Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
De Regering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China,
Geleid door de wens een verdrag te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG
Artikel 1. Personen op wie het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op personen die inwoner zijn van een of van beide verdragsluitende partijen.
Artikel 2. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
Dit Verdrag is van toepassing op belastingen naar het inkomen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een verdragsluitende partij of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.
Als belastingen naar het inkomen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen of naar bestanddelen van het inkomen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken, belastingen naar het totale bedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.
De bestaande belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, zijn met name:
- a. wat Nederland betreft:
- –. de inkomstenbelasting;
- –. de loonbelasting;
- –. de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de nettowinsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnbouwwet; en
- –. de dividendbelasting;
- b. wat de Speciale Administratieve Regio Hongkong betreft: ongeacht of deze via een persoonlijke aanslag worden vastgesteld.
- –. de profits tax(winstbelasting);
- –. de salaries tax(loonbelasting); en
- –. de property tax(vermogensbelasting);
Dit Verdrag is voorts van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven, evenals op andere belastingen waarop het eerste en tweede lid van dit artikel van toepassing is die een verdragsluitende partij in de toekomst kan heffen. De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun belastingwetgevingen zijn aangebracht.
De bestaande belastingen worden tezamen met de belastingen die na de ondertekening van dit Verdrag worden geheven respectievelijk aangeduid als „de belastingen van de Speciale Administratieve Regio Hongkong” en „de Nederlandse belastingen”.
HOOFDSTUK II. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij de context anders vereist:
- a. betekenen de uitdrukkingen „een verdragsluitende partij” en „de andere verdragsluitende partij” het Koninkrijk der Nederlanden (Nederland) of de Speciale Administratieve Regio Hongkong, naargelang de context vereist;
- b. betekent de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, met inbegrip van zijn territoriale zee en elk gebied buiten de territoriale zee waarbinnen Nederland, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent;
- c. betekent de uitdrukking „Speciale Administratieve Regio Hongkong” de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China;
- d. betekent de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam, een samenwerkingsverband en elke andere vereniging van personen en wat betreft de Speciale Administratieve Regio Hongkong, tevens een trust;
- e. betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- f. heeft de uitdrukking „onderneming” betrekking op het uitoefenen van een bedrijf;
- g. betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een verdragsluitende partij” en „onderneming van de andere verdragsluitende partij” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een verdragsluitende partij en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere verdragsluitende partij;
- h. betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming van een verdragsluitende partij, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere verdragsluitende partij zijn gelegen;
- i. betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. wat Nederland betreft, de minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. wat de Speciale Administratieve Regio Hongkong betreft, de Commissioner of Inland Revenue of zijn bevoegde vertegenwoordiger of elke persoon die of elk lichaam dat gemachtigd is de taken te verrichten die thans door de Commissioner worden verricht of soortgelijke taken;
- j. betekent de uitdrukking „onderdaan” wat Nederland betreft, elke natuurlijke persoon die de Nederlandse nationaliteit bezit en elke rechtspersoon, elk samenwerkingsverband of elke vereniging die zijn of haar rechtspositie als zodanig ontleent aan de wetgeving die in Nederland van kracht is;
- k. omvat de uitdrukking „bedrijfsuitoefening” mede de uitoefening van een vrij beroep en van andere werkzaamheden van zelfstandige aard.
Wat betreft de toepassing van dit Verdrag op enig moment door een verdragsluitende partij heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die verdragsluitende partij met betrekking tot de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die verdragsluitende partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die verdragsluitende partij aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „inwoner van een verdragsluitende partij”:
- a. wat Nederland betreft, iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van Nederland, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid. Deze uitdrukking omvat echter niet een persoon die in Nederland slechts aan belasting is onderworpen ter zake van inkomsten uit bronnen in Nederland;
- b. wat de Speciale Administratieve Regio Hongkong betreft:
- i. elke natuurlijke persoon die gewoonlijk woont in de Speciale Administratieve Regio Hongkong;
- ii. elke natuurlijke persoon die gedurende langer dan 180 dagen in een belastingjaar of langer dan 300 dagen in twee opeenvolgende belastingjaren waarvan er een het desbetreffende belastingjaar is in de Speciale Administratieve Regio Hongkong verblijft;
- iii. een lichaam dat in de Speciale Administratieve Regio Hongkong is opgericht of dat, indien het buiten de Speciale Administratieve Regio Hongkong is opgericht, gewoonlijk wordt geleid of beheerd in de Speciale Administratieve Regio Hongkong;
- iv. elke andere persoon die krachtens het recht van de Speciale Administratieve Regio Hongkong is ingesteld of die, indien hij buiten de Speciale Administratieve Regio Hongkong is ingesteld, gewoonlijk wordt geleid of beheerd in de Speciale Administratieve Regio Hongkong;
De uitdrukking „inwoner van een verdragsluitende partij” omvat mede:
- a. wat Nederland betreft, de Regering van Nederland, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam ervan;
- b. wat de Speciale Administratieve Regio Hongkong betreft, de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hongkong; en
- c. wat de verdragsluitende partijen betreft, een pensioenfonds dat of een pensioenregeling die volgens de wettelijke bepalingen van een verdragsluitende partij erkend is en onder toezicht staat en waarvan het inkomen in het algemeen is vrijgesteld van belasting in die verdragsluitende partij.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide verdragsluitende partijen is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a. hij wordt geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende partij waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide verdragsluitende partijen een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende partij waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen);
- b. indien niet kan worden bepaald in welke verdragsluitende partij hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van beide verdragsluitende partijen een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende partij waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c. indien hij in beide verdragsluitende partijen of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de verdragsluitende partij waarvan hij onderdaan is (wat Nederland betreft) of waarin hij gerechtigd is te verblijven (wat de Speciale Administratieve Regio Hongkong betreft);
- d. indien hij onderdaan is van Nederland en tevens gerechtigd is te verblijven in de Speciale Administratieve Regio Hongkong of indien hij geen onderdaan is van Nederland en niet gerechtigd is te verblijven in de Speciale Administratieve Regio Hongkong, regelen de bevoegde autoriteiten de aangelegenheid in onderling overleg.
Indien een persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, ingevolge de bepalingen van het eerste lid, inwoner is van beide verdragsluitende partijen, trachten de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende partijen de aangelegenheid in onderling overleg te regelen. Bij het ontbreken van een dergelijk overleg heeft een dergelijke persoon geen recht op enig voordeel uit hoofde van dit Verdrag, behalve dat deze persoon aanspraak kan maken op de voordelen van de artikelen 23 (Non-discriminatie) en 24 (Procedure voor onderling overleg), en de bevoegde autoriteiten kunnen in onderling overleg de wijze van toepassing van de rest van dit Verdrag op die persoon vaststellen.
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van dit Verdrag betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a. een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b. een filiaal;
- c. een kantoor;
- d. een fabriek;
- e. een werkplaats; en
- f. een mijn, een olie- of gasbron, een (steen)groeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat voorts een bouwterrein of constructie-, montage-, installatie- of baggerwerkzaamheden, evenwel uitsluitend indien het bouwterrein of de werkzaamheden langer dan zes maanden blijft voortbestaan respectievelijk voortduren.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste, tweede en derde lid, waar een onderneming van een verdragsluitende partij diensten verricht in de andere verdragsluitende partij
- a. door middel van een natuurlijke persoon die in de andere verdragsluitende partij aanwezig is gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die een totaal van 183 dagen te boven gaat of gaan in een tijdvak van twaalf maanden, en meer dan 50 percent van de bruto-ontvangsten die aan bedrijfsmatige activiteiten van de onderneming gedurende dat tijdvak of die tijdvakken toegerekend kunnen worden afkomstig is van de diensten die via die natuurlijke persoon in de andere verdragsluitende partij verricht worden, of
- b. gedurende een tijdvak dat of tijdvakken die in een tijdvak van twaalf maanden een totaal van 183 dagen te boven gaat of gaan en deze diensten worden verricht voor dezelfde werkzaamheden of met elkaar verbonden werkzaamheden via een of meer natuurlijke personen die aanwezig zijn en deze diensten verrichten in de andere verdragsluitende partij.
De in de andere verdragsluitende partij in het kader van deze diensten verrichte activiteiten worden geacht te worden verricht door middel van een vaste inrichting van de in de andere verdragsluitende partij gevestigde onderneming, tenzij deze diensten beperkt zijn tot die welke zijn vermeld in het vijfde lid, die indien zij zouden worden verricht door een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken. Voor de toepassing van dit lid worden diensten namens een onderneming verricht door een natuurlijke persoon niet geacht via die natuurlijke persoon te zijn verricht door een andere onderneming, tenzij die andere onderneming toezicht houdt op, aanwijzingen geeft voor of leiding geeft aan de wijze waarop de diensten door de natuurlijke persoon worden verricht.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel wordt de uitdrukking „vaste inrichting” niet geacht te omvatten:
- a. het gebruikmaken van inrichtingen uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag, uitstalling of aflevering;
- c. het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor de verwerking door een andere onderneming;
- d. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of informatie te verzamelen;
- e. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming enige andere werkzaamheid uit te oefenen die van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft;
- f. het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor een combinatie van de in de onderdelen a. tot en met e. genoemde werkzaamheden, mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidende aard is of het karakter van hulpwerkzaamheden heeft.
Indien een persoon – niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger op wie het zevende lid van toepassing is – optreedt in een verdragsluitende partij namens een onderneming van de andere verdragsluitende partij, en een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in een verdragsluitende partij gewoonlijk uitoefent, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, geacht in de eerstgenoemde verdragsluitende partij een vaste inrichting te hebben met betrekking tot de werkzaamheden die die persoon voor de onderneming verricht, tenzij de werkzaamheden van die persoon beperkt blijven tot die werkzaamheden genoemd in het vijfde lid, die, indien zij zouden worden uitgeoefend door middel van een vaste bedrijfsinrichting, deze vaste bedrijfsinrichting op grond van de bepalingen van dat lid niet tot een vaste inrichting zouden maken.
Een onderneming wordt niet geacht een vaste inrichting in een verdragsluitende partij te bezitten uitsluitend op grond van de omstandigheid dat zij in die verdragsluitende partij zaken doet door bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen.
De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een verdragsluitende partij een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere verdragsluitende partij of dat in die andere verdragsluitende partij zaken doet (hetzij door middel van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere.
HOOFDSTUK III. BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN
Artikel 6. Inkomsten uit onroerende zaken
Inkomsten verkregen door een inwoner van een verdragsluitende partij uit onroerende zaken (waaronder begrepen voordelen uit landbouw- of bosbedrijven) die in de andere verdragsluitende partij zijn gelegen mogen in die andere verdragsluitende partij worden belast.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.