Overeenkomst inzake culturele samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Indonesië

Type Verdrag
Publication 1970-01-08
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië,

Verlangende, de traditionele vriendschapsbanden die de volkeren van hun landen verbinden, nauwer aan te halen,

Wensend door een vriendschappelijke samenwerking in hun onderscheiden landen bij te dragen tot de verwezenlijking van een zo volledig: mogelijke kennis en een zo ruim mogelijk wederzijds begrip van hun wetenschappelijke, artistieke en andere culturele verworvenheden.

Overwegende dat het hiertoe bevorderlijk is, een algemeen kader te scheppen, waarbinnen zulk een culturele samenwerking zou kunnen geschieden,

Hebben te dien einde omtrent het volgende overeenstemming bereikt:

Artikel I

De Overeenkomstsluitende Partijen zullen zoveel als in hun vermogen ligt, de samenwerking bevorderen tussen hun diensten en instellingen zowel op wetenschappelijk als op artistiek en ander cultureel gebied.

Artikel II

Met inachtneming van de ter zake geldende wettelijke bepalingen en het regeringsbeleid, zal elk van de Overeenkomstsluitende Partijen in haar land de andere Overeenkomstsluitende Partij de gelegenheid geven haar cultuurwaarden bekendheid te geven. Met name zal zij aan de diensten, instellingen en personen die zich tot taak stellen, de kennis van deze cultuurwaarden uit te dragen, alle binnen haar vermogen liggende faciliteiten, vrijdommen en gegevens ter beschikking stellen, die hun bij de vervulling van hun taak van nut kunnen zijn.

Artikel III

Met inachtneming van de terzake geldende wettelijke bepalingen en het regeringsbeleid, zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen mogelijkheden scheppen tot samenwerking tussen haar eigen wetenschappelijke, artistieke en andere culturele instellingen en die van de andere Overeenkomstsluitende Partij, en de oprichting en instandhouding bevorderen van zodanige instellingen op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel IV

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen zal de uitzending naar het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij bevorderen van personen die in haar land werkzaam zijn op een der in de artikelen I en II genoemde gebieden, en in haar land passende voorwaarden scheppen voor de ontvangst, het verblijf en de werkzaamheid van personen die in het kader van deze Overeenkomst door de andere Overeenkomstsluitende Partij zijn uitgezonden. Evenzo zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen uitingen van kunst, zoals tentoonstellingen, concerten en lezingen die betrekking hebben op de cultuur van de andere Overeenkomstsluitende Partij, alsmede uitwisseling, bijvoorbeeld op het gebied van wetenschappelijke en andere culturele literatuur, films en sport aanmoedigen, en samenwerking op het gebied van de filmproduktie en ten aanzien van radio- en televisieprogramma's bevorderen.

Artikel V

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen zal in haar land een commissie instellen, die tot taak zal hebben de regering voorstellen te doen met betrekking tot de verwezenlijking der doelstellingen van deze Overeenkomst.

De leden van deze commissie zullen in elk land worden benoemd door de daartoe bevoegde ministers.

Elke commissie vergadert steeds wanneer daartoe aanleiding bestaat en ten minste éénmaal per jaar.

De diplomatieke vertegenwoordiger van de ene Overeenkomstsluitende Partij kan worden uitgenodigd deel te nemen aan de beraadslagingen van de commissie van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel VI

Nadere regelingen die voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst nodig zijn, worden door de Overeenkomstsluitende Partijen bij diplomatieke notawisseling getroffen.

Artikel VII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen.

Artikel VIII

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd, en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de datum van de uitwisseling van de akten van bekrachtiging en zal gelden voor vijf jaar. Indien geen der Overeenkomstsluitende Partijen zes maanden voor het verstrijken van genoemde termijn aan de andere het voornemen te kennen heeft gegeven, de Overeenkomst te beëindigen, zal de Overeenkomst voor onbepaalde tijd van kracht blijven. Doch elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft dan het recht de Overeenkomst te allen tijde te beëindigen door de andere Overeenkomstsluitende Partij hiervan in kennis te stellen met een opzeggingstermijn van zes maanden.

IN WITNESS THEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed the present agreement.

DONE at Jakarta, in duplicate in English, this Seventh Day of July, 1968.

For the Governement of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. LUNS

Minister of Foreign Affairs.

For the Governement of the Republic of Indonesia

(sd.) A. MALIK

Minister of Foreign Affairs.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.