Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992 (Fondsverdrag 1992)
De Staten, Partijen bij dit Verdrag,
Partij zijnde bij het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, tot stand gekomen te Brussel op 29 november 1969,
Zich bewust van de gevaren van verontreiniging, verbonden aan het vervoer van olie in bulk over de wereldzeeën,
Overtuigd van de noodzaak waarborgen te scheppen voor een passende vergoeding aan personen die schade lijden door verontreiniging veroorzaakt door het ontsnappen of doen wegvloeien van olie uit schepen,
Overwegende dat het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie van 29 november 1969, door te voorzien in een regeling tot vergoeding van schade door verontreiniging in de Verdragsluitende Staten, alsmede van de kosten van maatregelen ter voorkoming of ter beperking van zodanige schade, waar ook genomen, een aanzienlijke stap voorwaarts betekent op de weg naar dit doel,
Overwegende evenwel dat dit stelsel enerzijds niet in alle gevallen volledige vergoeding biedt aan slachtoffers van schade door verontreiniging door olie, en anderzijds de financiële lasten van de scheepseigenaars verzwaart;
Voorts overwegende dat de economische gevolgen van schade door verontreiniging door olie, veroorzaakt door het ontsnappen of doen wegvloeien van olie welke door schepen in bulk over zee wordt vervoerd, niet uitsluitend ten laste behoren te komen van de scheepvaart, doch ten dele dienen te worden gedragen door degenen die financiële belangen hebben bij de vervoerde olie,
Overtuigd van de noodzaak een regeling tot schadevergoeding en schadeloosstelling op te stellen ter aanvulling van het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, teneinde enerzijds een volledige vergoeding te waarborgen aan slachtoffers van schade door verontreiniging door olie en anderzijds de scheepseigenaars verlichting te bieden ten aanzien van de financiële lasten die hun door dat Verdrag zijn opgelegd,
Gelet op de Resolutie betreffende de oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, die op 29 november 1969 is aangenomen door de Internationale Juridische Conferentie inzake schade door vervuiling van de zee,
Zijn overeengekomen als volgt:
Algemene bepalingen
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag:
-
- wordt onder „Aansprakelijkheidsverdrag, 1992” verstaan: het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992.
-
- bis. wordt onder „Fondsverdrag, 1971” verstaan: het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1971. Ten aanzien van Staten die Partij zijn bij het Protocol van 1976 bij dat Verdrag, wordt met deze term bedoeld het Fondsverdrag, 1971, zoals gewijzigd bij dat Protocol.
-
- wordt onder „schip”, „persoon”, „eigenaar”, „olie”, „schade door verontreining”, „preventieve maatregelen”, „voorval” en „Organisatie” hetzelfde verstaan als in artikel I van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992.
-
- wordt onder „bijdragende olie” verstaan: ruwe olie en stookolie als hierna onder a) en b) omschreven:
- a). onder „ruwe olie” wordt verstaan elk vloeibaar mengsel van koolwaterstoffen dat in natuurlijke staat in de aarde voorkomt, en dat al dan niet is behandeld om het geschikt te maken voor vervoer. Tevens wordt onder „ruwe olie” begrepen: ruwe olie waaraan bepaalde distillaatfracties zijn onttrokken (soms aangeduid als „afgetopte ruwe olie” of „topped crude”) of waaraan bepaalde distillaatfracties zijn toegevoegd (soms aangeduid als „gereconditioneerde ruwe olie” of „spiked crude” of „reconstituted crude”);
- b). onder „stookolie” wordt verstaan: zware distillaten of residuen van ruwe olie of mengsels van zodanige produkten, bestemd om als brandstof te worden gebruikt voor de opwekking van warmte of energie, van een kwaliteit welke overeenkomt met de specificatie van de „American Society for Testing Materials” voor „Number Four Fuel Oil (Designation D 396-69)” of zwaarder;
-
- wordt onder „rekeneenheid” hetzelfde verstaan als in artikel V, negende lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992.
-
- wordt onder „de brutotonnage van het schip” hetzelfde verstaan als in artikel V, tiende lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992.
-
- wordt met betrekking tot olie onder „ton” verstaan: een metrieke ton,
-
- wordt onder „garant” verstaan: elke persoon die een verzekering of andere financiële zekerheid verstrekt ter dekking van de ingevolge artikel VII, eerste lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, op de eigenaar rustende aansprakelijkheid.
-
- wordt onder „laad- of losinrichting” verstaan: een voor opslag in bulk dienende inrichting welke geschikt is tot het ontvangen van over water vervoerde olie, met inbegrip van elke buiten de kust gelegen installatie die met een zodanige inrichting is verbonden;
-
- wordt, voor de vaststelling van de datum van een voorval dat bestaat uit een opeenvolging van feiten, dit voorval geacht te hebben plaatsgevonden op de datum van het eerste feit.
Artikel 2
Hierbij wordt ingesteld een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging, genaamd „Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992”, hierna te noemen „het Fonds”. Het Fonds heeft ten doel:
- a). vergoeding te verschaffen voor schade door verontreiniging voor zover het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, onvoldoende bescherming biedt;
- b). het verwezenlijken van hiermede verband houdende, in dit Verdrag genoemde doeleinden.
Het Fonds wordt in elke Verdragsluitende Staat erkend als een rechtspersoon, die ingevolge de wetten van die Staat bevoegd is rechten en plichten te aanvaarden en partij te zijn bij gedingen voor de gerechten van die Staat. Elke Verdragsluitende Staat erkent de Directeur van het Fonds (hierna te noemen „de Directeur”) als wettelijke vertegenwoordiger van het Fonds.
Artikel 3
Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing:
- a). op schade door verontreiniging veroorzaakt:
- (i). op het grondgebied, de territoriale zee daaronder begrepen, van een Verdragsluitende Staat, en
- (ii). binnen de exclusieve economische zone van een Verdragsluitende Staat, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, of, indien een Verdragsluitende Staat een zodanige zone niet heeft vastgesteld, binnen een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van die Staat, door die Staat vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, en dat zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijl van de basislijnen, waarvan de breedte van zijn territoriale zee wordt gemeten:
- b). op preventieve maatregelen, waar ook genomen, ter voorkoming of ter beperking van zodanige schade.
Vergoeding
Artikel 4
Ter vervulling van zijn in artikel 2, eerste lid, onder a, genoemde taak, betaalt het Fonds schadevergoeding aan iedere persoon die schade door verontreiniging heeft geleden en niet in staat is geweest een volledige en passende vergoeding van die schade te verkrijgen op grond van de bepalingen van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992:
- a. omdat uit het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 geen aansprakelijkheid voor de schade voortvloeit;
- b. omdat de eigenaar die op grond van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 aansprakelijk is, financieel niet in staat is volledig aan zijn verplichtingen te voldoen en de financiële zekerheid, die beschikbaar mocht zijn op grond van artikel VII van het Verdrag, geen dekking geeft of niet toereikend is tot voldoening van de vorderingen tot schadevergoeding; een eigenaar wordt geacht financieel niet in staat te zijn aan zijn verplichtingen te voldoen en een financiële zekerheid wordt ontoereikend geacht, indien de persoon die de schade heeft geleden geen volledige voldoening heeft kunnen verkrijgen van het bedrag dat hem vergoed dient te worden op grond van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, na redelijkerwijs alles te hebben gedaan om met de hem ten dienste staande rechtsmiddelen zijn aanspraken geldend te maken;
- c. omdat de schade het bedrag overtreft waartoe de aansprakeliikheid van de eigenaar beperkt is ingevolge artikel V, eerste lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 of bepalingen van enig ander internationaal verdrag dat van kracht is of voor ondertekening, bekrachtiging of toetreding openstaat op de datum van dit Verdrag.
Voor de toepassing van dit artikel worden door de eigenaar vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en opofferingen ter voorkoming of ter beperking van schade door Verontreiniging beschouwd als schade door verontreiniging.
Het Fonds is van elke verplichting ingevolge het voorgaande lid ontheven, indien:
- a. het bewijst dat de schade door verontreiniging het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog of opstand of werd veroorzaakt door het ontsnappen of doen wegvloeien van olie uit een oorlogsschip of een ander schip dat toebehoort aan of geëxploiteerd wordt door een Staat en dat ten tijde van het voorval uitsluitend werd gebruikt in overheidsdienst voor andere dan handelsdoeleinden; of
- b. de schuldeiser niet kan bewijzen dat de schade is veroorzaakt door een voorval waarbij een of meer schepen waren betrokken.
Indien het Fonds bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon die de schade heeft geleden met het opzet schade te veroorzaken of door de schuld van die persoon, kan het Fonds geheel of gedeeltelijk worden ontheven van zijn verplichting aan deze persoon schadevergoeding te betalen. Het Fonds is in elk geval van zijn verplichting ontheven voor zover de eigenaar ontheven zou zijn van zijn aansprakelijkheid ingevolge artikel III, derde lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992. Deze ontheffing van het Fonds geldt echter niet voor preventieve maatregelen.
- a). Behoudens het in dit lid onder b en c bepaalde, is het totale bedrag dat door het Fonds als vergoeding ingevolge dit artikel per voorval moet worden uitgekeerd in dier voege beperkt, dat de som van dit bedrag en het bedrag dat werkelijk als vergoeding ingevolge het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, voor schade door verontreiniging binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag zoals omschreven in artikel 3 wordt uitbetaald, niet meer bedraagt dan 203.000.000 rekeneenheden.
- b). Behoudens het in dit lid onder c bepaalde, bedraagt het totale door het Fonds ingevolge dit artikel uit te keren bedrag voor vergoeding van schade door verontreiniging ten gevolge van een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard, niet meer dan 203.000.000 rekeneenheden.
- c). Het maximumbedrag aan vergoeding bedoeld onder a en b is 300.740.000 rekeneenheden per voorval dat zich voordoet gedurende elk tijdvak waarin er drie Partijen bij dit Verdrag zijn ten aanzien waarvan de gecombineerde in aanmerking komende hoeveelheid bijdragende olie ontvangen door personen binnen het grondgebied van deze Partijen, gedurende het voorafgaande kalenderjaar, gelijk was aan of meer bedroeg dan 600 miljoen ton.
- d). De eventuele rente opgekomen aan een fonds gevormd overeenkomstig artikel V, derde lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, dient buiten beschouwing te worden gelaten bij de berekening van de maximumvergoeding die ingevolge dit artikel door het Fonds dient te worden betaald.
- e). De in dit artikel genoemde bedragen worden omgerekend in een nationale munteenheid volgens de waarde van die munteenheid ten opzichte van het bijzondere trekkingsrecht op de datum van het besluit van de Algemene Vergadering van het Fonds aangaande de eerste datum van betaling van vergoeding.
Wanneer het bedrag van erkende vorderingen op het Fonds het totale bedrag dat ingevolge het vierde lid aan vergoeding betaald moet worden te boven gaat, wordt het bedrag dat beschikbaar is op grond van dit Verdrag pondspondsgewijze onder alle schuldeisers verdeeld, op basis van de vastgestelde vorderingen.
De Algemene Vergadering van het Fonds kan besluiten dat in uitzonderlijke gevallen vergoeding overeenkomstig dit Verdrag kan worden betaald, zelfs indien de eigenaar van het schip geen fonds heeft gevormd overeenkomstig artikel V, derde lid, van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992. In dat geval is het vierde lid, onder e, van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
Het Fonds biedt op een daaroe strekkend verzoek van een Verdragsluitende Staat zijn goede diensten aan om, voor zover nodig, deze Staat hulp te bieden bij het op korte termijn verkrijgen van personeel, materiaal en diensten die die Staat behoeft tot het nemen van maatregelen ter voorkoming of vermindering van schade door verontreiniging ten gevolge van een voorval, met betrekking waartoe op grond van dit Verdrag een beroep kan worden gedaan op het Fonds tot betaling van schadevergoeding.
Het Fonds kan, op in het huishoudelijk reglement nader te bepalen voorwaarden, kredietfaciliteiten verschaffen voor het nemen van maatregelen ter voorkoming van schade door verontreiniging ten gevolge van een voorval, met betrekking waartoe op grond van dit Verdrag een beroep kan worden gedaan op het Fonds tot betaling van schadevergoeding.
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Het recht op schadevergoeding ingevolge artikel 4 vervalt, wanneer niet binnen drie jaar na de datum waarop de schade is ontstaan een rechtsvordering ter zake is ingesteld of een kennisgeving is gedaan ingevolge het zesde lid van artikel 7. In geen geval kan echter een rechtsvordering worden ingesteld nadat zes jaar zijn verstreken na de datum van het voorval dat de schade heeft veroorzaakt.
Artikel 7
Onder voorbehoud van hetgeen hierna in dit artikel is bepaald, kan een vordering tot betaling van schadevergoeding ingevolge artikel 4 van dit Verdrag slechts tegen het Fonds worden ingesteld bij de rechter, die op grond van artikel IX van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 bevoegd is tot de kennisneming van vorderingen tegen de eigenaar die voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door het desbetreffende voorval, aansprakelijk is, of die aansprakelijk zou zijn geweest bij ontbreken van de bepaling van artikel III, tweede lid, van dat Verdrag.
Iedere Verdragsluitende Staat draagt er zorg voor dat zijn gerechten bevoegd zijn kennis te nemen van vorderingen tegen het Fonds als bedoeld in het eerste lid.
Indien tegen de scheepseigenaar of zijn garant een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging bij de op grond van artikel IX van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 bevoegde rechter is ingesteld, is deze rechter bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van een vordering betreffende dezelfde schade tegen het Fonds tot vergoeding ingevolge artikel 4 van dit Verdrag. Indien echter een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging op grond van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 is ingesteld bij de rechter van een Staat die wel partij is bij het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992, doch niet bij dit Verdrag, moet een vordering tegen het Fonds ingevolge artikel 4 van dit Verdrag, ter keuze van de schuldeiser, worden ingesteld hetzij bij de rechter van de Staat waar het Fonds zijn hoofdkantoor heeft, hetzij bij een ingevolge artikel IX van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 bevoegde rechter van een Staat die Partij is bij dit Verdrag.
Elke Verdragsluitende Staat moet ervoor zorg dragen, dat het Fonds het recht verkrijgt als partij tussen te komen in elk geding dat overeenkomstig artikel IX van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 tegen de eigenaar van een schip of zijn garant wordt gevoerd voor een bevoegde rechter van deze Staat.
Behoudens het in het zesde lid bepaalde, is het Fonds niet gebonden door enige beslissing of uitspraak in gedingen waarin het geen partij is geweest, noch aan enige schikking waarbij het geen partij is.
Onverminderd het in het vierde lid bepaalde moet, indien op grond van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992 een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging tegen een eigenaar of zijn garant is ingesteld bij een bevoegde rechter in een Verdragsluitende Staat, elke partij in het geding op grond van de nationale wetgeving van deze Staat het recht hebben, het Fonds van het geding in kennis te stellen. Indien een zodanige kennisgeving op de wijze als voorgeschreven door de wet van de Staat van het betrokken gerecht is gedaan op een zodanig tijdstip en op zodanige wijze dat het Fonds zich als partij heeft kunnen voegen in het geding, wordt een uitspraak van de rechter in een zodanig geding, nadat deze onherroepelijk en voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden in de Staat waar hij is gegeven, bindend voor het Fonds, zelfs indien het zich niet als partij heeft gevoegd in het geding, in die zin dat het Fonds de gronden en de beslissing van het vonnis niet kan bestrijden.
Artikel 8
Onder voorbehoud van besluiten betreffende de verdeling, als bedoeld in het vijfde lid van artikel 4, worden uitspraken die tegen het Fonds zijn gegeven door een uit hoofde van het eerste en derde lid van artikel 7 bevoegde rechter en die voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn in de Staat waar zij zijn gedaan en waartegen in die Staat geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat, in elke Verdragsluitende Staat erkend en zijn vatbaar voor tenuitvoerlegging onder de voorwaarden genoemd in artikel X van het Aansprakelijkheidsverdrag, 1992.
Artikel 9
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.