← Geldende tekst · Geschiedenis

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Italiaanse Republiek inzake de dienstplicht van bipatriden

Geldende tekst a fecha 1970-01-02

Aangezien de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Italiaanse Republiek verlangend zijn in gemeenschappelijk overleg de militaire verplichtingen van hun onderscheidene onderdanen die tevens de nationaliteit van de andere Staat bezitten, te regelen,

hebben de ondergetekenden, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, overeenstemming bereikt ten aanzien van de volgende bepalingen:

Artikel 1

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing op de onderdanen van elk der beide Staten die, ingevolge de in elk van beide Staten geldende wetten, zowel de Nederlandse als de Italiaanse nationaliteit bezitten.

Artikel 2

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten dienen hun militaire verplichtingen te vervullen in die Staat waarin zij hun vaste woonplaats hebben.

Niettemin kunnen zij, op het tijdstip waarop zij voor de dienstplicht worden ingeschreven en uiterlijk vóór de datum waarop het deel van de lichting waartoe zij uit hoofde van hun leeftijd behoren, onder de wapenen wordt geroepen, verklaren dat zij zich verbinden hun militaire verplichtingen te vervullen bij de krijgsmacht van de andere Staat. Te dien einde ondertekenen zij een verklaring in tweevoud, waarvan een exemplaar blijft berusten bij de autoriteit die bedoelde verklaring heeft ontvangen, en het andere exemplaar wordt verzonden aan de bevoegde autoriteiten van de andere Staat voor het treffen van de nodige maatregelen.

Artikel 3

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten, die hun militaire verplichtingen in een der beide Staten hebben vervuld, worden beschouwd als aan hun militaire verplichtingen in de andere Staat te hebben voldaan, indien zij ten bewijze daarvan een op hun verzoek door de bevoegde autoriteiten van de ene of van de andere Overeenkomstsluitende Partij afgegeven officiële schriftelijke verklaring overleggen.

Artikel 4

De onderdanen die overeenkomstig artikel 2 van deze Overeenkomst verklaren dat zij zich verbinden om hun militaire verplichtingen te vervullen bij de krijgsmacht van de Staat waarin zij niet hun vaste woonplaats hebben, kunnen zich slechts op het bepaalde in artikel 3 beroepen, indien zij, voordat zij de leeftijd van 22 jaar hebben bereikt, aantonen dat zij hun eerste oefening hebben aangevangen, zulks door het overleggen van een op hun verzoek door de bevoegde autoriteiten van genoemde Staat afgegeven officiële schriftelijke verklaring.

Indien de bovengenoemde eerste oefening later wordt aangevangen wegens een door de bevoegde autoriteiten van de ene of van de andere Overeenkomstsluitende Partij verleend uitstel, zullen dergelijke uitstellen over en weer worden erkend.

Artikel 5

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten, die een vrijwillige en als geldig aanvaarde verbintenis zijn aangegaan om bij de krijgsmacht van een van deze Staten te dienen voor een tijdvak dat niet korter is dan de bij de wet voorgeschreven duur der eerste oefening in die Staat op het tijdstip waarop zij hun verbintenis aangaan, worden eveneens beschouwd als aan hun militaire verplichtingen te hebben voldaan.

Artikel 6

De in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen van elk der beide Staten die volgens de wettelijke bepalingen die van kracht zijn in de Staat waar zij hun vaste woonplaats hebben geen dienstplicht behoeven te vervullen, worden beschouwd als in de andere Staat aan hun militaire verplichtingen te hebben voldaan, indien zij een op hun verzoek door de bevoegde autoriteiten van de Staat waar zij hun vaste woonplaats hebben afgelegde schriftelijke verklaring overleggen betreffende hun verhouding tot de dienstplicht.

Artikel 7

De bepalingen van deze Overeenkomst verhinderen niet dat de bevoegde autoriteiten van elk der beide Staten in geval van mobilisatie kunnen gelasten dat de in deze Overeenkomst bedoelde personen onder de wapenen worden geroepen en, zo nodig, worden ingeschreven in de registers der grootverlofgangers in de Staat waar zij hun vaste woonplaats hebben.

Artikel 8

De bevoegde autoriteiten van de Ministeries van Defensie van de Overeenkomstsluitende Partijen kunnen rechtstreeks corresponderen om de wijze van tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst vast te stellen.

Artikel 9

De bevoegde autoriteiten van beide Staten geven aan de in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen de verklaringen met betrekking tot hun militaire verplichtingen kosteloos af.

De vrijstelling van militaire verplichtingen op grond van deze Overeenkomst brengt voor de belanghebbende geen kosten mede.

Artikel 10

De toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst tast de rechtstoestand der betrokken personen ten aanzien van hun nationaliteit op generlei wijze aan.

Artikel 11

De bepalingen van deze Overeenkomst gelden eveneens voor de in deze Overeenkomst bedoelde onderdanen die hun militaire verplichtingen in een der beide Staten hebben vervuld vóór de datum waarop deze Overeenkomst in werking treedt.

Artikel 12

Alle moeilijkheden die uit de toepassing van deze Overeenkomst kunnen voortvloeien, zullen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen langs diplomatieke weg worden opgelost.

Artikel 13

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd; zij treedt in werking op de dag van de uitwisseling der akten van bekrachtiging, die zo spoedig mogelijk te Rome zal plaatsvinden.

De Overeenkomst is voor onbepaalde tijd gesloten; elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan haar te allen tijde opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van een jaar.

EN FOI DE QUOI, les plénipotentiaires des Parties contractantes ont signé la présente Convention et y ont apposé leur sceau.

FAIT à Rome, en double exemplaire en langue française, le 24 janvier 1961.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) W. VAN BYLANDT

Pour le Gouvernement de la République Italienne

(s.) FERDINANDO STORCHI