Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1992 (Aansprakelijkheidsverdrag 1992)
De Staten, Partijen bij dit Verdrag,
zich bewust van de gevaren van verontreiniging, verbonden aan het vervoer van olie in bulk over de wereldzeeën,
overtuigd van de noodzaak waarborgen te scheppen voor een passende vergoeding aan personen die schade lijden door verontreiniging veroorzaakt door het ontsnappen of doen wegvloeien van olie uit schepen,
de wens koesterende eenvormige internationale regels en procedures te aanvaarden voor het nemen van beslissingen in kwesties van aansprakelijkheid en het verschaffen van een passende vergoeding in zodanige gevallen,
zijn overeengekomen als volgt:
Artikel I
Voor de toepassing van dit Verdrag:
-
- wordt onder „schip” verstaan: alle zeeschepen en andere zeegaande vaartuigen, van welk type ook, gebouwd of aangepast voor het vervoer van olie in bulk als lading, met dien verstande dat een schip dat olie en andere soorten lading kan vervoeren alleen als een schip wordt beschouwd, wanneer het daadwerkelijk olie in bulk als lading vervoert en tijdens iedere reis na een zodanig vervoer, tenzij wordt aangetoond dat het geen residuen van zulk vervoer van olie in bulk aan boord heeft.
-
- wordt onder „persoon” verstaan iedere natuurlijke persoon of maatschap, alsmede ieder publiekrechtelijk of privaatrechtelijk lichaam, al of niet rechtspersoonlijkheid bezittend, hieronder begrepen een Staat of zijn staatsrechtelijke onderdelen;
-
- wordt onder „eigenaar” verstaan: de persoon of personen die als eigenaar van het schip zijn teboekgesteld of, indien er geen teboekstelling heeft plaatsgehad, de persoon of personen, die het schip in eigendom hebben. Indien evenwel een schip eigendom is van een Staat en geëxploiteerd wordt door een maatschappij die in die Staat teboekstaat als de exploitant van het schip, betekent „eigenaar” een zodanige maatschappij;
-
- wordt onder „Staat waarin het schip is teboekgesteld” verstaan ten aanzien van teboekgestelde schepen: de Staat waarin het schip is teboekgesteld, en ten aanzien van niet teboekgestelde schepen: de Staat onder wiens vlag het schip vaart;
-
- wordt onder „olie” verstaan: alle persistente uit koolwaterstoffen bestaande minerale oliën, zoals ruwe olie, stookolie, zware dieselolie en smeerolie, vervoerd aan boord van een schip als lading of in de bunkers van het schip.
-
- wordt onder „schade door verontreiniging” verstaan:
- a. verlies of schade buiten het schip veroorzaakt door bevuiling ten gevolge van het ontsnappen of doen wegvloeien van olie uit het schip, waar zulk ontsnappen of doen wegvloeien ook mag plaatsvinden, met dien verstande dat vergoeding voor andere schade aan het milieu dan winstderving ten gevolge van deze schade wordt beperkt tot de kosten van redelijke maatregelen tot herstel die daadwerkelijk worden ondernomen of zullen worden ondernomen.
- b. de kosten van preventieve maatregelen alsmede verlies of schade veroorzaakt door die maatregelen;
-
- wordt onder „preventieve maatregelen” verstaan: alle na het voorval door een persoon genomen redelijke maatregelen ter voorkoming of beperking van de schade door verontreiniging;
-
- wordt onder „voorval” verstaan: elk feit of elke opeenvolging van feiten met dezelfde oorzaak, waardoor schade door verontreiniging wordt veroorzaakt, of waardoor een ernstige en onmiddellijke dreiging ontstaat dat zulk een schade zal worden veroorzaakt.
-
- wordt onder „Organisatie” verstaan: de Internationale Maritieme Organisatie.
-
- wordt onder het „Aansprakelijkheidsverdrag, 1969” verstaan: het Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969. Voor Partijen bij het Protocol van 1976 bij dit Verdrag, wordt met deze term bedoeld het Aansprakelijkheidsverdrag, 1969, zoals gewijzigd bij dat Protocol.
Artikel II
Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing op:
- a. schade door verontreiniging veroorzaakt:
- i. op het grondgebied, de territoriale zee daaronder begrepen, van een Verdragsluitende Staat, en
- ii. binnen de exclusieve economische zone van een Verdragsluitende Staat, vastgesteld overeenkomstig het internationale recht, of, indien een Verdragsluitende Staat een zodanige zone niet heeft vastgesteld, binnen een gebied buiten en grenzend aan de territoriale zee van die Staat, door die Staat vastgesteld overeenkomstig het internationale recht en dat zich niet verder uitstrekt dan 200 zeemijl van de basislijnen waarvan de breedte van zijn territoriale zee wordt gemeten;
- b. preventieve maatregelen, waar ook genomen, ter voorkoming of ter beperking van zodanige schade.
Artikel III
De eigenaar van het schip op het tijdstip van het voorval, of, zo het voorval bestaat uit een opeenvolging van feiten, op het tijdstip van het eerste feit, is, behoudens het bepaalde in het tweede en het derde lid van dit artikel, aansprakelijk voor schade door verontreiniging, veroorzaakt door het schip als gevolg van het voorval.
De eigenaar is niet aansprakelijk voor schade door verontreiniging, indien hij bewijst dat de schade:
- a). het gevolg is van een oorlogshandeling, vijandelijkheden, burgeroorlog, opstand of een natuurverschijnsel van een uitzonderlijke, onvermijdelijke en onweerstaanbare aard, of
- b). geheel en al werd veroorzaakt door een handelen of nalaten van derden, met het opzet schade te veroorzaken, of
- c). geheel en al werd veroorzaakt door onzorgvuldigheid of een andere onrechtmatige handeling van een Regering of andere autoriteit, verantwoordelijk voor het onderhoud van lichten of andere hulpmiddelen bij de navigatie, in de uitoefening van die functie.
Indien de eigenaar bewijst dat de schade door verontreiniging geheel of gedeeltelijk het gevolg is van een handelen of nalaten van de persoon, die de schade heeft geleden, met het opzet de schade te veroorzaken, of van de schuld van die persoon, kan de eigenaar geheel of gedeeltelijk worden ontheven van zijn aansprakelijkheid tegenover die persoon.
Geen vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging kan tegen de eigenaar worden ingesteld anders dan in overeenstemming met dit Verdrag. Onverminderd het bepaalde in het vijfde lid van dit artikel kan noch op grond van dit Verdrag, noch op enige andere grond, een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging worden ingesteld tegen:
- a. de ondergeschikten of lasthebbers van de eigenaar of de leden van de bemanning;
- b. de loods of enige andere persoon die, zonder lid van de bemanning te zijn, diensten voor het schip verricht;
- c. een bevrachter (hoe ook omschreven, met inbegrip van een rompbevrachter), beheerder of degene in wiens handen de exploitatie van het schip is gelegd;
- d. personen die met instemming van de eigenaar of in opdracht van een bevoegde overheidsinstantie hulpverleningswerkzaamheden verrichten;
- e. personen die preventieve maatregelen nemen;
- f. alle ondergeschikten of lasthebbers van personen genoemd onder c, d en e;
tenzij de schade het gevolg is van hun persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.
Geen bepaling in dit Verdrag maakt inbreuk op enig recht van verhaal van de eigenaar tegenover derden.
Artikel IV
Wanneer zich een voorval voordoet waarbij twee of meer schepen zijn betrokken en er ten gevolge daarvan schade door verontreiniging is ontstaan, zijn de eigenaren van alle betrokken schepen, tenzij zij ingevolge artikel III van aansprakelijkheid zijn ontheven, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die redelijkerwijs niet te scheiden is.
Artikel V
De eigenaar van een schip kan zijn aansprakelijkheid uit hoofde van dit Verdrag per voorval beperken tot een totaal bedrag dat als volgt wordt berekend:
- a. 4.510.000 rekeneenheden voor een schip met een brutotonnage van niet meer dan 5000;
- b. voor een schip met een grotere brutotonnage, voor elke toename van de brutotonnage met één, 631 rekeneenheden boven het onder a genoemde bedrag;
met dien verstande evenwel dat dit bedrag in geen geval in totaal 89.770.000 rekeneenheden te boven kan gaan.
De eigenaar is niet gerechtigd zijn aansprakelijkheid ingevolge dit Verdrag te beperken indien wordt bewezen dat de schade door verontreiniging het gevolg is van zijn persoonlijk handelen of nalaten, begaan hetzij met het opzet zodanige schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en in de wetenschap dat zodanige schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien.
Ten einde zich te kunnen beroepen op de in het eerste lid van dit artikel bedoelde beperking, moet de eigenaar een fonds vormen tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid bij de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat binnen wiens grondgebied een vordering op grond van artikel IX wordt ingesteld, of, indien geen vordering wordt ingesteld, bij een rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat binnen wiens grondgebied een vordering op grond van artikel IX kan worden ingesteld. Het fonds kan worden gevormd door het storten van de geldsom of door het stellen van een bankgarantie of iedere andere garantie welke aanvaardbaar is volgens de wetgeving van de Verdragsluitende Staat waar het fonds wordt gevormd en welke door de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit genoegzaam wordt geacht.
Het fonds wordt verdeeld onder de schuldeisers in evenredigheid met de bedragen van hun erkende vorderingen.
Indien vóór de verdeling van het fonds de eigenaar of een van zijn ondergeschikten of lasthebbers, of een persoon die hem een verzekering of andere zekerheid heeft verschaft, in verband met het voorval een vergoeding terzake van schade door verontreiniging hebben betaald, treden deze personen bij wege van subrogatie, tot het bedrag dat zij hebben betaald, in de rechten die de door hen schadeloos gestelde persoon op grond van dit Verdrag zou hebben gehad.
Het recht van subrogatie, bedoeld in het vijfde lid van dit artikel kan ook worden uitgeoefend door andere dan de daarin genoemde personen met betrekking tot enige vergoeding voor schade door verontreiniging die zij mochten hebben betaald, maar alleen voor zover een zodanige subrogatie is geoorloofd volgens de toepasselijke nationale wetgeving.
Wanneer de eigenaar of enige andere persoon aantoont dat hij gedwongen zou kunnen worden op een later tijdstip geheel of ten dele een zodanige schadevergoeding te betalen terzake waarvan hij, indien de vergoeding zou zijn betaald vóór de verdeling van het fonds, ingevolge het vijfde of het zesde lid van dit artikel bij wege van subrogatie rechten zou hebben verkregen, dan kan de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit bevelen dat voorlopig een bedrag wordt terzijde gesteld dat voldoende is om het deze persoon mogelijk te maken op een later tijdstip zijn rechten tegen het fonds geldend te maken.
Vorderingen die betrekking hebben op door de eigenaar vrijwillig en binnen de grenzen der redelijkheid gedane uitgaven en gebrachte offers ter voorkoming of beperking van schade door verontreiniging staan in rang gelijk met andere vorderingen op het fonds.
- a. De „rekeneenheid” bedoeld in het eerste lid van dit artikel is het bijzondere trekkingsrecht zoals dit is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De in het eerste lid genoemde bedragen worden omgerekend in een nationale munteenheid volgens de waarde van die munteenheid ten opzichte van het bijzondere trekkingsrecht op de datum van de vorming van het in het derde lid bedoelde fonds. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, van een Verdragsluitende Staat die Lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend overeenkomstig de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de desbetreffende datum wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties. De waarde van de nationale munteenheid, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, van een Verdragsluitende Staat die geen lid is van het Internationale Monetaire Fonds, wordt berekend op een door die Staat vastgestelde wijze.
- b. Niettemin kan een Verdragsluitende Staat die geen Lid is van het Internationale Monetaire Fonds en wiens wet de toepassing van de bepalingen van het negende lid, onder a, niet toelaat, op het tijdstip van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van dan wel toetreding tot dit Verdrag of op enig tijdstip nadien, verklaren dat de in het negende lid, onder a, bedoelde rekeneenheid gelijk zal zijn aan 15 goudfranken. De in dit lid bedoelde goudfrank komt overeen met vijfenzestig en een half milligram goud van een gehalte van negenhonderdduizendste fijn. De omrekening van de goudfrank in de nationale munteenheid geschiedt volgens de wet van de betrokken Staat.
- c. De in de laatste zin van het negende lid, onder a, genoemde berekening en de in het negende lid, onder b, genoemde omrekening geschieden op zodanige wijze dat in de nationale munteenheid van de Verdragsluitende Staat zoveel mogelijk dezelfde werkelijke waarde tot uitdrukking komt voor de bedragen genoemd in het eerste lid als zou voortvloeien uit de toepassing van de eerste drie zinnen van het negende lid, onder a. Bij nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag en telkens wanneer een verandering optreedt in hun wijze van berekening ingevolge het negende lid, onder a, of in het resultaat van de omrekening ingevolge het negende lid, onder b, delen de Verdragsluitende Staten de depositaris hun wijze van berekening dan wel het resultaat van de omrekening mede.
Voor de toepassing van dit artikel is de brutotonnage van het schip de brutotonnage berekend overeenkomstig de voorschriften voor de meting vervat in Bijlage I van het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, 1969.
De verzekeraar of persoon die financiële zekerheid stelt heeft het recht tot het vormen van een fonds in overeenstemming met dit artikel op dezelfde voorwaarden en met dezelfde rechtsgevolgen als ware het door de eigenaar gevormd. Een zodanig fonds kan zelfs worden gevormd indien, ingevolge het bepaalde in het tweede lid, de eigenaar niet gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken, maar de vorming daarvan laat dan de rechten van de schuldeisers tegenover de eigenaar onverlet.
Artikel VI
Indien na een voorval de eigenaar overeenkomstig artikel V een fonds heeft gevormd en gerechtigd is zijn aansprakelijkheid te beperken,
- (a). zal een persoon die uit dat voorval een vordering wegens schade door verontreiniging heeft, ter zake van die vordering geen rechten kunnen doen gelden op andere goederen van die eigenaar;
- (b). zal de rechterlijke of andere bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat de opheffing bevelen van beslag, gelegd op schepen of andere eigendommen van de eigenaar terzake van een vordering tot vergoeding van schade door verontreiniging voortvloeiende uit dat voorval en op overeenkomstige wijze handelen ten aanzien van borgtocht of andere ter voorkoming van een zodanig beslag gestelde zekerheid.
Het voorgaande is evenwel alleen van toepassing indien de schuldeiser toegang heeft tot de rechtbank die het fonds beheert en het fonds daadwerkelijk beschikbaar is tot voldoening van zijn vordering.
Artikel VII
De eigenaar van een in een Verdragsluitende Staat teboekgesteld schip dat meer dan 2000 ton olie in bulk als lading vervoert, is gehouden een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie of een door een internationaal schadefonds afgegeven certificaat in stand te houden tot dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging volgens dit Verdrag, tot een bedrag gelijk aan het maximum van zijn aansprakelijkheid ingevolge het eerste lid van artikel V.
Een certificaat houdende verklaring dat een overeenkomst van verzekering of een andere financiële zekerheid in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag van kracht is, wordt aan elk schip afgegeven, nadat de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat heeft vastgesteld dat aan de eisen van het eerste lid is voldaan. Met betrekking tot een schip teboekgesteld in een Verdragsluitende Staat wordt zulk een certificaat afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van de Staat waar het schip is teboekgesteld; met betrekking tot een schip dat niet in een Verdragsluitende Staat is teboekgesteld, kan het worden afgegeven of gewaarmerkt door de bevoegde autoriteit van een Verdragsluitende Staat. Dit certificaat heeft de vorm van het aangehechte model en bevat de navolgende gegevens:
- (a). naam van het schip en van de plaats van teboekstelling;
- (b). naam en adres van de eigenaar en van diens hoofdkantoor;
- (c). soort der zekerheid;
- (d). naam en adres van het hoofdkantoor van de verzekeraar of de persoon die de zekerheid stelt en, waar dienstig, het adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten of de zekerheid is gesteld;
- (e). geldigheidsduur van het certificaat, die niet langer kan zijn dan de geldigheidsduur van de verzekering of andere zekerheid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.