Handvest van de Verenigde Naties
Wij, de volken
van de Verenigde Naties,
vastbesloten
komende geslachten te behoeden voor de gesel van de oorlog, die tweemaal in ons leven onnoemelijk leed over de mensheid heeft gebracht, en
opnieuw ons vertrouwen te bevestigen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de menselijke persoon, in gelijke rechten voor mannen en vrouwen, alsmede voor grote en kleine naties, en
omstandigheden te scheppen waaronder gerechtigheid, alsmede eerbied voor de uit verdragen en andere bronnen van internationaal recht voortvloeiende verplichtingen kunnen worden gehandhaafd, en
sociale vooruitgang en hogere levensstandaarden in groter vrijheid te bevorderen,
en te dien einde
verdraagzaamheid te betrachten en in vrede met elkander te leven als goede naburen, en onze krachten te bundelen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid, en door het aanvaarden van beginselen en het invoeren van methodes te verzekeren, dat wapengeweld niet zal worden gebruikt behalve in het algemeen belang, en gebruik te maken van internationale instellingen voor de bevordering van de economische en sociale vooruitgang van alle volken,
hebben besloten onze inspanningen te verenigen om deze doeleinden te verwezenlijken.
Dienovereenkomstig hebben onze onderscheiden regeringen, door tussenkomst van hun in de stad San Francisco bijeengekomen vertegenwoordigers, die hun volmachten hebben overgelegd, welke in goede orde zijn bevonden, overeenstemming bereikt over dit Handvest van de Verenigde Naties en richten zij hierbij een internationale organisatie op, die de naam zal dragen van de Verenigde Naties.
De Engelse tekst van het Handvest is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb. F 253. De vertaling is gepubliceerd in Stb. F 321. Het Handvest is in werking getreden op 24 oktober 1945, zie Trb. 1951/44. Het Handvest is gewijzigd volgens Trb. 1964/109, Trb. 1966/138 en Trb. 1972/96.
Hoofdstuk I. DOELSTELLINGEN EN BEGINSELEN
Artikel 1
De doelstellingen van de Verenigde Naties zijn:
-
- De internationale vrede en veiligheid te handhaven en, met het oog daarop: doeltreffende gezamenlijke maatregelen te nemen ter voorkoming en opheffing van bedreigingen van de vrede en ter onderdrukking van daden van agressie of andere vormen van verbreking van de vrede, alsook met vreedzame middelen en in overeenstemming met de beginselen van gerechtigheid en internationaal recht, een regeling of beslechting van internationale geschillen of van situaties die tot verbreking van de vrede zouden kunnen leiden, tot stand te brengen;
-
- Tussen de naties vriendschappelijke betrekkingen tot ontwikkeling te brengen, die zijn gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken, en andere passende maatregelen te nemen ter versterking van de vrede overal ter wereld;
-
- Internationale samenwerking tot stand te brengen bij het oplossen van internationale vraagstukken van economische, sociale, culturele of humanitaire aard, alsmede bij het bevorderen en stimuleren van eerbied voor de rechten van de mens en voor fundamentele vrijheden voor allen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of godsdienst; en
-
- Een centrum te zijn voor de harmonisatie van het optreden van de naties ter verwezenlijking van deze gemeenschappelijke doelstellingen.
Artikel 2
Bij het nastreven van de in artikel 1 genoemde doelstellingen, dienen de Organisatie en haar Leden te handelen overeenkomstig de volgende beginselen:
-
- De Organisatie is gegrond op het beginsel van soevereine gelijkheid van al haar Leden.
-
- Ten einde alle Leden de rechten en voordelen die uit het lidmaatschap voortvloeien deelachtig te doen worden, dienen de Leden van de Organisatie de verplichtingen die zij overeenkomstig dit Handvest op zich hebben genomen, te goeder trouw na te komen.
-
- Alle Leden brengen hun internationale geschillen langs vreedzame weg tot een oplossing, op zodanige wijze dat de internationale vrede en veiligheid en de gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht.
-
- In hun internationale betrekkingen onthouden alle Leden zich van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, en van elke andere handelwijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties.
-
- Alle Leden verlenen de Verenigde Naties volledige bijstand bij elk optreden waartoe de Organisatie overeenkomstig dit Handvest overgaat en zij onthouden zich van het verlenen van bijstand aan een staat waartegen de Verenigde Naties een preventieve of dwangactie ondernemen.
-
- De Organisatie draagt er zorg voor dat staten die geen Lid van de Verenigde Naties zijn overeenkomstig deze beginselen handelen, voor zover dit voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid noodzakelijk kan zijn.
-
- Geen enkele bepaling van dit Handvest geeft de Verenigde Naties de bevoegdheid tussenbeide te komen in aangelegenheden die wezenlijk onder de nationale rechtsmacht van een staat vallen, noch wordt op grond van enige bepaling daarin van de Leden verlangd dat zij zodanige aangelegenheden krachtens dit Handvest tot een oplossing brengen. Dit beginsel staat de toepassing van dwangmaatregelen ingevolge Hoofdstuk VII evenwel niet in de weg.
Hoofdstuk II. LIDMAATSCHAP
Artikel 3
De oorspronkelijke Leden van de Verenigde Naties zijn de staten die hebben deelgenomen aan de Conferentie van de Verenigde Naties betreffende Internationale Organisatie te San Francisco, of die eerder de Verklaring van de Verenigde Naties van 1 januari 1942 hebben ondertekend, en dit Handvest ondertekenen en het bekrachtigen overeenkomstig artikel 110.
Artikel 4
Het Lidmaatschap van de Verenigde Naties staat open voor alle andere vredelievende staten die de in dit Handvest vervatte verplichtingen aanvaarden en die, naar het oordeel van de Organisatie, in staat en bereid zijn deze verplichtingen na te komen.
De toelating van zulk een staat tot het lidmaatschap van de Verenigde Naties geschiedt bij besluit van de Algemene Vergadering op aanbeveling van de Veiligheidsraad.
Artikel 5
Een Lid van de Verenigde Naties waartegen door de Veiligheidsraad een preventieve of dwangactie is ondernomen, kan, op aanbeveling van de Veiligheidsraad, door de Algemene Vergadering worden geschorst in de uitoefening van de aan het lidmaatschap verbonden rechten en voorrechten. De uitoefening van die rechten en voorrechten kan door de Veiligheidsraad worden hersteld.
Artikel 6
Een Lid van de Verenigde Naties dat bij voortduring de in dit Handvest vervatte beginselen heeft geschonden, kan, op aanbeveling van de Veiligheidsraad, door de Algemene Vergadering worden uitgestoten als Lid van de Organisatie.
Hoofdstuk III. ORGANEN
Artikel 7
Als hoofdorganen van de Verenigde Naties worden ingesteld: een Algemene Vergadering, een Veiligheidsraad, een Economische en Sociale Raad, een Trustschapsraad, een Internationaal Gerechtshof en een Secretariaat.
Hulporganen waaraan behoefte zou blijken te bestaan kunnen overeenkomstig dit Handvest worden ingesteld.
Artikel 8
De Verenigde Naties laten zonder enige beperking mannen en vrouwen in aanmerking komen om in welke hoedanigheid ook en onder gelijke voorwaarden deel te nemen aan haar hoofdorganen en hulporganen.
Hoofdstuk IV. DE ALGEMENE VERGADERING
Samenstelling
Artikel 9
De Algemene Vergadering wordt gevormd door alle Leden van de Verenigde Naties.
Elk lid heeft in de Algemene Vergadering niet meer dan vijf vertegenwoordigers.
Functies en bevoegdheden
Artikel 10
De Algemene Vergadering kan alle vraagstukken en alle zaken bespreken die binnen het kader van dit Handvest vallen of die betrekking hebben op de bevoegdheden en functies van organen waarin dit Handvest voorziet, en kan, behoudens het in artikel 12 bepaalde, met betrekking tot die vraagstukken of zaken aanbevelingen doen aan de Leden van de Verenigde Naties, of aan de Veiligheidsraad, of aan beide.
Artikel 11
De Algemene Vergadering kan de algemene beginselen van samenwerking bij het handhaven van de internationale vrede en veiligheid behandelen, met inbegrip van de beginselen voor ontwapening en wapenbeheersing, en kan met betrekking tot die beginselen aanbevelingen doen aan de Leden of aan de Veiligheidsraad, of aan beide.
De Algemene Vergadering kan alle vraagstukken bespreken betrekking hebbende op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, die door een Lid van de Verenigde Naties of door de Veiligheidsraad of, overeenkomstig artikel 35, tweede lid, door een staat die geen Lid is van de Verenigde Naties aan haar zijn voorgelegd, en zij kan, behoudens het in artikel 12 bepaalde, ten aanzien van dergelijke vraagstukken aanbevelingen doen aan de betrokken staat of staten, of aan de Veiligheidsraad, of aan beide. Elk dergelijk vraagstuk dat het nemen van maatregelen vereist, wordt door de Algemene Vergadering hetzij vóór hetzij na bespreking naar de Veiligheidsraad verwezen.
De Algemene Vergadering kan de aandacht van de Veiligheidsraad vestigen op situaties die de internationale vrede en veiligheid in gevaar dreigen te brengen.
De in dit artikel genoemde bevoegdheden van de Algemene Vergadering tasten de algemene strekking van artikel 10 niet aan.
Artikel 12
Zolang de Veiligheidsraad met betrekking tot enig geschil of enige situatie de hem krachtens dit Handvest opgedragen taken uitvoert, onthoudt de Algemene Vergadering zich ten aanzien van dat geschil of die situatie van het doen van enige aanbeveling, tenzij de Veiligheidsraad daarom verzoekt.
Met toestemming van de Veiligheidsraad doet de Secretaris-Generaal de Algemene Vergadering in iedere zitting mededeling van alle zaken betrekking hebbende op de handhaving van de internationale vrede en veiligheid die bij de Veiligheidsraad in behandeling zijn en hij geeft, op gelijke wijze, onmiddellijk nadat de Veiligheidsraad de behandeling van zulke zaken staakt, daarvan kennis aan de Algemene Vergadering of, indien deze niet in zitting bijeen is, aan de Leden van de Verenigde Naties.
Artikel 13
De Algemene Vergadering geeft opdracht tot het verrichten van studies en doet aanbevelingen gericht op:
- a. het bevorderen van internationale samenwerking op politiek gebied en het stimuleren van de progressieve ontwikkeling en de codificatie van het internationaal recht;
- b. het bevorderen van internationale samenwerking op economisch, sociaal en cultureel gebied, alsmede op het gebied van het onderwijs en de gezondheidszorg, en het medewerken aan de verwezenlijking van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voor allen, zonder onderscheid naar ras, geslacht, taal of godsdienst.
De overige verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van de Algemene Vergadering met betrekking tot zaken die in het eerste lid, letter b, van dit artikel zijn genoemd, worden uiteengezet in de Hoofdstukken IX en X.
Artikel 14
Behoudens het in artikel 12 bepaalde, kan de Algemene Vergadering maatregelen aanbevelen voor de vreedzame regeling van iedere situatie, ongeacht waaruit deze voorkomt, ten aanzien waarvan zij het waarschijnlijk acht dat deze het algemeen welzijn of de vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties zal schaden, met inbegrip van situaties die het gevolg zijn van een schending van de bepalingen van dit Handvest waarin de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties zijn uiteengezet.
Artikel 15
De Algemene Vergadering ontvangt en behandelt de jaarlijkse en de bijzondere verslagen van de Veiligheidsraad; deze verslagen omvatten onder meer een overzicht van de maatregelen waartoe de Veiligheidsraad heeft besloten of die hij heeft genomen ter handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
De Algemene Vergadering ontvangt en behandelt de verslagen van de andere organen van de Verenigde Naties.
Artikel 16
De Algemene Vergadering voert met betrekking tot het Internationaal Trustschapsstelsel de taken uit die haar ingevolge de Hoofdstukken XII en XIII worden opgedragen, met inbegrip van het goedkeuren van de Trustschapsovereenkomsten voor gebieden die niet als strategisch worden aangemerkt.
Artikel 17
De Algemene Vergadering behandelt de begroting van de Organisatie en keurt deze goed.
De uitgaven van de Organisatie worden door de Leden gedragen volgens een door de Algemene Vergadering vastgestelde verdeelsleutel.
De Algemene Vergadering behandelt alle financiële en begrotingstechnische regelingen met de in artikel 57 bedoelde gespecialiseerde organisaties en hecht daaraan haar goedkeuring; zij onderwerpt de administratieve begrotingen van de gespecialiseerde organisaties aan een onderzoek met het oog op het doen van aanbevelingen aan de desbetreffende organisaties.
Stemmen
Artikel 18
Elk lid van de Algemene Vergadering heeft één stem.
Besluiten van de Algemene Vergadering over belangrijke zaken worden genomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Deze zaken omvatten mede: aanbevelingen met betrekking tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid, de verkiezing van de niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, de verkiezing van de leden van de Economische en Sociale Raad, de verkiezing van leden van de Trustschapsraad overeenkomstig het bepaalde in artikel 86, eerste lid, letter c, de toelating van nieuwe Leden tot de Verenigde Naties, de schorsing van de aan het lidmaatschap verbonden rechten en voorrechten, de uitstoting van Leden, zaken betreffende de werking van het Trustschapsstelsel, alsmede begrotingszaken.
Besluiten over andere zaken, met inbegrip van het vaststellen van andere categorieën van zaken waarover met een meerderheid van twee derde dient te worden beslist, worden genomen met een meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 19
Een Lid van de Verenigde Naties dat zijn financiële bijdragen aan de Organisatie niet op tijd heeft betaald, mag in de Algemene Vergadering niet stemmen, indien het achterstallige bedrag gelijk is aan of hoger dan het bedrag dat over de twee volle voorafgaande jaren verschuldigd is. Niettemin kan de Algemene Vergadering zulk een Lid toestaan zijn stem uit te brengen, indien zij ervan overtuigd is dat het uitblijven van de betaling te wijten is aan omstandigheden buiten de macht van het Lid.
Procedure
Artikel 20
De Algemene Vergadering komt bijeen in gewone jaarlijkse zittingen en, zo de omstandigheden dit eisen, in bijzondere zittingen. Bijzondere zittingen worden, op verzoek van de Veiligheidsraad of van een meerderheid van de Leden van de Verenigde Naties, door de Secretaris-Generaal bijeengeroepen.
Artikel 21
De Algemene Vergadering stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast. Voor iedere zitting kiest zij haar Voorzitter.
Artikel 22
De Algemene Vergadering kan die hulporganen instellen die zij nodig acht voor de uitoefening van haar taken.
Hoofdstuk V. DE VEILIGHEIDSRAAD
Samenstelling
Artikel 23
De Veiligheidsraad bestaat uit vijftien Leden van de Verenigde Naties. De Republiek China, Frankrijk, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika zijn permanente leden van de Veiligheidsraad. De Algemene Vergadering kiest tien andere Leden van de Verenigde Naties als niet-permanente leden van de Veiligheidsraad, waarbij in het bijzonder rekening wordt gehouden in de eerste plaats met de bijdrage van Leden van de Verenigde Naties tot de handhaving van de internationale vrede en veiligheid en tot de andere doelstellingen van de Organisatie, en tevens met een billijke geografische spreiding.
De niet-permanente leden van de Veiligheidsraad worden gekozen voor een termijn van twee jaar. Nadat het aantal leden van de Veiligheidsraad van elf tot vijftien is uitgebreid worden bij de eerstvolgende verkiezing van de niet-permanente leden twee van de vier toegevoegde leden gekozen voor een termijn van een jaar. Een aftredend lid kan niet onmiddellijk worden herkozen.
Elk lid van de Veiligheidsraad heeft één vertegenwoordiger.
Functies en bevoegdheden
Artikel 24
Ten einde een snel en doeltreffend optreden van de Verenigde Naties te verzekeren, dragen de Leden de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de internationale vrede en veiligheid in de eerste plaats op aan de Veiligheidsraad, en stemmen zij er in toe dat de Veiligheidsraad, bij de uitvoering van de uit die verantwoordelijkheid voortvloeiende taken, in hun naam handelt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.