Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom van 20 maart 1883, zoals herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925, te Londen op 2 juni 1934, te Lissabon op 31 oktober 1958 en te Stockholm op 14 juli 1967 en zoals gewijzigd te Stockholm op 28 september 1979

Type Verdrag
Publication 1984-06-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 1

1). De landen, voor welke dit Verdrag geldt, vormen een Unie tot bescherming van de industriële eigendom.

2). De bescherming van de industriële eigendom omvat de octrooien van uitvinding, de gebruiksmodellen, de tekeningen of modellen van nijverheid, de fabrieks- of handelsmerken, de dienstmerken, de handelsnaam en de aanduidingen van herkomst of benamingen van oorsprong, zomede de bestrijding van de oneerlijke mededinging.

3). Onder industriële eigendom wordt verstaan de ruimste opvatting daarvan; hij heeft niet alleen betrekking op nijverheid en handel in eigenlijke zin, maar evenzeer op het gebied der landbouw- en mijnbouwnijverheid en op alle vervaardigde of natuurlijke voortbrengselen, bij voorbeeld: wijnen, granen, tabaksbladeren, vruchten, vee, mineralen, minerale wateren, bieren, bloemen, meel.

4). Onder de octrooien van uitvinding zijn begrepen de verschillende soorten van octrooien van nijverheid, welke door de wetgevingen van de landen der Unie erkend zijn, zoals octrooien van invoer, verbeteringsoctrooien, aanvullingsoctrooien en -certificaten, enz.

Artikel 2

1). De onderdanen van elk van de landen der Unie zullen in alle andere landen der Unie, wat betreft de bescherming van de industriële eigendom, de voordelen genieten, welke de onderscheidene wetten op dit ogenblik aan de nationalen toekennen, dit alles onverminderd de rechten, welke door dit Verdrag in het bijzonder worden toegekend. Dientengevolge zullen zij dezelfde bescherming hebben als dezen en hetzelfde wettelijk verhaal tegen elke inbreuk op hun rechten, mits zij de voorwaarden en formaliteiten nakomen, aan de nationalen opgelegd.

2). Echter kan voor het genot van geen der rechten van industriële eigendom van hen, die tot de Unie behoren, geëist worden, dat zij een woonplaats of inrichting hebben in het land, waar op de bescherming aanspraak wordt gemaakt.

3). De bepalingen der wetgeving van elk van de landen der Unie met betrekking tot de rechterlijke of administratieve procesgang en de bevoegdheid, benevens tot de keuze van domicilie of het stellen van een gemachtigde, indien de wetten op de industriële eigendom zulks zouden vorderen, worden uitdrukkelijk voorbehouden.

Artikel 3

Met de onderdanen van de landen der Unie worden gelijkgesteld de onderdanen van de landen, welke niet deel uitmaken der Unie, die op het grondgebied van een der landen van de Unie woonplaats hebben of aldaar daadwerkelijke en wezenlijke inrichtingen van nijverheid of handel bezitten.

Artikel 4

B. Dientengevolge zal het vóór het verstrijken dier termijnen in een van de andere landen der Unie later verrichte depot niet krachteloos kunnen worden gemaakt door feiten, die in de tussentijd hebben plaatsgehad, en wel met name door een ander depot, door het openbaar bekendmaken van de uitvinding of door haar toepassing, door het te koop stellen van exemplaren van de tekening of van het model, door het gebruik van het merk, en deze feiten zullen geen enkel recht van derden kunnen doen ontstaan, noch enig persoonlijk bezit. De rechten, die door derden zijn verkregen vóór de dag van de eerste aanvrage, die tot grondslag strekt voor het recht van voorrang, zijn voorbehouden door de binnenlandse wetgeving van ieder land der Unie.

F. Geen land der Unie zal een voorrang of een octrooiaanvrage kunnen weigeren op grond van het feit dat de aanvrager een beroep doet op meer dan één voorrang, zelfs wanneer die uit verschillende landen afkomstig zijn, of op grond van het feit dat een aanvrage, waarin op één of meer dan één voorrang een beroep wordt gedaan, één of meer elementen bevat, die niet voorkwamen in de aanvrage of de aanvragen, waarop het beroep op voorrang steunt, mits er in beide gevallen eenheid van uitvinding is in de zin der wet van het land.

Wat betreft de elementen, die niet voorkwamen in de aanvrage of de aanvragen, waarop het beroep op voorrang steunt, doet het depot van de latere aanvrage onder de gewone voorwaarden een recht van voorrang ontstaan.

H. De voorrang kan niet worden geweigerd wegens het ontbreken, onder de aanspraken, geformuleerd in de aanvrage in het land van oorsprong, van sommige bestanddelen van de uitvinding, waarvoor men de voorrang opeist, mits het geheel der stukken van de aanvrage deze bestanddelen nauwkeurig aanwijst.

Artikel 4bis

1). De octrooien, aangevraagd in de verschillende landen der Unie door onderdanen der Unie-landen, zullen onafhankelijk zijn van de octrooien, verkregen voor dezelfde uitvinding in de andere landen, onverschillig of deze al dan niet tot de Unie zijn toegetreden.

2). Deze bepaling moet volstrekt worden opgevat, met name in deze zin, dat de octrooien aangevraagd gedurende de termijn van voorrang onafhankelijk zijn, zowel uit een oogpunt van gronden van nietigheid en verval, als uit een oogpunt van gewone duur.

3). Zij is van toepassing op alle octrooien, bestaande op het tijdstip, waarop zij in werking treedt.

4). Dezelfde regel geldt, in geval van toetreding van nieuwe landen, voor de octrooien, over en weer bestaande op het ogenblik der toetreding.

5). De octrooien, verkregen met het genot van het recht van voorrang, zullen in de verschillende landen der Unie een duur genieten gelijk aan die, welke zij zouden genieten, indien zij waren aangevraagd of verleend zonder het genot van het recht van voorrang.

Artikel 4ter

De uitvinder heeft het recht als zodanig in het octrooi te worden vermeld.

Artikel 4quater

De verlening van een octrooi zal niet kunnen worden geweigerd en een octrooi zal niet kunnen worden nietig verklaard op grond van het feit, dat de verkoop van het geoctrooieerde voortbrengsel of van het voortbrengsel dat is verkregen door toepassing van een geoctrooieerde werkwijze, uit hoofde van de nationale wetgeving onderworpen is aan belemmeringen of beperkingen.

Artikel 5

B. De bescherming der tekeningen en modellen van nijverheid kan niet worden getroffen door enig verval, hetzij op grond van niet-toepassing, hetzij op grond van invoer van voorwerpen gelijk aan die, welke beschermd zijn.

D. Generlei teken of vermelding van het octrooi, van het gebruiksmodel, van de inschrijving van het fabrieks- of handelsmerk of van het depot van de tekening of het model van nijverheid zal, voor de erkenning van het recht, op de waar worden geëist.

Artikel 5bis

1). Een termijn van uitstel, die tenminste zes maanden zal moeten zijn, zal worden toegestaan voor de voldoening van de taksen, bepaald voor het behoud van de rechten van industriële eigendom, met betaling van een verhoogde taks, indien de nationale wetgeving deze oplegt.

2). De landen der Unie hebben de bevoegdheid het herstel te regelen van octrooien van uitvinding, die wegens niet-betaling der taksen vervallen zijn.

Artikel 5ter

In elk van de landen der Unie zal niet als inbreuk op de rechten van de octrooihouder worden aangemerkt:

Artikel 5quater

Indien een voortbrengsel wordt ingevoerd in een land der Unie, waar een octrooi bestaat, dat de werkwijze om dit voortbrengsel te vervaardigen beschermt, zal de octrooihouder ten opzichte van het ingevoerde voortbrengsel alle rechten kunnen uitoefenen, welke de wetgeving van het land van invoer hem, op grond van het octrooi voor de werkwijze, ten opzichte van in het betrokken land vervaardigde voortbrengselen toekent.

Artikel 5quinquies

Tekeningen en modellen van nijverheid zullen in alle landen der Unie beschermd worden.

Artikel 6

1). De voorwaarden voor het depot en de inschrijving van fabrieks- of handelsmerken zullen in elk van de landen der Unie door zijn nationale wetgeving worden vastgesteld.

2). Echter zal een merk, dat door een onderdaan van een land der Unie in welk land der Unie dan ook wordt gedeponeerd, niet geweigerd of nietig verklaard kunnen worden op grond van het feit dat het niet is gedeponeerd, ingeschreven of vernieuwd in het land van oorsprong.

3). Een merk, dat op regelmatige wijze is ingeschreven in een land der Unie, wordt beschouwd als onafhankelijk van de merken, die in de andere landen der Unie, waaronder het land van oorsprong begrepen, zijn ingeschreven.

Artikel 6bis

1). De landen der Unie verbinden zich om, hetzij ambtshalve, indien de wetgeving van het land dit toelaat, hetzij op verzoek van de belanghebbende, de inschrijving te weigeren of nietig te verklaren en het gebruik te verbieden van een fabrieks- of handelsmerk, dat de reproduktie, nabootsing of vertaling vormt, welke verwarring kunnen wekken, van een merk, dat naar het oordeel van de bevoegde autoriteiten van het land van inschrijving of van gebruik aldaar algemeen bekend is als zijnde reeds het merk van iemand, gerechtigd tot het genieten van de voordelen van dit Verdrag, en gebruikt voor gelijke of soortgelijke waren. Hetzelfde zal gelden, wanneer het kenmerkend gedeelte van het merk de reproduktie vormt van een dergelijk algemeen bekend merk of een nabootsing, welke verwarring daarmede kan verwekken.

2). Een termijn van tenminste vijf jaar te rekenen van de datum van inschrijving zou moeten worden toegestaan om de doorhaling van een zodanig merk te vorderen. De landen der Unie hebben de bevoegdheid te voorzien in een termijn, binnen welke een verbod van gebruik kan worden gevorderd.

3). Er zal geen termijn worden vastgesteld om de doorhaling of het verbod van gebruik te vorderen van die merken, welke te kwader trouw zijn ingeschreven of worden gebruikt.

Artikel 6ter

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.