Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

Type Verdrag
Publication 2010-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere Staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegend dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden;

Overwegend dat mensenhandel een schending van de mensenrechten is en een aantasting van de waardigheid en de integriteit van de mens;

Overwegend dat mensenhandel kan uitmonden in slavernij van de slachtoffers;

Overwegend dat eerbied voor de rechten van slachtoffers, bescherming van slachtoffers en maatregelen om mensenhandel te bestrijden de belangrijkste doelstellingen dienen te zijn;

Overwegend dat alle maatregelen of initiatieven gericht op de bestrijding van mensenhandel niet-discriminatoir moeten zijn en rekening moeten houden met gendergelijkheid en de rechten van het kind;

Herinnerend aan de verklaringen van de ministers van Buitenlandse Zaken van de lidstaten tijdens de 112e (14–15 mei 2003) en de 114e (12–13 mei 2004) zitting van het Comité van Ministers waarin de Raad van Europa werd opgeroepen krachtiger maatregelen tegen mensenhandel te nemen;

Indachtig het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (1950) en de protocollen daarbij;

Indachtig de volgende aanbevelingen van het Comité van Ministers aan de lidstaten van de Raad van Europa: Aanbeveling No. R (91) 11 inzake seksuele uitbuiting, pornografie en prostitutie van en handel in kinderen en jonge volwassenen; Aanbeveling No. R (97) 13 inzake intimidatie van getuigen en de rechten van de verdediging; Aanbeveling No. R (2000) 11 ter bestrijding van de mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting en Aanbeveling Rec (2001) 16 inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting; Aanbeveling Rec (2002) 5 inzake de bescherming van vrouwen tegen geweld;

Indachtig de volgende aanbevelingen van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa: Aanbeveling 1325 (1997) inzake vrouwenhandel en gedwongen prostitutie in de lidstaten van de Raad van Europa; Aanbeveling 1450 (2000) inzake geweld tegen vrouwen in Europa; Aanbeveling 1545 (2002) inzake een campagne tegen de handel in vrouwen; Aanbeveling 1610 (2003) inzake migratie die verband houdt met de handel in vrouwen en prostitutie; Aanbeveling 1611 (2003) inzake de handel in organen in Europa; Aanbeveling 1663 (2004) Huisslavernij: onderworpenheid, au pairs en postorderbruiden;

Indachtig het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 inzake bestrijding van mensenhandel, het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2001 inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure en de Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie;

Op passende wijze rekening houdend met het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en het Protocol daarbij inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, teneinde de bescherming die door deze instrumenten wordt geboden te verbeteren en de erin vastgestelde normen te ontwikkelen;

Op passende wijze rekening houdend met andere internationale juridische instrumenten die relevant zijn voor de bestrijding van mensenhandel;

Rekening houdend met de noodzaak een veelomvattend internationaal juridisch instrument op te stellen dat gericht is op de mensenrechten van slachtoffers van mensenhandel en dat een specifiek mechanisme voor toezicht instelt,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN, REIKWIJDTE, BEGINSEL VAN NON-DISCRIMINATIE EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1. Doelstellingen van het Verdrag
1.

De doelstellingen van dit Verdrag zijn:

2.

Met het oog op de doeltreffende uitvoering van de bepalingen door de Partijen te waarborgen, wordt bij dit Verdrag een specifiek mechanisme voor toezicht ingesteld.

Artikel 2. Reikwijdte

Dit Verdrag is van toepassing op alle vormen van mensenhandel, hetzij nationaal, hetzij internationaal, al dan niet verbonden met georganiseerde misdaad.

Artikel 3. Beginsel van non-discriminatie

De uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag door de Partijen, met name de beschikking over maatregelen ter bescherming en ter bevordering van de rechten van slachtoffers, wordt gewaarborgd zonder enige discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.

Artikel 4. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK II. VOORKOMING, SAMENWERKING EN ANDERE MAATREGELEN

Artikel 5. Voorkomen van mensenhandel
1.

Elke Partij neemt maatregelen om nationale coördinatie in te stellen of te versterken tussen de verschillende instanties die verantwoordelijk zijn voor het voorkomen en bestrijden van mensenhandel.

2.

Elke Partij stelt doeltreffend beleid en doeltreffende programma’s in en/of versterkt deze om mensenhandel te voorkomen, door onder andere de volgende middelen: onderzoek, informatie-, bewustmakings- en voorlichtingscampagnes, sociale en economische initiatieven en trainingsprogramma’s, met name voor personen die kwetsbaar zijn voor mensenhandel en voor personen die beroepsmatig bij de bestrijding van mensenhandel betrokken zijn.

3.

Elke Partij bevordert een op mensenrechten gebaseerde aanpak en hanteert gendermainstreaming en een aanpak die rekening houdt met de belangen van kinderen bij de ontwikkeling, implementatie en beoordeling van de in het tweede lid bedoelde beleidsmaatregelen en programma’s.

4.

Elke Partij neemt de passende maatregelen die nodig kunnen zijn om ervoor te zorgen dat migratie op rechtmatige wijze kan plaatsvinden, met name door de verspreiding van accurate informatie door relevante diensten over de vereisten voor legale binnenkomst in en legaal verblijf op haar grondgebied.

5.

Elke Partij neemt specifieke maatregelen om de kwetsbaarheid van kinderen voor mensensmokkel te verminderen, met name door een beschermende omgeving voor hen te creëren.

6.

Bij overeenkomstig dit artikel vastgestelde maatregelen worden, wanneer van toepassing, niet-gouvernementele organisaties, andere relevante organisaties en andere onderdelen van het maatschappelijk middenveld betrokken die zich inzetten voor het voorkomen van mensenhandel en voor hulp aan of bescherming van slachtoffers.

Artikel 6. Maatregelen om de vraag te ontmoedigen

Teneinde de vraag te ontmoedigen die alle vormen van uitbuiting van mensen, in het bijzonder vrouwen en kinderen, die tot mensenhandel leiden, stimuleert, neemt elke Partij wetgevende, administratieve, educatieve, maatschappelijke, culturele of andere maatregelen, of scherpt deze aan, waaronder:

Artikel 7. Grensmaatregelen
1.

Onverminderd internationale verplichtingen ten aanzien van het vrije verkeer van personen, scherpen de Partijen, voor zover mogelijk, de grenscontroles aan die nodig kunnen zijn ter voorkoming en opsporing van mensenhandel.

2.

Elke Partij neemt wetgevende of andere passende maatregelen ter voorkoming, voor zover mogelijk, van het gebruik van door commerciële vervoerders geëxploiteerde transportmiddelen bij het plegen van overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten.

3.

Indien van toepassing en onverminderd toepasselijke internationale verdragen omvatten dergelijke maatregelen het vaststellen van de verplichting van commerciële vervoerders, met inbegrip van elk transportbedrijf of elke eigenaar of exploitant van een transportmiddel, te verifiëren of alle passagiers in het bezit zijn van de voor de toegang tot de ontvangende Staat benodigde reisdocumenten.

4.

Elke Partij neemt de nodige maatregelen, in overeenstemming met haar nationale recht, om te voorzien in sancties in gevallen van schending van de in het derde lid van dit artikel bedoelde verplichting.

5.

Elke Partij overweegt de wetgevende of andere maatregelen te nemen die nodig kunnen zijn om, in overeenstemming met haar nationale recht, het weigeren van de toegang of het intrekken van visa van personen die betrokken zijn bij het plegen van de overeenkomstig dit Verdrag strafbaar gestelde feiten mogelijk maken.

6.

De Partijen versterken de samenwerking tussen instellingen voor grenscontrole, onder andere door het creëren en onderhouden van rechtstreekse communicatiekanalen.

Artikel 8. Betrouwbaarheid en controle van documenten

Elke Partij neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn om:

Artikel 9. Rechtmatigheid en rechtsgeldigheid van documenten

Op verzoek van een andere Partij verifieert een Partij, in overeenstemming met haar nationale recht, binnen een redelijke termijn de rechtmatigheid en rechtsgeldigheid van reis- of identiteitsdocumenten die namens haar zijn afgegeven of beschouwd worden als zijnde door haar afgegeven en ten aanzien waarvan de verdenking bestaat dat zij zijn gebruikt voor mensenhandel.

HOOFDSTUK III. MAATREGELEN OM DE RECHTEN VAN SLACHTOFFERS TE BESCHERMEN EN TE BEVORDEREN, WAARBIJ GENDERGELIJKHEID WORDT GEWAARBORGD

Artikel 10. Identificatie van de slachtoffers
1.

Elke Partij verzekert dat haar bevoegde autoriteiten beschikken over personen die opgeleid en gekwalificeerd zijn op het gebied van het voorkomen en bestrijden van mensenhandel en het identificeren en helpen van slachtoffers, met inbegrip van kinderen, en waarborgt dat de verschillende autoriteiten met elkaar en met relevante hulporganisaties samenwerken, zodat slachtoffers kunnen worden geïdentificeerd in een procedure waarbij op passende wijze rekening wordt gehouden met de bijzondere situatie waarin vrouwen en kinderen die slachtoffer zijn, verkeren en, in de daarvoor in aanmerking komende gevallen, verblijfsvergunningen kunnen worden afgegeven krachtens de voorwaarden als vervat in artikel 14 van dit Verdrag.

2.

Elke Partij neemt de wetgevende en andere maatregelen die nodig kunnen zijn om slachtoffers te identificeren, wanneer van toepassing in samenwerking met andere Partijen en relevante hulporganisaties. Elke Partij waarborgt dat, indien de bevoegde autoriteiten redelijke gronden hebben om aan te nemen dat een persoon het slachtoffer is geweest van mensenhandel, deze persoon niet van haar grondgebied zal worden verwijderd voordat de identificatieprocedure om vast te stellen of iemand het slachtoffer is geworden van een strafbaar feit als omschreven in artikel 18 van dit Verdrag, door de bevoegde autoriteiten is afgerond en waarborgt tevens dat deze persoon de hulp ontvangt als omschreven in artikel 12, eerste en tweede lid.

3.

Wanneer onzekerheid bestaat over de leeftijd van het slachtoffer en er gronden zijn om aan te nemen dat het slachtoffer een kind is, wordt hij of zij aangemerkt als kind en worden in afwachting van verificatie van zijn of haar leeftijd bijzondere beschermingsmaatregelen ingesteld.

4.

Zodra van een onbegeleid kind wordt vastgesteld dat het slachtoffer is, neemt elke Partij de volgende maatregelen:

Artikel 11. Bescherming van het privé-leven
1.

Elke Partij beschermt het privé-leven en de identiteit van de slachtoffers. Persoonsgegevens die op hen betrekking hebben worden opgeslagen en gebruikt in overeenstemming met de bepalingen vervat in het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.

2.

Elke Partij neemt maatregelen om in het bijzonder te waarborgen dat de identiteit of details die identificatie mogelijk maken, van een kind dat slachtoffer is van mensenhandel niet openbaar worden gemaakt, noch via de media, noch via andere middelen, behalve, in uitzonderlijke omstandigheden, om het traceren van familieleden te vergemakkelijken of anderszins het welzijn en de bescherming van het kind te verzekeren.

3.

Elke Partij overweegt, overeenkomstig artikel 10 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden zoals uitgelegd door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, maatregelen te nemen teneinde de media aan te moedigen het privé-leven en de identiteit van slachtoffers te beschermen door middel van zelfregulering of door regulering of co-regulering.

Artikel 12. Hulp aan slachtoffers
1.

Elke Partij neemt de wetgevende of andere maatregelen die nodig kunnen zijn om slachtoffers te helpen bij hun fysieke, geestelijke en sociale herstel. Dergelijke hulp omvat ten minste:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.