge of digitale opname van die klank, of elke combinatie daarvan.

10.

[Merk bestaande uit een niet-zichtbaar teken anders dan een klankmerk] Wanneer de aanvrage een verklaring omvat waaruit blijkt dat het merk bestaat uit een niet-zichtbaar teken anders dan een klankmerk, kan een Verdragsluitende Partij een of meer afbeeldingen van het merk verlangen, een aanduiding van het type merk alsmede bijzonderheden betreffende het merk, zoals voorzien in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij.

11.

[Transliteratie van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, punt xiii: wanneer het merk uit andere dan de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers bestaat, of deze bevat, kan een transliteratie daarvan in de door het bureau gebruikte lettertekens of cijfers worden verlangd.

12.

[Vertaling van het merk] Voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel a, punt xiv.: wanneer het merk uit een woord of woorden bestaat dan wel een woord of woorden bevat die zijn gesteld in een andere taal dan de door het bureau toegelaten taal of talen, kan een vertaling van dat woord of die woorden in die taal of een van die talen worden verlangd.

13.

[Termijn voor het verstrekken van bewijsstukken betreffende het feitelijk gebruik van het merk] De in artikel 3, derde lid, bedoelde termijn mag niet korter zijn dan zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrage ontvankelijk is verklaard door het bureau van de Verdragsluitende Partij waarbij die aanvrage is ingediend. De deposant of de rechthebbende heeft recht op verlenging van die termijn, met inachtneming van de in de wetgeving van die Verdragsluitende Partij gestelde voorwaarden, met perioden van telkens ten minste zes maanden, zulks tot in totaal ten minste tweeënhalf jaar.

Regel 4. Bijzonderheden betreffende de aanstelling van een gemachtigde en domiciliekeuze
1.

[Adres wanneer een gemachtigde is aangesteld] Wanneer een gemachtigde is aangesteld, beschouwt een Verdragsluitende Partij het adres van deze gemachtigde als het gekozen domicilie.

2.

[Adres wanneer geen gemachtigde is aangesteld] Wanneer geen gemachtigde is aangesteld en een deposant, rechthebbende of andere belanghebbende als adres een adres op het grondgebied van de Verdragsluitende Persoon heeft opgegeven, beschouwt deze Verdragsluitende Partij dat adres als het gekozen domicilie.

3.

[Termijn] De in artikel 4, derde lid, onderdeel d, bedoelde termijn begint op de datum van ontvangst van het in dat artikel bedoelde bericht door het bureau van de betrokken Verdragsluitende Partij en beloopt ten minste een maand wanneer het adres van de persoon namens wie het bericht is verzonden, is gelegen op het grondgebied van die Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer dit adres is gelegen buiten het grondgebied van die Verdragsluitende Partij.

Regel 5. Bijzonderheden betreffende de datum van het depot
1.

[Te volgen procedure indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan] Indien de aanvrage op het tijdstip waarop deze door het bureau wordt ontvangen niet voldoet aan een van de voorwaarden als genoemd in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel a, nodigt het bureau de deposant terstond uit alsnog aan deze voorwaarde te voldoen binnen een in de uitnodiging genoemde termijn, welke termijn ten minste één maand beloopt, te rekenen vanaf de datum van de uitnodiging, wanneer het adres van de deposant is gelegen op het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij, en ten minste twee maanden wanneer het adres van de deposant buiten het grondgebied van de betrokken Verdragsluitende Partij is gelegen. Voor het gevolg geven aan de uitnodiging kunnen bijzondere rechten verschuldigd zijn. Zelfs indien het bureau de bedoelde uitnodiging niet zendt, blijven deze voorwaarden gelden.

2.

[Datum van het depot in geval van correctie] Indien de deposant binnen de in de uitnodiging genoemde termijn gevolg geeft aan de in het eerste lid bedoelde uitnodiging en de eventueel verschuldigde bijzondere rechten betaalt, geldt als datum van het depot de datum waarop alle in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, genoemde gegevens en bestanddelen door het bureau zijn ontvangen en, indien van toepassing, de in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, bedoelde vereiste rechten aan het bureau zijn betaald. Zo niet, dan wordt de aanvrage als niet ingediend beschouwd.

Regel 6. Bijzonderheden betreffende berichten
1.

[Vermeldingen die de handtekening op berichten op papier vergezellen] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat de handtekening van de natuurlijke persoon die ondertekent vergezeld gaat van

2.

[Datum van ondertekening] Elke Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een handtekening vergezeld gaat van een vermelding van de datum waarop de ondertekening plaatsvond. Wanneer deze vermelding vereist is maar ontbreekt, is de datum waarop de ondertekening geacht wordt plaats te hebben gevonden de datum waarop het bericht met de handtekening door het bureau werd ontvangen, of, indien de Verdragsluitend Partij dit toestaat, een datum voorafgaand aan deze laatstgenoemde datum.

3.

[Ondertekening van berichten op papier] Wanneer aan het kantoor van een Verdragsluitende Partij een bericht op papier wordt toegezonden en een handtekening vereist is,

4.

[Ondertekening van berichten op papier ingediend langs elektronische weg] Een Verdragsluitende Partij die toestaat dat berichten op papier langs elektronische weg worden ingediend, beschouwt een dergelijk bericht als ondertekend indien een grafische weergave van een ingevolge het derde lid door die Verdragsluitende Partij aanvaarde handtekening op dit bericht, zoals ontvangen, voorkomt.

5.

[Origineel van een bericht op papier ingediend langs elektronische weg] Een Verdragsluitende Partij die toestaat dat berichten op papier langs elektronische weg worden ingediend, kan verlangen dat het origineel van een dergelijk bericht wordt ingediend

6.

[Waarmerking van berichten in elektronische vorm] Een Verdragsluitende Partij die toestaat dat berichten in elektronische vorm worden ingediend, kan verlangen dat een dergelijk bericht wordt gewaarmerkt door middel van een systeem van elektronische waarmerking zoals vereist door deze Verdragsluitende Partij.

7.

[Datum van ontvangst] Het staat elke Verdragsluitende Partij vrij de omstandigheden vast te stellen onder welke de ontvangst van een document of de betaling van een recht geacht wordt de ontvangst door of betaling aan het bureau te vormen in gevallen waarin het document feitelijk werd ontvangen door of de betaling feitelijk werd gedaan aan

8.

[Indiening langs elektronische weg] Met inachtneming van het bepaalde in het zevende lid, wanneer een Verdragsluitende Partij toestaat dat een bericht in elektronische vorm of langs elektronische weg wordt ingediend en het bericht op deze wijze wordt ingediend, is de datum waarop het bureau van deze Verdragsluitende Partij het bericht in deze vorm of langs deze weg ontvangt de datum van ontvangst van het bericht.

Regel 7. Wijze van aanduiding van een aanvrage zonder nummer
1.

[Wijze van aanduiding] Wanneer wordt verlangd dat een aanvrage met haar nummer wordt aangeduid, maar indien daaraan nog geen nummer is gegeven of indien dit nummer de deposant of diens gemachtigde niet bekend is, wordt de aanvrage geacht voldoende te zijn aangeduid indien het onderstaande wordt verstrekt:

2.

[Verbod van andere voorwaarden] Geen enkele Verdragsluitende Partij mag eisen dat aan andere dan de in het eerste lid bedoelde voorwaarden wordt voldaan ter aanduiding van een aanvrage wanneer daaraan nog geen nummer is gegeven of wanneer dit de deposant of diens gemachtigde niet bekend is.

Regel 8. Bijzonderheden betreffende de geldigheidsduur en vernieuwing

Voor de toepassing van artikel 13, eerste lid, onderdeel c, begint de termijn gedurende welke het verzoek om vernieuwing kan worden ingediend en de vernieuwingsrechten kunnen worden betaald ten minste zes maanden voor de datum waarop de vernieuwing dient plaats te vinden en eindigt deze ten vroegste zes maanden na die datum. Indien het verzoek om vernieuwing wordt ingediend en/of vernieuwingsrechten worden betaald na de datum waarop de vernieuwing moet plaatsvinden, kan elke Verdragsluitende Partij de vernieuwing afhankelijk stellen van de betaling van aanvullende rechten.

Regel 9. Uitstel indien verzuimd is de termijnen in acht te nemen
1.

[Voorwaarden betreffende de verlenging van termijnen krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel i]

Een Verdragsluitende Partij die de verlenging van een termijn krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel i, toestaat, verlengt de termijn met een redelijke tijdsduur vanaf de datum van indiening van het verzoek om verlenging en kan verlangen dat het verzoek

2.

[Voorwaarden betreffende voortzetting van de procedure met betrekking tot de aanvrage of inschrijving krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel ii] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat het verzoek om voortzetting krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel ii

3.

[Voorwaarden betreffende het herstel van rechten krachtens artikel 14, tweede lid, onderdeel iii]

4.

[Uitzonderingen krachtens artikel 14, derde lid] De uitzonderingen bedoeld in artikel 14, derde lid, betreffen de gevallen van het niet in acht nemen van een termijn

Regel 10. Voorwaarden betreffende het verzoek om aantekening van een licentie of om wijziging of doorhaling van de aantekening van een licentie
1.

[Inhoud van het verzoek]

2.

[Ondersteunende documenten voor de aantekening van een licentie]

3.

[Ondersteunende documenten voor wijziging van een aantekening van een licentie]

4.

[Ondersteunende documenten voor doorhaling van een aantekening van een licentie] Een Verdragsluitende Partij kan verlangen dat een verzoek om doorhaling van de aantekening van een licentie naar keuze van de verzoekende partij vergezeld gaat van ofwel: